Blog Image

S T O N E A G E I M A G E S

TOYS FOR BOYS

WEBLOG Posted on Sun, October 02, 2016 19:43:11

Als jongetje droomde ik van snelle auto’s, mooie
stereosets en andere aardse zaken. Net als veel van mijn generatiegenoten, de
Babyboomers. We werden nogal materieel opgevoed. Hard
studeren, hard werken en dan was materiële beloning je deel. Je bankrekening,
huis en auto waren de maatstaf van succes. Het was de geest van de tijd
en we, de mannen, raken dat niet meer kwijt denk ik. Natuurlijke is dat een heel generalistische benadering van de werkelijkheid, maar in grote lijnen wel conform de realiteit. De decennia na de oorlog
kenden in de westerse wereld, afgezien van een kleine crisis hier en daar, vooral een groeiende welvaart.
Iedereen kreeg het beter en men beloonde zich met allerlei aardse zaken als
auto’s, wasmachines, koelkasten, televisies, stereo’s, vakanties, enzovoort. Sommigen waren in staat
de jongensdromen, waar ik dit verhaal mee begon, te verwezenlijken. Voor de meesten bleven de extreme dromen, de Ferrari’s zal ik maar zeggen, onbereikbaar. Voor mij was dat niet anders en dat zal
vermoedelijk niet meer veranderen. Hieronder een voorbeeld van een icoon waar ik, bijna letterlijk, wakker van lag, de Alfa Romeo Montreal uit 1971. Wat een fenomenale styling, nog steeds.

Als je over materialisme goed nadenkt en je
dan realiseert wat er in de wereld allemaal mis is, dan moet een mens zich eigenlijk
schamen. Maar ja, we kunnen ook niet onafgebroken al het leed van de wereld op
onze schouders torsen. Bovendien als we geen dromen en passies hebben dan gaat
het vuur er toch uit? Een mens moet toch ook een ‘drive’ hebben, een doel? Het
geestelijk leven is waanzinnig belangrijk, zeker, maar een beetje materialisme
hoort er ook bij. Het mag toch ook wel eens gewoon leuk zijn? Goed en kwaad, Yin en
Yang.

De aanleiding voor dit blogje is een fiets. Ik kom er straks op terug. Die aanleiding zette mij wel aan het
denken over interesses en passies die mannen hebben op het materiële vlak. Het
is eigenlijk wel heel vaak te associëren met ‘machismo’, de behoefte van veel
mannen om hun mannelijkheid of superioriteit te tonen. Uit hele bescheiden
ervaring weet ik dat een ritje in een Italiaanse exoot, een sportwagen bedoel
ik, inderdaad wel een soort oergevoel los maakt. ‘Kijk mij eens, stelletje losers’. Het superieure
mannetjesdier met zijn ‘trophy car’ en misschien wel zijn ‘trophy wife’ er
naast. Hij wil dat aan de wereld laten zien en zijn opponenten laten weten wie
er de baas is. Voor veel mannen is die auto waarschijnlijk hetgeen wat dat
oerinstinct aanwakkert en een verlengstuk is van u weet wel wat.

Maar zo zijn er wel meer van die ‘verlengstukken’. Ze
zijn zonder uitzondering prijzig, tot op het vulgaire af en in veel gevallen
voor weinigen weggelegd. We kunnen ons daar druk om maken, maar vergeet niet
dat er veel mensen een inkomen van hebben. Bijvoorbeeld de Zwitserse horloge-industrie.
Door de dure Zwitserse Frank zit die op het moment in een dal, maar vertegenwoordigt
nog steeds een marktsegment van ruim 20 miljard euro aan directe omzet. Indirect
zorgt het er voor dat een belangrijk deel van de Zwitserse bevolking daar
boterhammen van eet. Niets mis mee volgens mij.

Dit stukje is luchtig bedoeld en is een ode aan de leuke
dingen van het leven. Daar had ik nou eens zin in. Niet al te serieus allemaal
dus. De aanleiding, hij komt echt nog, was de reden dat ik mijn gedachten liet
gaan over extreem mannenspul, ‘Toys for Boys’. Toen begon ik wat te zoeken op
internet en toen bedacht ik dat het leuk is om die toys eens op een rijtje te
zetten en te delen op mijn weblog. Het is een arbitrair overzicht en betreft
niet altijd het grootste, snelste of duurste speeltje, maar gewoon degene die
mij opvielen en die ik leuk vind. Ik heb er een
reisverhaaltje van gemaakt, een ‘Odyssee Grotesque’. Neem het, nogmaals, vooral
niet serieus, maar verwonder u slechts.

Italië
Ik zeg het wel vaker tegen J.: ‘Als ik de lotto win dan
vlieg ik linea recta naar Italië en laat ik mij in de beste en mooiste kleding
van de wereld hijsen.’ Ze kijkt mij dan meewarig aan want ik geef echt geen reet om kleding en loop er soms
bij als een halve zwerver. Als je maar niet voor gek loopt en het zit lekker,
vind ik het al gauw goed. Maar, surprise, hele dure, chique mooie Italiaanse
kleding vind ik echt heel erg gaaf. Een leuk pak van Brioni lijkt mij altijd wel
wat. Italië, ach ik heb het er al zo vaak over gehad. Wat een land en waar kun
je beter je weelde vieren dan in dit waanzinnige oord? Dus als het zover is en
we zien de miljoenen op onze bankrekening tegemoet schitteren, dan had ik al
een scenario in gedachten. J. mag natuurlijk ook shoppen. Zoveel als ze wil,
maar de dameszaken laat ik hier verder buiten beschouwing. ‘Toys for boys’ heet dit stukje tenslotte.

Brioni Vanquish II
We vliegen eerst maar eens naar Rome en pakken de taxi
naar Via Barberini nummer 79, het hoofdkantoor van Brioni. Het is een legendarisch merk wat sinds 1945 ‘Made-To-Measure’ kostuums maakt. Ik ga mij in goed gezelschap begeven: Richard Burton, Kirk Douglas, Henry Fonda, Clark Gable, Tyrone Power, Anthony Quinn, John Wayne, Matthew McConaughey, Leonardo DiCaprio, Joel and Ethan Coen, Orlando Bloom en nog heel veel meer. Ik laat mij een
Vanquish II kostuum aanmeten. Voor € 40.000,- ben ik dan helemaal het mannetje.
Brioni maakt mijn pak uiteraard op maat en het is pas over een paar weken klaar.
Maar ik kom er graag speciaal voor terug.

Testoni
Een paar mooie schoenen horen daar natuurlijk bij. We
nemen een binnenlandse vlucht naar Bologna. Daar is Testoni gevestigd. Het heeft de reputatie sinds 1929 de beste schoenen ter wereld te maken. Ze hebben vast wel
een leuk setje ‘pattas’ voor mij. Voor ruim € 30.000,- verwisselt een paar als hieronder van
eigenaar. Ik moet er ook later voor terug komen. Geeft niet, want Bologna is een fantastische stad. We kunnen dan trouwens ook nog even naar Modena om een vorkje te prikken bij Osteria Francescana, één van de beste restaurants ter wereld.

Ferrari LaFerrari
Mooi pak, gerse schoenen, daar horen natuurlijk een paar leuke wielen bij. Omdat
we in de buurt zijn nemen we een taxi naar Maranello. Daar is de Ferrari-fabriek gevestigd. De nieuwe LaFerrari Aperta is al uitverkocht, dus die 3,5 miljoen euro kan ik hier niet stukslaan. We verlaten de poort in een 488 Spider, een ‘gewone’ Ferrari. Voor € 280.000,- een koopje. Een fabuleuze auto die wordt beschouwd als de ‘benchmark’ voor de moderne sportwagen. Je kunt er alpenpassen mee op en af jagen, maar ook een boodschapje mee doen want de 488 is ook langzaam zeer dociel. Dat was vroeger wel anders met dit soort auto’s.

Een paar uurtjes later blazen we over de A1
Autostrada naar Milaan. Van de Carabinieri hebben we geen last. Een nieuwe Ferrari
moedigt de sterke hand hier alleen maar aan om gas te geven, haha. ‘Bella Machina’…

Wel jammer van de ‘Aperta’. Er is er nog geen één
afgeleverd, maar nu al worden prijzen van meer dan 5 miljoen euro genoemd voor
in ‘de handel’. O ja, het is een hybride met een totaal vermogen van 963 pk en
0-100 in ruim 2 seconden. Een Ferrari met een stekker. Eigenlijk vind ik hem helemaal niet zo mooi.

Alfa Romeo Giulia Quadrofoglio
Leuk hoor, zo’n Italiaanse volbloed maar echt handig is
het ook niet. Nee, dan pak ik, liever een praktische en niet al te grote auto. De
Ferrari blijft voor ‘er bij’, maar dat begrijpt u wel. Ik vind, afgezien van de
hard-core sportwagen, de sedan de mooiste autovorm. We gaan langs bij Alfa
Romeo in Milaan. Onder leiding van Sergio Marchionni, de nieuwe topman van de
Fiat-groep, ontwikkelde Alfa Romeo de nieuwe Giulia, een herinterpretatie van
de klassieker uit de jaren ’60. Ik kan er kort over zijn, het is een
meesterwerk van design en meer ‘ballen’ krijg je niet voor die centen.
De
Quadrofoglio genereert 510 pk en een koppel van 600 Nm uit een 2,9 liter
V6-blok met twee turbo’s. De aandrijving geschiedt via de achterwielen, in het
kader van oude tradities. Boenderen op de Autostrada, jagen op de Stelvio en ’s
avonds lekker relaxed over de Regionale naar het favoriete Ristorante.
Wat wil een mens nog meer? Dit automobiele meesterwerk is ook nog net compact
genoeg om te parkeren in een oude Europese binnenstad of parkeergarage in
Italië. Probeer dat laatste maar eens
met een S-klasse, A8 of 7-serie. Duur? Ach, zoals het bovenstaande duidelijk
maakt is dat relatief. In Nederland is de ‘vanaf prijs’ € 108.000,-. Je hebt er
niet eens een behoorlijk horloge voor. Volgend de autopers is het de eerste Alfa die echt mooi in elkaar zit. Dat is wel hard nodig, want als deze Alfa niet aanslaat bij het publiek, dan kan dat het einde van dit prachtige merk betekenen. We parkeren de Ferrari op een beveiligde
parkeerplaats en rijden met de Giulia naar de Italiaanse meren.

Riva Aquariva Super
Het is inmiddels wel duidelijk dat als je je geld uit
wilt geven dat je in Italië moet zijn. Met de Giulia rijden we naar Lago
d’Iseo, naar Riva. Om een sloepje te bestellen. Ik ben helemaal geen waterman. Ik
heb een enorme pesthekel aan zwemmen, zwembaden, stranden en eigenlijk alles
wat met veel mensen en water heeft te maken. Ik vind het allemaal niks. Zeilen,
surfen en dergelijke, het zit er ook allemaal niet in. Alhoewel ik die grote Volvo
Ocean zeilboten wel gaaf vind, dat dan weer wel. Als ik er maar niet op hoef te
zitten want dan zou ik zeven kleuren, enfin, u weet wel.
Maar wat ik wel durf en écht gaaf vind is om met een mooie speedboat over een
Italiaans meer te denderen. Geweldig. Dat gaan we dan natuurlijk doen met een
Riva. Ik denk dat ik over dit merk niets hoef uit te leggen, die kennen we
allemaal wel denk ik. De Aquariva Super lijkt het meest op het legendarische
Aquarama uit het begin van de jaren zestig. Met dat prachtige houten dek. De
Aquariva hebben we voor een tonnetje of acht. Mag geen naam hebben. De dieselmotor is van het Japanse
Yanmar, heeft 8 cilinders en kan 375 paarden beschikbaar maken. Wat een onwijze prachtboot.

Die Japanse motor is niet erg natuurlijk, maar vroeger hebben ze er welk eens een 12 cilinder Lamborghini benzinemotor ingeschroefd. Retevet toch? Zie de foto’s hieronder. Op de zwart-wit foto zit Ferruccio Lamborghini zelf. De boot was speciaal voor hem gebouwd.
Vacheron Constantin Tour-de-Ille
Mooi pak, gave schoenen, vette auto’s en een mooie sloep.
Daar hoort natuurlijk een leuk klokkie bij. We wippen even de grens over naar
Zwitserland, naar Lugano. Ik was vorig jaar in Luzern en zag er de rijke
Chinezen zich verdringen voor de etalages van de dure juweliers. Er stond echt
bewaking voor de deur om de toegang te reguleren. Wat die Chineesjes
allemaal uitgeven aan horloges is niet normaal. Maar ze hebben ook wel wat te
bieden op dit gebied, die Zwitsers. Mijn oog valt op een Vacheron-Constantin-Tour-de-Ille.
Oeps, ‘a little steep’, maar vooruit. Wat dat moet
kosten? Voor 1,5 miljoen euri weet ik alles.

The Balvenie – Aged 50 years
Tijd om te even te ontspannen want het was wel een erg enerverende dag. We reserveren een
nachtje in het vermaarde Villa D’Este aan het Comomeer. De plek van het
wereldberoemde ‘Concorso d’Eleganza Villa d’Este’, een ‘vintage’ autoshow.

Op het terras pakken we in de late nazomerzon nog een
lekker drankje. J. een mooie Amarone en ik laat een ‘The Balvenie’ malt whisky aanrukken. Het is een bijzondere dag, dus er komt een flesje van 50 jaar oud. Kost wel
37.000 pietermannen. Euro’s bedoel ik dan. Nou ja, we zijn toch bezig vandaag.
Het was een lange dag en na het fantastische avondeten aan het meer is het tijd voor ons bedje.

Nikon
We blijven nog een paar dagen in Italië en dan rijden we met de
Alfa naar huis. De Ferrari wordt door een speciale ‘valet’ service naar
Nederland gereden.

Ik ga, thuis gekomen, eerst maar eens naar mijn ‘man cave’.
Het is tijd voor het bewerken (post producie) van mijn foto’s. Had ik daar nog
niets over gezegd? Ik fotografeer al mijn hele leven met Nikon. Misschien moet ik maar
eens nadenken over een complete set.

Wat hierboven staat kost ongeveer € 75.000 euro, maar dan
is er niets te wensen meer over op fotografisch vlak. Foto’s bewerken, schrijven
en dergelijke doe ik meestal met een muziekje er bij. Omdat er zoveel te melden
valt over onbetaalbare High End audio en het daar al vaak genoeg over heb gehad, sla ik dat onderwerp hier maar even
over. High End Audio is bovendien totaal niet macho. De dure spullen staan in een huiskamer of op een ‘jongenskamer’ en men loopt er niet mee te koop. Kijk maar eens naar het ‘soort’ publiek op een High End audio show en u begrijpt u mij wel.

Specialized
Turbo S
Van alles wat hier boven is genoemd zijn we een heel
leven lang ver verwijderd gebleven. Gewoon omdat het voor ons, net als voor 99,99%
van de mensheid, niet te betalen is. Dat is niet erg want we hebben nooit mogen
klagen. Stel je voor, we hadden ons moeten schamen. Maar af en toe dromen we
natuurlijk we wel eens weg en dat geeft natuurlijk niet. Maar we zijn wel ouder en wijzer en we weten dat de kans dat we die lotto gaan winnen steeds kleiner wordt. Jandorie.

Maar! Wat zie ik daar in Oostenrijk een paar jaar terug?
Een elektrische mountainbike. Wauw, dat is gaaf. Ik maak een praatje met de
eigenaar. Hij is wild enthousiast over zijn stalen ros. Hij is een man van een
jaar of vijftig en kan nu eindelijk de paswegen van zijn land bedwingen. Het
lijkt mij fantastisch, maar de fiets blijkt peperduur en ik vergeet het
eigenlijk weer.

Mijn vrouw J. krijgt acht jaar geleden een nieuwe heup op
haar 45e. Veel te jong en in Nederland weigert men de heup te vervangen op haar
leeftijd, terwijl ze bijna niet meer kan lopen. In België doen ze niet moeilijk
en ze heeft in no time een ‘Hip Resurfacing’ en na zes weken loopt ze als
Kievit. Ze besluit een elektrische fiets te kopen. Het ontlast haar heup en
geeft haar toch de mogelijkheid te bewegen en lekker buiten te zijn. Ze gebruikt de
fiets tot op de dag van vandaag ook voor woon-werk verkeer (13 km
per dag). De hoon die zij over zich heen kreeg in het begin was echt bijna lachwekkend, niet gewoon. Mensen zijn echt ongelofelijk ‘narrow minded’. We zijn inmiddels een tijd
verder en de elektrische fietsen zijn niet aan te slepen. Terecht, want het is
een zaligheid en stimuleert fietsen en bewegen enorm. Het is namelijk
onwijs LEUK! Voor de duidelijkheid heren en dames cynici: je moet gewoon
trappen anders val je om. Het is een heerlijke steun in de rug en je gaat
lekker vlot tot keihard. Het blijkt een enorme stimulans voor veel mensen om weer
te bewegen en buiten te zijn. De toekomst is natuurlijk dat je de fiets oplaadt
bij je eigen zonnecel-oplader. Kwestie van tijd.

Ik fiets al mijn hele leven, net als iedere Nederlander.
Maar ik maakte er ook nog een beetje een sport van. Tot ongeveer mijn 40e
deed ik ongeveer twee keer per week mijn rondje door de polder. Met de geboorte
van Stijn kwam de klad er in. Ik ging na enige tijd wel zeer fanatiek squashen,
maar daar stopte ik ook na een paar jaar mee vanwege rugblessures. Na onze
verhuizing in 1999 kwam ik in aanraking met Hugo, de buurman van twee huizen
verder. Een onwijs aardige en gezellige vent en een sportman van het zuiverste
water. We pikten samen het fietsen weer op en hebben dat een paar jaar gedaan
tot dat de lange werkdagen mij parten gingen spelen. Ik was vaak klokje rond van huis en met het ouder worden was ik ’s avonds gewoon te
moe.

Alhoewel ik een heel fijne Trek Mountain/Hybride fiets
heb, schaam ik mij te zeggen dat ik de laatste jaren de fiets veel te weinig en onregelmatig heb gebruikt. Tot een maand of twee terug. Ik zou gaan stoppen met roken en
voorzag dat dat wel wat te weeg zou brengen. Ik bereidde me alvast voor door
een beetje te gaan fietsen.
Het stoppen met roken betekende een
fysieke aardverschuiving die ik niet had zien aankomen. Het is de staat waar ik mij nu in bevind. Ik ben
kortademig, ben meer dan 7 kilo aangekomen in een paar weken en ben na drie
maanden een ‘overweight’ fysiek wrak. 100% het tegenovergestelde van
wat ik had verwacht. Mijn hele lichaam en stofwisseling maakt een shock door en
die extra kilo’s zijn echt rampzalig. Maar ik moet fietsen. Iets anders gaat gewoon
niet. Alle andere activiteiten zijn te belastend voor de ledematen en gewrichten en zijn door mijn huisarts nadrukkelijk verboden. Eerst afvallen.

Als het hard waait dan is fietsen op dit moment gewoon een
pijnlijke exercitie. Te lang tegen de wind in levert een beurs SI gewricht op. Bovendien vind ik tegen de harde wind in fietsen onwijs vervelend.
Altijd gevonden en dat is het eufemisme van de eeuw. Ik geniet van een lome zomeravond zonder wind. Ik pak dan rond elf uur de fiets en geniet dan van een polderitje zonder wind, zalig!

Ik herinnerde mij opeens de mountainbike in Oostenrijk en dacht ook aan J’s. fiets. Dat werd dus de aanleiding van deze blog. Ik besloot wat te zoeken naar die powerfietsen op internet en stuitte op de ‘Specialized
Turbo S’. Wat een waanzinnige E-bike is dat. Het is een z.g. Power Bike of ook
wel Pedelec genoemd en heeft een wat andere technologie dan een gewone E-bike.
Ze kunnen maximaal 45 kilometer per uur. Een geil apparaat, maar krankzinnig
duur eigenlijk. Ruim 5 mille. Voor een fiets!

Ik zag deze
week de Specialized ook in de fietsenzaak waar ik altijd kom en het zaadje was
geplant… Een E-bike! Geweldig. Die gaat er gewoon komen. Eindelijk iets waar ik
van kan dromen én die ik, na een tijdje sparen, op enig moment wel kan betalen.

Na wat verder te lezen kwam ik tot de conclusie dat 45 eigenlijk veel te hard is. Zeker als je een dagje ouder wordt, dan moet ik daar realistisch in zijn. De Nederlandse overheid denkt er ook zo over en gaat zo’n fiets beschouwen als een brommer per 1 januari 2017. Dus kenteken, rijbewijs en zo’n belachelijke brommerhelm. Dat gaat hem niet worden dus.

Ik heb dus besloten dat De Powerbike te laten voor wat het is. Een gewone E-bike ondersteunt tot 25 km/uur en dat is hard zat bij gewoon trainen. Berg af kun je dan altijd harder als je wilt. De E-bikes zien er
tegenwoordig schitterend uit. Geweldige technologie en je hebt ze in alle
soorten en maten. Als ik er een heb dan kan ik eindelijk weer eens lekker
fietsen als het hard waait. Of een tochtje in de Ardennen maken. Wat een
geweldig vooruitzicht. Ik ga mij er eens in verdiepen. Fantastisch toch?



VERTIGO

WEBLOG Posted on Sun, August 21, 2016 23:15:51

Parkour, dat is een militaire loopdiscipline ontwikkeld in Frans Indochina en had als doel dat je je snel uit de voeten kon maken, in elk terrein. Zo ontwikkelde zich ‘Free running’ uit Parkour: van die gasten die springen van muren op daken en dergelijke alsof er geen zwaartekracht bestaat. Je hebt er ook die het op torenhoge gebouwen beoefenen. Hieronder ‘Oleg Cricket’ in Hong Kong. Echt niet normaal gewoon.

