Ooit was ik van mening dat ik van alle muziekstijlen wat
in huis moest hebben. Het is sowieso geen gekke gedachtegang en het past wel bij mijn
persoon om ook van minder bekende muziek wat generieke kennis te hebben. Bovendien: onderzoek
alles en behoud het goede. Vroeger betekende ‘onderzoeken’ meestal dat je een LP kocht bij de platenzaak. Niet zelden op goed geluk of na een korte luistersessie bij een vriend of in de winkel. Dat ging natuurlijk wel eens mis. Ik heb dus de nodige muziek in de platenkast waar ik
eigenlijk nooit naar luister. Als ik generaliseer dan vind ik die ‘musica non
grata’ vooral in de klassieke muziek en free jazz afdeling. De laatste stroming hoef
ik niet uit te leggen denk ik. Free Jazz is in heel veel gevallen niet om te
pruimen, maar toch kocht ik het omdat de muziek legendarisch was of de recensies
lovend. Cecil Taylor, Albert Ayler, Archie Shepp, Ornette Coleman, Arthur
Blythe, noem maar op. Tientallen LP’s heb ik van deze mannen. Piep, piep, knor,
knor, pep, pep. De Nederlanders, zoals Willem Breuker en Han Bennink, waren nog een slag erger. Die
hadden klompen aan en, godbetert, zongen er zelfs bij. Of deden een worstelpartij in hun blote bast. Tijdens een optreden, haha.
Bij popmuziek trapte ik niet zo
vaak in de recensie-valkuil. Klassiek was een ander verhaal. Het hoorde gewoon
in je platenkast te staan. Ik was toch netjes opgevoed in een goede buurt? Ik
was toch geen jongen van de straat? Beethoven, Mozart, Liszt, Brahms, dat had
je gewoon in huis. Dus ik zorgde al lang geleden dat ik een een mooie compacte
klassieke verzameling bij elkaar sprokkelde. Waar ik vervolgens zelden of nooit
meer naar luisterde. Ik moest uiteindelijk gewoon toegeven dat ik mijn echte
voorkeur niet kon verloochenen: jazz-funk-rock-blues. Klassiek-klassiek, als
u mij begrijpt, vind ik op zijn tijd echt wel mooi, maar, dan in een bepaalde
omgeving en sfeer. Ik hoorde in een museum ooit Jessye Norman een aria uit Dido
en Aeneas zingen. Ik schoot gewoon vol, zo mooi vond ik het. In de auto heb ik wel
eens iets dergelijks met Beethoven gehad. Het komt dan opeens binnen. In de loop der jaren maakte ik ook kennis met de wat
recentere ‘contemporaine’ klassieke muziek en natuurlijk minimal music. In dat segment vond ik meer luister-uitdaging, maar ook muzikale rust als tegenwicht voor
mijn wat onrustige voorkeursstijl. Muziek voor de late avond en verstilde winterdagen. Met name minimal music werd echt wel mijn
‘second love’. Ik schreef er ooit een blog over en in het verband van dit verhaal is
het misschien zinvol om het stuk nog een keer te lezen:

http://blog.stoneageimages.com/#post28

Gisteren zou ik eigenlijk in Oostenrijk moeten rondbanjeren op een berg met K. voor onze jaarlijkse bergvakantie. Helaas ging dat niet door vanwege vervelende omstandigheden
bij K. Ik kon daardoor, onverwacht, toch nog aanhaken bij R. en H. voor
het concert van Terry Riley in Tivoli in Utrecht. Terry is voor het grote
publiek een onbekende, maar in de serieuze academische muziekwereld is deze man een levende legende. Terry’s ‘In C’ uit 1964 is een
mijlpaal in de moderne Amerikaanse muziekhistorie*). Steve Reich en Philip Glass hebben het allemaal van hem, zo te zeggen. Om eerlijk te zijn vonden
we de legendarische status van Riley al voldoende reden om hem in levende lijve te
zien. Terry zou optreden met zijn zoon Gyan. Terry speelt normaliter piano of
orgel en zijn zoon elektrische en akoestische gitaar. De filmpjes op Youtube
maakten ons wel een beetje onzeker over de aard van de muziek die we zouden gaan
horen. We waren zeer benieuwd.

