‘Het leven
is een pijpkaneel, elk zuigt eraan en krijgt zijn deel’. Voor mij is het een bekende spreuk want mijn moeder
hanteerde hem van tijd tot tijd. Voor anderen zal het wel archaïsch taal gebruik zijn. De etymologie en herkomst er van zijn niet
helemaal helder. Het schijnt een variant te zijn op een tekst van Joost van
den Vondel. Het is een vreemde uitdrukking overigens. Kaneel wordt gemaakt door
de rolletjes bast, het pijpkaneel, te malen tot poeder. Wie zuigt daar nu aan?
Misschien wordt de kaneelstok van de kermis er mee bedoeld. Maakt niet uit, de
betekenis is wel duidelijk: iedereen krijgt in het leven het zijne en soms zit
het mee en soms zit het tegen. Het is van toepassing op ons allen in dit
ondermaanse. Ook al hebben we vaak het idee dat bij sommigen ‘de duivel altijd
op dezelfde hoop schijt’ of juist andersom. Eigen schuld, dikke bult of heeft het
toch met de stand van de sterren te maken? Beetje van allebei
misschien, wie zal het zeggen?

Bovenstaande
introductie heeft te maken met ons ‘deel’ van het pijpkaneel. Het had dit jaar
te vaak een bittere smaak. Het leek en lijkt (..) wel niet op te houden. U kent
dat ook wel. De ene ellende volgde in en rondom ons gezinnetje de andere op. Nou klinkt dat wel erg zwaar,
want we hebben ook genoeg leuke dingen meegemaakt en onze succesjes geboekt. Maar
ja, de dood van één van mijn beste vrienden, verlies van een baan, de druk
van het solliciteren en starten bij nieuwe werkgevers (J. en ik), de spanning van
een nieuwe studie mét gebroken sleutelbeen (Stijn), de emotie van het
overlijden van mijn moeder en de begrafenis, het werk en gedoe van de
ontruiming, een ernstige ziekte in de familie én allerlei onaangename financiële
‘verrassingen’ in een tijdsbestek van minder dan tien maanden was en is
allemaal wel erg veel. Het trekt een zware wissel op energie, wilskracht,
motivatie en gemoed.

Al een paar
jaar ligt ‘Tonio’ van A.F.Th. van der Heijden bij ons op boekenplank onder de
salontafel. Ik heb het nooit durven lezen. Tonio, de enige zoon van het gezin
van der Heijden komt bij een verkeersongeval in 2010 om het leven. Tonio is dan
21. Het verhaal komt te dichtbij en ik heb mij nooit durven verplaatsen in de
emoties van een dergelijke rampspoed. In onze familie hebben we een
vergelijkbare portie al gehad… Sommigen vroegen zich af in 2012 waarom Van
der Heijden het boek publiceerde, alsof hij er een commercieel slaatje uit had
willen slaan. Belachelijke veronderstelling natuurlijk. Het is de drang om een
dergelijk verdriet een plaats te geven, het hanteerbaar te maken. Volledig
verwerken gaat nooit lukken, het verdriet gaat mee het graf in. Maar je kunt
het wel ‘materialiseren’ zodat het zijn eigen plek krijgt. De weg voor een
schrijver is dan uiteraard een boek.

Mijn schoonvader deed hetzelfde, voor de meesten van u hoef ik daar verder niet over uit te wijden. U kunt zijn boek volgens mij nog steeds bestellen als u interesse heeft: http://tinyurl.com/gkrdelm

