Met enige regelmaat luisteren wij, vrienden onder elkaar,
naar ‘kassies’. Kassies is onze beeldspraak voor de rechthoekige metalen dozen in
zilver of zwart die zorgen dat muziek zo mooi mogelijk uit je luidsprekers komt. De
platenspeler is in dat verband natuurlijk ook een kassie, maar de beeldspraak
is, uiteraard, herleid van versterkers, CD-spelers en dergelijke. Die vrienden
kunnen er wat van en zijn constant bezig met verbetering van hun
kassiesverzameling. Dat is natuurlijk een mooie hobby en ik geniet mee, want
het is leuk om mee te luisteren en er over te lullen. Ik doe overigens niet aan kassies-verbetering want ik ben tevreden met mijn,
relatief gezien, rudimentaire stereootje. Bovendien ben ik niet in de economische
positie voor nieuwe en doorgaans prijzige kassies.

We gaan op onregelmatige tijden ook naar luistersessies
van vreselijk duren spullen bij High End Audio zaken. Ik schreef daar wel
eerder over. Onbetaalbaar voor eenvoudige broodstompers en zeker voor mij. Onlangs
werden we door een kennis van één van onze vrienden uitgenodigd om bij hem te
komen luisteren. Ik zal vanwege privacy en veiligheid niet in details treden,
maar wat deze man op zolder heeft staan tart elke beschrijving. Zijn stereootje
zet nagenoeg alles wat wij ooit hoorden financieel en audiofiel in de
schaduw. Zijn grote zolder is (bijna) volledig
akoestisch gecorrigeerd op basis van advies door audiospecialisten. De puntjes
moeten nog op de i worden gezet, maar dan zal het audiofiele nirwana bereikt
zijn. Het was een geweldige gezellige avond. Nog nooit zoiets gehoord. Wat onze
gastheer onderscheidt van veel van die High End Audio freaks is kennis en
liefde voor muziek. Daar gaat het tenslotte allemaal om!

Recent hadden we weer
zo’n avondje maar dan bij vriend H. Hij had nieuwe luidsprekers én een nieuw
kassie, een meubel in dit geval. Eigenlijk waren we er snel uit: geweldig mooie speakers. U
moet weten dat naar mate onze avondjes vorderen en de obligate Malt Whisky fles
leger raakt, de muziek het overneemt van de kassies! Dat is goed en zo hoort
het ook. We zijn allemaal heren op leeftijd en hebben bijna een halve eeuw
serieuze luisterervaring achter de kiezen. We hebben een flexibiliteit in
luisteren ontwikkeld die weinigen ons nadoen. Binnen een klein tijdsbestek
luisteren we met even veel liefde en passie naar John Coltrane, Maurice Ravel,
Prince, Marcus Miller, Arvo Pärt, Led Zeppelin of Snarky Puppy (om maar eens
bij de tijd te doen). Net zo makkelijk. We hebben individueel wel onze
voorkeuren natuurlijk. Onze zolder-gastheer, J., was ook aanwezig en hij is een
groot liefhebber van klassieke muziek en jazz. J. vergastte ons op wat mooi werk en
speciale uitvoeringen die hij had meegenomen en voorzag ons van nadere
achtergrondinformatie.

H., gastheer van de avond, is ook zeer behoorlijk onderlegd op het terrein van klassieke muziek, zeker het contemporaine werk uit de Baltische staten bijvoorbeeld. Vriend R. en ondergetekende zijn beslist minder los op de materie. Ik ben zeer arbitrair in mijn
klassieke muzieksmaak. Ik hink op allerlei benen en er zit niet echt een lijn
in mijn voorkeur. Ik kan echt genieten van mooie aria’s, maar mijn
eerste opera moet ik nog uitzitten. Het heftige werk zoals Shostakovich vind ik
geweldig, maar van Bach (sorry iedereen) word ik niet zelden heel erg nerveus. Ik heb wel een grote
liefde voor ‘Minimal Music’. Of je dat nou ‘klassiek’ moet noemen is natuurlijk
maar de vraag. Het maakt mij niet uit. We kwamen er tijdens onze laatste avond
over te spreken en zochten eigenlijk naar de definitie want er was verschil in
perceptie. Er gingen wat namen van componisten en artiesten over tafel en bij
sommige daarvan had ik echt niet het idee dat we het over Minimal music hadden.
Ik probeer altijd te vermijden dat mijn blogs een ‘Wiki’ worden, maar een
beetje achtergrond is niet te vermijden. Ik zal mij trachten te beperken. Mijn
doel is eigenlijk om uit te leggen hoe ik deze soort muziek ervaar en misschien
de lezer kan prikkelen eens een luisterpoging te doen.

