Sinds vorige week hebben wij Netflix. Ik had met regelmatige frequentie het
idee dat we het laatste gezin in Nederland zijn met deze streaming dienst, maar we horen er weer bij. Zoonlief kon niet wachten en stortte zich op een week Breaking Bad-‘binge-watching’. Met wat vertraging is J. nu ook helemaal in de greep van Walter White’s Crystal Meth avonturen en ik ben helemaal los op ‘Homeland’. Ik had mij al een tijdje op deze serie verheugd, maar de
werkelijkheid overtreft de verwachtingen! Gisteravond, lekker voor het slapen gaan, besloot ik nog een aflevering te kijken. Carrie, één van de hoofdpersonen, verwacht dat
zij thuis een amoureus intermezzo gaat meemaken. Ze heeft zich mooi opgetut
en voor de sfeer een passend muziekje opgezet. Ik herken direct dat
het Miles uit de jaren zestig is. Wat een prachtige muziek, maar ik kan niet
thuis brengen van welk album het komt. ‘Shazan’ er snel bij gehaald: het is Miles Davis met ‘My Funny Valentine’ van het gelijknamige album en die heb ik niet! Carrie’s tête-à-tête loopt
overigens op niets uit, maar dat is misschien een beetje een spoiler. Sorry.
Wat een fantastische actrice trouwens. Claire Danes heet ze en dat mens speelt echt de sterren van de hemel. ‘Stella(r) By Starlight’ zou je kunnen zeggen, om maar eens een bruggetje te maken. Het is één van de prachtige nummers van Miles’ album My Funny Valentine.

Mijn Miles Davis ervaring startte lang geleden met het
elektrische werk, dat heb ik hier vaak genoeg aangehaald. Zijn oudere werk ben
ik later pas gaan luisteren. Uit de jaren vijftig vind ik eigenlijk alleen de rustige nummers de moeite waard. De ritmesecties beginnen pas met ‘Kind Of Blue’ mooie grooves te spelen. De periode tussen 1959 en 1970 is er één
van transitie van onderkoelde Hard Bop naar de vrije elektro-fusion van de
seventies. Ik vind de albums van Miles door de jaren heen, niet verrassend natuurlijk, wisselend van
kwaliteit. Een standpunt bepaald op basis van mijn voorkeur als luisteraar en niet als
musicoloog of historicus. Die status wil ik mij niet aanmeten. Ooit kocht ik de
LP ‘Four & More’ en vond het allemaal veel te gejaagd en heb daarom de plaat na de aankoop zelden meer gedraaid. ‘My Funny Valentine’ is het zusteralbum en dat weet ik pas sinds
vandaag. Nooit de ‘liner notes’ van Four & More goed gelezen dus. Beetje dom. Ik vond ‘My Funny
Valentine’ bovendien een titel voor een musical en was de reden om het decennia te laten voor wat het was, tot dat ‘Carrie’ het draaide…

In de jaren zeventig en tachtig was Rotterdam voor ons de
stad om live jazz te beleven. Café Dizzy, B14 en vooral de Jazzbunker aan de
Maaskade waren de podia waar we regelmatig heel wat legendes hebben op zien treden. De
Jazzbunker was precies wat de naam deed vermoeden: een donker, rokerig en
naar verschaald bier riekend hok. We zagen daar onder andere het bizarre
gezelschap van de legendarische Sun Ra met zijn ‘Astro Infinity Arkestra’.
De man ‘himself’ was uitgedost in volledig idiote space-uitmonstering, maar hij speelde fantastisch. We hebben toen zelfs gesigneerde LP’s gekocht. Witte
kartonnen hoezen met een slecht ‘stenciltje’ beplakt en in eigen beheer
uitgegeven door de Space Master. Het jaar was 1980.

Ik herinner mij dat we toen, na het concert, met Sun Ra’s saxofonist, Marshall
Allen, een biertje dronken en over de muziek spraken. Allen zag er uit of hij
de nieuwe aardappels niet zou halen. Maar, de wonderen zijn de wereld niet uit,
hij wordt in mei 92! Een ander fenomeen waarvan ik nauwelijks kon geloven dat
hij in zo’n donker hol aan de Maas speelde was George Coleman. De
saxofonist van Miles Davis uit de eerste helft van de jaren zestig! De man was ooit
wereldberoemd en wij zaten op een paar meter afstand ‘gewoon’ naar hem te
luisteren. Ik vond dat pure magie. George wordt in maart 81 jaar. Taaie rakkers toch allemaal, die jazzcats.

