Het zijn voor mij twee mooie zomermaanden dit jaar, juli
en augustus. Ik ben helemaal vrij en dat is een regelrechte zegening. Ik had en heb eindelijk de tijd! Wat een luxe is dat. Maar het einde begint al in zicht te komen en per september begin ik aan een nieuwe uitdaging zoals dat tegenwoordig heet. We hadden een tijd geleden in juni vrij
gepland voor vakantie, maar door ‘ontwikkelingen’ ging dat feest niet door. Naar Italië in augustus was een mooi alternatief, maar helaas, het huis van familie daar bleek bezet.
We besloten dat het misschien verstandiger was dan maar thuis te blijven, want we staan voor de nodige kosten voor studie, huis, enzovoort. Maar ja… het knaagde toch wel en op een avond besloot ik te zoeken of er toch niet iets leuks te vinden was voor
een paar dagen.

Ik kom al een leven lang in de bergen en een vakantie
zonder serieuze hoogteverschillen is wat mij betreft eigenlijk geen optie. We vinden eigenlijk beiden alle soorten bestemmingen leuk, maar berglandschappen trekken toch altijd. Dus
zocht ik naar het dichtstbijzijnde gebied, om reistijd te sparen, waar de
bergen minimaal 2000 meter hoog zijn. Dat is toch wel een goede richtlijn in mijn ogen. Ik vond
de Allgaüer Alpen in Zuid-Duitsland bij Oberstdorf. Nooit geweest. Het bleek iets meer
dan 800 kilometer rijden en dat is toch goed te doen. Voor een
habbekrats boekten we een appartement en aldus verbleven we vorige week zes dagen in Kornau. Het is een piepklein dorpje bij Oberstdorf in Beieren op slechts 1,5 kilometer afstand van de Oostenrijkse grens.

Ik schreef al eerder over dit soort vakanties: eigenlijk is er niet veel
boeiends over te vertellen wat voor een buitenstaander zeer de moeite waard is. Het
was mooi, warm, nat (drie avonden en nachten noodweer) en zeer betaalbaar. We
hebben ons zeer goed vermaakt maar, op
de keper beschouwd, is dit verhaaltje eigenlijk de kapstok naar de foto-hyperlink
voor de geïnteresseerden.

Dus geen hilarische anekdotes? Nee, eigenlijk niet, dan moet je naar
Italië of verder weg. In deze streek is alles te goed geregeld om eens iets
bijzonders mee te maken. De volksaard hier is niet echt ‘out of the box’ en voor lolbroekerij hoef je ook niet naar Beieren, maar
dat is geen nieuws. Bovendien gingen we eigenlijk voornamelijk om te wandelen
en voor ‘sightseeing’.

Twee dingen vonden we wel grappig die er een beetje uitsprongen. We aten tweemaal in ‘Primavera’, een uitstekend Italiaans
restaurant in Oberstdorf. De ober is zonder enige twijfel één van de meest
vermakelijke van West-Europa. Een mager mannetje
van ongeveer 40 jaar met een dikke paardenstaart en een scala van uitdrukkingen
op zijn gezicht. Hij ziet alles wat er gebeurt, scant constant de tafels af en
spreekt bijna uitsluitend Italiaans. Hij schiet van tafel naar tafel met de bestellingen en loopt
onafgebroken in zichzelf Italiaans te mopperen met een donker onweergezicht. Tot dat
hij bij een klant komt en op slag met een lach verandert: ‘Ah, Signora, Signore, Bon Giorne,
Mangare?’. ‘Naturalmente’. ‘Grazie, Per Favore’, ‘Per Due’. Drink? Vino?
Rosso? Blanco? Birra? Acqua’. Hij lult zo minuten lang door. Heftig
gesticulerend en in de tussentijd schichtig het restaurant rondkijkend. Bij
alle klanten adviseert hij als voorgerecht ‘Bruschetta’ (gegrild brood met tomaten, knoflook en
olijfolie) maar wacht niet af of ze het wel willen. In no time staat het op
tafel voor de verbouwereerde gasten. Een klant achter ons nam slechts een bordje pasta met een glas water en vroeg al snel om de
rekening. ‘Zahlen?’ vraagt hij. ‘Naturalmente Signore, Kein Problem, Al suo servizio’. Hij
draait zich lachend om, trekt direct zijn onweer grimas op en loopt weg met zijn ogen
naar boven draaiend met een blik die zegt ‘vuile zuinige zeikerd, een bordje pasta, is dat
alles?’, haha. ‘Ristorante Primavera’ in Oberstdorf is te vinden bij het treinstation. Mocht u in de buurt zijn: van harte
aanbevolen. Niet alleen voor de ‘One Man show’, maar beslist ook voor het eten!