Je moet dus geen last hebben van hoogtevrees voor deze liefhebberij. Ik ben altijd gek op de bergen geweest, maar het echte werk, daar ben ik helaas niet voor in de wieg gelegd. Met het ouder worden merk ik dat mijn sensitiviteit voor hoogtes toe neemt. De verkeerde kant op helaas. Het onderstaande ‘selfie’-filmpje laat twee vrienden zien die de laatste meters naar de top van de Matterhorn lopen. Voor geen goud! Nu niet, maar vroeger ook niet. Alhoewel… de foto daaronder is gemaakt op de Mer de Glace. Ik sta daar op een ijsbrug, niet ‘angeseilt’ en zonder crampons. Die spleten links en rechts kunnen tientallen tot honderden meters diep zijn. Verderop wordt het wel érg smal.
‘Save the best for last’ zeggen ze dan. De opname hierna is gemaakt op ‘Marina 101’ in Dubai. Het gebouw zal met 101 verdiepingen een hoogte krijgen van 425 meter. James Kingston, een Britse Freeclimber, beklimt hier het gebouw in aanbouw en daarna de kraan op het gebouw. De gecombineerde hoogte is meer dan een halve kilometer! Je moet levensmoe en/of hartstikke gek zijn, maar het resultaat is werkelijk fantastisch. De kwaliteit van de opnamen is super en het uitzicht… wauw.
https://youtube.com/watch?v=UQ8jkZQxyjALees ook het commentaar van James onder de film. Leuk en interessant verhaal. James Kingston heeft inmiddels een behoorlijke status in het wereldje van extreme sporten, maar ook in de media.
Ondanks een levensstijl die eigenlijk te gek voor woorden is, is het toch ook wel iemand waar ik bewondering voor op kan brengen. Lef en verwondering drijven hem. En het levert ook nog eens hele mooie filmpjes op.



VOLKSBUND DEUTSCHE KRIEGSGRÄBERFÜRSORGE

WEBLOG Posted on Mon, August 15, 2016 22:52:57

Mijn vorige blog sloot ik af met een vraag van S., de
jongste deelneemster van de training ‘Rookvrij! Ook jij?’. Ze is 25,
verpleegkundige in de schilderswijk en om de drommel niet dom of naïef. Maar door
de formulering van haar vraag is het duidelijk dat ze het fenomeen ‘Tweede
Wereldoorlog’ verwart met de ‘Koude Oorlog’. Onvoorstelbaar? Ja, enerzijds natuurlijk wel,
maar ik deed achteraf wat rekenwerk. S. is al even moeder en het is voor te
stellen dat haar ouders er ook vroeg bij waren. Laten we zeggen dat ze beiden 23
waren toen S. werd geboren. Dat betekent dat haar ouders van bouwjaar 1968 zijn.
Laten we de reeks aanhouden en verder terugrekenen naar opa en oma. Dan komen
we uit op 1945. Die hebben dus de Tweede Wereldoorlog (hierna WOII) ook niet meegemaakt, dan moet je
nog verder terug naar de overgrootouders in die reeks. Rechtstreekse
overlevering van WOII-ervaringen door volwassenen heeft S. dus waarschijnlijk nooit
meegekregen. Er zitten gewoon twee generaties tussen! WOII is voor haar net zoiets
als WOI voor mijn generatie. Daar weten veel mensen ook opmerkelijk weinig van.
Het is gewoon te lang geleden. Onze jeugd
groeit steeds vaker op zonder iemand in hun omgeving die WOII aan den lijve
heeft meegemaakt. Ik ben bang dat veel jongeren steeds minder weten van ‘de
oorlog’ en dat is toch eigenlijk niet de bedoeling, want we zouden dit toch
allemaal niet meer laten gebeuren? ‘Leer
van het verleden, leef in het heden, bereid je voor op de toekomst’. Toch? Nou,
we staan er bij en kijken er naar. Het voltrekt zich onder onze ogen in Syrië,
maar ook in Afrika, Yemen, noem maar op. Deze keer voltrekt de volkerenmoord zich niet op een
gecalculeerde, mathematische manier maar barbaars en middeleeuws. In Syrië met name. Ik begrijp al jaren en jaren niet waarom de internationale gemeenschap nooit heeft ingegrepen in Syrië. Het is werkelijk een f…… schande wat daar gebeurt. Werkelijk onvoorstelbaar. Ik heb mijzelf ooit opgelegd mij hier politiek in te houden. Maar dit moet ik delen:

Maar goed, dit is niet de boodschap van mijn verhaal. Nee, dit verhaal dient om mijn persoonlijke gedachten en indirecte ‘ervaringen’ met betrekking tot WOII te delen en in context te plaatsen. Vorige week diende zich een gelegenheid aan, een aanleiding eigenlijk, om mijn verhaal op te schrijven. Welke aanleiding dat was leest u aan het einde. Het wordt wel een beetje hink-stap-sprong door de tijd en ook nog eens heen en weer.

Onze ouders hebben WOII allemaal meegemaakt en veel van ons kennen hun verhalen
van ’40-45’. Ik heb het idee dat, ook bij mijn generatie, het beeld van
WOII sleets aan het worden is. De herinnering verdwijnt langzaam uit het collectieve
bewustzijn en nog even dan zijn er geen levende getuigen meer. Maar ik fris het collectieve brein nog even op! Het zal een hele verhandeling worden en misschien is het erg veel voor een ‘blogje’, maar ja, dat is nu eenmaal mijn platform.

Mijn ouders waren van 1923 en 1925. Ze zijn redelijk
soepel door de oorlog heen gehobbeld. Hun woonplaats, Gouda, was een klein
stadje en de polder was dichtbij. Brood, kaas, boter, melk, het was allemaal doorgaans
redelijk te krijgen. In de Hongerwinter ging het echter ook in Gouda goed mis.
Hoe mijn vaders familie zich er doorheen heeft geslagen weet ik niet, maar ze
hebben het overleefd. Mijn opa van mijn moeders kant had vanwege zijn werk contacten
met boeren op het platteland. Hij wist altijd nog wel links en rechts wat te ritselen. ‘Zo kwam Splinter door de winter’ zou je kunnen zeggen. Als jonge (bijna-) volwassenen maakte WOII natuurlijk een
onvoorstelbare indruk op mijn ouders. Na de bevrijding kwam de stroom van informatie geleidelijk op gang en begrepen
ze wat voor bizarre en afschuwelijke taferelen zich hadden voltrokken. De
wereld had in brand gestaan. Meer dan 72 miljoen doden waren gevallen, waarvan
11 miljoen op een systematische en werktuigelijke manier. Een werkelijk
krankzinnige en onvoorstelbare gebeurtenis in de wereldgeschiedenis. WOII werd
er bij ons thuis met de paplepel ingegoten. Niet overdreven, maar het kwam regelmatig ter sprake. Het waren vaak spannende verhalen
over bombardementen, onderduiken, ‘foute’ families, ‘moffenhoeren’ de NSB en ga
zo maar door. Mijn ouders hadden geen last van kamptrauma’s en vertelden dus regelmatig over ‘de oorlog’. Ik herinner mij dat ik regelmatig vroeg of ze nog
eens een ‘spannend verhaal’ uit die tijd wilden vertellen. Toen we, mijn zus en ik, wat ouder werden vertelde mijn vader ook wat meer over de achtergronden en aanleiding. Je zou eigenlijk verwachten
dat ze een bloedhekel aan Duitsers hadden, maar dat was niet het geval. Althans,
nooit wat van gemerkt. Ik ga er maar even van uit dat ik niet opeens een
lidmaatschap van de Jeugdstorm ergens tegen kom. Maar dat is misschien een wat
misplaatst grapje.

De Nationale Jeugdstorm was een Nederlandse jongerenbeweging
in de oorlogsjaren, georganiseerd volgens het model van de Duitse Hitlerjugend,
mocht u het niet weten. Voor de rest van dit blog ga ik er van uit dat mijn
lezers wel wat basiskennis hebben van WOII. Nationaal Socialisme, Duitsland,
Hitler, Anschluss, Kristallnacht, invasie Polen, Asmogendheden, NSB, Eichmann, Jodenvernietiging,
concentratiekampen, Auschwitz, geallieerden, Churchill, Pearl Harbor, Japan, D-Day,
H-Bom Hiroshima en Marshall plan. Als er in deze opsomming iets onbekends staat
adviseer ik u wat huiswerk te doen.

Ook op school heb ik volgens mij nooit zeer uitgesproken
Duitserhaat meegekregen. De meesten van onze onderwijzers en leraren hadden die
oorlog toch echt meegemaakt. Onze hoofdonderwijzer had het wel altijd over
‘moffen’. Hij was beslist geen vriend van onze oosterburen. Joden die het
allemaal hadden overleefd keken natuurlijk héél anders naar de Duitsers. Maar de gemiddelde Nederlander? Het viel allemaal wel mee. De eerste
vakanties over de grens gingen niet zelden naar Duitsland. Monschau,
Düsseldorf, een reisje langs de Rijn, Rijn, Rijn. Opmerkelijk toch?

Ik denk dat met name mijn vader stiekem wel onder de indruk
was van de onvoorstelbare oorlogsmachinerie die de Duitsers in luttele jaren
uit de grond hadden gestampt. Hij was een techneut in hart- en nieren en als je
zag wat die Germanen allemaal uitvonden en produceerden, daar was geen
voorstelling van te maken. Ze vlogen op 8 kilometer hoogte met 400 kilometer
per uur in Heinkels He 111 bommenwerpers over de Nederlandse ‘verdediging’ die
beneden op de fiets reed. Het is een gechargeerd beeld, maar in de kern wel
waar.

In de jaren zestig en zeventig kwam mijn vader regelmatig in Hamburg op
de Duitse vestiging van zijn werkgever, Mobil Oil. Hij leerde daar een collega kennen, Georg. Hij kwam regelmatig over de vloer bij Georg en zijn vrouw,
Inge. Ongelofelijk aardige en zeer beschaafde mensen. Georg is ook een aantal keren bij ons op bezoek
geweest en ook een paar keer met zijn vrouw. Ik weet het nog als de dag van
gisteren.

Als familietje zijn we ook bij hen op bezoek geweest in Hamburg. Met mijn vader ben ik toen ooit samen
naar de Reeperbahn geweest. Dat is de rosse buurt van Hamburg, mocht u niet
thuis zijn in het métier. Hij vond dat ik dat ook eens moest zien. Dat maakte
indruk, dat kan ik u verzekeren, ik was dacht ik, zeventien jaar oud…

(Het vrouwenverbod is wel opmerkelijk voor een rosse buurt, of zie ik dat verkeerd?)

Na het overlijden van mijn vader zijn we, mijn zus, mijn
moeder en ik, nog een keer in Hamburg te gast geweest. Mijn zus reed en dat
vond ze best wel spannend. Ze had haar rijbewijs ook nog niet zo lang en dat
was dus een enerverende onderneming. Maar het ging allemaal uitstekend. Aardige mensen
en we werden volgestopt met ‘Kuchen’. Dat vergeet ik niet meer. We gingen aan
een prachtig gedekte tafel zitten die vol stond met koffieservies en taart! We
gingen aan tafel om taart te eten,
geweldig! Ze woonden in een vrijstaand mooi huis aan de rand van Hamburg in een
lommerrijke buurt en ‘Der Georg’ reed een Mercedes Benz 200 die hij de ‘Arbeiter Mercedes’ noemde. Arbeiter? Een Nederlandse arbeider was in die jaren al een hele man als hij met de Solex naar zijn werk kon. Waar kwam die welvaart vandaan? Zo relatief kort na WOII? Met name
Hamburg had het te verduren gehad. In 1943 werd de stad door de Britten tijdens
Operatie Gomorra volledig plat gebombardeerd met tapijten van brisant- en
brandbommen. De vuurstormen die ontstonden kennen zijn weerga in de historie
niet.
Daar zaten we dan, ruim 30 jaar later, op bezoek in een prachtig huis aan
de rand van een mooi herbouwde stad met een glimmende Mercedes voor de deur.
Alsof er nooit een WOII had bestaan.

(Hoe vindt u trouwens de auto hierboven? Uit de
officiële brochure van 1972. Een citroengele Mercedes! Dat is nu ondenkbaar. Ze zouden je
opsluiten.)

Amerikanen waren onze bevrijders. Daar was geen discussie over mogelijk met mijn vader. Commies waren de vijand, zover
was dat wel duidelijk. Hij was zo rechts als de neten. Dan bedoel ik nadrukkelijk
zijn politieke opvattingen en niet zijn levenswijze want hij keek beslist niet
neer op de arbeidersklasse, in tegendeel! Mijn moeder was nooit zo uitgesproken
over politiek. Ze was beslist een geëmancipeerde vrouw, die haar ‘mannetje’ stond
en niet bang om haar mening te geven. Maar politiek was gewoon niet zo haar
ding, zoals we tegenwoordig zeggen. Dat de Yankees (en andere geallieerden) de
bevrijders waren was natuurlijk ook echt zo, maar die bevrijding kwam niet
alleen vanuit humanitaire hoek waaien. Nee, dat lag even anders. Als Duitsland
geen stand zo houden tegen de Russen, het Rode Leger, dan waren de rapen pas
echt gaar. Europa zou onder de voet worden gelopen door de Russen en communistisch
worden. Dat was iets wat Amerika ten alle tijden wilde voorkomen. Bovendien zou
ook de levering- van olie- en gas uit het Midden-Oosten in gevaar kunnen komen en
men voorzag al dat die hard nodig waren voor de tweede helft van de twintigste
eeuw en daarna.

Na de invasie duurde het nog tot de waterstofbommen op Japan
werden gedropt voordat WOII officieel eindige op 2 september 1945. Duitsland was al
verslagen en Japan capituleerde op 15 augustus. Op de USS Missouri, een Amerikaans slagschip, werd op 2 september 1945 de overgave officieel ondertekend. Namens de geallieerden werd de overgave ondertekend door generaal Douglas MacArthur en voor de Japanners door de minister van Buitenlandse Zaken Mamoru Shigemitsu. Wie kent hem niet?

Stalin trok zich min of meer terug achter zijn nog te bouwen
IJzeren Gordijn. Europa likte zijn wonden en de Verenigde Staten pompten tussen
1948 en 1952 12,5 miljard dollar in de Europese Economie, de zogenaamde ‘Marshall’ hulp, genoemd naar de toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken. In de huidige tijd is
dat vergelijkbaar met 150 miljard dollar Euro. Serieus geld, maar de huidige
begroting van Nederland bedraagt ongeveer 250 miljard. Dan is 150 miljard om
een heel werelddeel weer in de steigers te zetten een schijntje. Als ik
publicaties van economen mag geloven waren de grootste herstelklappers voor Europa:
1. De invoering van de Duitse Mark. 2. De oorlog in Korea waar Duitsland
hoofdleverancier van werd. 3. Het opheffen van geallieerde sancties op de
Duitse industrie. Duidelijke zaak: Duitsland werd de motor van het herstel van zichzelf, maar ook van haar buurlanden. Binnen 20 jaar was de Duitse
economie één van de sterkste ter wereld! Ongelofelijk, terwijl ze ook nog herstelbetalingen moest doen! Men noemde dit het ‘Wirtschaftswunder’. Maar
dat ‘wunder’ legde Nederland ook geen windeieren. Wij vonden de, toen,
grootste gasvoorraad ter wereld in Groningen. Die exploitatie en het nieuwe enorme
Duitse afzetgebied betekende dat Nederland zich snel tot één van de rijkste landen
ter wereld mocht rekenen. De lonen stegen per jaar met enorme percentages en we
rekenden ons rijk. In de tweede helft van de jaren zeventig is Nederland een sociaal luilekkerland waar het
geld blijkbaar niet op kan. Joop den Uyl is de held. Het geld voor uitkeringen en pensioenen ligt tot aan de hemel op getast. De Duitse economie is inmiddels gegroeid tot de vierde van de wereld.

Vette boezemvrienden dus, zou je zo zeggen, die Nederlanders en die Duitsers. Nou,
dat viel tegen. J. en ik komen nog steeds vaak en graag in Duitsland. Ik ben
altijd gek geweest van auto’s en Duitsland is natuurlijk het mekka. Een stevige
rit op de Autobahn (als er geen ‘Baustellen’
zijn), is nog steeds iets waar ik dol op ben. Al die vette Audi’s,
BMW’s, Mercedessen en Porsches, ik vind het gewoon gaaf. Daarnaast vinden wij het
een erg aantrekkelijk land om op vakantie te gaan. Landschappelijk variatie
genoeg, fantastisch mooie steden en dorpen, een onvoorstelbare boeiende historie, culturele
rijkdom, correcte en doorgaans vriendelijke mensen, kwalitatief uitstekend eten
én goedkoop. Maar, met name mijn generatie heeft mij (ons) niet zelden fronsend
aangekeken als ik het over Duitsland had. Luidruchtig volk, arrogant, saai
land, enzovoort. Wat moet je daar nou? Daar ging je dus gewoon niet naar toe. Daar reed je alleen maar doorheen. Hard. Wat daar nou precies achter stak?
Misschien toch nog steeds die oorlog, misschien een beetje het voetbal, misschien weel heel erg om het voetbal of afgunst om al die vette auto’s…

Humor heeft, denk ik, zijn oorsprong in de Angelsaksische
cultuur. De Britten zijn uiteraard de wereldleiders in humor en zelfspot. Maar
Amerikanen, Aussies, Vlamingen en Nederlanders scoren ook hoog. Nederlanders (in
het westen…) begrijpen de absurdistische humor van de Britten en we zijn
het enige niet-Engels sprekende land waar ‘Little Britain’ wordt uitgezonden. Duitsers
zouden er echt helemaal niets, maar dan ook echt niets, van begrijpen.
https://youtube.com/watch?v=GwwJw849HWc

Ik denk dat daar misschien de crux zit: wij vinden de Duitsers veel te serieus, te saai te formeel. Wat ze van ons vinden? Ik geloof dat ze ons wel ‘nett’ vinden, maar veel te gemakkelijk en ongedisciplineerd. Wat dat betreft is het alsof we op twee verschillende planeten leven. Maar ik neem de mensen graag zoals ze zijn, dan heb je het stukken makkelijker in het leven. Dat lukt natuurlijk niet altijd, maar met de Duitsers heb ik meestal geen enkele moeite. Bovendien beheers ik de taal zeer behoorlijk en dat maakt het leven daar natuurlijk even wat makkelijker en aangenamer. Maar, het is waar. ‘A German joke is not a laughing matter’.

Al snel nadat ik mijn vrouw leerde kennen begreep ik dat
haar vader, Ben, een ‘oorlogsverleden’ had. Maar dan als kind in Delft. ‘Oop’,
zoals we hem noemen was, net als zijn vrouw, opgegroeid in Delft. Hij is in
1932 geboren en was bijna 8 jaar toen WOII uitbrak. De oorlogsjaren maakte een
onuitwisbare indruk op hem. De grotere steden in het westen van het land hadden zwaar te
lijden van de oorlog. In de hongerwinter werden bomen omgezaagd, trambielzen
geroofd en leegstaande huizen gestript van al het hout. Het was allemaal nodig om
te stoken en de winter te overleven. De verhalen van bloembollen eten en
dergelijke kennen we allemaal (toch?), maar je zal het maar hebben meegemaakt. In
‘Oorlogskind’, een heel leuk en interessant boekje door Ben in eigen beheer
uitgegeven, verhaalt hij van zijn oorlogsjaren in een groot gezin als zoon van
een mandenmaker. Met name de ‘Slag om Den Haag’ (o.a. bij vliegveld Ypenburg), waar het boekje mee
begint, verschafte mij nieuwe informatie. Ik had er wel eens vaag van gehoord, maar dat dit
zo grootschalig was en dat wij ‘wonnen’ is bij mij nooit doorgekomen. Een
hoogtepunt van het boekje, of dieptepunt, net hoe je het bekijkt, is ‘De
Hongertocht’ van maart 1945. Bennie is dan nog maar twaalf jaar. Ben beschrijft
hier zijn voettocht van meer dan 360 kilometer met de één jaar oudere buurjongen
Wil. Veel mensen uit het westen ondernamen in de winter van 40/45 deze
hongertochten. Ze gingen meestal te voet naar andere delen van het land in de hoop geld of spullen te kunnen ruilen voor eten. In Delft was het eten zeer schaars geworden en daar moest wat aan gebeuren. Met een karretje trokken de kereltjes naar Vorden in de
Achterhoek en ruilden daar lakens voor tarwe en roggebrood. Na negen dagen
waren de jongens weer terug. Ze verwachtten als helden te worden binnengehaald,
maar ze kwamen van een koude kermis thuis. De etenswaar werd natuurlijk met
enthousiasme ontvangen, maar er was geen aandacht voor hun avonturen. Het
bevreemdt Ben tot op de dag van vandaag. De ‘Hongertocht’ is echt een spannend
verhaal waar de V-1’s om je oren vliegen. Het verhaal is een begrip in de
familie en heeft inmiddels de proporties van een heldenepos aangenomen. Daar
heeft Ben wel voor gezorgd, haha. Terecht overigens!

De meeste Nederlanders die ik ken zijn wel eens in Margraten geweest in Zuid-Limburg. De Amerikaanse militaire WOII begraafplaats. Het hoorde vroeger bij de opvoeding. Wij gingen er met schoolreisje naar toe en iedereen van mijn generatie is wel een keer geweest. ‘Leer van het verleden, leef in het heden, bereid je voor op de toekomst’. Het maakte op mij als kind een enorme indruk en dat was ook de bedoeling neem ik aan.De meeste mensen van mijn generatie weten natuurlijk ook van D-Day en dat de invasie in Normandië plaats vond. Ik ben er twee keer geweest. De eerste keer was met vriend K. in 1986. We zouden ergens in de bergen gaan wandelen, maar de reactor van de centrale van Tsjernobyl was kort daarvoor ontploft. Vanwege fall-out werd geadviseerd niet in Oostelijke richting te reizen. Dan maar naar het westen. Het was een fantastische wandelvakantie langs de Normandische krijtrotsen én de invasiekusten: Utah, Omaha, Juno, Gold & Sword. Uiteraard bezochten we ook Arromanches met het oorlogsmuseum en het ‘Normandy American Cemetery and Memorial’ bij Colleville-sur-Mer. De begraafplaats ligt op een schitterende plek aan de kust. Om een en ander in perspectief te plaatsen: Margraten kent 8302 graven en Colleville 9387 stuks. Bizarre cijfers. Opmerkelijk was de enorme drukte in Colleville; het is eigenlijk gewoon een toeristische attractie. In april 2009 ben ik nog een keer geweest en het was ‘packed’ met toeristen. We waren daar met vrienden en al onze zoons tijdens één van de legendarische en enigszins destructieve ‘Mannenvakanties’. Op een avond hebben we al die gasten in hun kraag gepakt en voor de TV gezet en ‘Saving Private Ryan’ laten kijken. Het was drie uur lang muisstil. De volgende dag bezochten we de invasiekust. Het zal Stijn altijd bij blijven en dat doet mij nog steeds deugd. Het was onze operatie ‘Overlord’, maar dan in de hoofden van onze zoons.

Toen we terug waren uit Normandië, ik heb het weer over 1986, zag ik kaartjes van de fall-out van Tsjernobyl waar ik niet van opknapte. Bovenop het westen van Frankrijk. Als ik er nu op ‘Google’ valt het wel mee, zie het kaartje hieronder. Ik denk en hoop dat dit betrouwbaarder is dan het krantenbericht van destijds. Het onderstaande kaartje geeft de fall-out weer van Cesium-137, de meest instabiele radioactieve isotoop die bij kernsplitsing vrijkomt. Halveringstijd van 30.000 jaar. Dat u het maar weet. In Finland en Stockholm zat je goed fout.

