Wat mij betreft zou een definitie van muziek kunnen zijn:
‘Geluid wat bewust door mensen wordt gemaakt om zichzelf of anderen te
plezieren’. Laat ik het voor het gemak ‘mijn’ muziekbeginsel noemen (ik zal
vast niet de eerste zijn die dit verzint). De structuren en parameters die voor
het maken van muziek worden gebruikt zijn, in grote lijnen, tijd, volume,
melodie, ritme en harmonie. Er is veel wetenschappelijk onderzoek
gedaan naar deze facetten en andere aspecten die een rol spelen bij het maken en ervaren van muziek.
Denk daarbij aan historische, geografische, sociale en aangeboren factoren. Interessante
materie. Harmonie bijvoorbeeld (akkoordprogressie en samenhang) wordt in sommige delen van de wereld anders toegepast
en ervaren als in het westen. Muziekwetenschap is een interessant maar bijzonder
gecompliceerd onderwerp en voor mij veel te moeilijke materie. Ik kom er desondanks straks
toch nog even op terug. Maar dat eerste zinnetje van deze alinea, daar gaat het
mij om.

Ik heb inmiddels, naar aanleiding van een tip van een
vriend, uitgebreid geluisterd naar ‘Répons’ van Pierre Boulez, één van zijn
meesterwerken. Een en ander natuurlijk aangewakkerd door het overlijden van
Boulez en mijn onbekendheid met zijn composities. Ik vond het, vanwege alles
wat ik over deze zeer interessante man las, de moeite waard om mij te verdiepen
in ten minste één van zijn werken. Dat werd dus ‘Répons’.
Ik durf te stellen
dat ik wel wat gewend ben op het gebied van allerlei muzikale stijlen. Ook van eigentijdse
componisten die de traditionele wegen van componeren hebben losgelaten, zoals
Erkki Sven Tüür, Arvo Pärt, Alfred Schnittke en nog wat van dat soort snaken. Maar Répons is toch
van een andere orde. Boulez was een briljant wiskundige en zo blijkt zijn
muziek, Répons althans, volledig te zijn opgebouwd en geconstrueerd. Mathematisch
en theoretisch. Na meerdere malen het werk te hebben beluisterd vind ik dat de
term ‘mooi’ voor mij net zo ver verwijderd is van Répons als Voyager I van de
aarde (± 20 miljard km, as we speak). Dus, kort en goed, Répons voldoet niet aan mijn muziekbeginsel
als ik het zo mag zeggen. Maar daar is de kous niet helemaal mee af. Répons vind
ik wel een interessante en soms spannende ‘luisterhappening’. Het centrale concept van actie en reactie loopt als een rode draad door het werk heen en is goed herkenbaar. Toen ik zocht naar een filmpje op Youtube om dit artikel mee te illustreren,
kwam ik een zeer recente uitvoering tegen. Ik kan niet anders zeggen dat ik zeer
geboeid heb zitten kijken en luisteren. Qua cameravoering en productie vind ik dit ronduit ‘cutting edge’, maar het raakt bij mij werkelijk nergens een snaar.

Tijdens het Holland Festival van vorig jaar is Répons
uitgevoerd in de Westergasfabriek. De context, structuur en achtergrond van het
werk wordt op hun website uitvoerig en uitstekend behandeld. Voor de
geïnteresseerden: http://tinyurl.com/hprlcon

Ik heb wel lang nagedacht voordat ik deze blog schreef. Moderne
eigentijdse ‘klassieke’ muziek is een lastig onderwerp. Zeker om daar iets
sluitends, iets concluderends over te formuleren. Niet dat dat moet, maar ja, ik
ben er nu eenmaal aan begonnen. Een verwijzing naar mijn eerste beginsel is
misschien wel erg gemakkelijk zou men kunnen zeggen. Maar, hoe dan ook, daar
gaat het uiteindelijk toch wél om, laten we elkaar niet voor de gek houden. We
maken of luisteren muziek voor ons plezier en niet om elkaar te pesten. Maar het
iedereen naar de zin maken gaat gewoon niet. Wat voor de een aangenaam is, kan een
ander als hinderlijk ervaren. Alles is relatief dus ook mijn muziekbeginsel.

Maar, er bestaat ook nog zoiets als een leercurve.
Bepaalde muziek kun je leren waarderen, net als het leren drinken en waarderen
van wijn. Sommige muziek gaat er bij volksstammen in als Gods woord in een
ouderling, maar bij andere muzikale uitingen moet je ‘werken’. Dat klinkt nogal
serieus, maar dat valt reuze mee. Het werken zit hem namelijk vooral in veel en
vaak luisteren. Bepaalde gecompliceerde patronen in muziek zullen zich in de
loop der tijd openbaren en zal de muzikale horizon vergroten. Of niet, dat is
natuurlijk per individu verschillend en of men er wel de tijd en concentratie voor
op wil brengen. Ik wist zeker dat ‘Bitches Brew’ iets bijzonders was en ik
pijnigde mij wekenlang met de hectische kakofonie waar ik geen kaas van kon
maken. Tot dat het kwartje viel. Ik ervoer het als een regelrechte openbaring!
Ik denk dat het bij veel andere en wat minder toegankelijke muziek, niet anders
is. Echter, de ‘sky is the limit’ en als we ons eenmaal begeven op het gebied
van serialisme, atonaliteit en allerlei andere mathematische vormen van muziek
kunnen de patronen zo gecompliceerd en ingewikkeld zijn dat zelfs de grijze
massa’s van geoefende luisteraars niet in staat zijn deze patronen te herkennen. Répons
zou daar best eens goed bij kunnen horen. Ik denk dat mijn brein tekort schiet,
laten we het daar op houden.