George is de saxofonist op ‘My Funny Valentine’. Het album bevat, zoals gezegd, de rustige nummers
van een benefietconcert, opgenomen op 12 februari 1964 in New York City. Het ‘onrustige’
deel staat op ‘Four & More’, dat een jaar later werd uitgebracht. Beide albums zijn dus op één avond opgenomen maar
omdat de sfeer (en kwaliteit) van de diverse nummers zo ver uiteen lag, besloot
men twee verschillende LP’s uit te geven. De band bestaat uit Miles op open en
gedempte trompet, Coleman op saxofoon, Ron Carter op contrabas (most recorded bassist in jazz history) de 18-jarige Tony Williams (!) op drums en de ook nog jonge Herbie Hancock achter de vleugel. Miles
schittert als nooit tevoren en de mannen spelen allemaal geweldig, maar mijn
persoonlijke favoriet is de beheerste Coleman die, ook volgens de critici destijds, de mooiste set van zijn leven speelt.

Vanuit het heden is het
toch wel even een tandje terugschakelen om deze muziek uit 1964 op waarde te
schatten. Maar, als je er even wat tijd in steekt, dan is duidelijk wat een
schitterende album dit is. Ik merk dat bij herhaald luisteren
de muziek nog beter tot zijn recht komt en de mooie nuances steeds duidelijker
worden. Dat gaat voor veel muziek op, maar je verwacht het niet van deze recht-toe-recht-aan jazz. Het titelnummer, My Funny Valentine, is een jazz standard uit 1937 dat ontelbare malen is uitgevoerd (o.a. een hit van Chet Baker). De versie hier is zeer sfeervol en ‘The Jewel In The Crown’ van dit album. Miles ‘muted’ trompet klinkt beheerst en zacht en dat was niet altijd per definitie het geval. De remaster uit 2005 is technisch zeer geslaagd, warm en met voldoende dynamiek. Bovendien belangrijk beter opgenomen dan het andere beroemde live-album van een jaar later ‘Live At The Plcked Nickel’. Al met al: zeer aanbevolen!

Voor meer informatie: https://www.milesdavis.com/albums/my-funny-valentine/

Ik sluit gepast af met een foto van Miles Davis. Ik zag de plaat ingelijst hangen op het herentoilet van Hotel Postillion bij Strand Nulde aan het Veluwemeer. Miles op de plee, kan niet waar zijn, toch? Miles ‘plees’ for lovers, haha. Ik vraag mij echt af wie in vredesnaam verzonnen heeft om die foto daar te hangen… Je zet een borstbeeld van Bach toch ook niet in een openbaar toilet? Met mijn telefoon heb ik er een plaatje van gemaakt. De foto was beschadigd en vergeeld, maar ik ben een handige rakker met ‘shoppen’ en heb er een mooie ‘refurbished’ versie van gemaakt. Een prachtige foto van Miles in ere hersteld, zoals het hoort. Ik had moeite de foto en details op internet terug te vinden. Aan de hand van zijn kleding en horlogeband schatte ik dat het 1969 moet zijn geweest. Ik besloot maar eens ouderwets te zoeken in de boekenkast. ‘Miles Davis, The Man In The Green Shirt’ van Richard Williams, had ik ooit gekocht bij de Free Record Shop. Het staat vol met prachtige platen en, verdraaid, daar vond ik ook de bewuste foto! Inderdaad gemaakt in 1969. Op 3 november tijdens het 8e Paris Jazz Festival door Guy Le Querrec voor Magnum photos.

© Guy Le Querrec / Magnum Photos – http://tinyurl.com/zxqhamo

Ik had, achteraf bezien, de originele foto misschien ook kunnen downloaden bij Magnum. Geen idee wat dat zou moeten kosten, maar dit was eigenlijk veel leuker.

Miles Davis – Directions in Music – Nog steeds.