De Nederlandse Wikipedia beschrijft drie kenmerken van Minimal
music: 1. Herhaling 2. Consonant 3. Vast tempo. Consonant betekent in dit geval
harmonie, tonen die aangenaam samenklinken. Ik vind het een prima opsomming die
past bij hoe ik het zie. Op internet is uiteraard heel veel te vinden over Minimal
music en sommige artikelen zijn daarbij best moeilijk. Muziektheorie,
harmonieleer en dergelijke zijn geen poezenplas en daar moet je wel wat van weten
om de technische context goed te doorgronden. Een kenmerk van Minimal music is bijvoorbeeld contrapunt. Contrapunt is de theorievorming rond de schrijfwijze van meerstemmige muziek of polyfonie, dat wil zeggen
muziek die bestaat uit meerdere tegelijk klinkende muzikale of melodische lijnen. Bijvoorbeeld. Je kunt nog (heel) erg veel meer vinden over de materie, maar dat gaat al snel boven mijn pet. Nu ben ik slechts een argeloze luisteraar, dus ik beperk mij maar tot het Peppie & Kokkie niveau en laat de theorie en techniek maar voor wat deze is.

Ik spreek natuurlijk altijd voor mijzelf, maar ik denk dat de
primaire kracht van Minimal music schuilt in het krachtige effect die het heeft
op de geest. Het bijna monotone (maar consonante) en repetitieve van deze
muziek heeft iets betoverends. De vaste cadans brengt mij in een staat van lichte
verdoving en dat vind ik een heerlijke afwisseling met de onrust van alledag. De
spanning van Minimal music wordt versterkt door hele kleine (Minimale!)
variaties in klank, melodie en faseverschuivingen. Vooral niet te veel, want
dat verstoord de betovering. Daarnaast, voor mij belangrijk, is de tijdsduur. Deze
muziek heeft zijn tijd nodig en de luisteraar moet langzaam maar zeker in de
gepaste staat en rust komen om er ten volle te van genieten. Het gaat er in
essentie eigenlijk om dat tijd en ruimte tijdelijk buiten spel worden gezet, als u
mij begrijpt. Een beetje Minimal stuk muziek duurt al gauw een uur en dat helpt.

Welke componisten hebben we het eigenlijk over? De
stroming is ontstaan in Amerika ergens in de jaren zestig. Bekende namen zijn Terry Riley, La Monte Young,
Steve Reich, Philip Glass en, wat later, John Adams, Brian Eno, Harold Budd,
Stuart Dempster en nog een hele ris anderen. Ook in Europa ontwikkelde
zich een stroming. Componisten zijn o.a. Michael Nyman, Louis Andriessen, Arvo
Pärt, Wim Mertens en Simeon Ten Holt. Bekende werken (voor de kenners) zijn bijvoorbeeld
‘In C’ (Riley), Music in Twelve Parts (Glass), Music For 18 Musicians (Reich), Shaker Loops (George Adams) en New York Counterpoint (Reich) om maar een paar van de bekendste te noemen.

De meeste genoemde componisten zijn
niet uitsluitend met Minimal music actief geweest maar waren wel richting
bepalend. Ik denk eigenlijk dat Terry Riley één van de componisten en vertolkers is die het meest trouw is aan de leer. Een goed voorbeeld
van zijn werk is ‘Poppy No Good And The Phantom Band’. Wat een titel he? Haha.
Ik heb zelfs de originele LP en ik vermoed dat het een colletor’s item is! Een ander voorbeeld van Riley’s hand is ‘Persian Surgery
Dervishes’. Strak in de Minimale context qua tempo, maar vrij in de improvisatie.
Solo op een gemodificeerd Yamaha orgel. Velen zullen stapelgek worden van het wat lullige orgeltje, maar anderen worden misschien volledig betoverd. Oordeel zelf:

https://youtube.com/watch?v=hccSK4ng6v0%3Ffeature%3Dplayer_detailpage

Tsja, wat moet je er van vinden he? Commentaar op deze muziek: “Omg This Is My Fav Music In The Whole World! Thank you Terry Riley U Changed My Life !!” Een ander die het spoor van bewustzijn ergens tijdens het luisteren is kwijt geraakt: “I know the feeling, my own thermodynamic prism has become opaque, and I may never travel on ribbons of light again”. Hahaha. Voor de duidelijkheid: het hele werk is verspreid over twee LP schijven en duurt ruim anderhalf uur.