Terug naar mijn schoonvader. In 1952 kwam Ben ‘onder de wapenen’. Een deel van zijn
dienstplicht vervulde hij bij de ‘Afdeling Gravendienst van het ministerie van
Oorlog’. Nederland lag bezaaid met lijken van vele nationaliteiten en Ben werd
toegevoegd aan het onderdeel wat verantwoordelijk was voor identificatie en het
begraven van gesneuvelde Duitse soldaten. Een verzamelkerkhof voor Duitse
gesneuvelden was daartoe aangelegd op de Grebbeberg en bij Ysselsteyn in het
noorden van Limburg. Zo’n ervaring vergeet je natuurlijk nooit meer en
‘Oop’ vertelde er regelmatig over.
Bij Ben thuis, de mandenmakersfamilie,
heerste een losse en liberale sfeer. Ben’s vader was een arme mandenmaker met
weinig geld en middelen, maar sprak diverse talen en bespeelde meerdere
instrumenten. Hij had zich dat allemaal zelf aangeleerd. In deze tijd was het
zeker iemand geweest die zich op academisch niveau had ontwikkeld. In Delft, in
hun huis aan het Vrouwenrecht, was het een informele boel en een komen van gaan
van vogels van allerlei pluimage. Buren, vrienden, familie, maar ook
muzikanten, schilders, joodse mensen en, in de oorlog, zelfs Duitse gasten. Er
was ruimte voor ieders visie en als iemand okay was, dan was hij welkom, ook
Duitsers. Met die instelling is J. ook opgegroeid en zij had en heeft ook nooit
bedenkingen gehad over een vakantietje in Duitsland. In tegendeel, zoals hiervoor al aangehaald.

Dat liberale en vrije denken was voor Ben dus
vanzelfsprekend. Hij had dan ook geen moeite om zijn werk te doen in de Gravendienst.
Het was toch ‘de vijand’ waarmee hij aan de slag moest. De vijand die
verantwoordelijk was voor al die verschrikkelijke ellende. Ben begreep dondersgoed
dat het voor het overgrote deel jonge jongens waren die zonder pardon de oorlog
waren ingejaagd, sommigen maar 17 jaar oud! Hij deed het werk met interesse en
respect en haalde er de nodige voldoening uit.

De Gravendienst bestaat nog steeds. Het valt onder het
Ministerie van Defensie en heet sinds 1 mei 1955 ‘Afdeling Sociale Zaken Sectie
Gravendienst’. Tot op de dag van vandaag worden er gesneuvelden uit WOII in
Nederland gevonden, onvoorstelbaar toch? Dit is een actueel filmpje over de
huidige Gravendienst:

Ik had, voordat ik J. leerde kennen, nooit van die
Gravendienst gehoord. Ben adviseerde me regelmatig dat we eens een keer naar ‘zijn’ militaire begraafplaats in Ysselsteyn moesten gaan. IJsselstein? Nee met een ‘Y’,
bij Venray. Ik zou dat zeker eens doen. Ben bezocht regelmatig militaire
begraafplaatsen. Ook samen met zijn zwager Paul, J’s oom. Paul was getrouwd,
hij is helaas overleden, met een Italiaanse vrouw, de eigenaresse van de
beroemde Italiaanse ijszaak ‘Florencia’ in Den Haag. Haar geboortehuis in
Quero, aan de voet van de Dolomieten is nog steeds in hun bezit. J. en ik zijn
er vaak geweest. Geweldig was dat altijd. Behalve ‘Ysselsteyn’ drongen Ben en
Paul ook met regelmaat aan dat we de militaire begraafplaats in Quero ook eens moesten
bezoeken. Ysselsteyn en Quero. Ze stonden op het lijstje. We zouden er zeker
eens een keer langs wippen…

Het is mei 1997 en J. en ik vieren een vroege en extra lange
zomervakantie. J. is twee maanden zwanger en nu kunnen we het er nog van nemen.
Het wordt een geweldige vakantie door Duitsland, Zwitserland, Italië en
Oostenrijk. Een kleine Odyssee. Onze eerste verblijf is de Bodensee. Een aanrader
van de eerste orde, vorig jaar nog een dagje geweest. Daarna via Zwitserland naar
Quero voor een paar weken en, ‘to top it off’, reizen we ook nog een paar dagen
af naar Steiermark in Oostenrijk, tegen de Sloveense grens. Dat is een
schitterend en onbekend wijngebied. Mijn ex-collega en vriend M. trouwt daar
met zijn Zwitserse ‘lief’ en we zijn uitgenodigd. Het wordt een gigantisch en
bourgondisch feest wat een fortuin zou gaan kosten. Een jaar
later zit M., gescheiden, ‘drie hoog achter’ in Amersfoort. Wat sneu, wat een
drama en wat zonde van het geld!

Maar voordat we naar het huwelijksfeest afreizen bezoeken we
eindelijk de Militaire Begraafplaats, het moest er nu maar eens van komen. Ik
verwachtte een strak gemaaid groen veld met witte kruizen daar op de
berghelling, hoog boven de rivier de Piave. Het blijkt een zeer indrukwekkend
Mausoleum te zijn, wat al in 1939 is gebouwd en het huisvest 3465 gevallen soldaten
uit de WOI. Geen kruis te bekennen en het heeft dus niets met de Tweede
Wereldoorlog te maken. Dat had ik mij niet gerealiseerd. Het Mausoleum is een
architectonisch kunststukje en ligt op een prachtige en unieke plek. We blijven
er een tijdje en zien wederom geen enkele andere bezoeker. We zijn, toch wel onverwacht,
zeer onder de indruk. Ben en Paul hadden gelijk. In 2011 bezoeken we
‘Ehrenstätte Quero’ nog een keer met Stijn. Voor zijn opvoeding. Ook deze keer
zijn we de enigen.

Op 1 september 1997, een dag voor onze eerste ‘trouwverjaardag’, vertrekken we voor
een korte vakantie naar Brabant. J. is zes maanden zwanger van Stijn. Het kan
nog net, maar we houden het wel een beetje rustig. We bezoeken De Peel, het
kasteel van Heeswijk-Dinther én de Militaire Begraafplaats in Ysselsteyn.
Eindelijk. Ben had het natuurlijk al zo vaak verteld, maar eigenlijk dringt het
nu pas echt door dat we een begraafplaats gaan bezoeken waar gesneuvelde Duitse soldaten liggen. Ik parkeer de
auto. Er staat nog een auto met Duits kenteken, maar de parkeerplaats is verder
leeg. Het is er stil, net als in Quero. Hier geen Mausoleum, maar een ingang
via een pad door een stukje bos. Dan ontvouwt zich het zicht op een werkelijk gigantische
begraafplaats. Het beneemt ons de adem en we zijn er een tijdje doodstil van.
Er liggen hier meer dan 31.700 gesneuvelde Duitse soldaten uit WOII. Dat is ongeveer
vier keer zo veel als Margraten en Colleville! Wederom, ondanks de gigantische
afmetingen, is er geen mens te bekennen. Juist die stilte maakt het nog
adembenemender, intimiderend bijna. Wat een zinloosheid. Tot op de dag van
vandaag vertel ik af en toe over deze begraafplaats. Ik ben nog niet één keer
iemand tegen gekomen die het kent.

De ‘Volksbund Deutsche Kriegsgräberfürsorge’ is een
humanitaire Duitse organisatie die in opdracht van de Duitse regering de taak heeft
om de graven van Duitse oorlogsslachtoffers in het buitenland te beheren. Het
heeft tevens als doelstelling internationale samenwerking te bewerkstelligen op
het gebied van oorlogsgraven en jongeren aan te moedigen deze te bezoeken. De Volksbund heeft op dit moment 832
begraafplaatsen in 45 landen met ongeveer 2,7 miljoen oorlogsdoden in beheer!
Op elke begraafplaats ligt informatie en brochures voor bezoekers. Ik heb er
uiteraard ook een paar:

Ik heb deze maand vrij en Ben vroeg of we samen een keer
naar Ysselsteyn konden. Het was voor hem tientallen jaren geleden en het was
zijn droom om er weer eens heen te gaan. Ik vond dat ook ontzettend leuk.
Quality time met ‘Oop’ en de gelegenheid het verhaal nu eens helemaal goed te
horen. Op zijn studeerkamer hangt al vele jaren een zwart bordje met de tekst
‘Ein Deutscher Soldat’. Daaronder nog zo’n bordje met ‘Werner Kuhr’ 27-10-19 *
13-8-1941’. Werner is een soldaat die Ben bij de Gravendienst in 1952 ter aarde
heeft besteld. De bordjes heeft hij destijds als aandenken achterover gedrukt. Onder de bordjes hangt een foto van de begraafplaats in Ysselsteyn. Ben ziet ons
bezoek als een soort bedevaart. Naar zijn verleden en naar Werner. Het is
overigens, nu ik dit schrijf, 13 augustus. Het is Werner’s 75e
overlijdensdag. Toeval, u weet hoe ik hierover denk.

Je hebt gewone regen, stortregen, zeikregen, pisregen, plensregen,
enzovoort. Het is vandaag 2 augustus 2016 en als ik met Oop wegrijd in mijn
Ford Focus ‘nevelregent’ het. Vreselijk. Een niet aflatende super irritante
nevel van water. In de auto wordt het zicht zwaar belemmert omdat de nevel
miljoenen kleine druppels op de ruiten achterlaat. Je wordt van nevelregen ook echt
onwaarschijnlijk nat. Maar we zijn gewapend met meerdere paraplu’s, dus dat
gaat wel goed komen. Het navigatiesysteem kiest na verloop van tijd een route
die binnendoor gaat. Is dit ook Nederland? Bossen, akkers en af en toe een
boerderij en een dorpje. Er is geen zon en de nevelregen hult alles in een
overstelpende waas van druipend groen. De wegen zijn nagenoeg verlaten en de
route vormt een prachtig decor naar ons doel. Na bijna twee uur zijn we in Ysselsteyn
waar we eerst een bakkie met een ‘punt’ doen. We zitten net een paar honderd
meter over de grens van Brabant in Limburg, dus ik bestel een vlaai. Daarna rijden
we naar het ‘Deutsche Soldatenfriedhof’. Op het parkeerterrein staat, weer, één auto. Met een Duits kenteken. Het nevelt nog steeds, maar gelukkig iets minder. We
kuieren langzaam door de groene toegangslaan naar de begraafplaats. Vlak voor
het grote veld met de tienduizenden kruizen staat een huisje, het informatiecentrum.
We gaan naar binnen. Op een tafel liggen een paar grote zwarte boeken met
daarin op alfabetische volgorde de namen van de gevallen soldaten. Maar ‘Werner
Kuhr’ staat er niet in! Oop kan het niet geloven en is zeer teleurgesteld, maar ik
zie het niet zo somber in. Aan de overkant van het toegangspad staat nog zo’n
huisje en ik zie achter de vitrage wat beweging. Ik loop naar het huisje en tik
op de ramen. Er zit een man te lunchen die het onderhoud van het terrein doet.
Hij vindt het niet erg dat we hem storen. Hij kan Werner ook niet vinden in de
boeken en duikt een kantoortje in. Daar staan oude kaartenbakken en na even zoeken vindt
hij een kaartje, met, toevallig (..) een afwijkende kleur, van Werner. Hij moet
daar gewoon op het terrein liggen. Ben heeft de gegevens van de locatie bij
zich: BW-12-95. ‘Dat komt wel goed’ denk ik bij mijzelf. We maken nog een
praatje. De man onderhoudt samen met drie collega’s het terrein. Hij is in dienst
bij de ‘Volksbund Deutsche Kriegsgräberfürsorge’. Het zware maaiwerk wordt door
het Duitse leger gedaan. Het onderhoud is veel werk, maar stress zal je niet
krijgen. Wederom is er he-le-maal niemand en de stilte is overweldigend. De
regen valt nu zacht en samen met het dichte wolkendek wordt ieder geluid
gemaskeerd. Bizar stil gewoon. We zetten koers richting blok BW. Het is best een
stukje lopen, maar eenmaal aangekomen is de opluchting groot: het kruis van
Werner Kuhr staat er gewoon! Het ziet er anders uit dan vroeger want een aantal
jaren terug zijn alle kruizen vervangen. Ben heeft een pot met een bloemetje bij zich
en een kaart met tekst. Ben zet zijn pot neer en hangt de geschreven kaart in
plastic aan het kruis. Ik maak wat foto’s van het kruis met Ben en laat hem dan
een kwartiertje met zijn gedachten alleen. Ik vind het aandoenlijk en het doet
mij ook echt wat. Tijd. Het is een raar fenomeen.

(Een paar dagen na ons bezoek krijgt Ben een brief van het hoofd van het educatieve centrum van de begraafplaats in Ysselsteyn. Ze heeft het
bloemetje en de kaart gevonden. Ze vraagt of ze tijdens toekomstige
rondleidingen de kaart die Ben heeft achtergelaten aan het kruis van Werner mag
voorlezen. Zo zorgt Ben’s bedevaart dat er ten minste één soldaat niet helemaal
voor niets is gestorven.)

Na het kwartiertje lopen we nog een rondje en spreken af tijdens
een mooie herfstdag terug te komen. Dan kan Oop lekker op een bankje zitten en een
tijdje mijmeren. Vandaag is alles drijfnat en we kunnen alleen maar lopen of
staan. Maar Ben is desondanks super happy. Voor hem is de cirkel rond. We
scharrelen weer naar de auto. Het is weer harder gaan regenen en we zijn dankbaar
voor onze paraplu’s. In de uitspanning waar we ons bakkie hadden gedaan,
trakteert Ben op broodjes kroket, onze lunch.

In 1953 gaat het onderdeel van Ben ook een dagje kijken bij
de begraafplaats in Lommel in België, bij wijze van ‘informatief uitje’. Ben
wil vandaag daar ook graag naar toe. Het is een uur rijden van Ysselsteyn, een stuk
verder dan ik dacht. Maakt niet uit, we hebben de tijd. Lommel ligt net over de
Belgische grens en is ook een Duitse Militaire Begraafplaats. Niet te
geloven, maar het is nog groter dan Ysselsteyn en de grootste van West-Europa
buiten Duitsland. Er liggen hier 38.560 soldaten waaronder nog enkele uit WOI. In 1953 was het
nog een grote woestenij, nu is het helemaal gecultiveerd en de omgeving is
groen en parkachtig. Je moet naar binnen door een bouwwerk wat qua architectuur
op dat van Quero lijkt. Enigszins bombastisch. Beetje Albert Speer in het klein. Achter dat bouwwerk kom je bij
het gigantische terrein met de tienduizenden kruizen. Het nevelen is inmiddels
overgegaan in een stevige zomerregen wat wel een rustgevend geluid maakt op het
gras. Oop luidt nog even de bel die tegen de buitenmuur van het mausoleum is
gemonteerd. Net als jaren geleden toen hij hier met zwager Paul was. Paul was ‘not amused’ en werd toen kwaad op Ben. “Dat kan toch niet man, dat kan je toch niet maken?”.
Haha, Ben wel hoor. We lopen een stuk tussen de kruizen door en gaan dan terug.
Het regent gewoon te hard.
In (!) de ingangspoort is een soort café gevestigd.
Er staat een manshoog model van een Cornetto buiten en we besluiten een kop
koffie te gaan drinken. Binnen heerst er een Vlaamse gezelligheid van belang.
Het is behoorlijk vol en de met ouderwetse kleedjes gedekte tafeltjes zijn
voornamelijke bezet door ouderen. We vallen niet uit de toon… De mannen zitten
zonder uitzondering met grote flessen Stella Artois voor hun neus en er wordt
ook volop gegeten. Uit de keuken komen grote dampende borden voorbij met
pannenkoeken, aardappelen, salades, worsten, vlees, fritten, het is er allemaal.
Het is een rare uitspanning. We zitten tenslotte nog steeds op een
begraafplaats! België, het blijft een raar oord. Onze koffie is niet te zuipen. Bruin water. Oop rekent snel af
en we besluiten huiswaarts te keren.

De rit naar huis verloopt stroef. Vanwege de onophoudelijke
regenval zijn er uiteraard vrachtwagens omgevallen (waarom vallen die altijd om als het regent?) en hebben er diverse aanrijdingen plaatsgevonden. Met name rond Eindhoven
is het een puinhoop en onze totale vertraging is meer dan een uur. Ik drop Ben
thuis af en spoed me dan naar de training ‘Rook Vrij, Ook Jij’ in het
ziekenhuis. Het is de laatste en afsluitende sessie en ik ben twintig minuten
te laat. Het is niet erg. We praten nog wat na, krijgen een certificaat en
maken nog een groepsfoto. Dat was het dan.

Tijdens het naar huis gaan komt mijn verlate binnenkomst nog
even aan de orde. “Kwam je van je werk?” vraagt er iemand. Ik vertel over mijn
dagje uit met mijn schoonvader. De jongste deelneemster kijkt mij even aan en zegt
op vragende toon: “Duitse Militaire begraafplaats?” “Gesneuvelde Duitse
soldaten tijdens de Tweede Wereldoorlog” leg ik uit. “O, je bedoelt dat van
Oost- en West Duitsland, dat met die muur?”



ROKEN

WEBLOG Posted on Thu, August 11, 2016 00:26:08

Sinds 5 juli dit jaar rook ik niet meer. Van onze trainster moeten we zeggen: “Ik rook niet” en dat ‘meer’ moet we
weglaten. Zelfhypnose zal ik het maar noemen. ‘We’? ‘Trainster’? Ja, ik heb
mij in februari dit jaar bij de huisarts gemeld omdat ik wilde stoppen met roken.
Het moest maar eens afgelopen zijn. Ik werd toen verwezen naar de groepstraining ‘Rookvrij,
ook jij
’ in het ziekenhuis. Op 4 juni begon ik daar samen met een aantal lotgenoten een groepstraining met als doel te stoppen met roken. We werden begeleid door een zeer gedreven en
gerenommeerde trainster. Zelf is zij een ex-roker en werkzaam als verpleegkundig
specialist chronische zorg van longpatiënten. Dan weet je wel waar je het over hebt.

Ik ben op een wat afwijkende manier tot roken gekomen. In mijn
tienerjaren rookte echt het merendeel van de jongens. Het waren de seventies en we
droegen allemaal een mooi spijkerpak, reden een Puch of Tomos en in het
linkerborstzakje van ons spijkerjack stak een baaltje Van Nelle shag. ‘We’, dat is dan
met uitzondering van ondergetekende. Een spijkerbroek had ik dan wel, maar een brommer vond ik maar niets en, bovendien, ik rookte niet!

Geen haar op mijn hoofd die er aan dacht om te gaan
roken. Mijn vader’s vroegtijdige dood in 1974, hij werd slechts 51, had, behalve erfelijkheid,
beslist ook met roken te maken. Een pakje Lexington per dag (later Lex25) hielp daar beslist ook niet bij. Ik was trouwens als klein jongetje zijn ‘runner’. Elke zaterdag en misschien wel
vaker, haalde ik twee pakjes Lexington voor hem. Eerst huppelde ik een stukje door onze mooie laan, dan rechtsaf de hoek
om waar halverwege de volgende straat de kapper was gevestigd in een woonhuis. Het was zo’n ouderwets zaakje waar mannen met kwast en zeep werden geschoren en de messen werden geslepen aan
een leren riem. Jongetjes kwamen in hun drollenvanger lekker fris de zaak uit
met model bloempot, haha. Voor mijn dienst kreeg ik dan een centje die ik dan linea recta ging uitgeven aan snoep bij de buurtkruidenier. Mijn vader maakte met dat roken geen vrienden door
gewoon in de auto te roken als we op vakantie waren. Zonder airco en bij een verzengende hitte was dat natuurlijk uiterst hinderlijk en schadelijk voor de tere kinderlongetjes. Maar daar lag men toen allemaal nog niet van wakker. Na een eerste ziekenhuisopname voor hartproblemen moest hij stoppen met roken. Dat lukte niet en dan stond hij ‘s avonds stiekem achterin de tuin te paffen. Zielig vond ik het eigenlijk en ik realiseerde mij toen al dat stoppen met roken een taaie bezigheid is.

Dat we in de jaren zestig en zeventig niet wisten dat
roken slecht voor ons was, is een regelrechte verdraaiing van de werkelijkheid. Een
aperte leugen. Bij herhaling werd ons op de lagere- en middelbare school
voorgehouden dat roken slecht was. Ik herinner mij meerdere keren dat verpleegkundigen werden uitgenodigd om ons te overtuigen over de kwalijke gevolgen van tabaksgebruik. We werden dan vergast op dia’s met de meest afgrijselijk plaatjes van opengesneden rokerslongen. In de serie ‘Mad Men’, wat speelt in het begin van de jaren
zestig, komt het ongezonde aspect van roken ook uitgebreid aan de orde. Maar
het kwartje viel blijkbaar niet erg. Sterker, in de jaren zestig en zeventig stonden er tijdens verjaardagen bekertjes
op tafel met sigaretten naast de Duyvis pinda’s en kaas domino’s. Gastvrijheid ‘all over the place’. Mijn moeder rookte zelfs mee.
Het was geen potje.

Maar de jaren zeventig en begin jaren tachtig, gingen, wat betreft roken en alcohol, toch niet geheel aan mij voorbij. We zaten in de nadagen van love &
peace en in een transitie naar het egoïstische ik-tijdperk. We, de Nederlanders,
werden rijker en er was steeds meer geld voor vertier en we kregen ook meer
vrije tijd. Heel veel vrije tijd. Mijnheer Den Uyl was Sinterklaas tenslotte en als we een
pijntje hadden of eigenlijk niet zo veel zin in werk, konden we voor goed geld
tot Sint Juttemis in de ziektewet of WW. In zo’n cultuur deden we in onze
vriendenkring maar wat, totaal zonder focus. Uitzendbaantjes, vakanties, veel
niks doen en, natuurlijk, feesten! Drank en jointjes hoorden daar gewoon bij.
Ik was, uitzonderingen daargelaten, redelijk matig, maar gezond wil ik die
periode niet noemen. Ik was beslist geen ‘blower’, maar een jointje rookte ik af en toe wel mee. Ik zag dat niet als ‘roken’ en vond het bovendien erg lekker. Het mocht, mijn gebruik, allemaal geen
naam hebben en in die tijd waren de werkzame stoffen niet zo sterk als nu.

