Hoe vaak ik in Zwitserland
ben geweest zou ik kunnen achterhalen via mijn dia- en fotodatabases, maar dat
is me te veel gepuzzel. Zo door de jaren heen is dat in ieder geval enkele tientallen malen geweest. De eerste keer was in 1969 toen ik twaalf jaar oud
was. Na vier vakanties in Denemarken met onze en een bevriende familie, hadden
mijn ouders besloten naar Zwitserland te gaan. Eindelijk zou ik echte bergen
zien. Ik had op het Deense eiland Møn weliswaar mijn eerste ‘bergen’ gezien, de
zogenaamde ‘Møns Klint’. Best wel serieuze krijtrotsen aan de Oostzee en zelfs
nog iets hoger dan de ‘white cliffs’ van Dover, maar natuurlijk niet het echte
werk.

Vanaf kleins af aan tuurde ik in atlassen en
keek ik gefascineerd naar foto’s van berglandschappen in de boeken van mijn
ouders. Wat zou het geweldig zijn als ik zulke bergen ooit eens in het echt kon
zien! In juli 1969 was het zover. Met de Opel Kadett van mijn vader en het
andere bevriende gezin in hun witte Peugeot 204, togen we naar Sisikon aan het
Vierwoudstedenmeer in Zwitserland. De eerste ontmoeting overtrof mijn stoutste verwachtingen. Ademloos
stond ik aan de oever van het meer te staren naar de bergen die loodrecht uit
het donkere water omhoog rezen en vooral naar de Uri Rotstock. Een berg waarvan
de witte top boven alle andere uittorende. ‘Eeuwige sneeuw’ noemde mijn vader
de witte bedekking op de top. Wat een sensatie en ik kon mijn blik er niet
vanaf houden. Het werd een vakantie met louter superlatieven, althans, vanuit
mijn perspectief. Mijn zuster ervoer dat op sommige momenten wat anders. Een
woeste bergwandeling met de papa’s en alle kinderen op sleeptouw is zij nooit
meer vergeten. Mijn onervaren vader had de leiding en wist wel een mooie
wandeling. Maar helaas, we verdwaalden. Geen probleem voor
mijn vader, hij wist precies in welke richting we verder moesten. We namen een
’short cut’ via steile beboste hellingen en dicht struikgewas. Na vele uren kwamen
we bij de ongeruste moeders weer heelhuids aan. Nou ja, heelhuids… We zaten onder
de schrammen, bagger en zweet. Mijn zus, ze was toen vijftien jaar, vond het
een onverantwoorde actie, te meer de andere kinderen nog echt kleintjes waren. Ze
kan er nog boos om worden, haha. Maar mijn ‘dingetje’ was het helemaal, daar
was ik gelijk achter. Ik vond het allemaal geweldig. Ik herinner mij het
achterland van Sisikon, de Aareslucht, de besneeuwde Sustenpas, het Haslital, de
enorme bergwand bij Innertkirchen, enzovoort. Vanaf 1969 beschouwde ik een jaar
zonder bergvakantie als een verloren
vakantiejaar. Het is sindsdien, geloof ik, maar één keer voorgekomen dat ik een
jaar heb verzaakt. De vakanties
met mijn ouders en bevriende families daarna brachten we door in Karinthië, in
Oostenrijk. Ook die waren geweldig en niet alleen vanwege de bergen. Het was in menig opzichten altijd drie
weken feest. Met meer dan tien man van 8 tot 48 jaar was het doorgaans ‘turbulent’ mogen
we wel zeggen.

Zo herinner ik mij de barbecue. Mijnheer H. had het fenomeen in
Zuid-Afrika gezien en was gelijk een fanatiek BBQ-er geworden. Thuis had hij er zelf een gemetseld want een barbecue was nog een nagenoeg onbekend fenomeen en waren nog niet te koop. Kom maar eens om een Hibachi in Oostenrijk begin jaren
zeventig. Dus de creativiteit werd ingezet. Met man en macht sleepte de oudere
mannen een verlaten halve betonnen buis weg bij de spoorbaan achter onze woning (zie de foto). Rekje uit de oven er op, vuurtje stoken, worsten en karbonaadjes er
op en dat zou helemaal goed komen. Toen klonk er een knal alsof er een
mortiergranaat insloeg. De buis klapte uit elkaar en de scherven floten als
kogels langs ons heen. Na van de schrik te zijn bekomen moesten we constateren
dat onze mooie worsten tot in de dakgoot lagen, hahaha. Niemand raakte overigens gewond. Na onze avonturen in Oostenrijk zou het even
duren voor ik weer naar Zwitserland zou reizen.