Ik beschouw Steve Reich als de belangrijkste componist van het genre. Hij wil er zelf eigenlijk niet meer aan en wil gezien worden als componist, niet gebonden aan een genre. Maar ja, dat gaat hem niet meer lukken. Een artikel (of blog of wat dan ook) over Minimal music
kan niet bestaan zonder het noemen van ‘Music For 18 Musicians’ van Reich. Ik noemde het al even. Ik denk dat het een van de beste voorbeelden is
van Minimal music. Het is een fantastische compositie, een Minimal meesterwerk.
Of je er van houdt of niet, dit werk hoort gewoon bij de ‘canon’ van grote muzikale werken. De eerste vijf minuten vormen de anticlimax, waarna het stuk eigenlijk echt begint.
De spanningsopbouw is briljant en naar mate het stuk vordert neemt de dynamiek
toe en kruipt de cadans onder je huid. Op internet schrijft iemand: “Repetition
is a form of change”. Volgens mij een kreet van Brian Eno, maar het is een
gedachte die heel goed past bij Reich’s minimal werk.

Omdat het zeer fascinerend is om muzikanten met ’18 Musicians’
aan de gang te zien heb ik eens op Youtube gezocht. Ik had eigenlijk direct een
uitstekende live uitvoering te pakken door ‘eight blackbird’ in het Museum of Contemporary Art Chicago in 2011. Super! Let eens op de pure virtuositeit vanaf ongeveer 28 minuten.

https://youtube.com/watch?v=ZXJWO2FQ16c%3Ffeature%3Dplayer_detailpage

Een ander werk wat ik moet noemen is ‘Music in Twelve
Parts’ van Philip Glass. Oorspronkelijk was het één stuk wat minimalistisch mag worden
genoemd. Later werd het door Glass uitgebreid met de andere elf delen tot een orchestraal werk van drieënhalf uur. Naar mate de muziek zich uitrolt
verlaat het de minimale signatuur regelmatig en wordt het bij tijd en wijle zeer onrustig. Net als Glass’ muziek bij de film ‘Koyaanisqatsi’. Sommigen van u kennen
de film uit 1982 misschien nog wel. Het was ‘bon ton’ om er naar toe te gaan en wat
een relatief groot publiek destijds ook deed. Gek werd ik van de zenuwachtige beelden en die neuromuziek. Dat neurotische komt in ‘Twelve Parts’ iets te vaak terug naar mijn zin en voor mij werkt het niet. Nou ja, ik heb mijn plicht
gedaan, want ‘Twelve Parts’ wordt wel beschouwd als een belangrijk werk in de minimale muziek. Waarvan acte.

Een ander essentieel stuk is voor mij ‘Canto Ostinato’
van de Nederlander Simeon Ten Holt. Een ostinato is een steeds herhaald
muzikaal motief. Misschien is Canto Ostinato wel het Magnum Opus van de Minimal
music. Het voldoet 100% aan mijn ‘eisen’ en ik ben niet de enige. Het is voor
de liefhebbers een min of meer essentieel stuk. Velen haken af vanwege de
lengte, maar iedereen is het eens dat de basismelodie prachtig is, hemels
bijna, betoverend. Er zijn vele uitvoeringen en ook hier is het tempo weer
essentieel. Deze vond ik echt zeer bijzonder want men speelt het werk met vier vleugels
gedurende tweeënhalf uur. Hebt u even?

https://youtube.com/watch?v=K-4bh8J84Go%3Ffeature%3Dplayer_detailpage

Lees meer over componist en Canto Ostinato op mijn blog
van 27 en 29 november 2012: http://www.stoneageimages.com/muziek.html
(ctrl-F en even de datum intikken). Verplichte kost!