Voor degenen onder u die geen kennis van de materie hebben zal ik proberen kort samen te vatten wat dat blowen behelst. Blowen is het roken van een shaggie, een ‘joint’, gevuld met tabak en wat hasj of weed. Beide komen van de hennepplant, de Cannabis Sativa. Bij hasj gebruik je de hars van de plant. Die krijg je door de bloemtoppen te koelen, te zeven en te persen tot een groot soort bruin-zwart bouillonblok. Ik vind de geur van hasj ronduit heerlijk, nog steeds. Ons eerste grote concert was dat van Carlos Santana in de Ahoy van 9 december 1973. Je kon de lucht van hasj bijna letterlijk snijden. Vergeet ik nooit meer. Hasj was in de jaren zeventig de meest populaire softdrug. Wiet, ook wel marihuana genoemd, maak je door de bloemtoppen van de vrouwelijke hennepplant te drogen en te verkruimelen. Het lijkt een beetje op grove thee en heeft ook een typische en herkenbare geur.

De werkzame stof van Cannabis is THC. Hoe meer, hoe sterker de werking. Nederwiet van tegenwoordig heeft twee keer zoveel THC als in onze tijd en is dus heftig spul. Cannabis heeft natuurlijk een roeswerking, maar kent ook medicinale toepassingen. Afgezien van roken, kun je hasj door een cake doen en wiet door de thee. Bijvoorbeeld. De effecten zijn erg individueel…
Cannabis heeft een andere en vooral meer onschuldige uitwerking dan andere populaire drugs als speed, XTC, cocaïne, alcohol, enzovoort. Je wordt er vooral langzaam van, haha. Wiet werkt(e) bij mij helemaal niet, anders dan dat ik er beroerd van werd. Hasj vond ik heerlijk. Ik werd er super ontspannen van en heb er bijna geen slechte ervaringen mee. Een eet- en een lachkick, veel erger werd het meestal niet. Ik heb maar een paar keer de Grote Smurf op een bakfiets uit het stopcontact zien komen. Dat viel dus alles mee.

De foto hieronder is gemaakt op mijn ouderlijke zolder door vriend R. in 1980. Ik zit daar te midden van de reguliere puinhopen na een zaterdagavond. Kratten bier, lege flessen drank en volle asbakken. R. ‘crashte’ nog wel eens, dus reden om zo’n moment voor later vast te leggen. Voor de kenners: ik zie naast een LP van Zappa, ‘Layers’ van Les McCann staan. Typisch muziek die een avond uit die tijd zeer gepast begeleidde. Nog hallucinerender was ‘Inivitation To Openness”. Far Out!
De jaren tachtig werden voor mij de tijd van het reizen. Ook naar, toen, exotische oorden. Het was allemaal nog een beetje verkennen, het is tenslotte 30 tot bijna 40 jaar geleden! Veel bestemmingen waren nog onaangeroerd en niet verpest door het massatoerisme. Heel af en toe rookte ik met een andere reiziger een jointje, meestal op een idyllische en afgelegen plek natuurlijk.

Ik ontdekte in Nepal de Bidi (of: Beedi), het typische nationale sigaretje van India. Een bidi wordt gemaakt van gedroogd ‘Kendu’ blad en
gevuld met tabak. De smaak is sterk en kruidig en ik vond het wel wat en kocht af en toe een bundeltje. Veel
westerlingen dachten toen dat Bidi’s niet zo slecht waren omdat ze volledig
biologisch zijn. Helaas, ze staan stijf van de teer en nicotine en zijn
mogelijk nog slechter dan gewone sigaretten. Dat was te merken, want ik hoestte mijn longen er af en toe bijna uit. Bidi’s zijn heden ten dage nog steeds enorm populair in India. Niet
zo vreemd, een pakje van 20 stuks kost omgerekend 13 eurocent!

Af en toe ging ik eens mee met een ‘local’ om ‘Chai’ te
drinken en een Bidi te roken of een Bhang Lassi te drinken. Bhang wordt gemaakt
uit Cannabis en verwerkt in drank of voedsel. Het werd verkocht door officiële Bhang-shops
en het gebruik dateert in India van duizenden jaren terug en het gebruik heeft religieuze wortels. Er is wel een en
ander veranderd omtrent legalisatie van Cannabis en andere geestverruimende
stoffen in India, maar het fijne weet ik er niet van. Volgens mij trekt men zich er sowieso weinig van aan wat de overheid doet met dit onderwerp. Religie zit diep verankerd in de Indiase samenleving en 1,3 miljard mensen duw je niet zo makkelijk nieuwe wetgeving door de strot. Al met al cultiveerde ik zo’n beetje mijn rookgewoonte op het Indiase subcontinent.

Het duurde nog lang tot dat ik echt
dagelijkse rookte, misschien was ik inmiddels wel 35. Ik durfde er ook niet voor
uit te komen voor familie en sommige anderen. Ik had tenslotte nooit ‘echt’ gerookt en ik schaamde me rot. Uiteindelijk kwam ik toch uit de rookkast.

Mijn hele ‘rookloopbaan’ heb ik altijd lichte sigaretjes gerookt. Altijd Barclay, die later in Kent werden omgedoopt.
Aanvankelijk gewone sigaretten en op enig moment ging ik over naar menthol. Joints heb ik sinds de jaren tachtig overigens nooit meer aangeraakt. In de straat waar ik opgroeide en tot mijn 27e
woonde, kocht ik regelmatig een pakje Barclay. Maar niet bij de kapper, die was er inmiddels niet meer. Mijn leverancier had zo’n typisch winkeltje
waar er vroeger veel van waren. Een sigaretten- en kauwgomballenautomaat tegen
de buitenmuur en binnen, snoep, tijdschriften, prullaria en natuurlijk heel veel
sigaretten. Het winkeltje was recht tegenover een grote
scholengemeenschap gevestigd, dus de man deed geweldige zaken. Als ik zijn winkel
binnentrad stond hij altijd verwachtingsvol te kijken wat ik zou bestellen. “Een
pakje Barclay alstublieft” zei ik dan. Hij draaide zich vervolgens om naar de kast vol sigaretten en herhaalde dan steevast de bestelling in zichzelf: “een pakje Berklie”. Ik
heb er jaren sigaretten gekocht. Nooit wist hij wat ik kwam halen en hij bleef
de sigaretten halsstarrig ‘Berklie’ noemen. Haha. Het verhaal is bekend in mijn ‘circle of
trust’.

Ik riep altijd dat ik niet verslaafd was aan nicotine,
maar aan de gewoonte. Ik geloof dat nog steeds, maar dat weet ik pas over een
week of zes zeker. Ik kom daar nog op terug. Ik heb nooit heel veel last van
dat roken gehad. Een rokershoestje in de vroege ochtend, beetje sputum ophoesten (sorry) en de dag kon weer beginnen. Maar verder had ik nooit problemen met conditie en dergelijke. In de jaren negentig werd er nog volop in kantoren en
openbare ruimten gerookt, maar toen dat langzaam maar zeker verboden werd,
rookte ik eigenlijk alleen in de pauze op mijn werk en thuis vooral in de tuin.
Maar ik ging de laatste jaren steeds meer roken. Belachelijk veel eigenlijk en
de kosten kon ik niet meer voor mijzelf en mijn gezin verantwoorden. Dat het een
levensbedreigende gewoonte is wist en weet ik natuurlijk en dat weet iedere
roker. Kom daar alsjeblieft niet mee aan, dat werkt averechts. Nee, de nadelen
van roken zijn iedereen hoegenaamd bekend. Het is een verslaving mensen, en
geen geringe. Miles Davis slaagde in zijn leven, net als Keith Richards, alle
drank- en drug ‘habits’ achter zich te laten, behalve nicotine. Ik heb vele
jaren geleden een poging tot stoppen ondernomen, maar dat werd een jammerlijke mislukking waar bijna doden bij zijn gevallen. Niet echt natuurlijk, maar dat was geen succes, zoals u begrijpt.

Zoals al aangehaald, begon ik op 4 juni jl. met de groepstraining. De training ‘Rookvrij, ook
jij’, georganiseerd door SineFuma, behelst zeven bijeenkomsten van 1,5
uur waar de deelnemer in groepsverband gaat stoppen met roken. Na twee weken
voorbereiding stopt de groep tijdens de derde bijeenkomst. Daarna volgen er nog vier bijeenkomsten bij wijze van begeleiding.

Ik was als de dood voor de training. Onbegrijpelijk vond
ik dat sommigen, vriend RH bijvoorbeeld, van de ene op de andere dag, na tientallen
jaren roken, zo maar waren gestopt. Mijn schoonmoeder stopte na één dag ‘Allen
Carr’ in Rotterdam. Bizar. Mijn faalangst sprak ik niet uit maar was enorm, mede door
die irritante en zeer succesvolle zelf-stoppers in mijn omgeving. Nou ja, ik zou het mee gaan
maken.

De eerste bijeenkomst was wel confronterend. Er waren twaalf deelnemers en ik was de enige ‘gezonde’. Het was een zielig groepje mensen met
een scala aan mankementen zoals COPD, hart- en vaatproblemen, neurologische
aandoeningen en diabetes. Dat zet je toch ook wel aan het denken. Ed kwam met zijn gemotoriseerde invalidewagen. Gevalletje
apart wel, die Ed. Een leven lang was hij stratenmaker en enthousiast roker van zware shag. Ed bleek een rasechte liefhebber: hij rookte zelfs onder de douche, haha. Tot de
klap kwam en hij bijna het loodje legde. Hij had tegelijkertijd meerdere TIA’s én een hartaanval! De rest van de groep had bijna allemaal COPD en de jongste, een verpleegkundige van 25, zat hier al voor de tweede training. Vorig jaar had ze ook meegedaan en was daarna wel een tijdje gestopt, maar weer ten prooi gevallen aan de gewoonte. Heftig verslaafd dus! Wat ook wel duidelijk bleek: roken is niet echt een
gewoonte onder academici als ik het zo mag uitdrukken. Maar, eerlijk
is eerlijk, aardige mensen allemaal in mijn groep.

De trainster begon, na het voorstelrondje, met duidelijk
te maken dat de training zou worden ondersteund met hulpmiddelen:
nicotinepleisters of Champix of Zyban. Dosering in overleg met de huisarts. Sommige
deelnemers begonnen te sputteren vanwege de slechte reputatie van Champix. Daar
maakte onze trainster korte metten mee. Na een jaar is 7% van de zelfstoppers succesvol en ruim 50% van de stoppers die worden ondersteund met medicatie. Meten is weten! We
moesten dus kiezen en ik ging voor de Champix. Niemand koos voor Zyban, dat middel wordt ook bijna niet meer gebruikt vanwege de riskante bijwerkingen.

Champix zorgt dat het verlangen naar een sigaret én de
ontwenningsverschijnselen worden onderdrukt. Het middel blokkeert de receptoren
in de hersenen die ‘vragen’ om nicotine. Je moet het twee keer per dag nemen
gedurende 12 weken en dan pas weet je of je echt ‘rookvrij’ bent. Ik moet dus nog zes weken. Het middel heeft wel een
reputatie. Ik had een collega die plotseling lag te schuimbekken op de
keukenvloer. Hij werd met gierende sirenes afgevoerd en kon het nog maar net na vertellen. Volgens hem kwam het door de
Champix. Broodje Aap? Geen idee. Ik heb wel verschijnselen als slecht slapen en een beroerde stoelgang, maar dat kan ook aan de veranderde stofwisseling komen van het stoppen met roken.

Ik stopte dus samen met de anderen tijdens de derde
bijeenkomst. Ik dacht eerlijk gezegd dat ik de volgende dag wel weer zou gaan
roken. Maar dat viel mee. Sterker, dat viel 100% mee. Vanaf het moment dat ik ben gestopt heb
ik nauwelijks behoefte meer aan roken gehad. Onbegrijpelijk. Maar mijn mindset was ook inderdaad: ‘ik rook
niet, nooit meer’. Hoe het met de anderen verliep? Uitgezonderd één andere deelnemer had iedereen de grootste moeite de weken rookvrij door te komen. Sommigen hielden wel stand, maar vlogen tegen de muren op. De Champix gebruikers klaagden over allerlei bijwerkingen en een mevrouw met nicotinepleisters bleek zeer allergisch. Ik had er allemaal geen last van. Ik had wel een geheim wapen: de elektrische sigaret. Ik
miste de gewoonte op bepaalde momenten om even ‘iets’ te roken, het ritueel, iets inhaleren, het ‘dedicated’ moment. Voor een
tientje kocht ik op de tweede stopdag een mooie ‘Zensations’ met Cartridges zonder nicotine. Sommige
mensen fronsen wat als ik ze over mijn e-smoker vertel. Ze kijken me dan toch wat vertwijfeld aan met een blik die zegt ‘Ben je nou
gestopt of niet?’

Een e-sigaret is een vernuftig technisch apparaat. Ze
zijn inmiddels ver doorontwikkeld en tegenwoordig leverbaar zonder
nicotinevloeistof. Mijn Zensations heeft een verdamper met geïntegreerde
batterij en een opschroefbare cartridge met mondstuk. In de cartridge bevinden zich het 100% ongevaarlijke propyleen glycol en wat smaakstoffen. De cartridge
schroef je op de verdamper en door te inhaleren wordt er in de verdamper
waterdamp gemaakt, mét een smaakje, en dat adem je in en blaas je weer uit. Dat
geeft een ‘rooksensatie’. Maar het is niet veel anders dan met je verkouden
hoofd kokend water uit een teiltje inhaleren. Als je er dan Dampo bij doet heb je ook nog
de menthol smaak. Ik vind het een briljante uitvinding. Is het een vervanging
voor een sigaret? Beslist niet, maar het is een perfecte vervanging voor de gewoonte en de rituelen. Ik ‘damp’, zoals het heet, trouwens niet heel veel. Heel veel minder dan dat ik rookte. Vooral bij de momenten waar ik vroeger ook graag een sigaretje bij rookte. Bij de koffie, na het eten en een glaasje alcohol. Overigens, als ik denk aan een echte sigaret neem ik een gewoon
kauwgummetje, werkt ook prima. Ik ben echt super happy met mijn e-smoker. Zonder dat apparaat had ik het echt heel moeilijk gekregen. Hieronder in het etuitje een starterset (tientje) en daaronder de e-smoker in losse onderdelen.

De training in een groep, de stimulerende leiding van de
trainster en de adder onder het gras zorgde er voor dat ik relatief makkelijk
ben gestopt. De adder was dat voorafgaand aan iedere training er bij
binnenkomst geblazen moest worden (net als bij alcohol) om koolmonoxide in het
bloed te meten. Als je gerookt had in de week er voor, dan kwam dat aan het
licht! Niemand wil zo’n afgang voor zijn groep. Erg slim.

Tsja, nu nog een aantal weken aan de Champix. Ik ben
overuigd dat ik er wel doorheen ben, in de basis. Ik weet wel dat de trek naar
sigaretten blijft, nog vele jaren. Nou ja, daar probeer ik mij doorheen te slaan. Ik hoop dat over zes weken de receptoren ‘doof’ zijn geworden voor nicotine. Maar ik ben blij dat ik zo ver gekomen ben en inmiddels veel geld heb bespaard en een groot aantal lichamelijke gezondheidsrisico’s, nu al, heb geëlimineerd.

De laatste trainingsdag ben ik twintig minuten te laat.
Verdorie. Ik was een dag met mijn schoonvader op pad geweest. Onder andere naar
de Duitse Militaire begraafplaats in Lommel, net over de grens in België. Het
regende de godganse dag en, ja hoor, ondanks de vakantie stond het bij
Eindhoven muurvast. Maar het was niet erg. Het was de laatste meeting en het
was nog een kwestie van afronden. We kregen bovendien een echt certificaat! O ja, er waren gedurende de rit drie afvallers en ik krijg net een app dat er inmiddels weer twee zijn gaan roken. Dat is toch wel enorm zonde…
Tijdens het naar huis gaan kwam mijn verlate
binnenkomst nog even aan de orde. “Kwam je van je werk?” vroeg er iemand. Ik
vertelde over mijn dagje uit met mijn schoonvader. De jongste deelneemster keek mij
even aan en zei op vragende toon: “Duitse Militaire begraafplaats?” “Gesneuvelde Duitse soldaten
tijdens de Tweede Wereldoorlog” legde ik uit. “O, je bedoelt dat van Oost- en
West Duitsland, dat met die muur?”

Wordt vervolgd…



JAMES BOND – SPECTRE

WEBLOG Posted on Sat, January 02, 2016 23:29:53

Gaan wij graag naar de film? Beslist. Gaan wij vaak naar de
film? Nee, eigenlijk niet. Per jaar een paar keer en dat is nog ruim genomen.
Waarom niet vaker? Niet altijd met een reden eigenlijk, het komt er gewoon niet van. Ik schrijf eigenlijk zelden iets over een
film of een TV-serie. Daar wordt al voldoende over gepubliceerd en als het me
te weinig roert in positieve of negatieve zin, dan voel ik ook geen drang om er
iets over te schrijven. Ja, vorig jaar. ‘Interstellar’, de onzinnigheid en
pretenties van die film gingen mij echt te ver en daar maakte ik mij wél druk
om. Uiteraard zijn er wel belangrijkere dingen in het leven, maar politiek en
al te zware zaken vermijd ik doorgaans in mijn stukjes. Het moet wel leuk
blijven en daarom schrijf ik, meestal, over luchtiger zaken waar ik mij ‘druk’
om maak. ‘Interstellar’ bijvoorbeeld. Of James Bond.

Deze week bezochten we ‘Spectre’, de nieuwste versie van de
007-reeks. De halve wereld had de film al gezien en, mede vanwege de positieve
ontvangst, vonden wij dat het tijd werd ook eens te gaan kijken. Gezellig samen
naar de film. Nu is een ‘positieve ontvangst’ in de pers voor mij doorgaans een
rede om op mijn hoede te zijn. Laat ik zeggen dat het een ervaringsgegeven is.
Niet per definitie natuurlijk, maar toch. De periode tussen kerstmis en oud- en
nieuw staat garant voor veel bezoekers en ik verwachtte bij een dergelijke film
geen stil en gedisciplineerd publiek. Onze planning was eigenlijk niet helemaal
optimaal. Het beloofde dus een spannende avond te worden in meer dan één
opzicht.

Eerst wat ‘data’ op een rijtje. Spectre heeft op dit moment
(eind december 2015) een omzet gerealiseerd van bijna 851 miljoen dollar. De grens
van een miljard dollar wordt begin volgend jaar zeker overschreden! Het productiebudget
bedroeg $ 245 miljoen. Hoofdrolspeler Daniel Craig mocht na het afronden van de
opnamen $ 39 miljoen dollar op zijn rekening tegemoet zien. Indrukwekkende
cijfers en dan mag je als toeschouwer ook wel wat verwachten, dunkt mij.

We waren mooi op tijd in zaal 6 van onze nieuwe
streekbioscoop. Niet de grootste zaal en dus moesten we de surroundsensatie
‘Dolby Atmos’ ontberen én de 3D-versie. Dat laatste willen we in ieder geval
niet omdat die technologie onverenigbaar is met onze overgevoelige ogen en hersenen.
De zaal zat inderdaad bomvol. Ik had veel jongelui verwacht maar de
samenstelling was vooral mannen van 40 plus en vaders met hun zoontjes van,
laten we zeggen, 8 tot 12 jaar oud. Ik kom daar later nog even op terug.

De openingsscène van ‘Spectre’ is een cinematografisch
hoogtepunt van de eerste orde! Werkelijk GEWELDIG! De film opent met een shot
van Plaza de la Constitución in Mexcico City. Het plein is zwart van de mensen
en als de camera dichterbij komt zien we dat we in een feestgedruis zijn beland
van verklede mensen en enorme praalvoertuigen. Het is de dodenparade van de
‘Dia de los Muertos’, een jaarlijks feest in Mexico. Iedereen is verkleed in macabere
kostuums en gegrimeerd als zombies. De begeleidende muziek is die van een
opzwepende ‘batteria’ zoals bekend van de Latijnse carnavals.
Dan wordt
ingezoomd op een gemaskerde persoon in een donker pak waar een wit geraamte op
is geschilderd. Hij loopt met stevige pas door de menigte. Zijn pas wordt
gekruist door een man in een vergelijkbare uitmonstering met een fraaie gekostumeerde dame aan zijn zijde.

De camera wisselt dan in een vloeiende
beweging van de man naar het stel en volgt hen als ze het ‘Gran Hotel Ciudad de
Mexico’ binnen gaan. Normaliter zou er dan een ‘cut’ zijn, maar de camera loopt
naadloos door en volgt het koppel de trap op, de lift in en naar de hotelkamer
waar ze de maskers afdoen. We herkennen Daniel Craig als Bond. De twee geven
elkaar een kus. We zitten nog steeds in de eerste take. De dame loopt uit beeld
om zich op te frissen waarna Bond een automatisch geweer tevoorschijn haalt uit
een tas. Hij klimt uit het raam en naar het platte dak, loopt een stuk over de
rand van het dak en verschanst zich aan het einde achter een opbouw. Hij
bespiedt door de kijker van zijn geweer een groepje mensen achter een raam aan
de overkant van de straat. Bond beluistert hun gesprek met een richtmicrofoon
en lost vervolgens een salvo op hen waarna een explosie achter het raam volgt. We
zitten nog steeds in de eerste take! Het oude gebouw aan de overzijde van de
straat kan de ontploffing niet meer hebben en zakt langzaam in elkaar, een deel
van het gebouw meenemend waar Bond zich op bevindt. Hij weet behendig heen en
weer springend het neerstortende puin te
ontwijken en glijdt soepel van een onder 45 graden vallende muur naar beneden en
ploft dan op een bank die er ‘toevallig’ staat. Links en rechts dendert het
puin om hem neer. Bond staat op, doet zijn stropdas recht, veegt het stof van
zijn jasje en loopt stoïcijns weg. De toon is gezet. Van mij kan de film niet
meer stuk. Ik moet me inhouden om niet te applaudisseren. Een SUBLIEME opening!
Misschien wel de mooiste die ik ooit heb gezien!