Moderne en eigentijdse composities. Tsja, de analogie met
de restaurantsector dringt zich bij mij op. Ik heb het ‘genoegen’ gehad een
paar jaar geleden vier keer met kleine tussenposen bij verschillende Michelin sterrenrestaurants
te mogen eten. Wat ik er van vond? Onthutsend eigenlijk. Het duurde iedere keer veel
te lang en ik ging met honger (‘trek’ zeiden onze moeders dan) weer naar huis.
Veel gangen op onhandig grote borden met een eetbaar bouwwerkje in het midden. De
knutselconstructies schitterden mij uit een zee van wit porselein tegemoet. De
eerste keer keek ik echt ontredderd om mij heen en dacht: “Als ik dit op mijn normale
manier eet, dan ben ik binnen een minuut klaar met deze gang”. Maar ik keek de
kunst af en deed braaf mee met de sterrenvertoning. Hééél klein hapje nemen en
dan veelbetekenend om je heen knikken dat dit gerecht toch wel heel bijzonder
is. Mond afvegen met het chique servet van linnen damast. Slokje wijn nemen uit
zo’n belachelijk groot glas. Niet zo maar, neeeeeee. Eerst kijken naar de kleur,
zachtjes los schudden, beetje ruiken, slokje nemen, door de mond halen en dan
pas doorslikken. Praatje maken en gereed maken voor de volgende muizenhap.
Allemachtig. In drie van de vier keren waren we pas na middernacht toe aan het
bestellen van een dessert. In vier van de vier keren had ik zin om op weg naar
huis te stoppen bij de ‘Golden Arches’. Begrijpt u mijn ‘pointe’ en de
overeenkomst? Dit is geen manier om mij een fijne avond te bezorgen, maar om
mij te irriteren. De eetcultuur als hiervoor beschreven bevredigt misschien de creatieve
artiest in de keuken en culinaire (would be?) kenners, maar niet het publiek wat gewoon lekker en ontspannen wil eten.

‘L’art pour l’art’ noemde Immanuel Kant dit. ‘Kunst om de kunst’. Een opvatting waarbij de enige maatstaf is dat de uiting van kunst intrinsiek is en niet functioneel en wordt beoordeeld op grond van, bijvoorbeeld, technische aspecten. Ik ben overtuigd dat dit voor eten en muziek niet mag en kan opgaan. Dat is een dwaling. Enige nuance is dat het eten ‘an sich’ in de etablissementen waar ik ben geweest goed was binnen te houden, haha.
Terug naar de muziek. Ik kwam een aardig artikel tegen op
internet uit ‘The Guardian’, niet het lulligste pamfletje uit het Britse
koninkrijk. Ik onderschrijf niet alles, maar ik denk dat de auteur, de New
Yorker Joe Queenan, in essentie de spijker wel behoorlijk op de kop slaat, Hij
schrijft onder andere dat hij op zijn 18e, heel stoer, ‘Kontrapunkte’
van Stockhausen en ‘Threnodi’ van Penderecki aanschafte: “I did not really
like these pieces, but I would put them on the turntable every few months to
see if the bizarre might one day morph into the familiar. I’ve been doing that for 40 years now, and both
compositions continue to sound harsh, unpleasant, gloomy, post-nuclear.” Ik
heb een identieke ervaring met Stockhausen. Na bijna vier decennia vind ik het
nog steeds werkelijk niet om aan te horen. Het artikel: http://tinyurl.com/zyh43ph

Ik denk dat ik Boulez als componist maar laat voor wat
het is. Ik luister sowieso niet veel naar eigentijdse componisten. Ik moet er
echt in een bepaalde stemming voor zijn, anders gaat het er bij mij ook niet
in. De enige modernist, minimalist en nep-romanticus (volgens sommigen) waar ik
regelmatig met meer dan veel plezier naar luister is John Adams. Het is
misschien een vergelijking die nergens op lijkt te slaan, maar dat is niet zo.
Ik denk dat eigentijdse componisten het imago hebben dat zij moeilijk en
ontoegankelijk werk maken of hebben gemaakt. Zie het artikel in The Guardian. John
Adams bewijst dat die werkelijkheid ook anders kan zijn. Luister naar het eerste
deel van ‘Dharma at Big Sur’ met het BBC Symphony Orchestra, John Adams als
dirigent en Tracy Silverman op een 6-snarige elektrische viool.

Kijk, dit vind ik nou ontzettend mooi. Het kan dus wel. Maar misschien denkt u er weer anders over, en dat mag 🙂