U kent uiteraard ‘Boléro’ van Maurice Ravel. Door de film
‘Ten’ met Dudley Moore en zijn erotische avonturen met Bo Derek, werd het stuk
jarenlang een populaire klassieke kraker bij het grote publiek. Het werd bijna
een platitude om het werk te beluisteren. Ik kende het al langer en vond het geweldig
vanaf het eerste moment dat ik het hoorde. Het werd voor het eerst in 1928 in
Parijs uitgevoerd. De Boléro zou je bijna Minimal music avant la lettre kunnen
noemen. Bijna. Ravel beschrijft (ik citeer uit het engels): ‘A one movement
dance of moderate tempo and constant uniformity and rythm. The variation is
found in the orchestral crescendo’. Herkenbaar niet waar? Ik kocht in 1976 de
uitvoering van het ‘Orchestre de Paris’ met Jean Martinon uit 1974 op EMI. Ik
beschouwde deze uitvoering als de beste ooit, tot en met de dag van vandaag.
Alle uitvoeringen die ik hoorde schoten er gewoon naast omdat het tempo niet
deugde in mijn beleving. ‘Alle uitvoeringen’ zijn er heel wat kan ik u vertellen
en natuurlijk heb ik maar een fractie ervan gehoord. De hele ‘crux’ is het
tempo. Als dit niet deugt dan verzandt het stuk volledig en boet het aan kracht
in, precies als bij Minimal music. Het is misschien een kwestie van voorkeur,
maar ik denk eerlijk gezegd dat het om aanvoelen gaat. Pikant is dat toen ik
even op internet zocht naar de beste uitvoering van de Boléro de eerste ‘hit’ deze
website was:

http://tinyurl.com/kogtv4z

De bovenste van de selectie van beste uitvoeringen is
‘mijn versie’. Ongelofelijk toch? Ik ben toch niet helemaal van de straat,
haha. Ik noem de Boléro om nadrukkelijk te illustreren hoe essentieel tempo is voor dit soort repetitieve muziek en vooral voor de Minimal stroming.

Wat de waarde is van Minimal music? Eerlijk gezegd zou ik
dat niet zo goed weten. Ongetwijfeld zullen musicologen er het nodige over
kunnen zeggen. Een beetje struinen op internet resulteert tot opmerkelijke
visies. Veel negatief ook. Heel zuur en bijna agressief van toon. Maar, hoe dan ook, ik denk dat de stijl wel
reflecteert in diverse muzikale stromingen. Zeker in jazz (ostinato’s), film
‘scores’, maar ook pop & rock. James Blake wel eens live gehoord? Ook Radiohead schuwt minimale uitstapjes niet en Steve Reich heeft zich zelfs door hen laten inspireren. Er bestaat ook minimale Gaming-muziek zoals SimCity 3000. Van de computerspelletjes? Zeker, luister maar eens naar ‘Concrete
Jungle’, een prachtig schoolvoorbeeld van Minimal music in optima forma:

https://youtube.com/watch?v=uyEP7M0qMHU%3Ffeature%3Dplayer_detailpage

Ik kan dit essay niet afsluiten zonder een andere Steve te
noemen. Steve Roach (1955) is een Amerikaanse componist en uitvoerder van
ambient, elektronische en tribal muziek. Roach is een toonaangevende vernieuwer
van de hedendaagse elektronische muziek. Niet te verwarren met het New Age
behang dat enige jaren geleden diverse winkelcentra teisterde. De muziek van
Roach is de volgende stap in Minimale muziekbeleving. Geen ritme, geen
herkenbare instrumenten, alleen harmonie in golven van geluid. Het klinkt
allemaal bijzonder zweverig en dat is het ook. Ik wil niet in herhaling vallen
(lees mijn blog maar van 18 maart 2009), maar Roach benadert een essentie die
luisteren overstijgt. Een voorbeeld:

https://youtube.com/watch?v=FkoF1FLjDfk%3Ffeature%3Dplayer_detailpage

Ik hoop dat ik sommige lezers toch een beetje inspiratie
heb gegeven om, voor zover ze met het metier niet bekend zijn, eens gaan
luisteren naar de voorbeelden die ik noem en andere. Misschien valt er een kwartje.
Misschien weet u nu, en die kans is erg groot, dat deze muziek niet uw kop thee
is. Nou ja, dan kunt u er weer over meepraten niet waar? Maar misschien heb ik ook wel bijgedragen
aan een nieuwe impuls in muziekbeleving.

Ik besluit met een bekend citaat van Frank Zappa: “A mind is like a parachute. It doesn’t work if it is not open.”