Maar… de opening blijkt ‘by far’ het hoogtepunt van de film.
Helaas. Zo gedetailleerd als hierboven zal ik er verder niet op in gaan, maar
Spectre is vooral NIET spannend. Het plot lijkt wel geschreven door een kind en
er zit werkelijk geen enkel moment in dat je je afvraagt hoe dat nu allemaal
moet aflopen met onze 007. De regels van ‘suspense’ worden met voeten getreden
en de kijker komt werkelijk nergens in een spanningsboog terecht, althans, verhaaltechnisch. Daniel Craig
vind ik als Bond echt helemaal niks (J. ook) en dat helpt natuurlijk niet. Het
vrouwelijk deel van de Bond liefhebbers schijnt hem het meest sexy van alle
Bond acteurs te vinden. Schiet mij maar lek. De ‘Bond girl’ deze reis is de
Francaise Léa Seydoux. Aardig meisje hoor en vast een geweldige actrice, maar
allemachtig, wat een nietszeggende rol. Dat men de humor en de onderkoelde
‘over acting’ van bijvoorbeeld Roger Moore en Pierce Brosnan heeft losgelaten
ten faveure van wat meer spanning is een keuze. Blijkbaar om dichter bij het oorspronkelijke Bond-karakter te komen van Ian
Fleming’s boeken. Ik vind dat ontzettend jammer,
maar ja, ik ga er niet over. Ik vind wel, als je die kant op wilt, dat dan ook het verhaal geloofwaardig en echt spannend moet worden. Kies niet voor een ‘Bond Girl’ maar voor een ‘Bond Bitch’. Ik weet
wel iemand: Lilli Simmons uit de HBO-serie ‘Banshee’. Gratis tip aan Sam
Mendes, de regisseur, voor de volgende 007-versie.

Vonden we de film dus verder niets? Nee, dat is ook weer
niet het geval. Spectre is schitterend geproduceerd en geschoten op prachtige
locaties als Marokko, Rome, Oostenrijk, Londen en natuurlijk Mexico City. De Nederlander
Hoyte van Hoytema was verantwoordelijk voor het camerawerk en heeft zijn werk
meer dan uitstekend gedaan; de fotografie en belichting is werkelijk excellent. Over de casting heb ik het al een beetje gehad, maar niet over de 1500 figuranten die allemaal speciaal werden gegrimeerd en ‘dodenkostuums’ kregen aangemeten voor de openingsscène. Indrukwekkend. Het tempo van Spectre is voor het grootste gedeelte goed, hoewel ik in een paar
scènes nog wel het mes zou willen zetten. De muziekkeuze door Sam Mendes
(American Beauty) is prima. De ‘theme song’ van Sam Smith, ‘Writing’s on the
Wall’, vind ik daarentegen een gedrocht. Maar dat is een kwestie van voorkeur, misschien vindt u het wel prachtig. Het is behalve na de openingsscène verder niet meer te horen in de film, dacht ik.

Behalve de opening vonden wij een ander hoogtepunt de schitterende
en sfeervolle scène in Rome met Craig en Monica Belluci. Geschoten op locatie
bij het Museo della Civiltà Romana en Villa di Fiorano, alleen de namen staan
al garant voor mooie fotografie. De 50-jarige Belluci (tijdens de opname) trekt
natuurlijk volledig de aandacht naar het scherm, daar hoeft ze niets voor te
doen.
De muziek tijdens deze scène is zonder twijfel de mooiste uit de film: Vivaldi’s
Nisi Dominus: ‘Cum dederit delectis suis somnum’ door contratenor Andreas
Scholl. Wonderschoon! Scholl lijkt hier wel op Cecilia Bartoli, maar dat komt
door zijn ‘alto castrato’ stem. Een geweldige en gedurfde muzikale keuze voor
een Bond film.

Spectre bevat opmerkelijk veel rustige passages voor een
actiefilm. Maar gelukkig was, zoals gezegd, het publiek in onze zaal muisstil. Behalve
op de stoel direct aan mijn linker zijde… Daar zat een ventje van een jaar of
10 met een bak popcorn zo groot als een kantoorprullenbak. Welke mongool
verkoopt dat nou in een bioscoop? Hij was met zijn vader en zij zaten al toen
wij arriveerden. Vanaf het moment dat ik ging zitten hoorde ik in mijn linker
oor onafgebroken ‘crunch, crunch, crunch, crunch, crunch, crunch, crunch,
crunch, crunch, crunch’. Het was het constante gekraak van de popcorn tussen de
malende kiezen van het baasje naast mij. Hij was ook nog verkouden en onderbrak
zijn geknaag om de minuut door zijn neus zeer luidruchtig te schrapen en op te
halen. Dan was het een paar tellen stil en dan begon het weer. ‘Crunch, crunch,
crunch, crunch, crunch, crunch, crunch, crunch, crunch, crunch’. Schrapen,
slikken en weer ‘crunch, crunch, crunch, crunch, crunch, crunch, crunch,
crunch, crunch, crunch’. Na twintig minuten, de film moest nog beginnen, vroeg ik
J. of zij haar wurgkoordje bij zich had. Ze was het deze keer vergeten en bood
mij daarom lief aan van plaats te wisselen. De lieverd. Ze is niet zo
hypersensitief als ik en ze spaarde door de wisseling het ventje zijn leven en
mij enkele decennia brommen achter de tralies. J. vroeg het mannetje na een
tijdje wel of hij iets zachter zijn neus op kon halen. Haha. Daarna niets meer
gehoord. De ‘prullenbak’ was na tweeënhalf uur onafgebroken ‘gecrunch’ nog niet
voor een derde leeg.

O ja, de auto’s. Een Aston Martin DB10 voor Bond. Prachtige auto hoor, maar
een zilvergrijze? Hoog tijd voor een knalrode lijkt mij, of een gele, of een gifgroene, enzovoort. Wat denkt u van de Jaguar CX-75 concept car die 007 in Rome achtervolgt?

Aan het
einde van de film rijdt Bond weg met een gerestaureerde Aston Martin DB5 uit
1964. Je ziet alleen maar de achterkant en dat vind ik als liefhebber dan
weer erg jammer. Gemiste kans en dat maak ik nu maar even goed. Hieronder Sean Connery (dat is pas een ‘Bond’) met zijn originele DB5 uit Goldfinger.

Tenslotte nog even over de ‘Día de los Muertos’. Ik had er
echt nog nooit van gehoord. Het is een Mexicaanse feestdag die men viert tussen
31 oktober en 2 november. Men viert dan dat de zielen van overleden kinderen en
volwassenen naar de aarde terugkeren. De oorsprong is terug te herleiden naar
een Azteken festival gewijd aan de godin Mictecacihuatl. Fascinerend gegeven
toch? Spectre laat een vrij monochrome versie zien van het feest door het wat
gelige filter dat men heeft gekozen tijdens de Mexicaanse scènes. In
werkelijkheid, als je naar plaatjes op Google kijkt, is het een zeer kleurrijke
aangelegenheid. Het ziet er allemaal
spectaculair maar ook wat morbide uit. Mochten we rond die tijd ooit eens daar zijn , dan gaan we zeker kijken. Dat kennen we in Europa toch niet. Meer
informatie vindt u hier: http://tinyurl.com/ox5ue8k

Al met al ben ik (zijn we) echt niet negatief over de film. Houdt u
van mooie plaatjes kijken en regelmatig wat spektakel, dan bent u met Spectre
goed bediend. Wilt u een spannende film zien met inventieve plotwendingen en
een goed verhaal? Vergeet het dan maar. Wij hebben een prima avond gehad, maar
geen onvergetelijke, behalve de opening dan. Fantastisch!



1 JANUARI 2016

WEBLOG Posted on Sat, January 02, 2016 12:21:39

Het is vrijdag 1 januari 2016 enkele minuten na middernacht.
We hebben de omhelzingen en felicitaties binnen ons kleine familie net achter de rug en gaan naar buiten om naar het vuurwerk te kijken. Ik heb er nog nooit een cent aan uitgegeven,
behalve voor Stijn toen hij wat kleiner was. Maar als iemand wat leuke vuurpijlen heeft om af te steken dan vinden we dat
best een aardig schouwspel. Bovendien is het dan altijd gezellig op
straat. Glaasje Champagne er bij, helemaal goed. We staan net een paar tellen buiten als een witte rokende cilinder van een centimeter of tien voor
onze oprit rolt. Ik hoor van de overkant nog iemand roepen ‘sorry’, waarna
een verblindend wit licht volgt en een oorverdovende dreun ons bijna tegen de vlakte slaat. Ik hoor een harde fluittoon en ben daarna enkele seconden volkomen doof. We vluchten naar
binnen, totaal verbouwereerd. We durven die avond niet meer naar buiten. De
volgende ochtend blijkt er door het vuurwerk-projectiel een gat in het achterspatbord van J.’s auto te zijn geslagen. Hij is fijn. Ik lig het grootste deel van de eerste dag van het jaar op bed, ziek van de hoofdpijn en met piepende oren. Lekker begin van het nieuwe jaar. Uiteraard was het illegaal
vuurwerk. Het kwam van de overburen en we hebben het al met hen besproken. Details
laat ik hier verder achterwege. Het piepen is gelukkig een stuk minder, maar ik hoor mij
zelf nog wel een beetje nagalmen als ik praat. Ik hoop wel dat dat snel verdwijnt.

Gisteren heb ik een online petitie getekend om
particulier vuurwerk te verbieden. Citaat van de website van de NOS: ‘Tijdens
de jaarwisseling is voor zo’n 13 miljoen euro schade aangericht aan bezittingen
van particulieren. Dat is 4 miljoen meer dan vorig jaar, blijkt uit schattingen
van het Verbond van Verzekeraars.’ Leest u het goed? Het gaat om schade aan particulier bezit. Wat er aan publiek eigendom is vernield moet daar nog bij! Daarnaast zijn er enkele doden (allemaal tieners…) en vele zwaar gewonden te betreuren.

Mijn hele leven, zolang ik mij kan
herinneren, heb ik al een pesthekel aan dat infantiele klote ‘feest’. Gek word ik van dat dagenlange stupide neurotische geknal. Dan zijn er ook nog van die ongelofelijke hufters die illegaal spul in huis halen. Misdadig. Hoe kan het zijn dat dit allemaal juist gebeurt in een land waar de grootste vuurwerkramp aller tijden plaats vond? Er waren 23 doden, bijna 1000 zwaar gewonden en een weggevaagde woonwijk te betreuren. In een kettingreactie kwam er uiteindelijk 177.000 kilo vuurwerk tot ontploffing! Na zo’n gebeurtenis neem je toch maatregelen en verbied je particulier vuurwerk toch met onmiddellijke ingang? Nee hoor, het is allemaal weggepolderd. Beleidsmakers in Nederland? Waardeloze zakken zijn het allemaal! Maken jullie je maar lekker druk of we 120 of 130 mogen rijden en bouw nog maar een mooie kolencentrale. Laat me niet lachen.
We (onze familie) zijn echt niet tegen mooi siervuurwerk, maar willen dat graag overlaten aan ‘instanties’ en specialisten. Als er dan nog steeds zielepoten zijn die een vermogen uit willen geven om ‘Syrië & Irakje’ te spelen, reserveer dan een braakliggend terreintje voor ze met een hoge schutting er omheen. Kunnen ze daar lekker hun testosteronfrustratie botvieren en elkaar bekogelen met illegale shit en lawinepijlen, dan hebben wij er geen last van.

Hierboven de foto’s van de afgelopen drie jaarwisselingen. 2013/2014 vierden wij op een boot op de Nieuwe Maas en precies om 0.00 uur lagen we voor de Erasmusbrug. Geweldig was dat. Zo kan het dus ook. Vorig jaar, het middelste plaatje, waren we naar de Efteling en daaronder een foto van 1 januari 2016.

Zo. ik heb mijn azijn weer even gepist. Excuses voor de ferme taal, maar het lucht wel lekker op, dat kan ik u verzekeren.

Ik wens iedereen een gezond en
voorspoedig 2016
toe. Dat dan weer wel!



HET LEVEN IS EEN PIJPKANEEL

WEBLOG Posted on Tue, December 08, 2015 21:16:14

‘Het leven
is een pijpkaneel, elk zuigt eraan en krijgt zijn deel’. Voor mij is het een bekende spreuk want mijn moeder
hanteerde hem van tijd tot tijd. Voor anderen zal het wel archaïsch taal gebruik zijn. De etymologie en herkomst er van zijn niet
helemaal helder. Het schijnt een variant te zijn op een tekst van Joost van
den Vondel. Het is een vreemde uitdrukking overigens. Kaneel wordt gemaakt door
de rolletjes bast, het pijpkaneel, te malen tot poeder. Wie zuigt daar nu aan?
Misschien wordt de kaneelstok van de kermis er mee bedoeld. Maakt niet uit, de
betekenis is wel duidelijk: iedereen krijgt in het leven het zijne en soms zit
het mee en soms zit het tegen. Het is van toepassing op ons allen in dit
ondermaanse. Ook al hebben we vaak het idee dat bij sommigen ‘de duivel altijd
op dezelfde hoop schijt’ of juist andersom. Eigen schuld, dikke bult of heeft het
toch met de stand van de sterren te maken? Beetje van allebei
misschien, wie zal het zeggen?

Bovenstaande
introductie heeft te maken met ons ‘deel’ van het pijpkaneel. Het had dit jaar
te vaak een bittere smaak. Het leek en lijkt (..) wel niet op te houden. U kent
dat ook wel. De ene ellende volgde in en rondom ons gezinnetje de andere op. Nou klinkt dat wel erg zwaar,
want we hebben ook genoeg leuke dingen meegemaakt en onze succesjes geboekt. Maar
ja, de dood van één van mijn beste vrienden, verlies van een baan, de druk
van het solliciteren en starten bij nieuwe werkgevers (J. en ik), de spanning van
een nieuwe studie mét gebroken sleutelbeen (Stijn), de emotie van het
overlijden van mijn moeder en de begrafenis, het werk en gedoe van de
ontruiming, een ernstige ziekte in de familie én allerlei onaangename financiële
‘verrassingen’ in een tijdsbestek van minder dan tien maanden was en is
allemaal wel erg veel. Het trekt een zware wissel op energie, wilskracht,
motivatie en gemoed.

Al een paar
jaar ligt ‘Tonio’ van A.F.Th. van der Heijden bij ons op boekenplank onder de
salontafel. Ik heb het nooit durven lezen. Tonio, de enige zoon van het gezin
van der Heijden komt bij een verkeersongeval in 2010 om het leven. Tonio is dan
21. Het verhaal komt te dichtbij en ik heb mij nooit durven verplaatsen in de
emoties van een dergelijke rampspoed. In onze familie hebben we een
vergelijkbare portie al gehad… Sommigen vroegen zich af in 2012 waarom Van
der Heijden het boek publiceerde, alsof hij er een commercieel slaatje uit had
willen slaan. Belachelijke veronderstelling natuurlijk. Het is de drang om een
dergelijk verdriet een plaats te geven, het hanteerbaar te maken. Volledig
verwerken gaat nooit lukken, het verdriet gaat mee het graf in. Maar je kunt
het wel ‘materialiseren’ zodat het zijn eigen plek krijgt. De weg voor een
schrijver is dan uiteraard een boek.

Mijn schoonvader deed hetzelfde, voor de meesten van u hoef ik daar verder niet over uit te wijden. U kunt zijn boek volgens mij nog steeds bestellen als u interesse heeft: http://tinyurl.com/gkrdelm

Een boek heb
ik nooit geschreven, althans, nooit gepubliceerd. Echter, de cumulatieve tekst
van acht jaar website/weblog is op dit moment meer dan 800 pagina’s A4. De
strekkende meter reisdagboeken vertegenwoordigt ook nog een hele berg tekst. Ik
durf mij dus inmiddels wel tot het schrijvende gilde te rekenen. Mijn lezers
zijn maar een beperkte groep van intimi en af en toe een ‘voorbijganger’. Aan
de ‘grote klok’ hangen van zaken doe ik dus niet, daar is mijn ‘circle of trust’
te klein voor. Maar de drang om zaken vast te leggen en te delen heb ik al van
kleins af aan. Sinds de komst van internet kan ik mijn roerselen ook nog makkelijk
elektronisch verspreiden en dat vind ik prettig. Het is misschien wel dwangmatig; het anoniem overgaan van vast naar stof speelt daar ook wel een
rol in. Dat een mens geboren wordt, leeft en dood gaat als ‘A ship that passed
in the night’, vind ik een lastig concept. Die vergetelheid wil ik niet en ik
denk dat ik daardoor, onbewust, een leven lang van fotograferen en schrijven
achter mij heb. Die nalatenschap staat tenminste. Van mijn moeder heb ik het
vastleggen van het dagelijks leven wel een beetje geërfd. In haar leven schreef
zij lange brieven naar een vriendin die een mooi beeld geven van gezin en tijd in de
jaren vijftig en zestig. Medio jaren zeventig begon zij met het maken van
plakboeken en hield dat bijna vol tot aan het einde. Ik kom er straks nog op
terug. We hebben eindelijk een bruggetje naar het onderwerp van dit epistel :
sterfelijkheid. Ik wil u in dat verband meenemen in de nasleep van een
overlijden. Gewoon, omdat het allemaal bij het ‘pijpkaneel’ hoort en ik het een
plek wil geven op mijn manier, zoals het mij betaamt.

Het
overlijden van mijn moeder kwam toch nog onverwacht en snel. Daar was zelfs een
rit op de Autobahn zonder snelheidsbegrenzing niet tegen opgewassen, zoals u
eerder hebt kunnen lezen. Het was ‘een mooie dood’ zegt men dan en zo zie ik
dat eerlijk gezegd toch ook wel. Ik ga hier verder niet al te veel in op de
emotionele kant van de zaak, maar wel op de praktische, want daar hadden we ons
toch aardig in vergist. Mijn moeder woonde in een aanleunwoning sinds haar
65e. Het was op dat moment een nagelnieuwe flat met woonkamer,
slaapkamer, logeerkamertje en badkamer. Lekker overzichtelijk. Als je moeder negentig
is dan weet je dat het einde nabij is en we (ik, mijn zus en J.) zagen geen grote
problemen mocht het eenmaal zo ver zijn. Mijn moeder had geld gespaard voor de
begrafenis en haar wensen voor de uitvaart netjes vastgelegd. Ze zou worden
bijgeplaatst bij onze vader in het familiegraf, dus dat leek verder ook geen
punt. Haar woning was gelijkvloers, compact en strak zonder rare hoeken en
gaten, rommelzolder en zelfs geen berging. Dus de ontruiming zou ook wel los
lopen. Foto’s en dia’s verzamelen, even door de administratie, ‘kunst en
kitsch’ van elkaar scheiden, ontruimingsclub er doorheen en klaar was Kees.
Nou, dat pakte allemaal toch even anders uit.

In de nacht
van het overlijden moesten wij al direct een afspraak maken met de uitvaartverzorging,
Monuta in ons geval, om de eerste praktische zaken te bespreken. We zouden de
vertegenwoordiger van Monuta de volgende dag ontmoeten in het appartement van
mijn moeder. Zo gezegd zo gedaan. Ik dacht dat we met een uurtje er wel
doorheen zouden zijn. We startten om elf uur ‘ochtends en om half vier ’s middags
waren we pas klaar. Dat hadden we niet verwacht. Allemachtig, wat moest er veel
geregeld worden, maar gelukkig nam de uitvaartverzorging ontzettend veel uit
handen. Er bleef echter genoeg voor ons over zoals de datum van de begrafenis
vaststellen, adressen verzamelen voor de rouwkaarten, rouwkaart uitzoeken, rouwkaarttekst
opstellen, begrafeniskleding voor mijn moeder kiezen, uitvaart bespreken (hoe, wie,
wat, waar, wanneer, transport enzovoort), kist uitzoeken, lint uitzoeken, boeket
uitzoeken, tekst opstellen van toespraken, keuzes maken over koffie, drankjes
en hapjes, vrienden en andere naasten informeren voordat de rouwkaarten op de
bus gaan, zaken op het werk regelen, enzovoort, enzovoort. Ook zoiets banaals
als het overleg van de kosten hoorde er bij. Dat ging de hele week zo door tot aan
de uitvaart. De dag van de uitvaart liep alles op rolletjes en we kunnen daar
tevreden over zijn en als een goede herinnering koesteren. Het was een gepaste
afronding van een lang leven.

Parallel aan
het voorbereiden van de uitvaart en de periode er na moest er nog een oceaan
aan administratieve en operationele ‘regel-dingen’ worden gedaan. Zaken die
hadden te maken met telefonie, water, gas, elektra, kranten, post,
verzekeringen, lidmaatschappen, belastingdienst, geldzaken en noem het maar op. Mijn zus en ik hebben voortvarend de taken op ons genomen en uitgevoerd met,
uiteraard, ondersteuning van J. van tijd tot tijd. In grote lijnen deed mijn
zus vooral het papierwerk en ik de wat meer stoffelijke zaken. Een perfecte
samenwerking overigens waarbij wij gedurende bijna twee maanden 100% op één lijn
zaten. Dat hoor je wel eens anders. Het aantal en soort acties werd de eerste
dagen zo onoverzichtelijk dat we er een Excel-bestand voor hebben opgesteld,
niet te geloven toch? Hieronder een screenshot van een deel van de lijst.

Nog iets
waar we wat te makkelijk over hadden gedacht: het graf. Mijn vader was al in
1974 overleden en mijn moeder had het grafrecht steeds verlengd om t.z.t. te
worden bijgeplaatst. Een familiegraf dus. Het klinkt wat zakelijk, maar wij
dachten dat het open maken van het graf, bijplaatsen, een paar lettertjes op de
grafsteen erbij en wat opknapwerk voldoende zou zijn. Dat pakte natuurlijk óók
weer anders uit. In 1974 gebruikte men geen geprefabriceerd beton als grafzerk (het liggende deel).
Beton werd toen ter plekke gemaakt en de zerk werd gewoon in een kleine
bekisting boven het graf gemaakt. Na 41 jaar bleek het beton zo goed als
verrot. Nieuwe betonnen zerk dus. Prefab dit keer. De lettertjes waren van
koper en identieke moesten speciaal worden besteld. U wilt niet weten wat dat
kost… Het transport en afvoeren van het oude beton, herstel van het graf, transport
en plaatsen van een nieuwe betonnen plaat met afwerking én de nieuwe lettertjes
resulteerden in een kostenpost waar we van achter over sloegen. Mijn moeder had
heel braaf gespaard voor de begrafenis, maar de kosten van deze post waren niet voorzien en
dat was even slikken.