Een boek heb
ik nooit geschreven, althans, nooit gepubliceerd. Echter, de cumulatieve tekst
van acht jaar website/weblog is op dit moment meer dan 800 pagina’s A4. De
strekkende meter reisdagboeken vertegenwoordigt ook nog een hele berg tekst. Ik
durf mij dus inmiddels wel tot het schrijvende gilde te rekenen. Mijn lezers
zijn maar een beperkte groep van intimi en af en toe een ‘voorbijganger’. Aan
de ‘grote klok’ hangen van zaken doe ik dus niet, daar is mijn ‘circle of trust’
te klein voor. Maar de drang om zaken vast te leggen en te delen heb ik al van
kleins af aan. Sinds de komst van internet kan ik mijn roerselen ook nog makkelijk
elektronisch verspreiden en dat vind ik prettig. Het is misschien wel dwangmatig; het anoniem overgaan van vast naar stof speelt daar ook wel een
rol in. Dat een mens geboren wordt, leeft en dood gaat als ‘A ship that passed
in the night’, vind ik een lastig concept. Die vergetelheid wil ik niet en ik
denk dat ik daardoor, onbewust, een leven lang van fotograferen en schrijven
achter mij heb. Die nalatenschap staat tenminste. Van mijn moeder heb ik het
vastleggen van het dagelijks leven wel een beetje geërfd. In haar leven schreef
zij lange brieven naar een vriendin die een mooi beeld geven van gezin en tijd in de
jaren vijftig en zestig. Medio jaren zeventig begon zij met het maken van
plakboeken en hield dat bijna vol tot aan het einde. Ik kom er straks nog op
terug. We hebben eindelijk een bruggetje naar het onderwerp van dit epistel :
sterfelijkheid. Ik wil u in dat verband meenemen in de nasleep van een
overlijden. Gewoon, omdat het allemaal bij het ‘pijpkaneel’ hoort en ik het een
plek wil geven op mijn manier, zoals het mij betaamt.

Het
overlijden van mijn moeder kwam toch nog onverwacht en snel. Daar was zelfs een
rit op de Autobahn zonder snelheidsbegrenzing niet tegen opgewassen, zoals u
eerder hebt kunnen lezen. Het was ‘een mooie dood’ zegt men dan en zo zie ik
dat eerlijk gezegd toch ook wel. Ik ga hier verder niet al te veel in op de
emotionele kant van de zaak, maar wel op de praktische, want daar hadden we ons
toch aardig in vergist. Mijn moeder woonde in een aanleunwoning sinds haar
65e. Het was op dat moment een nagelnieuwe flat met woonkamer,
slaapkamer, logeerkamertje en badkamer. Lekker overzichtelijk. Als je moeder negentig
is dan weet je dat het einde nabij is en we (ik, mijn zus en J.) zagen geen grote
problemen mocht het eenmaal zo ver zijn. Mijn moeder had geld gespaard voor de
begrafenis en haar wensen voor de uitvaart netjes vastgelegd. Ze zou worden
bijgeplaatst bij onze vader in het familiegraf, dus dat leek verder ook geen
punt. Haar woning was gelijkvloers, compact en strak zonder rare hoeken en
gaten, rommelzolder en zelfs geen berging. Dus de ontruiming zou ook wel los
lopen. Foto’s en dia’s verzamelen, even door de administratie, ‘kunst en
kitsch’ van elkaar scheiden, ontruimingsclub er doorheen en klaar was Kees.
Nou, dat pakte allemaal toch even anders uit.

In de nacht
van het overlijden moesten wij al direct een afspraak maken met de uitvaartverzorging,
Monuta in ons geval, om de eerste praktische zaken te bespreken. We zouden de
vertegenwoordiger van Monuta de volgende dag ontmoeten in het appartement van
mijn moeder. Zo gezegd zo gedaan. Ik dacht dat we met een uurtje er wel
doorheen zouden zijn. We startten om elf uur ‘ochtends en om half vier ’s middags
waren we pas klaar. Dat hadden we niet verwacht. Allemachtig, wat moest er veel
geregeld worden, maar gelukkig nam de uitvaartverzorging ontzettend veel uit
handen. Er bleef echter genoeg voor ons over zoals de datum van de begrafenis
vaststellen, adressen verzamelen voor de rouwkaarten, rouwkaart uitzoeken, rouwkaarttekst
opstellen, begrafeniskleding voor mijn moeder kiezen, uitvaart bespreken (hoe, wie,
wat, waar, wanneer, transport enzovoort), kist uitzoeken, lint uitzoeken, boeket
uitzoeken, tekst opstellen van toespraken, keuzes maken over koffie, drankjes
en hapjes, vrienden en andere naasten informeren voordat de rouwkaarten op de
bus gaan, zaken op het werk regelen, enzovoort, enzovoort. Ook zoiets banaals
als het overleg van de kosten hoorde er bij. Dat ging de hele week zo door tot aan
de uitvaart. De dag van de uitvaart liep alles op rolletjes en we kunnen daar
tevreden over zijn en als een goede herinnering koesteren. Het was een gepaste
afronding van een lang leven.