*) https://en.wikipedia.org/wiki/In_C

Ik was nog niet eerder in het nieuwe TivoliVredenburg
geweest. Om kort te gaan: niet normaal! Zo mooi, zo groot, zo megalomaan. De
Rekenkamer van de gemeente Utrecht: “.. de financiële consequentie van een
groter en duurder gebouw zijn niet voldoende onder ogen gezien en er is bij
gelijkblijvende programmering, activiteiten en subsidie geen sluitende
exploitatie van TivoliVredenburg mogelijk.” Dat is nou een beetje jammer. Wie
ontwerpt er zo iets zonder dat je kosten en baten realistisch inschat? Wie keurt dat dan ook nog eens goed? We zijn in Utrecht, niet
in New York. Maar, eerlijk is eerlijk, het is wel een héél erg mooi theater.

De familie Riley speelt vanavond op zolder lijkt het,
want er komt geen einde aan alle rol- en gewone trappen voordat we bij een
compacte en prachtige zaal in de nok komen. Het heet ‘Hertz’ en is één van de
vijf concertzalen. Mooie ruimte, mooie plekken, komt helemaal goed. Op de
website zie ik de details pas: Hertz ligt op de 7e verdieping en
heeft 543 plaatsen en is dus zeker niet compact. Het is één van de twee grote zalen hier, maar waar wij zitten valt dat totaal niet op. De naam Hertz verwijst
naar de hoofdontwerper van het gebouw, Herman Hertzberger en naar de eenheid van frequentie.
Wat een waanzinnig gebouw. De vijf zalen van TivoliVredenburg zijn ontworpen door verschillende architecten en hebben alle een eigen sfeer. De beroemde grote zaal uit het oude Muziekcentrum Vredenburg was ontworpen door Hertzberger en is gespaard gebleven. Het gebouw is zonder de muziek al een avondje uit waard.

Precies om 20.15 komen Gyan en zijn vader, Terry, de
bühne op lopen. Terry loopt wat wankelig en neemt voorzichtig plaats achter de vleugel. Hij is 81 jaar en dat kun je toch wel aan zijn bewegingen zien. Gyan is 39 en gaat op
een krukje naast de vleugel zitten. Er staan voor hem een akoestische en een
elektrische gitaar klaar. Gyan kennen we alle drie niet en ik heb achteraf wat
huiswerk gedaan. Hij groeide op in Nevada op de Sri Moonshine Ranch van zijn
vader. Hij had ook muzikale genen, maar koos voor de gitaar. Hij studeerde
klassieke muziek en werd beïnvloed door zijn vader en Indiase klassieke tradities. Met een dergelijk CV en een vader als
Terry mag je verwachten dat hij wel een moppie gitaar kan spelen. Op iTunes
staan diverse CD’s en op Youtube allerlei optredens, zelfs met het Kronos
Quartet en zijn vader. Heel mooi trouwens!

Het is praktisch onmogelijk om de muziek van de Riley’s te
beschrijven waar de lezer zich wat bij voor kan stellen. Mijn internetrondje
leerde mij ook dat vader en zoon dit soort optredens al jaren doen en er is
zelfs in 2011 een live album van verschenen. Dat we geen typisch minimal concert hoefden te verwachten was wel duidelijk. Eigenlijk moet ik hier verwijzen
naar Youtube en dat doe ik dan ook. Zie de fimpjes hier na.