Toen was de
woning aan de beurt. Ik zal u een oeverloze lange verhandeling besparen maar
het was werkelijk ongelofelijk wat er, toch, allemaal tevoorschijn kwam aan
papierwerk, correspondentie, administratie, foto’s, knipsels, kunst, kitsch en
werkelijk honderden ‘artefacten’ (prullaria eigenlijk). Het moest allemaal door
onze handen en over alles moest een beslissing worden genomen. Ik had via een
vriend een tip gekregen van een ontruimingsbedrijf die professioneel woningen
ontruimen. Echt een fantastische club die ik iedereen kan aanbevelen (CVS in
Leiden). Na een bezoek door CVS aan de woning en een aantal weken bijna
dagelijkse communicatie via telefoon en mail (en het mailen van héél veel
foto’s) waren we zover dat we de boedel hadden gescheiden in: 1. Bewaren en
meenemen naar huis. 2. Af laten voeren door CVS naar grofvuil of
kringloopwinkel. 3. Afvoeren door CVS naar Marktplaats Helper (‘Google’ maar). 4. Transport
door CVS naar een Veilinghuis in Leiden. Alleen het bepalen van ‘kunst of
kitsch’ was al een klus op zich. Een verhaal apart en daar wijd ik hier verder
niet over uit.
Op 18 november jl. vond de ontruiming plaats en op 1 december 2015 was
de dag van eindinspectie door de verhuurder. Na vele middagen, zondagen en
avonden waren we na een week of vijf eindelijk klaar. Dachten we… Het hele
appartement was gestript en terug gebracht tot de vier segmenten die ik
hiervoor noemde. Tot dat we tijdens een laatste inspectieronde onder de
gootsteen (!) een compleet Chinees servies ontdekten. Jeezzzz… Het bleek een
potpourri van nep, kitsch en echt antiek. Maar voordat we dat allemaal weer
hadden uitgevogeld, waren we weer een paar dagen verder. Misschien krijgen we
nog wat centjes voor de antieke spullen, maar spectaculair zal het niet worden.
Dit gaan we zeker niet mee maken:

https://youtube.com/watch?v=6EJm3AhO2Jw

We
realiseerden ons overigens heel goed dat ‘onze’ ontruiming klein bier was.
Vrienden van ons zijn een jaar bezig geweest met het huis van hun moeder nadat zij
was overleden: vrijstaand, twee woonlagen, zolder, schuur, grote tuin en bijna
een eeuw aan spullen. Om gek van te worden. Maar zij hadden gelukkig wel de tijd.
Het huis was eigendom van hun moeder en afbetaald. Wij hadden met een huurwoning
te maken en de kosten van huur en energie liepen gewoon door en wij moesten natuurlijk klaar
zijn vóór de overeengekomen opleverdatum.

Ons werk als voorbereiding op de ontruiming was een exercitie die je kunt beschouwen als een eerbetoon en een
duik in het verleden maar ook een confrontatie met de vergankelijkheid. Op
dinsdag 1 december 2015 deed ik de deur van de kale en lege woning achter mij
dicht en een historie met mijn moeder van meer dan 58 jaar. Van oude mensen, de dingen
die voorbij gaan. Ik vond het wel heftig. Ik sloot een deur die nooit meer open
zou gaan, ook in figuurlijke zin.

Ik zou nog
even op de plakboeken terugkomen. Het was een erfenis waar we allemaal een
beetje tegen aan zaten te hikken, mocht mijn moeder ooit komen te overlijden.
In 1976 was ze trouw begonnen met het vastleggen van haar dagelijks leven in de
vorm van het plakken van allerlei ditjes en datjes die voor haar een waarde
hadden. Een bloemlezing: ansichtkaarten, treinkaartjes, rekeningen, bonnetjes, krantenartikelen,
krantenknipsels, overlijdensberichten, foto’s, brieven, trouwkaarten, uitnodigingen,
lidmaatschappen, notulen, reisbrochures, vouchers, theaterbrochures, enzovoort.
Het was haar levenswerk en het geeft een heel leuk overzicht van haar dagelijks
leven van, bijna, de laatste 40 jaar. Het is een monument, maar we zaten er wel
een beetje mee in onze maag. Wat moet je er mee? Het is natuurlijk ontzettend
leuk om daar op je gemak eens door te bladeren. Daar ben je dan wel een flink
paar avondjes mee zoet, maar dan? Het is net als fotoboeken, je kijkt er een
keer in en dan verdwijnen ze in de kast of op zolder en raken ze in
vergetelheid. Met de, ongeveer, 35 plakboeken zou het niet anders gaan. In een
boekenkast zet je ze niet want daar is de verzameling te lijvig voor. Dan blijft
een schuur of zolder over voor de huisvesting. Mijn moeder was geen heilige
maar dat vonden we aan blasfemie grenzen. Maar toen had ik toch een lumineus
idee al zeg ik het zelf. Ik besloot de boeken te fotograferen. De voorkant van
elk plakboek en vervolgens van elke interessante pagina een shot. Een briljante
oplossing die ik besloot uit te voeren voor de ontruiming, dat bespaarde veel gesleep.
Ik zette elk plakboek rechtop tegen een oude naaimachine op mijn moeder’s
salontafel en monteerde mijn Nikon op een statief er tegenover. Eerst dus de
voorkant en dan elke open geslagen set van twee pagina’s waar minimaal één
interessant ding op was geplakt. Veel pagina’s bevatten treinkaartjes,
restaurantrekeningen of oninteressante knipsels waar ik geen bijzondere waarde
in zag. Die sloeg ik over. Ik ben enkele middagen aan het fotograferen geweest wat
resulteerde in bijna 400 foto’s met, dus, bijna 800 pagina’s historie. De
laatste plakboeken maken duidelijk waarom mijn moeder steeds vaker refereerde
aan het verlies van referentiekaders: bijna uitsluitend overlijdensberichten.
‘As we speak’ ben ik nog bezig met het bewerken van de foto’s: croppen en de
belichting corrigeren. Ik ben bijna op de helft, maar als ik klaar ben hebben
we een mooi document wat makkelijk toegankelijk is (het gaat ook ‘the cloud’
in) en we altijd kunnen bekijken en koesteren als een prachtige erfenis aan en van
onze moeder. In feite konden na mijn actie de plakboeken de kliko in maar mijn
zus kreeg het niet over haar hart. Ze had gelijk, ik vond het ook té cru. Twee
dagen voor de ontruiming reed zij weg met 35 plakboeken in de bagageruimte van
haar Renault Captur…

Zijn we nu
klaar? Bijna. Het is nog afwachten of de antieke spulletjes wat op gaan brengen
en dan hebben we nog een erfenis van onze vader: een postzegelverzameling, een muntenverzameling
en een collectie Märklin treinen en bijbehorend spul in de originele dozen van meer dan een halve
eeuw oud. Een beetje rondbellen leerde mij dat we minimaal een decennium te
laat zijn. Het heeft tegenwoordig allemaal weinig waarde meer. Het is toch echt
nog crisis en bovendien sterven de verzamelaars uit en komen er geen nieuwe
meer bij. Jammer natuurlijk dat het weinig meer opbrengt, maar het is treuriger
dat dit soort erfgoed straks op de vuilnisbelt terecht komt. Nou ja, wij zorgen
in ieder geval dat onze erfenis een goede plek krijgt, linksom of rechtsom.

Dit verhaal is een
hele verhandeling geworden. Ik kon niet anders. Vele, vele jaren bevreesde ik
het moment dat ik afscheid zouden moeten nemen van mijn lieve moeder. Ik kon
mij er niets bij voorstellen en ik was bang dat haar dood als een stoomwals
over mij heen zou komen. Hoe zou ik verder moeten? Ze was mijn grote steun,
mijn adviseur, mijn motivator, mijn relativerende alter ego bijna. Tot dat ze
stokoud was bleef ze helder van geest en zaken in het juiste en relativerende
licht zien. Bovendien altijd met veel
gevoel voor humor én zelfspot. Een verademing als je het vergeleek met haar
leeftijdgenoten die niet zelden ouwe zeurende zeikerds worden. Onze moeder
klaagde nooit! Het laatste jaar begon het allemaal wel een beetje te kantelen.
Ze greep vaak terug naar het verleden en verloor toch wel wat van haar
scherpte. Ze benoemde ook vaak het einde: het is goed als het komt. Wij (mijn
zus en ik) waren nog haar enige referentiekaders. De rest van haar wereld lag
onder de zoden. Eigenlijk ben ik wel blij dat het is gelopen zoals het is
gelopen. Ik heb geen stoomwals gezien gelukkig. Maar het gemis is er niet
minder om. De confrontatie met sterfelijkheid en de vergankelijkheid der dingen
tijdens het opruimen was overigens niet mis. Je moet oppassen dat die schier
eindeloze hoeveelheden foto’s en prullaria je niet fatalistisch maken. Je krijgt
de neiging om je af te vragen wat het leven in vredesnaam voor zin heeft. Niet
doen. Carpe Diem. Het doel van ons leven vinden wij in het nu, elke dag.



MAMA – IN MEMORIAM

WEBLOG Posted on Tue, October 20, 2015 22:40:51

In de nacht van vrijdag 9 oktober op zaterdag 10 oktober jl. overleed onze
lieve moeder, oma en schoonmoeder op 90-jarige leeftijd. Wat een fantastisch lieve en authentieke vrouw was
dat toch. Altijd goed geïnformeerd, realistisch,
scherp én vol humor. Iemand die het begrip naastenliefde als geen ander
betekenis gaf. Ze had een ongekende positieve instelling en bij haar was het glas nooit leeg! Haar lichaam begon de laatste weken langzaam tekenen te vertonen dat het op was. Gelukkig is haar een ziekbed bespaard gebleven. Zij had er, geheel in haar stijl, vrede mee en zij is rustig heen gegaan. Wat zullen we haar missen! Ze zit in ieder geval lekker op haar ‘stoeltje vooraan’, dat is zeker! KMA lieve mama.

Deze foto heeft Stijn van zijn oma gemaakt op 6 oktober, een
paar dagen voor haar overlijden!



SAIL AMSTERDAM 2015

WEBLOG Posted on Tue, August 25, 2015 12:34:38

Mijnheer T. heeft wel wat op zijn geweten wat mij betreft.
Hij was badmeester in de provincieplaats waar ik opgroeide en had een ‘reputatie’
als ik het zo mag noemen. Het was 1964 of 1965 en ik diende mij de vaardigheid van het zwemmen
eigen te maken. In de vierde klas van de ‘Lagere School’, meen ik mij te herinneren, zou ik schoolzwemmen
krijgen zoals dat toen heette. Maar
blijkbaar wilde mijn ouders, terecht, dat ik en mijn zus het diploma al eerder
zouden halen. Mijn vader nam mij in de ochtend bij tij en ontij mee naar het oude
zwembad voor mijn eerste schreden in het ijzige water. Hij vond het heerlijk in
het zwembad. Ik niet en dan druk ik mij erg correct uit. De dampige kleedkamers
stonken naar ranzig zweet en vieze sokken en het water
van het zwembad, met name het ‘diepe’, was altijd steenkoud. Pas vanaf de
tweede helft van de jaren zestig werden zwembaden geleidelijk aan voorzien van
faciliteiten om het water te verwarmen. Tot die tijd had het water een temperatuur
tussen de 15 en 18 graden, afhankelijk van het seizoen. Dat is behoorlijk fris,
zeker als je een jaar of zeven bent en geen gram vet op je lichaampje hebt. Tegenwoordig
ligt de temperatuur van een binnenbad zo tussen de 23 en 25 graden! Om in het
diepe te leren zwemmen werd ik na enige tijd overgeleverd aan mijnheer T. Er was maar één manier, zo ging dat toen, om te leren
zwemmen. Je pakt zo’n mager trillend knaapje
bij kop en kont en flikkert hem in het ijskoude water. Vervolgens pik je hem met een metalen haak aan een stok weer
op aan zijn oksel. Zodoende verzuipt het huilende, proestende en naar adem
happende knaapje net niet. Je leert wél
heel snel hoe je boven water moet blijven. ‘Zachte heelmeesters maken stinkende wonden’ dacht
men destijds en zeker mijnheer T. had geen medelijden met die magere bevende kindertjes.

Het duurde ondanks deze didactisch prachtmethode wel even
voor ik diploma A had behaald. Het eindresultaat was, behalve het zwemdiploma,
een trauma voor het leven. Ik HAAT zwembaden én HAAT koud open water. Activiteiten
in en op het water zijn, als afgeleide daarvan, ook niet echt mijn dingetje. Dat begrijpt u. Dus
‘Sail’ zou wel het allerlaatste evenement zijn waar ik naar toe zou gaan hoor
ik u denken. Maar daar zit u dan toch een beetje naast…

Zeilen is inderdaad helemaal niets voor mij, want, nou
ja, dat heb ik net uit de doeken gedaan. In (sub-) tropisch water gaat het
allemaal nog wel, maar in Nederland… Een ervaring, vele jaren geleden, herinner
ik mij nog goed. Wij gingen met vrienden een weekend zeilen met een mooi jacht.
Een ‘state of the art’ schip dat al kon navigeren met behulp van de satelliet.
We voeren door de Zeeuwse wateren en de volgende dag via de Noordzee weer terug
naar Stellendam, ons vertrekpunt. Het was reuze gezellig, veel bier, veel gelachen,
Jan, Piet, Joris en Corneel, u weet wel. Maar toen op de Oosterschelde
plotseling windkracht zeven op stak, was ik even niet blij. De boot sloeg,
althans, dat was mijn perceptie, bijna om en we klommen allemaal op de hoge
kant van het schip.

Vrienden RH (waarmee ik als kind af en toe een beetje zeilde) en RB en de anderen vonden het allemaal prachtig. Ik zag alleen het donkere dreigende koude water van de Oosterschelde onder mij doorschieten. Ik weet het, ik ben een watje, maar het is allemaal de schuld van badmeester T.

Maar toch… ik ben altijd wél gefascineerd geweest door
dat stoere zeilgedoe. Ook als kind al. Ik tekende vroeger auto’s, maar ook
‘Clippers’, de zogenaamde ‘Tall Ships’.
Sterker, ik had prachtige reproducties hangen op mijn jongenskamertje van
schitterende Clippers, zoals de ‘Cutty Sark’ en de ‘Yankee Clipper’,
geschilderd door beroemde schilders uit de vorige eeuw. Een deel van de tekst
van Velvet’s Underground ‘Heroin’ zit sinds de jaren zeventig in mijn hoofd:

I wish that I was born a thousand years ago
I wish that I’d sailed the darkened seas
On a great big clipper ship
Going from this land here to that
I put on a sailor’s suit and cap

De romantiek en het avontuur sprak mij toen en nu nog
aan. Het toverde van die mooie plaatjes op mijn netvlies. Ik las ook over de V.O.C. en verhalen van wereldzeilers
als Francis Chichester, Chay Blyth en
anderen. En wat te denken van de trilogie ‘Muiterij op de Bounty´? Ik heb nog steeds het boek van mijn vader uit
de jaren veertig.

Tegenwoordig volg ik ook de Volvo Ocean Race via mooie filmpjes
op Youtube. Prachtig gewoon en de Nautische wereld heeft dus wel degelijk mijn oppervlakkige
interesse, maar ik ben uiteraard geen kenner en wil er beslist geen
participerend onderdeel van vormen. Dat is voor mannen met baarden.

Terug naar Sail Amsterdam 2015. Eerdere Sail evenementen hadden
we gemist en toen J. tegen een aanbieding van de NS aanliep voor deze nautische
super happening was ik gelijk enthousiast. Het arrangement bevatte een retour
treinreis én een rondvaart over het IJ.
Afgelopen vrijdag was het zover. Het was de derde dag van Sail en er
kwamen die dag ruim 500.000 bezoekers. Zaterdag waren er meer dan 600.000! Om
een idee te geven: Times Square in New York is de drukst bezochte toeristische
attractie ter wereld met gemiddeld bijna 100.000 bezoekers per dag. We zijn er
zelf geweest en het is er inderdaad reuze druk, maar ik kan melden dat Times
Square vergeleken met Sail een stille dorpsbrink is. On-ge-lo-fe-lijk, wat
waren er ontzettend veel mensen in Amsterdam! Waanzinnig gewoon. Het was wel
duidelijk, onze hoofdstad was gedurende Sail Amsterdam 2015 de navel van de
wereld. De teller stond aan het eind van de laatste dag op 2,3 miljoen
bezoekers!

Nog even wat feitjes want ik wil wel een beetje volledig
zijn. Sail Amsterdam is een 5-jaarlijks, meerdaags maritiem evenement in Amsterdam.
De eerste Sail werd gehouden tijdens ‘Amsterdam 700’ in 1975 en men besloot er
een vijf-jarige traditie van te maken vanwege het grote succes. Sail wordt elke
editie groter en dit jaar was het zelfs het grootste maritieme evenement uit de
historie! Sail is in feite een parade van monumentale zeilschepen uit de hele
wereld die bewonderd kunnen worden tijdens de vaart door het Noordzeekanaal en
langs de kades van het IJ in Amsterdam. Sail is gratis voor alle bezoekers (langs de kades) en
dat wil men zo houden.

Onze treinreisje verliep soepel en we stapten vlak voor
Amsterdam Centraal, na een half uurtje wachten, in een traditionele
rondvaartboot. Het weer was wat bewolkt, maar in de loop van de middag brak de
zon door. We voeren via het
Oosterdok een ronde over het IJ langs de
Sumatrakade met de ‘Tall Ships’ en weer retour. Uiteindelijk zijn we bijna twee
uur onderweg geweest. Het heeft weinig zin om te vertellen wat we zagen. U hebt
het allemaal op TV kunnen zien en Youtube staat vol met schitterende
verslaggeving. Maar het was een GEWELDIGE ervaring. Het aantal mensen, bootjes
en schepen was adembenemend en de sfeer was werkelijk niet normaal goed. We
hebben toch weer bewezen dat ‘we’ in Nederland een fantastisch evenement kunnen
neerzetten van wereldniveau. Ik hoop dat we er de volgende editie weer bij
kunnen zijn. Gelukkig waren er (bijna) geen incidenten op Sail, maar op het Centraal Station was er
wel even paniek toen we naar huis wilden
terugreizen. Uit het niets barstte het plotseling van de politie en het publiek
werd gesommeerd aan de kant te gaan voor… Ja, dat was eigenlijk onduidelijk. Tot dat het
sein ‘all clear’ werd gegeven. J. vroeg een agent wat er aan de hand was
geweest. Er bleek iemand met een wapen in de trein (onze bloody trein!) te
lopen en die hadden ze er even uitgeplukt. Mogen die agenten nu eindelijk eens
een behoorlijk salaris verdienen minister Van der Steur?

Uiteraard zijn wij ons weer te buiten gegaan met de
fotografie. Het was heel lastig om me in te houden. Met name toen de zon
doorbrak werd het erg fotogeniek. Een paar honderd foto’s met een digitale
camera of smartphone maak je bij Sail met een poep en een zucht. Ik schat het
aantal foto’s dat gemaakt is door alle bezoekers tussen de kwart en half
miljard! Wat moet je er mee eigenlijk hè? Nou ja, op een website (of Facebook e.d.)
zetten en delen, anders heb je er helemaal niets aan, niet waar? Ik realiseer
mij dat het bijna onmogelijk is om onderscheidende foto’s te maken maar ik heb
toch een selectie gemaakt.

Een impressie: http://pictures.stoneageimages.com/#!album-60-77

Tot een volgende keer maar weer. Ahoi!



INTERBELLUM

WEBLOG Posted on Sat, July 25, 2015 16:55:53

Om nu te zeggen dat ik met deze blog een grote schare
volgers heb gaat te ver, maar al met al heb ik toch wel best een clubje lezers.
Ik publiceer wat ik graag kwijt wil. Het zijn verhaaltjes, meningen, anekdotes,
foto’s en noem maar op. Enfin, u weet dat, want u leest dit. Ik probeer een beetje er een ritme in te houden en dat lukt meestal wel. Sommigen van u
valt echter op dat ik al wat langer uit de lucht ben dan normaal. Dat heeft te maken met fotografie. Ik kom er zo op terug.

Op dit moment geniet ik een betaalde
vakantie van twee maanden voordat er een nieuwe uitdaging begint. Ik geef er de voorkeur aan om nu niet nader in details te treden, dat komt later nog wel een keer. In ieder geval heb ik dus heerlijk de
tijd voor van alles en nog wat. We gaan lekker dagjes uit en binnenkort gaan
we ook nog op een klein weekje op vakantie naar de Duitse Alpen. Super allemaal. Verder doe ik wat klusjes en dingetjes in en
rond het huis die maar bleven liggen. Ook een mooie periode om mijn
weblog en fotopagina’s weer eens bij te werken. Maar dat bleek toch wat anders
uit te pakken…

Zoals al vaker aangehaald, heb ik tussen 1978 en
2006 heel veel dia’s gemaakt. Het bewijs staat op zolder: 26.000 stuks. Ik weet het, het is bijna autistisch. Over autisme gesproken: ik ben al jaren bezig met mijn dia’s te scannen.
Zo af en toe eens een batch. Ik scan uiteraard niet alles, maar de leukste en de mooiste plaatjes. Niet in chronologische volgorde,
maar gewoon een vakantie, reis of onderwerp per keer. Het is een tijdrovend
maar leuk werk en mijn geschiedenis komt een tweede keer tot leven. Onwijs ‘vet’
vind ik dat. Voor de technische aspecten van het scannen verwijs ik naar
mijn fotopagina.

In 1982 en 1983 reisde ik door Australië en Azië en de
erfenis daarvan is een collectie van 14 dozen met dia’s. Met uitzondering van
enkele individuele exemplaren had ik deze dia’s al vele, vele jaren niet meer
bekeken. Het werd dus de hoogste tijd om de dia’s van deze reis, bij wijze van project, te gaan scannen.
Maar, horror, het bleek dat een groot aantal van de dia’s uit deze specifieke periode
aan het vergaan is! De kleuren verdwijnen langzaam en ze worden rood en paars. Maar het lijkt er op dat ik gelukkig nog net op tijd ben. Ongeveer 80 tot 90% is nog wel te redden, maar haast is geboden. Met software kan ik de ergste schade weer
wegwerken zodat er een nette scan overblijft voor de toekomst.

De dia’s zijn dus de reden voor mijn vertraging. Ik
geef even geen prioriteit aan mijn ‘gewone’ fotografie of weblog. Ik moet (wil)
alle dia’s uit genoemde periode z.s.m. stuk voor stuk scannen en bewerken voordat het te laat is. Het
lijkt wel of ze onder mijn handen slechter worden! Met sommige ben ik wel een
kwartier bezig en ik voel mij af en toe net een monnik. Maar ik ben vooral heel
blij dat ik nog net op tijd ben. Men zegt wel eens ‘zijn dat uw
problemen’? Ja, ik weet het, het is een heel mooi probleem en ik ben er
helemaal happy mee om het op te lossen. Maar, ‘first things first’, even dus geen blogs en foto’s.

Bij wijze van voorbeeld een onbehandelde diascan en daaronder de
opgeknapte versie. Dan weet u waar ik het over heb. De dia is gemaakt in november 1982 in de Khumbu regio in Nepal, op weg naar de Mount Everest.

U ziet dat het zeer de moeite waard is om er tijd en energie in te steken. Zo blijft mijn werk in ieder geval geconserveerd voor de toekomst.