Begin jaren zeventig kwam
buurman F. en zijn knappe jonge vrouw G. in onze straat wonen. F. had ADHD op
zijn voorhoofd staan. Een ongeleid projectiel waar je ongelofelijk om en mee
kon lachen. Hij reed snelle BMW’s én was een bergenman. F. introduceerde mij in
de ijswereld van Wallis en de Mont Blanc. Eerst tijdens een vakantie met zijn
gezin, later samen en nog weer later met vrienden. ‘Even’ naar Zwitserland was
ook geen punt. In zijn dikke zescilinder BMW 2800 met 200 kilometer per uur richting Basel was in
die jaren een peuleschil. Ik vond dat natuurlijk eindeloos gaaf, want ik was óók
gek van auto’s. Wat hebben we gelopen, geklauterd, afgezien, gefotografeerd en
gelachen. Legendarisch was de vakantie van twee weken in genoemde regio met
vriend R. er bij. Deze leek blijkbaar op een lid van de toen zeer beruchte
terreurgroep ‘Roter Armee Fraktion’ en dat gaf bij de grensovergang steeds weer
problemen. F. en ondergetekende lagen steeds blauw van de lach, maar R. was
iets minder enthousiast als hij weer in een douanehokje werd gesommeerd. Het
gebied van de hoogste vierduizenders in de Alpen ligt in Zwitserland, Italië én
Frankrijk. Het betekende dat we om de haverklap wel een keer een grens moesten
passeren en van ‘Schengen’ had men nog nooit gehoord.

We kampeerden bij
Argentiëre in de nabijheid van Chamonix en de Mont Blanc. Veel variatie met
koken was er niet bij en we aten bijna dagelijks een zelf gemaakt diner op de
butaan gasbrander van eieren, uien en tomaten op brood. ’s Nachts stonden de
tentjes bol van het flatulentiegas en een vonk had ons waarschijnlijk het leven
gekost. Maar het is allemaal goed afgelopen.

De vakanties met F.
duurden voort tot 1988. Dankzij hem zag ik zo’n beetje al het spectaculaire
werk tussen de Mont Blanc en Aletschgletsjer. Tussendoor pakte ik ook nog wel
eens een keer de auto voor een vakantietje in de Alpen met één van mijn andere
vrienden en later natuurlijk volop met J. die ook een groot fan werd van bergvakanties.
Ik ben wel wat schuldig aan J. Ik heb haar éénmaal meegenomen naar
Wallis maar het enige wat we zagen was regen en mist. Ik beloof haar al jaren
dat we de Matterhorn, want die wil ze dolgraag zien, beslist een keer gaan
bekijken, maar het is er nog niet van gekomen. Shame on me, maar dat komt zeker een keer goed…

In 1983 startte vriend K.
en ondergetekende de (bijna) jaarlijkse traditie om een weekje in de bergen te
gaan wandelen. Ik heb dat wel vaker aangehaald. Zwitserland stond ook
regelmatig op het menu. De laatste keer was in 2009 en het werd hoog tijd weer eens
naar het walhalla van het bergwandelen te gaan. We kozen ditmaal voor centraal
Zwitserland, de kantons Uri en het oostelijk deel van Berner Oberland.
Gebruikelijkerwijs had ik de wandeltochten thuis uitgevogeld en K. de hotels geboekt.
Ons hotel in Zwitserland had K. in Sisikon gevonden, waarmee na 46 jaar
bergwandelen de cirkel voor mij rond was. We waren wel wat bang dat het een
prijzige aangelegenheid zou worden. Het was van oudsher al een duur land, maar
op 15 januari jl. verraste de Zwitserse centrale bank vriend en vijand met het
loslaten van de koppeling tussen de euro en de Zwitserse Frank. De gevolgen
voor de Zwitserse economie bleken of leken rampzalig, maar het schijnt toch
weer wat beter te gaan. Maar wat zouden de prijzen ‘doen’ van restaurants,
kabelbanen, een bakkie koffie of een biertje? We gingen het meemaken…