Parallel aan
het voorbereiden van de uitvaart en de periode er na moest er nog een oceaan
aan administratieve en operationele ‘regel-dingen’ worden gedaan. Zaken die
hadden te maken met telefonie, water, gas, elektra, kranten, post,
verzekeringen, lidmaatschappen, belastingdienst, geldzaken en noem het maar op. Mijn zus en ik hebben voortvarend de taken op ons genomen en uitgevoerd met,
uiteraard, ondersteuning van J. van tijd tot tijd. In grote lijnen deed mijn
zus vooral het papierwerk en ik de wat meer stoffelijke zaken. Een perfecte
samenwerking overigens waarbij wij gedurende bijna twee maanden 100% op één lijn
zaten. Dat hoor je wel eens anders. Het aantal en soort acties werd de eerste
dagen zo onoverzichtelijk dat we er een Excel-bestand voor hebben opgesteld,
niet te geloven toch? Hieronder een screenshot van een deel van de lijst.

Nog iets
waar we wat te makkelijk over hadden gedacht: het graf. Mijn vader was al in
1974 overleden en mijn moeder had het grafrecht steeds verlengd om t.z.t. te
worden bijgeplaatst. Een familiegraf dus. Het klinkt wat zakelijk, maar wij
dachten dat het open maken van het graf, bijplaatsen, een paar lettertjes op de
grafsteen erbij en wat opknapwerk voldoende zou zijn. Dat pakte natuurlijk óók
weer anders uit. In 1974 gebruikte men geen geprefabriceerd beton als grafzerk (het liggende deel).
Beton werd toen ter plekke gemaakt en de zerk werd gewoon in een kleine
bekisting boven het graf gemaakt. Na 41 jaar bleek het beton zo goed als
verrot. Nieuwe betonnen zerk dus. Prefab dit keer. De lettertjes waren van
koper en identieke moesten speciaal worden besteld. U wilt niet weten wat dat
kost… Het transport en afvoeren van het oude beton, herstel van het graf, transport
en plaatsen van een nieuwe betonnen plaat met afwerking én de nieuwe lettertjes
resulteerden in een kostenpost waar we van achter over sloegen. Mijn moeder had
heel braaf gespaard voor de begrafenis, maar de kosten van deze post waren niet voorzien en
dat was even slikken.

Toen was de
woning aan de beurt. Ik zal u een oeverloze lange verhandeling besparen maar
het was werkelijk ongelofelijk wat er, toch, allemaal tevoorschijn kwam aan
papierwerk, correspondentie, administratie, foto’s, knipsels, kunst, kitsch en
werkelijk honderden ‘artefacten’ (prullaria eigenlijk). Het moest allemaal door
onze handen en over alles moest een beslissing worden genomen. Ik had via een
vriend een tip gekregen van een ontruimingsbedrijf die professioneel woningen
ontruimen. Echt een fantastische club die ik iedereen kan aanbevelen (CVS in
Leiden). Na een bezoek door CVS aan de woning en een aantal weken bijna
dagelijkse communicatie via telefoon en mail (en het mailen van héél veel
foto’s) waren we zover dat we de boedel hadden gescheiden in: 1. Bewaren en
meenemen naar huis. 2. Af laten voeren door CVS naar grofvuil of
kringloopwinkel. 3. Afvoeren door CVS naar Marktplaats Helper (‘Google’ maar). 4. Transport
door CVS naar een Veilinghuis in Leiden. Alleen het bepalen van ‘kunst of
kitsch’ was al een klus op zich. Een verhaal apart en daar wijd ik hier verder
niet over uit.
Op 18 november jl. vond de ontruiming plaats en op 1 december 2015 was
de dag van eindinspectie door de verhuurder. Na vele middagen, zondagen en
avonden waren we na een week of vijf eindelijk klaar. Dachten we… Het hele
appartement was gestript en terug gebracht tot de vier segmenten die ik
hiervoor noemde. Tot dat we tijdens een laatste inspectieronde onder de
gootsteen (!) een compleet Chinees servies ontdekten. Jeezzzz… Het bleek een
potpourri van nep, kitsch en echt antiek. Maar voordat we dat allemaal weer
hadden uitgevogeld, waren we weer een paar dagen verder. Misschien krijgen we
nog wat centjes voor de antieke spullen, maar spectaculair zal het niet worden.
Dit gaan we zeker niet mee maken:

https://youtube.com/watch?v=6EJm3AhO2Jw

We
realiseerden ons overigens heel goed dat ‘onze’ ontruiming klein bier was.
Vrienden van ons zijn een jaar bezig geweest met het huis van hun moeder nadat zij
was overleden: vrijstaand, twee woonlagen, zolder, schuur, grote tuin en bijna
een eeuw aan spullen. Om gek van te worden. Maar zij hadden gelukkig wel de tijd.
Het huis was eigendom van hun moeder en afbetaald. Wij hadden met een huurwoning
te maken en de kosten van huur en energie liepen gewoon door en wij moesten natuurlijk klaar
zijn vóór de overeengekomen opleverdatum.

Ons werk als voorbereiding op de ontruiming was een exercitie die je kunt beschouwen als een eerbetoon en een
duik in het verleden maar ook een confrontatie met de vergankelijkheid. Op
dinsdag 1 december 2015 deed ik de deur van de kale en lege woning achter mij
dicht en een historie met mijn moeder van meer dan 58 jaar. Van oude mensen, de dingen
die voorbij gaan. Ik vond het wel heftig. Ik sloot een deur die nooit meer open
zou gaan, ook in figuurlijke zin.

Ik zou nog
even op de plakboeken terugkomen. Het was een erfenis waar we allemaal een
beetje tegen aan zaten te hikken, mocht mijn moeder ooit komen te overlijden.
In 1976 was ze trouw begonnen met het vastleggen van haar dagelijks leven in de
vorm van het plakken van allerlei ditjes en datjes die voor haar een waarde
hadden. Een bloemlezing: ansichtkaarten, treinkaartjes, rekeningen, bonnetjes, krantenartikelen,
krantenknipsels, overlijdensberichten, foto’s, brieven, trouwkaarten, uitnodigingen,
lidmaatschappen, notulen, reisbrochures, vouchers, theaterbrochures, enzovoort.
Het was haar levenswerk en het geeft een heel leuk overzicht van haar dagelijks
leven van, bijna, de laatste 40 jaar. Het is een monument, maar we zaten er wel
een beetje mee in onze maag. Wat moet je er mee? Het is natuurlijk ontzettend
leuk om daar op je gemak eens door te bladeren. Daar ben je dan wel een flink
paar avondjes mee zoet, maar dan? Het is net als fotoboeken, je kijkt er een
keer in en dan verdwijnen ze in de kast of op zolder en raken ze in
vergetelheid. Met de, ongeveer, 35 plakboeken zou het niet anders gaan. In een
boekenkast zet je ze niet want daar is de verzameling te lijvig voor. Dan blijft
een schuur of zolder over voor de huisvesting. Mijn moeder was geen heilige
maar dat vonden we aan blasfemie grenzen. Maar toen had ik toch een lumineus
idee al zeg ik het zelf. Ik besloot de boeken te fotograferen. De voorkant van
elk plakboek en vervolgens van elke interessante pagina een shot. Een briljante
oplossing die ik besloot uit te voeren voor de ontruiming, dat bespaarde veel gesleep.
Ik zette elk plakboek rechtop tegen een oude naaimachine op mijn moeder’s
salontafel en monteerde mijn Nikon op een statief er tegenover. Eerst dus de
voorkant en dan elke open geslagen set van twee pagina’s waar minimaal één
interessant ding op was geplakt. Veel pagina’s bevatten treinkaartjes,
restaurantrekeningen of oninteressante knipsels waar ik geen bijzondere waarde
in zag. Die sloeg ik over. Ik ben enkele middagen aan het fotograferen geweest wat
resulteerde in bijna 400 foto’s met, dus, bijna 800 pagina’s historie. De
laatste plakboeken maken duidelijk waarom mijn moeder steeds vaker refereerde
aan het verlies van referentiekaders: bijna uitsluitend overlijdensberichten.
‘As we speak’ ben ik nog bezig met het bewerken van de foto’s: croppen en de
belichting corrigeren. Ik ben bijna op de helft, maar als ik klaar ben hebben
we een mooi document wat makkelijk toegankelijk is (het gaat ook ‘the cloud’
in) en we altijd kunnen bekijken en koesteren als een prachtige erfenis aan en van
onze moeder. In feite konden na mijn actie de plakboeken de kliko in maar mijn
zus kreeg het niet over haar hart. Ze had gelijk, ik vond het ook té cru. Twee
dagen voor de ontruiming reed zij weg met 35 plakboeken in de bagageruimte van
haar Renault Captur…