Boven aan dit stukje staat ‘Interbellum’. Het betekent de periode tussen twee oorlogen (eigenlijk tussen WO 1 en 2). Niet dat ik werk als oorlog beschouw (alhoewel…), maar deze twee maanden betekenen wel een periode van vrede en rust. Interbellum vond ik wel een mooie metafoor én titel. Vandaar.

Tot later allemaal en een fijne zomervakantie gewenst!



TOTAL ECLIPSE – 90° NB

WEBLOG Posted on Sat, March 28, 2015 22:15:13

In mijn eerdere blog schreef ik dat de ‘totaliteit’ van de eclipse van 20 maart jl. zich over het noordelijk deel van de oceaan voltrok. Zo tussen Schotland en IJsland naar de Noordpool. Alleen op de Faeröer eilanden en Spitsbergen kon men op land de volledige duisternis waar nemen. Ik zat nog wat verder te lezen. De eclipse startte dus boven de oceaan en trok een baan die precies (!) stopte boven de geografische Noordpool op 20 maart. Het was ook nog de dag van ‘solstice’, de zonnewende. De poolnacht had zes maanden geduurd en exact op het moment dat de zon te voorschijn kwam vond de volledige verduistering plaats. Dit is een ongelooflijk zeldzaam en indrukwekkend toeval! Ongeveer om de 200 jaar vindt er een totale zonsverduistering plaats op enige punt van onze planeet. Soms vaker, maar er kan ook 400 of 500 jaar tussen deze verduisteringen zitten. Het heeft allemaal te maken met de verschillen in omtrek- en rotatiesnelheid en helling van de as van aarde en maan. De frequentie van de eclipse zoals deze plaats vond op de Noordpool, juist op het moment van solstice, is echter 400.000 tot 500 000 jaar!
Hieronder een interessant animatiefilmpje hoe de eclipse zich voltrekt. Daaronder een Frans filmpje van de eclipse van 20 maart, gefilmd vanuit een gehuurde Dassault. Duidelijk is te zien hoe donker de totaliteit is.

Ik vond het nog wel een interessante aanvulling. Het is allemaal verwondering over de wonderlijke schoonheid van aarde en universum. Maar of dat wel bij iedereen binnenkomt betwijfel ik wel eens.



PONO – DEEL TWEE

WEBLOG Posted on Sun, March 22, 2015 11:05:43

Sommigen van u, die niet helemaal los zijn op de materie, begrijpen mijn Pono-verhaal niet helemaal. Sommigen begrijpen er überhaupt niets van, want het is ook materie die je een beetje moet interesseren anders is het allemaal abracadabra. Een beetje basiskennis en interesse is wel nodig. Hierna nog een korte toelichting maar eerst nog een verklarend plaatje die ik bij het eerste stukje had moeten plaatsen. Beter laat dan nooit 🙂 Ik hoop dat het nog een beetje leesbaar is.

Het plaatje komt van de Pono website en geeft aardig weer hoe verschillende audio kwaliteiten zich verhouden. Groen en roze zijn voor Neil Young en consorten onacceptabele ‘compressed’ formaten. Het zijn kwaliteiten die je kan streamen, downloaden of zelf op je PC kan maken. Blauw is CD kwaliteit en dat kan nog maar net volgens onze oude rocker. Maar… de echte goeie sound vindt u in het gele gebied en het is onbegrijpelijk dat u daar niet naar luistert. Het is het bronmateriaal van studio masters en nog niet verkleind naar het CD formaat. Hoe u daaraan komt? Gewoon kopen bij de download Pono online winkel. Voor de duidelijkheid: u schaft bij Pono een FLAC lossless bestand aan die u dan download en af kunt spelen met de Pono speler. De speler kunt u ook op uw audio-set aansluiten. U hoeft niet te twijfelen of de kwaliteit fenomenaal is, want dat zal zeker zo zijn. Of u verschil hoort met een CD is zeer onwaarschijnlijk en volgens specialisten fysiologisch onmogelijk. Zoals empirisch vastgesteld horen de meeste mensen zelfs geen verschil tussen hoge kwaliteit compressed files (AAC, MP 320) en een CD. Maar, ‘The proof of the of the pudding is in the eating”.

“Wat betekent toch dat woord Pono?” vroeg mijn vrouw. Ze dacht eerst dat er ‘Porno’ stond, haha. Pono is een Hawaiiaans woord. De hawaiiaanse taal is een context taal en één woord kan dus meerdere betekenissen hebben, afhankelijk van de omstandigheden. Maar de volgende vertalingen dekken de lading wel: goedheid, oprechtheid, juist, rechtvaardig, deugdzaam, eerlijk, correct. Zo zijn er nog een stuk of tachtig. Maar ik denk dat Neil de woorden die ik noem wel in gedachten had.

O ja, de Pono speelt alle formaten, ook de gecomprimeerde…



DAVID, JIMMY, NEIL & PONO

WEBLOG Posted on Mon, March 16, 2015 22:33:30

Gisteren zat ik even naar de Tonight Show te kijken. Die Jimmy Fallon is een talentvolle en leuke vent, maar hij legt het toch echt af tegen David Letterman en zijn absurde ‘Late Show’. David was af en toe te zien op de Nederlandse TV maar echt aanslaan deed het programma nooit. Letterman scheidt er dit jaar trouwens mee uit. Ik keek regelmatig op andere zenders of op internet en ik lachte mij vaak blauw. David nam zichzelf, zijn gasten en zijn hele show nooit serieus. Niet iedereen had dat in de gaten geloof ik. Met zijn absurdistische humor was hij op zijn best als hij zijn gasten in totale verwarring bracht. Een absoluut hoogtepunt is de aflevering met Paris Hilton uit 2007 die hij volledig in de zeik neemt. Paris heeft net een paar dagen gevangenis achter de rug vanwege rijden onder invloed. Ze had met de regie afgesproken dat David het hier niet over zou hebben, maar over haar nieuwe parfummetje. Kijk zelf maar, hahaha.

https://youtube.com/watch?v=bAT_nY0n9P0%3Ffeature%3Dplayer_detailpageEven terug naar Jimmy. Die Tonight Show is meestal erg flauw, erg Amerikaans, maar bij gebrek aan beter staat het wel eens op. Gisteren, de originele aflevering was van een maand terug of zo, kondigt Jimmy Fallon Neil Young aan. Ik zat gelijk op het puntje van mijn stoel. Er volgt een prachtige versie van ‘Old Man’. Maar… verdomd, het is Jimmy Fallon die zingt! Hij is als Neil verkleed imiteert zijn zang. Heel knap! Halverwege komt de echte Neil, identiek gekleed, er ook bij en samen zingen ze het lied uit. Briljant.

https://youtube.com/watch?v=H6otmy3DAK8%3Ffeature%3Dplayer_detailpageHet optreden van Neil was een onderdeel van zijn goodwill en promotie actie voor zijn ‘Pono’ speler. De Pono is een nieuwe portable muziekspeler, Neil’s High End project om muziek nog mooier weer te geven dan een CD! Neil maakt zich nogal druk om de kwaliteitsval van digitale muziek en met name de ‘meer dan inferieure kwaliteit’ van downloads zoals iTunes die biedt. Haha, die Neil.

De Pono heeft de vorm van een Toblerone tablet en kan 24-bits /192 kilohertz (kHz) audio spelen. Dat is meer dan de 16-bits 44,1 kHz audio van een standaard CD. De muziek van genoemde kwaliteit mag je van de Pono website downloaden voor ongeveer 1,5 tot 2 keer de prijs van een iTunes download. Klinkt allemaal prachtig, ware het niet dat geen mens het verschil kan horen. In studio’s wordt blijkbaar op 24 bit audio opgenomen, ‘just to be sure’. Daarna wordt de CD gemaakt op 16 bits omdat het menselijk oor het verschil niet kan waarnemen. Sowieso hoort 95% (of meer) van de mensen al geen verschil tussen 320 Kbps MP3, AAC of CD, dus, ‘what the heck’. Maar wat mij het meest verbaasd is dat een man van 70 jaar zich zo druk maakt om deze materie terwijl hij misschien de helft nog hoort van iemand die half zo oud is. Ook opmerkelijk is dat veel journalisten kritisch zijn over de Pono, maar het wel eens zijn dat het tijd wordt om weer aandacht te vragen voor kwaliteitsaudio. Ze vinden dat het tegenwoordig huilen met de pet op is met waar ‘men’ tegenwoordig naar luistert. Ik zal die journalisten wat verklappen: ‘men’ luistert niet meer naar audio zoals wij (de 50 plussers zal ik maar zeggen) dat deden of die marginale groep liefhebbers. ‘Men’ is grotendeels de jeugd en die luistert uitsluitend via hun oortjes of headphones naar streaming media of MP3. Punt. De audiokwaliteit wordt dus bepaald door het bronmateriaal én de oortjes of headphones. Als dat allemaal in orde is, dan heb je een geweldige mooie sound zal ik u vertellen en daar heb je echt geen 24/192 voor nodig. Goede downloads en Spotify 320 kbps klinken echt uitstekend, laat u geen oren aannaaien.

O ja, op een iPhone of Android kan je ook FLACS en ALAC zetten. Je kunt gewoon via Apple of Google de players gratis downloaden. Beide zijn lossless formaten dus wat wil je nog meer?

De Pono zal ongetwijfeld prachtig klinken, maar ik geloof niet in het concept. De liefhebbers die het verschil wel (denken te) horen en gelijk een goeie DAC voor een HiFi setje willen hebben moeten hem zeker kopen. Slechter wordt je er niet van, wel armer. De speler kost 340 euro en dat is goed te doen, ware het niet dat je dan niets meer hebt dan een iPod of iets vergelijkbaars. Je moet tenslotte naar de Pono store voor de High End downloads en dat gaat je geld kosten. Ach, het is een mooi initiatief om aandacht te geven aan goede, serieuze muziek én, daar was het Neil om begonnen, goede audiokwaliteit. Daar is niets mis mee. Ik wens Neil vooral heel veel goede zaken.

Hieronder een grappig filmpje. Ik vraag mij af of Neil bereid zou zijn zo’n testje te doen…

https://youtube.com/watch?v=GcavoQQ40Io%3Ffeature%3Dplayer_detailpageNog wat interessante achtergrond informatie:

De Pono online
winkel: https://ponomusic.force.com/
Over de Pono: http://tinyurl.com/lagea5a
Double blind test MP3 vs CD: http://tinyurl.com/o55mz39

Als laatste nog een citaat wat ik op een blog las over lossless, lossy, iTunes, mastering en nog veel meer. Relativerend denk ik:

“Back in the 80’s or so I seem to recall reading that the Eurythmics mixed their albums and listened to them on an old cassette player to hear what they sounded like on the equipment their fans might be listening with and adjusted the master accordingly – seemed eminently sensible to me at the time. If the result sounds as the artist intended on the equipment to be used – Job done !!”



VOOR EEN KWARTJE OP DE EERSTE RANG

WEBLOG Posted on Mon, February 02, 2015 23:59:35

Jaren geleden werkte ik bij een IT bedrijf. Het waren de
tijden dat je van personeelzaken een dik boek kreeg waaruit je een mooie
leaseauto mocht zoeken. Ja, ja, those were the days. U weet het vast nog wel:
je rug deed zeer en je kon een jaar in de WAO. Geen baan? Voor 80% in de
uitkering tot Sint Juttemis. Voorbeelden te over. Die tijden zijn echt voorbij. Terug
naar het autoleaseboek. Iedereen koos voor een Audi of VW. Ik niet. Ik vond
de Seat Toledo veel mooier en die was heel veel goedkoper en dat was, ook toen,
goed voor de bijtelling. Ik wist dat de Seat technisch identiek was aan de VW
producten en welke badge op de motorkap huisde interesseerde mij niet zo. Ik
werd verguisd. Of ik hartstikke gek was geworden om zo’n Spaanse rammelbak te gaan
leasen. Wat ik ook zei, men wilde er niet aan dat het eigenlijk gewoon een VW
was. Collega P., een brave gereformeerde jongen die in een zilvergrijze VW
Bora reed kon het niet laten
met hoge frequentie meewarig over mijn Seat te doen. Maar dat duurde niet lang…

Op enig moment was ik met mijn Spaanse bolide
voor een eerste servicebeurt bij de Seat garage. Wat schetst mijn verbazing? Er stond een hele lading
nieuwe Bora’s op het terrein met allerlei witte stickers van ‘VW Martorell Spain’ op de voorruit. Mmm? Ik vroeg de chef
werkplaats wat de VW’s op het terrein deden. ‘Die worden in Spanje gebouwd
mijnheer, samen met de Seat Leon en hier afgeladen. Bij VW hebben ze even geen ruimte voor de auto’s’. De Seat’s Toledo voor Nederland bleken bij
VW in België te worden gebouwd, op dezelfde band als de VW Golf. Dat verhaal heb
ik natuurlijk met groot genoegen aan P. verteld. Ik heb hem nooit meer gehoord
over mijn Toledo.

Om het verhaal volledig te maken: de grootste ‘Skoda’ fabriek
in Europa staat in Bratislava. Het is de geboorteplaats van de Audi Q7, de
Porsche Cayenne, de VW Touareg, de Skoda Citigo, de Seat Mii en de VW UP. Ze komen dus allemaal uit één fabriek in Slowakije. Net zoals de Mercedes B en CLA in Hongarije in elkaar worden gezet en uw Siemens of Bosch wasmachine door voormalige uitbeners in Polen wordt geassembleerd en niet in ‘Der Heimat’. Ik bedoel maar, laat u geen oren aannaaien.

Enkele jaren later reed ik een Skoda Octavia. Beetje hetzelfde
verhaal en sinds die tijd heb ik mij de titel ‘slimme Skoda rijder’ aangemeten.
Enerzijds omdat ik ooit zo’n slimme rijder was en anderzijds als metafoor voor
een optimale verhouding van prijs en kwaliteit. Inmiddels zie ik aan de ADAC
‘Pannenstatistik’ dat Skoda wat betreft betrouwbaarheid de middelmaat niet meer ontstijgt en dat is jammer. Voor de metafoor maakt het niet uit, u begrijpt mij wel.

De laatste jaren moeten wij goed op de centjes letten en ik, en J. ook, zoeken dus naar producten van goede
kwaliteit voor een redelijk bedrag. Je wordt er handig in en we slagen er
regelmatig in om prachtspullen aan te schaffen voor weinig. Mijn nieuwe geluidsapparatuur
is er ook een puik voorbeeld van. Dit weekend scoorde ik weer een mooie ‘Skoda-aanschaf’. Ik
moet nu reclame maken anders kan ik het verhaal niet volledig vertellen.

Ik liep afgelopen zaterdag een filiaal van Kruidvat binnen
om een doosje aspirientjes te kopen. Ik zag direct bij binnenkomst een
aanbieding van de ‘Gillette Fusion ProGlide Flexball Manual’. Een pracht scheerapparaat
voor nat scheren. Het ding zag er echt heel gaaf uit en ik was bovendien aan een
nieuw manueel masjientje toe. Voor € 9,99. Geen gekke prijs. Mmm. Helaas
geleverd met maar één mesje. Dat viel een beetje tegen. Ik keek ook wat een
extra verpakking mesjes moest kosten. U gelooft het niet, € 36,99 voor 8
mesjes. Dat is bij elkaar € 46,98 voor een scheermeshouder en een paar mesjes!
Daar ging ik toch echt niet in trappen, ben gekke Henkie niet. Toch maar eens
gekeken wat er nog meer te koop was. Om een lang verhaal kort te maken: ik heb
het Kruidvat ‘Six’ scheersysteem aangeschaft. Ik begrijp dat u nu brandt van verlangen om te
weten ‘wat dat allemaal kost’. Ik zal u uit uw lijden verlossen: een Kruidvat ‘Six’
houder met 8 mesjes kost bij elkaar € 16,18! Wauw, ik voelde mij een jager die
een superbuit had geschoten. Oprecht blij verliet ik ons winkelcentrumpje,
trots met mijn nieuwe trofee.

Over het Kruidvat systeem mag u beslist niet neerbuigend doen. Het ziet
er namelijk echt gelikt uit! Of je na een paar
scheerbeurten de opperhuid met het scheren meetrekt weet ik natuurlijk niet,
maar de eerste ervaringen zijn super. Smooth as Silk! Beter kan ik het niet formuleren. Ik
ben blij dat ik deze belangrijke informatie met u heb kunnen delen. Heb ik al eens
verteld over mijn passie voor schoonmaakmiddelen? Misschien een volgende keer, ik weet zeker dat u daar ook heel nieuwsgierig naar bent…smiley



LODEWIJK BRUSSÉ – IN MEMORIAM

WEBLOG Posted on Thu, January 15, 2015 00:13:26




ECALUJATIE

WEBLOG Posted on Tue, January 13, 2015 23:28:16

In deze tijden waarin we toch wel érg veel worden geconfronteerd worden met de ellende in de wereld is het hoog tijd voor een moment van ‘verlichting’. Ik had zo’n berichtje al even in gedachten om dat serieuze gezever van mij eens even te neutraliseren. Vandaag brak dat moment aan.

U moet weten dat LinkedIn in mijn werk één van onze ‘tools’ is om professionals te vinden die wij zoeken voor onze klanten. LinkedIn is het belangrijkste professionele zakelijk netwerk ter wereld. In mijn werk, ‘staffing & recruiting’, kun je niet zonder. Het werken met LinkedIn en het beheer van de zakelijke- en privé accounts is een wetenschap op zich. Ik zal daar verder niet te veel over uitweiden. Wat u wel moet weten dat de LinkedIn profielfoto wel een dingetje is. Er zijn hele websites die handelen over de content van je profiel en, heel belangrijk, hoe de foto bij je profiel er uit moet zien. Werkgevers verwachten steeds meer dat er met het profiel serieus wordt omgegaan. Niet zo gek, want je bent natuurlijk een soort uithangbord voor het bedrijf. Sterker, professionele fotografen worden ingehuurd om de goede LinkedIn ‘profile pic’ te maken. Maar niet iedereen houdt zich aan het ongeschreven protocol…

Mijn collega riep mij vandaag om even op haar scherm te kijken naar een kandidaat met een geheel eigen interpretatie van de LinkedIn foto. By far de beste die ik ken! Het is een echt bestaand LinkedIn profiel. Ik heb mij helemaal flauw gelachen. Geweldig gewoon. Hahahaha.

Nog zo’n momentje op het werk. Collega T. verraste ons met een geluidsmoment van de heren Koot en Bie. Ik kende het niet en moet dit even delen. Briljant!

http://tinyurl.com/pb5wydf

En om af te sluiten…

//www.youtube.com/embed/GRv0p-ilqZI?feature=player_detailpage

Lachen is gezond tenslotte!



PLAATJES DRAAIEN – TRENDING TOPIC

WEBLOG Posted on Mon, January 05, 2015 23:17:23

Het zal wel de collectieve geest van de tijd zijn, maar vandaag kreeg ik een e-mail van mijn zeer gewaardeerde ex-collega JS, dat Aaf Brandt Corstius vandaag een leuke column in de Volkskrant had gepubliceerd over de ‘revival’ van de CD! Niet te geloven toch? Aaf kent u vast wel. Met enige frequentie zit ze bij Matthijs van Nieuwkerk aan tafel. Ze is schrijfster (o.a.) en de zus van Jelle Brandt, de man van de geweldige programma’s over Rusland voor de VPRO. Na mijn werk ben ik even langs een benzinestation gereden en het laatste exemplaar van de VK meegenomen. Ik kan het artikel niet (leesbaar) publiceren vanwege copyright. Daar wil ik geen gezeik mee, maar ik mag wel een paar zinnen citeren.

Het is een gaaf artikeltje. Niet al te serieus, maar toch… Ze opent: ‘Dit wordt het jaar, dat durf ik te voorspellen, van de cd. De cd, compact disc, dat is zo’n handig ding! Het is een mooie zilveren schijf die in een perfect vierkant doosje zit (..) en mooi dat het klinkt’. Het gaat daarna over de herontdekking door haar vriend van de cd als opvolger van de ‘vinyl’ rage. Op Tweede Kerstdag 2014 koopt hij een groot zilveren ‘vintage’ apparaat voor 15 euro om de cd’s af te spelen. Ze wil zijn plezier niet bederven door niet al te nadrukkelijk op te merken dat die handige Apple apparaten hun gehele muziekhistorie bevatten. Ze laat hem maar. Erg leuk.

Ik draai inmiddels een ouwe Miles. Water Babies uit 1968. Geen mens die deze plaat nog kent volgens mij. Het is een 1:1 kopie die ik ooit gemaakt heb van de LP op CD. Dat is Trending Topic in het kwadraat!



PLAATJES DRAAIEN – ENCORE!

WEBLOG Posted on Fri, January 02, 2015 23:10:32

In november schreef ik wat over de oude en trouwe zwarte schijven en de draaitafel waar ik zo blij mee was én ben. Plaatjes draaien dus. Maar ik haalde de andere ‘plaatjes’ ook even aan, de Compact Disc. Natuurlijk, de meeste ouderen draaien gewoon een CD, maar de jonge generatie kijkt er naar als een relikwie uit een lang vergeten tijd. Ik wil nog één keer wat uitgebreider bij het fenomeen CD stilstaan.

Op 17 augustus 1982 vervaardigde Koninklijke Philips Electronics NV ‘s werelds eerste Compact Disc in een Philips-fabriek in Langenhagen, net buiten Hannover in Duitsland. De uitvinding van de CD luidde een technologische revolutie in de muziekindustrie in. Het markeerde het begin van de overgang van analoge naar digitale technologie. De CD werd een katalysator voor verdere innovatie in digitaal entertainment en communicatietechnologie die wereldwijd werd opgepakt.

Ik kocht in 1985 als een relatief early adaptor een Philips CD104 speler. Ik was dat gehannes met die platen en stof en krassen en gedoe helemaal zat. We zijn nu dertig jaar verder en, het is niet te stoppen, het mechanisch weergeven van muziek is eigenlijk wel voorbij. Leuk van de LP revival, maar dat is natuurlijk geen vooruitgang. Ik denk dat de LP wel zal blijven voor een groepje liefhebbers, maar dat valt voor de CD nog maar te bezien.