Waar het op neer komt is, wat mij betreft,
dat beide heren hun instrumenten bijzonder goed beheersen, maar dat het
samenspel soms wat wringt. Terry speelt meerdere stijlen, verrassend soepel
voor zijn leeftijd, van jazz tot minimal, terwijl Gyan eigenlijk vooral op de akoestische
gitaar excelleert. Soms is het onduidelijk of we naar Indiase of Indiaanse invloeden zitten te luisteren. Het klinkt van tijd tot tijd erg tribaal. Vader en zoon smelten pas samen, van tijd tot tijd, als ze in de
minimale modus staan. Althans dat was onze ervaring van de avond. Een ander ‘aspect’ van de muziek, als ik het vriendelijk adresseer, is dat Terry in sommige nummers zingt. Terry
Riley is duidelijk geen George Michael zal ik maar zeggen en daar laat ik het verder bij. Zijn gesproken monologen, tijdens de muziek, lijken een beetje op die van Ginsberg of Burroughs opperde R. Ja, goeie vergelijking is dat wel. Terry is eigenlijk toch ook uit de tijd van de Beat Generation (jaren 50 en 60). Het ‘Cannabis’ liedje speelt zich af in Azië, tussen de hippies. Terry ziet na een tijdje ergens vloeipapiertjes op de grond liggen en zegt tegen een hippie: ‘Can you roll me one’? waarop het spel abrupt stopt en Terry speels de zaal inkijkt. Volgende song. Na drie kwartier staan de mannen op, geven elkaar met een glimlach een ‘hug’, lopen naar voren, doen een buiging en verdwijnen achter de coulissen zonder een woord te zeggen. Wat? Is het al
afgelopen? Het blijkt de pauze te zijn, haha. In de pauze worden we geïnterviewd door iemand van Radio 4. Wat we er van vinden. We geven er een draai aan en vergeten te vragen wanneer dit wordt uitgezonden. If ever.

Na de break gaan ze verder waar
ze gebleven waren met instrumentaal samenspel en af en toe weer zang van Terry. Iets te veel in onze ogen. Het laatste nummer is echter fabuleus. Volledig
instrumentaal en vader en zoon excelleren minstens twintig minuten lang met een
schitterend stuk vol betoverende muziek en een loepzuivere cadans. Fantastisch en het
compenseert de wat mindere momenten volledig. Terry en zijn zoon zijn twee ontzettend
vriendelijke mannen. Beiden hebben ze, als ze niet musiceren, constant een
glimlach rond de mond en zijn duidelijk ‘in tune’ met zichzelf, elkaar en het leven. Zo
lijkt dat althans. Misschien schelden ze elkaar achter de coulissen uit voor oud viswijf, maar ik denk het eerlijk gezegd niet.

Hieronder de twee Youtube filmpjes. De eerste is een paar
weken geleden gemaakt in Ljubljana door iemand met een smartphone vermoed ik, maar het geeft
een idee van de muziek zoals wij die ook zagen. Het tweede filmpje is het nummer
‘Emerald Runner’ en geeft ook goed de sfeer weer en laat bovendien horen hoe Terry zingt.

Geen verpletterende ervaring dus. Voor een deel was de
muziek beslist goed en we hebben een levende legende mogen zien! Het eten was
lekker, Tivoli was leuk en we hadden natuurlijk weer een top-avondje met
vrienden. Ik realiseer mij dat we met zijn drieën een historie hebben van meer dan 40 jaar concertbezoek! Soms ook met anderen, maar meestal als drietal. Omdat onze muzikale voorkeur behoorlijk op één lijn ligt, zijn wij toch wel de muzikale Aramis, Athos en Porthos binnen onze vriendenkring. In Utrecht lopen we overigens de
deur niet plat. Volgens mij was de laatste keer dat we hier waren in het
oude Vredenburg theater. Bij Solution, haha. Eind jaren zeventig of zo. Wie
kent ze nog? Het was beslist één van de beste bands die Nederland ooit heeft
gekend. Daar kom ik nog een keer op terug trouwens.

Wat ik nog vergeet: gisteren werd het zeer succesvolle Paralympisch team, net terug uit Rio, gehuldigd in TivoliVredenburg. De feestelijkheden waren net afgelopen toen wij arriveerden. Ik zag buiten iemand in een rolstoel zoals op de foto onder en vroeg mij af of het een olympisch sporter was. Dat bleek dus het geval. Deze info is ‘for the record’.

In de mooiste, grootste en leegste parkeergarage die ik ooit heb gezien stonden nog drie auto’s. Ook heel raar en over-gedimensioneerd blijkbaar. Maar die van ons stond netjes mooi te wezen. R. reed vandaag en ik kon lekker weg doezelen op de
achterbank in het zachte leer van zijn Volvo V60 Twin Engine. Het leven is vurrukkulluk.