Na een overnachting aan de
rand van het Zwarte Woud reden we onder een bewolkte hemel, met af en toe een
spat regen op de voorruit, richting Zwitserland. Het weerbericht was zeer
onzeker maar precies bij het Vierwoudstedenmeer brak de lucht open en zag ik na
zoveel jaren ‘mijn’ Uri Rotstock weer wit glinsteren in de zon. Wat een geluk
en het bleef die hele middag prachtig weer. Na ingecheckt te hebben in ons eerste hotel aan de drukke Axenstrasse en een heerlijke wandeling op de bergalmen
boven het Vierwoudstedenmeer was het tijd voor de innerlijke mens. De eerste
menukaart die we bestudeerden aan de gevel van een restaurant in het naburige Altdorf
bezorgde mij bijna een hartverzakking. Niet normaal! Het angstzweet brak mij
uit want dat komt dit jaar met een net studerend kind wel even heel erg rot uit. Ik suggereerde dat we het deze week maar met dubbele Whoppers moesten gaan
doen. Ik zag ons gezinnetje al onder een brug met kinderwagen vol vuilniszakken
tijdens de kerst. De Burger King ging K., een echte culinaire smulpaap, te ver.
Maar dankzij K. bleven mijn kosten deze vakantie toch nog binnen de perken… Het werd echt een topweek met alle
soorten weer, schitterende herfstkleuren, spectaculaire landschappen en
fantastische wandelingen. We zijn ook nog in Luzern geweest. Het weer was daar lousy,
maar wat een plaatje van een stad en, verrassend voor Zwitserland, reuze gezellig! De apotheose was op vrijdag. We vertrokken
onder een bedekte hemel om die dag naar Limburg am Lahn te rijden voor een
overnachting in Duitsland. We hebben tegenwoordig geen zin meer in 1000 km per
dag en doen het dus lekker rustig aan. Bij de Brienzer see begon het plotseling
op te klaren. We keken een dal in naar links en zagen de witte top van de Schreckhorn
in de zon schitteren. Er was maar één optie: afslaan richting Grindelwald. Zo
gezegd, zo gedaan. In Grindelwald namen we de ‘Männlichen’ kabelbaan omhoog en
een uur later stonden we oog in oog met misschien wel het beroemdste bergpanorama
ter wereld: Eiger, Mönch, Jungfrau. Het was ongelofelijk mooi weer en we besloten
richting Kleine Scheidegg te lopen, onderaan de Eiger noordwand. Daarna weer
terug gelopen en nog wat gegeten op het prachtige terras bij de kabelbaan
in de stralende zon. We konden ons geluk niet op, maar het was hoog tijd om
naar beneden te gaan en richting Duitsland te rijden. Toen ging mijn telefoon…

Het was J. Mijn moeder was
plotseling in het ziekenhuis opgenomen met complicaties. We vertrouwden haar
conditie al niet de laatste weken, maar ze sloeg zich altijd weer door alle praktische
en lichamelijke ongeregeldheden van het leven heen. Deze keer niet. J. gaf aan
dat het een aflopende zaak was. Dat was toch wel een onverwachte schok. We
besloten uiteraard in een keer naar huis te rijden en de overnachting over te
slaan. Het was een vreemde en bijna surrealistische rit. Ik wist dat het einde
zou komen en oneindig veel gedachten en herinneringen schoten door mijn hoofd
terwijl de steeds stiller wordende Autobahn onder ons doorschoot. Om kwart
over twee ‘s nachts belde J. ons in de auto dat mijn moeder was overleden.
Gelukkig was ze niet alleen. Kort daarvoor was ze nog even bij kennis geweest
waarbij ze familie en artsen vertelde dat ze geen reanimatie meer wenste en
rustig wilde inslapen. Die informatie deed mij echt heel goed. Ik was nog net
op tijd om haar, weliswaar na haar overlijden, nog even te zien en ‘afscheid’
te kunnen nemen.

Een merkwaardig einde van een prachtige bergvakantie. Het leven kent ups en downs die
zich soms in een oogwenk aan kunnen dienen. We zullen mijn moeder vreselijk
missen, maar hebben veel vrede met de wijze waarop ze is gegaan. Ze had,
uiteraard ook met pieken en dalen, een mooi leven als je het op de keper
beschouwd en dat is een grote troost. Zwitserland 2015 was een waanzinnige mooie
vakantie en bleek een cirkel te sluiten in meerdere opzichten.

De foto’s, zijn
hoofdzakelijk, surprise, van bergen en berglandschappen. De liefhebbers zullen het
prachtig vinden (ze zijn best mooi) en anderen… tsja, gaap, gaap, haha.

Hoe
dan ook, ze staan hier: http://pictures.stoneageimages.com/#!album-61-1