Ik werkte begin van de eeuw bij een grote Nederlandse softwareclub. Op een gegeven moment had ik een bedrijfsbezoek met rondleiding bij Philips in Eindhoven. Ik zag daar geprojecteerde toetsenborden waarmee je gewoon een PC kon bedienen door op de projectie te tikken, T-shirts met ingebouwde beeldschermen en nog veel meer gadgets waar Apple nog niet van kon dromen. Er was daar ook het huis van de toekomst waar je met internettechnologie video- en music on demand beschikbaar had. Streaming! Ja, ja. Het leek pure science fiction en dat was nota bene op de plaats waar de Compact Disc ooit was uitgevonden! We zijn bijna vijftien jaar verder en inmiddels heeft de werkelijkheid de sensatie van destijds ingehaald. Iedereen aan de streaming muziek of weergegeven vanuit een offline statische digitale bron. Makkelijk, dat is zeker en natuurlijk honderdduizend keer zo praktisch als die LP en CD meuk. Maar, is het ook leuk?

De Philips CD 104 was een legendarische speler die met een andere casing en label ook werd verkocht als Mission, Schneider, Marantz, Revox en diverse andere merken. Het CDM1 loopwerk was ‘one of a kind’ en werd als High End loopwerk nog jaren gebruikt door vele topmerken. Had ik ‘m maar bewaard want het is de enige onverwoestbare CD speler die er ooit is gebouwd, althans, volgens allerlei vintage websites.

In 1985 schafte ik natuurlijk ook mijn eerste CD aan. Dat was bij één van de pioniers in Nederland die uitsluitend de zilveren schijfjes verkocht. Een zaak aan de Molenwerf in Leiden. Ik ben de naam helaas vergeten. Ik kocht Brian Eno’s ‘Thursday Afternoon’. Deze legendarische producer, componist en ambient pionier had de muziek speciaal gecomponeerd voor het nieuwe medium. Eénenzestig minuten lang kabbelt de minimal-ambient muziek uit de luidsprekers. Geen gedoe met het omdraaien van een LP en geen tikken, ruisen en andere storende bijgeluiden. Ik vond het een verademing.

Ik heb sinds die dag in 1985 nooit meer een LP gekocht. Tot en met heden ben ik een grote fan van het medium CD. Alhoewel de hoes van een LP qua formaat en ‘art work’ de CD verpakking vet in de schaduw zette, vond en vind ik dat CD boekje toch ook ontzettend leuk. Makkelijk om te bekijken tijdens het luisteren en leuk om de ‘liner notes’, de informatie over artiesten en de songs er bij te hebben. In je handen! Mijn LP verzameling was inmiddels 1000 stuks groot, maar naar mate de CD collectie groeide, draaide ik ze steeds minder. Te meer omdat ik de beste LP’s verving voor de mechanisch betere CD. Dat de LP niet zelden audiofiel superieur was constateerde ik ook wel, maar vond dat ondergeschikt aan het ontbreken van de irritante bijgeluiden en het gebruikersgemak. Ergens in 2003 begon ik met downloaden van muziek via Apple iTunes en minder legale bronnen. Ik begon met MP3 files naar binnen te halen van obscure websites maar zelfs met hoge bitrates hoorde je toch echt verschil, met name in het laag en de plaatsing (ruimtelijkheid). Dus ik week al rap uit naar WAV en later de format’s van Apple via iTunes. Al met al heb ik aardig wat Audio CD’s zelf gemaakt met ALAC (Apple Lossless) als bron met, na enige tijd, bitrates tussen de 400 en 1000 kbps. Het resultaat is niet te onderscheiden van een ‘echte’ CD. Het luisteren, zoeken naar info en het gepiel met fotootjes, hoesjes en doosjes vind ik leuk en leerzaam. Ik deed en doe uiteraard wel mijn best ‘mijn’ eindproduct er top uit te laten zien. Al met al heb ik aardig wat geld uitgespaard, want dat was initieel de voornaamste reden. Maar tegenwoordig raakt de CD uit de gratie en dat is goed te merken. Via internet heb je niet zelden voor een paar euro een nieuwe CD in huis. Daar ga zelfs ik niet meer voor aan de slag. Toch blijven de allernieuwste CD’s nog steeds best duur en dan koop ik toch bij iTunes en brand het plaatje. Maar recent stuitte ik toch op problemen…

Over de kwaliteiten van mijn nieuwe Pioneers heb ik al diverse malen geschreven. Ik zal de lezer daar verder niet mee vermoeien. Maar wat mij pas na een paar weken opviel (misschien nog wel langer) was dat sommige CD-R’s slecht werden gelezen door de nieuwe CD speler. Maar nota bene ook enkele gekochte! Er werd wel afgespeeld maar je hoorde de laser steeds ‘zoeken’ naar de juiste info. In een eerder blog heb ik dat al besproken. Na veel zoeken op internet, veel getest en gedoe kwam ik toch tot de conclusie dat ik mijn CD’s moest branden op ‘dedicated’ Audio CD-R’s. Ook officieel geproduceerde CD’s zijn soms niet van de kwaliteit die je mag wensen en dat verbaasde mij toch. Mijn oudere CD’s heb ik tot voor een jaar terug gebrand met een speciale PC Audio brander van Plextor en daar zijn geen problemen mee, dus het valt allemaal wel mee. Maar met mijn meeste recente PC en ingebouwde brander was de boodschap duidelijk: naar de Media Markt voor TDK’s!

Kent u de TV serie ‘Golden Girls’ nog? Een paar oudere dames die samen wonen in een huis in Florida. Eén van de dames’ moeder was Sophia, van Siciliaanse afkomst. Een sarcastisch wijfie dat meer op had met het Sicilië van ‘The Old Days’ dan het moderne Amerika. In bepaalde sitiuaties refereerde ze aan anekdotes uit haar moederland en begon dan standaard met de catchphrase ‘Picture it, Sicily, 1952…’ waarna dan een lachwekkend verhaal kwam. Die twee woorden, ‘Picture it’ (haal het voor je geest) werd een soort ‘running opening’ als J. en ik elkaar een verhaaltje wilde vertellen. Ik gebruik het nu weer…

‘Picture it’, Hoofddorp 2014, de Media Markt. Een gigantische zaak. Hoofddorp is geen Rotterdam of Amsterdam, maar de Media Markt is daar echt minstens zo groot. Ik was op zoek naar mijn ‘dedicated’ TDK Audio CD-R’s. Vroeger stonden de lege CD’s in dit soort zaken tot aan het plafond opgestapeld, maar ik wist tussen al die rijen elektronische nieuwigheid geen één CD te spotten. Dus maar eens een medewerker aangesproken. ‘Een CD-R zegt u?’ De jongen kijkt mij aan of hij net een hele zure citroen doorbijt. ‘Eh, ja’. Zeg ik. ‘U bedoelt CD’s’. ‘Nou ja, een soort van’, bevestig ik hem. Ik wil de brave borst niet in verwarring brengen. Hij begint te glimlachen en weet wat ik bedoel. ‘Waarom wilt u eigenlijk CD’s?’ Rare vraag, maar ik leg ik hem uit dat ik er muziek op brand. ‘Muziek branden op een CD’? De citroen is duidelijk nog niet op. Hij begrijpt er echt niets van. Ik leg hem uit dat je muziek kunt branden op CD’s en dan afluisteren via een CD speler. Hij denkt echt dat ik gek ben en begint een heel verhaal over FLAC, MP3, USB’s, streaming media, tablets, enzovoort. Hij kijkt zenuwachtig om zich heen. Hij heeft een klant die ontsnapt is uit een gesticht en die muziek op CD’s wil zetten. Hij moet zo snel mogelijk van mij af, dat is wel duidelijk. Ik doe alsof ik zijn ongemak niet merk en geef een korte uitleg over de historie van LP, platenspeler, Compact Disc, CD speler, downloaden, branden en ’dedicated’ CD-R Audio. Hij kijkt mij nog even met een lege blik aan, draait zich om en loopt voor mij uit en begint links en rechts tussen de vele schappen te zoeken naar de obscure schijfjes. Na een paar minuten vinden we, onderin een schap, vlakbij de Philips Hue lampen, een paar verloren dozen en spindels met CD’s. Verdomd, de TDK-Audio CD-R’s liggen er gewoon tussen! Drie dozen! Ik kijk enthousiast om mij heen, maar de jongen is al weg. Ik koop alle drie de dozen voor iets meer dan tien euro. De verkoopjongen heb ik nooit meer gezien. Het schijnt dat hij nog ergens schuimbekkend rondscharrelt tussen de onverhuurde kantoorpanden in het mooie Hoofddorp.

‘By far’ de mooiste CD’s die ik dit jaar heb aangeschaft (gedownload) zijn van Dhafer Youssef, Matthew Halsall en Marcus Miller. Precies die vertoonden dat buitengewone irritante laser-gezoek door de Pioneer. Dus als eerste deze opnieuw gebrand op mijn prachtige nieuwe TDK schijfjes. Het resultaat was perfect en werkelijk audiofiel! Geen gezoek en gezoem, maar een weldadig mooie sound. Super gewoon. Dit is waar het allemaal om begonnen was. Zelden zo blij geweest en de Pioneer hoeft niet terug! O ja, de TDK’s hebben levenslange garantie!

Wat ik ook onwijs leuk vind is live muziek van Youtube en daar een mooi CD’tje van bakken. Heel veel live concerten staan tegenwoordig gewoon op de tjoep en steeds vaker in een prima audiokwaliteit. De gehanteerde streaming audio-bitrate is op dit moment 384 kbps vanaf videos met kwaliteit van 720p*). Met speciale software (o.a. DVDVideosoft) kun je de audiotracks downloaden naar een WAV format en converteren naar ALAC. Met iTunes kun je nog het opgenomen volume wijzigen en er zelfs een equalizer overheen halen en dan branden. Meestal zijn de concerten opnamen die op TV zijn uitgezonden. North Sea Jazz, Montreux, Marciac, Levenkusener Jazztage, Mezzo, enz. Met zo’n download heb je toch weer een leuk uniek product. Marcus Miller Montreux Jazz 2013 heb ik bijvoorbeeld deze week gebrand. Geweldig gewoon!

*) Het getal 720 staat voor het aantal horizontale beeldlijnen van de beeldscherm resolutie terwijl de letter p staat voor progressive scan. Heeft uiteraard geen invloed op de audiotrack.

En straks? Plaatjes blijven draaien? Wat mij betreft, zeker en vast! We zijn hier thuis echt niet van gisteren en we streamen er ook lustig op los. Dat dan weer wel, maar ik merk stiekem dat een separate DAC nodig is om het niveau van de CD te halen. Maar goed, via de thuisindeling van iTunes en iPad kan ik inmiddels een groot deel van mijn bibliotheek streamen en dat is natuurlijk super handig. Eerlijk is eerlijk.

Het is natuurlijk een verloren zaak, dat weet ik ook wel. Inmiddels heeft een nieuwe dienst zich in de USA en UK aangediend: ‘Tidal’. Ze bieden 25 miljoen lossless FLAC tracks aan, allemaal gecodeerd op 44,1 kHz / 16 bit / 1411 kbps die je kunt streamen via internet. Met andere woorden, binnen een jaar of twee kun je, bij wijze van spreken, al je mediadragers, inclusief externe harde schijven, NAS servers en weet ik al wat niet meer gewoon in de vuilnisbak flikkeren. Net als je boeken video’s DVD’s en alle andere zooi trouwens. Beetje gechargeerd, maar toch…

Ik geniet er (heel veel) meer van om langs de LP of CD kast te lopen en iets leuks te pakken en gewoon op mijn gemak ‘dedicated’ te luisteren. Daarnaast vind ik het klooien met muziek (surfen, lezen, luisteren, downloaden, branden, CD maken) een onwaarschijnlijk relaxed tijdverdrijf.

Ik ga lekker een CD-tje draaien 🙂

O ja, nog een goed artikeltje uit de Volkskrant. Voor de liefhebbers. Gaat over streaming, DAC’s, MP3 en dergelijke (dank je JdR.): http://tinyurl.com/m382am3



WEBSITE OF WEBLOG?

WEBLOG Posted on Thu, December 18, 2014 23:17:04

De drang om zaken uit mijn leven vast te leggen heeft altijd al in mij gezeten. Al vroeg begon ik met (reis-) dagboeken en over fotografie heb ik het al vaak zat gehad. Met video en film heb ik mij gelukkig beperkt bezig gehouden en aan de social media doe ik alleen professioneel mee. De website ‘stoneageimages’ heb ik vanaf 2008 echt helemaal volgeschreven met mijn verhalen, beschouwingen, verslagen, recencies, foto’s (pictures.stoneageimages), enzovoort. Ik vond en vind dat erg leuk. Het bevredigt de drang die ik net noem en het is soms best praktisch en vermakelijk om dingen op te zoeken, terug te lezen of te bekijken.

Ik schrijf voor mijzelf, zie het als een dagboek, maar uiteraard ook om te delen. Dat ik een bescheiden spoor in de historie nalaat vind ik ook niet onbelangrijk. Ik wil er gewoon ‘zijn’, ook als ik er niet meer ben. Ik heb bewust gekozen om anoniem te blijven. Dat lijkt in tegenspraak met het begin van deze alinea, maar degenen die mijn blogs lezen weten wie ik ben. Niets geheimzinnigs hoor, maar niet Jan en Alleman hoeft alles van mij te weten.

De blogs zijn niet geschreven om literaire frustraties weg te werken en voldoen ook niet altijd aan het begrip blog. Een blog moet kort en ‘to the point’ zijn denk ik. Maar ik houd mij daar niet aan. Ik schrijf korte en lange stukjes en beperk mij met opzet niet.

Ik stuur van tijd tot tijd een e-mail met een hyperlink naar een nieuwe blog die ik heb geschreven. Soms naar iedereen, soms naar een geselecteerd publiek. Verder val ik niemand lastig. Wil je de blogs lezen en/of bekijken? Dat is mooi. Interesseert het je niet? Ook goed. Natuurlijk heb ik de traffic op de website door de jaren heen gevolgd en het is leuk te zien hoeveel mensen het lezen en, heel opmerkelijk, ook ver over onze grenzen. Misschien de NSA wel, hahaha. De ‘visits’ stegen tussen 2008 en 2014 van minder dan 1 naar 29 per dag, en die visitor was ik niet, voor de duidelijkheid. Aan de URL’s kan ik zien dat het niet alleen geïnteresseerden zijn maar ook ‘robots’ die naar bepaalde content zoeken. Big Brother, weet u nog?

Als ik alle pagina’s van ‘stoneageimages’ zou printen, dan zou dat een boek van bijna 1000 pagina’s A4 opleveren (stand begin 2016). Als ik dat zou willen publiceren dan heb je een vuistdik dagboek van bijna negen jaar, maar ik denk dat een ‘echt’ boek interessanter is. Het schrijven van een boek is trouwens een ambitie die ik ook nog heb…

In februari 2015 werd het platform waarop mijn website is gebouwd opgeheven. Daar was ik niet blij mee, maar ja, niets aan te doen. Uiteraard ben ik gelijk aan de slag gegaan met de migratie naar de nieuwe applicatie en daar ging het mis. De enorme hoeveelheden tekst van de oude website deden de nieuwe applicatie vastlopen. Balen dus en ik ben aan de slag gegaan om een nieuwe toepassing te vinden. Omdat ik ook een hele website vol foto’s bij one.com heb, wilde ik niet verhuizen naar een andere host. Om een lang verhaal kort te houden: ik heb gekozen voor een blog of ook weblog genoemd in de vorm van het ‘format’ zoals u deze nu leest. Het bevalt mij eigenlijk prima.

Deze introductie is bijgewerkt op 4 januari 2016.



MAGICO Q7 – CHATELLIN AUDIO SYSTEMS – DEN HAAG

WEBLOG Posted on Wed, December 17, 2014 23:19:10

Wat een drukke dagen zijn dit allemaal. Zoon Stijn
speelde gisteren, met dames, in De Waag in Gouda. Mijn vrouw J. zong met haar koor in de
kapel van Museum Gouda en natuurlijk moest ik deels, tussen mijn werk door,
taxiritten verzorgen voor het verplaatsen van artiesten en apparatuur. Alles in
het licht van een, helaas, verregende Kaarsjesavond. Een spektakel waar in
andere jaren wel 30.000 mensen op afkomen. Helaas was het nu erg stil. De dag
ervoor had ik een opening van de verbouwing van het bedrijfspand van vriend H.
Ik werk in Hoofddorp, had vrijdag nog een bedrijfsbezoek tussendoor en al met
al heb ik de afgelopen paar dagen drie keer de Randstad rondgereden. Never a
dull moment.

Zaterdag, 13 december 2014, was het niet minder. ’s Avonds naar Gatecrash
waar ik onwijze zin in had, maar we hadden eerst een ander dingetje… ’s Middags
gingen we naar de muziekzaak van Peter Chattelin en Jan Splinter, Chatellin
Audio Systems, één van Nederlands top High End zaken. Mooie winkel in Den Haag.
We waren er al eens eerder geweest en ik heb daar toen ook over geschreven. Ik
heb de naam Chatellin toen niet benoemd omdat ik een misschien een tikkie
kritisch was. Maar ik noem nu het beestje bij de naam. We gingen luisteren naar
een leuk setje met de luidspreker Magico Q7 als zwaartepunt. Samen met een
Soulution 711 amp, een cd speler, platenspeler, interlinkjes, luidsprekerkabels
en wat andere randapparatuur verwisselt de hele set voor € 500.000,- van
eigenaar. U leest het goed. Een half miljoen euro! Ik moet zeggen, we werden weer heel vriendelijk ontvangen,
kopje koffie erbij en het is altijd reuze interessant en gezellig. Wat
opmerkelijk is dat Peter Chatellin ook muzikant is. Hij speelt (en zingt) al
jaren als bassist in Pink Project, een Pink Floyd tributeband. Opmerkelijk omdat de meeste muzikanten niet zo van de HiFi zijn, laat staan High End. Peter wel. Behoorlijk.

De Magico Q7 is de beste luidspreker ter wereld, althans,
dat wil de voltallige HiFi/High End muziekpers ons zonder uitzondering doen
geloven. Ik was helemaal om toen ik de reviews had gelezen en R. ons bezoek had
geregeld. Dit zou een audiofiele happening worden van duizelingwekkende aard,
een ongeëvenaarde ervaring, het Magnum Opus van de High End Audio industrie! Ik
had ook geen enkele twijfel dat het een verpletterend mooie ervaring zou zijn.
Dat pakte anders uit… Bij aankomst in de Anna Paulowna straat stond er, bijna
voor de deur, een Ferrari 458 Italia geparkeerd. Ah… er was blijkbaar al een
serieuze klant in de winkel. Binnen gekomen werden we vriendelijk ontvangen door
beide heren. Bakkie koffie er bij en we waren klaar om binnen te treden in het
Heilige der Heiligen: de luisterruimte waar de Magico Q7 stond te ‘draaien’.

Ik zal de lezer niet te veel vermoeien met al te veel
techniek, maar wel een beetje. De Magico’s worden in Californië gebouwd. Het
merk bouwt uitsluitend High End producten en de Q7 is het topmodel. De
luidspreker is 152 cm hoog, 82 cm diep, 38 cm breed en weegt 340 kg. Geen
speakertje voor vijf hoog achter. De Q7 heeft vijf units: mid bass, tweeter,
mid range en twee bass units. Bereik is 20 Hz tot 50 kHz, de gevoeligheid is 94
dB en het aanbevolen versterkervermogen ligt tussen 50 en 1200
Watt. De luidspreker heeft een aluminium frame en is verder gebouwd met
aluminium, koper en roestvrij staal. Prijs ± € 125.000,- voor een setje.

Nou, laat ik de steen maar gelijk in de vijver gooien: ik vind
het een heel vervelend klinkende luidspreker. Dat is nadrukkelijk geen oordeel maar een
ervaring. Ik heb niet de autoriteit en kennis in huis om van een dergelijke installatie
iets inhoudelijks te vinden, anders dan wat ik zelf heb gehoord en ervaren. Vergelijk het
met wijn. Natuurlijk zal de Q7 een fenomenale luidspreker zijn, maar niet voor mij. De B&W 802 Diamond heb ik meerdere malen mogen beluisteren en die
ervaar ik altijd als een warm audiofiel bad en is, voor mijn oren (!), by far
de mooiste luidspreker die ik ken. De Q7 produceert uiteraard een enorme en
indrukwekkende bak geluid, maar het klinkt kil, industrieel en, ik durf het
bijna niet te zeggen, doet pijn aan mijn oren. Met name de middentonen. Het zal
wel aan mij liggen, maar ik was er snel klaar mee.

Een vervelend ding is dat bij al die luistershows naar
verkeerde muziek wordt geluisterd. Altijd die godvergeten troubadours met
gitaren, vervelende zangmeisjes, audiofiele cd’s met zouteloze muziek en
obscure jazz LP’s uit de jaren vijftig. Heren: het is 2014, zoek muziek die in deze tijd
is opgenomen en die body en massa heeft. Geen gelul, niet van die zeikmuziek. Het is vrij
eenvoudig: draai een nieuwe Marcus Miller of mooie ECM of DG en dan weet je alles. Natuurlijk mag een troubadour ook, maar wel met mate, haha. Maar we zijn roependen in de woestijn. Een ding vond ik wel erg leuk: Abbey
Road blijkt een ‘State Of The Art’ opname te zijn geweest. De LP klonk best ok over
de Q7’s. Thuis heb ik ‘m ook gedraaid. Dat dan weer wel…

//www.youtube.com/embed/IJuhAh9kP1I

Al met al was het geen saaie dag en ook bij Chatellin was het
ronduit leuk. Ik waardeer het zeer dat men het gewone publiek in de gelegenheid stelt naar dit soort waanzinnige installaties te kunnen luisteren. Maar de Q7? No thanks. Doe het geld maar… O ja, de set is verkocht!



WEBLOG – CONTENT WEBSITE 2008 – 2014

WEBLOG Posted on Tue, December 16, 2014 23:18:18

Weblog

Hier plaats ik af en toe eens wat ik kwijt wil met
betrekking tot onderwerpen die mij bezig houden of fascineren op welke wijze
dan ook. Het is geen weblog in de zin dat ik mijn leven compleet wil ‘loggen’,
maar eerder een virtuele plek op mijn eigen website waar ik mijn ei kwijt kan
én wil delen. Alle onderwerpen kunnen aan de orde komen, vakanties, anecdotes,
wetenswaardigheden, net wat er bij mij opkomt. Auto’s, muziek en fotografie
hebben een eigen pagina, dus die onderwerpen sla ik hier over. Als iemand wil
reageren kan hij of zij een mailtje sturen. Ga dan naar ‘Contact’ voor de
juiste gegevens. Zoeken in de tekst kan door ‘Ctrl’ en ‘F’ tegelijkertijd in te
vullen en de zoekterm in te vullen. Druk op ‘Home’ op het toetsenbord en je
bent weer bovenaan de pagina.

Content die ik heb geschreven met betrekking tot dit onderwerp van 2008 tot december 2014 vindt u hier: http://www.stoneageimages.com/weblog.html