Zijn we nu
klaar? Bijna. Het is nog afwachten of de antieke spulletjes wat op gaan brengen
en dan hebben we nog een erfenis van onze vader: een postzegelverzameling, een muntenverzameling
en een collectie Märklin treinen en bijbehorend spul in de originele dozen van meer dan een halve
eeuw oud. Een beetje rondbellen leerde mij dat we minimaal een decennium te
laat zijn. Het heeft tegenwoordig allemaal weinig waarde meer. Het is toch echt
nog crisis en bovendien sterven de verzamelaars uit en komen er geen nieuwe
meer bij. Jammer natuurlijk dat het weinig meer opbrengt, maar het is treuriger
dat dit soort erfgoed straks op de vuilnisbelt terecht komt. Nou ja, wij zorgen
in ieder geval dat onze erfenis een goede plek krijgt, linksom of rechtsom.

Dit verhaal is een
hele verhandeling geworden. Ik kon niet anders. Vele, vele jaren bevreesde ik
het moment dat ik afscheid zouden moeten nemen van mijn lieve moeder. Ik kon
mij er niets bij voorstellen en ik was bang dat haar dood als een stoomwals
over mij heen zou komen. Hoe zou ik verder moeten? Ze was mijn grote steun,
mijn adviseur, mijn motivator, mijn relativerende alter ego bijna. Tot dat ze
stokoud was bleef ze helder van geest en zaken in het juiste en relativerende
licht zien. Bovendien altijd met veel
gevoel voor humor én zelfspot. Een verademing als je het vergeleek met haar
leeftijdgenoten die niet zelden ouwe zeurende zeikerds worden. Onze moeder
klaagde nooit! Het laatste jaar begon het allemaal wel een beetje te kantelen.
Ze greep vaak terug naar het verleden en verloor toch wel wat van haar
scherpte. Ze benoemde ook vaak het einde: het is goed als het komt. Wij (mijn
zus en ik) waren nog haar enige referentiekaders. De rest van haar wereld lag
onder de zoden. Eigenlijk ben ik wel blij dat het is gelopen zoals het is
gelopen. Ik heb geen stoomwals gezien gelukkig. Maar het gemis is er niet
minder om. De confrontatie met sterfelijkheid en de vergankelijkheid der dingen
tijdens het opruimen was overigens niet mis. Je moet oppassen dat die schier
eindeloze hoeveelheden foto’s en prullaria je niet fatalistisch maken. Je krijgt
de neiging om je af te vragen wat het leven in vredesnaam voor zin heeft. Niet
doen. Carpe Diem. Het doel van ons leven vinden wij in het nu, elke dag.