Ook grappig: J.
loopt het sportcentrum van Oberstdorf binnen. Het blijkt een ijsbaan te zijn.
Ik ben niet van de sport en blijf buiten in de zon zitten. Na vijf minuten komt ze mij halen want het is toch wel bijzonder en ‘dat moet ik echt zien’. Het centrum kent drie ijsbanen en we lopen
naar de grootste en gaan op de nagenoeg lege tribune zitten. Meisjes van een
jaar of 16 zijn daar heel knap aan het schaatsen, dat zie ik zelfs. Een jongen
van een jaar of veertien vindt J.
helemaal schattig. ‘Kijk toch eens hoe goed zo’n ventje schaatst’. Dan klinkt
er Nederlands achter ons. Het blijkt een echtpaar met hun dochtertje van 12 die
er ook traint. Het is niet zo gek dat J. onder de indruk is: we zitten te
kijken naar de absolute top van Europa. Dat ventje is de beste 14 jarige schaatser
van ons werelddeel, haha. We zijn het Europese mekka van het kunstschaatsen
binnen gelopen! In de andere hallen traint de herentop en de paren. De Nederlandse
papa houdt niet op met praten. Hij is duidelijk zeer bevlogen. Zijn dochtertje
is in Nederland een topper, maar hier een outsider. Tsja, zo gaat dat. Hij attendeert
ons op een rondlopende trainster: ‘Kijk, dat is (naam vergeten), zij was tot
voor kort Olympisch en wereldkampioen’. Ik heb er allemaal geen verstand van,
maar vond het wel grappig. We kunnen er weer een beetje over meepraten nietwaar?

De Allgaüer Alpen vormen het grensgebergte tussen
Duitsland en Oostenrijk en, zoals al aangegeven, liggen ze gunstig voor
Nederlanders die graag eens een weekje willen ‘spazieren’ in de bergen. Het
wandelgebied strekt zich uit over de ‘Bundesgrenze’ en je wandelt afwisselend
in Duitsland en Oostenrijk. De hoogste berg is 2657 meter hoog en de variatie
van ‘soorten’ bergmassief is groot.

Het gebied is goed ontsloten en biedt een
enorme scala aan alle vormen van bergsport. Nadeel is dat de regio zeer
neerslagrijk is. Wintersporters zitten goed. Er valt hier zeer veel sneeuw en
in bijna alle jaargetijden. O ja, u bent niet de enige: Duitsers weten de Allgaüer Alpen goed te vinden. Maar hoe
druk het ook is, als je een kwartiertje wegwandelt bij parkeerplaats of
berglift ben je de meeste mensen wel kwijt. De vroege zomer of het najaar zijn
natuurlijk de betere keus voor bergliefhebbers dan hoogzomer en winter. O ja, Oberstdorf is een
alleraardigst dorp met veel mooie winkels en het was er opvallend relaxed en gezellig. Voor Beierse begrippen…

De laatste dag bezochten we Lindau aan de Bodensee. Een
aanrader. Het is een mooi plaatsje met een lekker zacht klimaat en een bijna mediterrane
sfeer. De rit vanuit Oberstdorf via de Riedbergpas loopt door Oostenrijk naar Bregenz aan de Bodensee. Bregenz is dus een Oostenrijkse havenplaats! Lindau ligt iets verder, net over de grens aan het de Duitse kant van het meer. De rit was een droom.
Het landschap is romantisch en vredig en het lijkt alsof je door een plaatjesboek
van Dr. L. van Egeraat uit de jaren vijftig rijdt. Maar dat zal de meesten van
u weinig zeggen.

We hebben een beetje rondgekeken in Lindau en aan de zeer gezellige boulevard wat gegeten. In de loop van de middag vertrokken we richting Nederland. Beslist een streek die de moeite waard is om een paar dagen te ontspannen.

Het gebied is dus goed aan te rijden vanuit Nederland.
Alhoewel ik mijn huidige auto (Renault Clio 1.5 dCi Estate) zeer hoog heb
zitten (ik tikte zelfs even 195 km/uur aan) is het met zo’n B-klasse auto toch
wel een stevige rit. Geluid (vooral windgeruis) en het wat onrustiger rijden
met een lichtere auto worden op termijn toch wel vermoeiend. Vooral als je
probeert mee te boenderen op de linker baan met het Germaanse geweld uit
Stuttgart, Ingolstadt of München. Het gemak waarmee ik vroeger dit soort ritten maakte zat er deze keer niet in. Ik was aan het einde van zowel de heen- als de terugreis redelijk gesloopt. Tsja, we worden ook een dagje ouder…

Vanaf
september rijd ik een Ford Focus TDCi. Ik ken die auto als een comfortabele en stille auto waarmee het goed reizen is. Ons bergweekje met vriend K. vindt dit jaar in
Zwitserland plaats en ik ben benieuwd of ik frisser uit de Focus stap na een
dagje rijden dan uit de Clio. Ik verwacht en hoop van wel. Mocht u binnenkort nog die kant op willen: vermijd de route naar het zuiden via Keulen,
Karlsruhe en Stuttgart. Het is één lange grote ‘Baustelle’ met eindeloos veel
wegversmallingen en snelheidsbeperkingen.

Al met al was het een leuk tripje. We hebben flink veel gewandeld, best veel gezien, lekker gegeten en heel veel geluk gehad met het weer. Het duurde maar een krappe week, maar we zijn er even helemaal uit geweest en de Allgaüer Alpen smaken beslist naar meer!

De foto’s: http://pictures.stoneageimages.com/#!album-59-1