Blog Image

S T O N E A G E I M A G E S

TOYS FOR BOYS

WEBLOG Posted on Sun, October 02, 2016 19:43:11

Als jongetje droomde ik van snelle auto’s, mooie
stereosets en andere aardse zaken. Net als veel van mijn generatiegenoten, de
Babyboomers. We werden nogal materieel opgevoed. Hard
studeren, hard werken en dan was materiële beloning je deel. Je bankrekening,
huis en auto waren de maatstaf van succes. Het was de geest van de tijd
en we, de mannen, raken dat niet meer kwijt denk ik. Natuurlijke is dat een heel generalistische benadering van de werkelijkheid, maar in grote lijnen wel conform de realiteit. De decennia na de oorlog
kenden in de westerse wereld, afgezien van een kleine crisis hier en daar, vooral een groeiende welvaart.
Iedereen kreeg het beter en men beloonde zich met allerlei aardse zaken als
auto’s, wasmachines, koelkasten, televisies, stereo’s, vakanties, enzovoort. Sommigen waren in staat
de jongensdromen, waar ik dit verhaal mee begon, te verwezenlijken. Voor de meesten bleven de extreme dromen, de Ferrari’s zal ik maar zeggen, onbereikbaar. Voor mij was dat niet anders en dat zal
vermoedelijk niet meer veranderen. Hieronder een voorbeeld van een icoon waar ik, bijna letterlijk, wakker van lag, de Alfa Romeo Montreal uit 1971. Wat een fenomenale styling, nog steeds.

Als je over materialisme goed nadenkt en je
dan realiseert wat er in de wereld allemaal mis is, dan moet een mens zich eigenlijk
schamen. Maar ja, we kunnen ook niet onafgebroken al het leed van de wereld op
onze schouders torsen. Bovendien als we geen dromen en passies hebben dan gaat
het vuur er toch uit? Een mens moet toch ook een ‘drive’ hebben, een doel? Het
geestelijk leven is waanzinnig belangrijk, zeker, maar een beetje materialisme
hoort er ook bij. Het mag toch ook wel eens gewoon leuk zijn? Goed en kwaad, Yin en
Yang.

De aanleiding voor dit blogje is een fiets. Ik kom er straks op terug. Die aanleiding zette mij wel aan het
denken over interesses en passies die mannen hebben op het materiële vlak. Het
is eigenlijk wel heel vaak te associëren met ‘machismo’, de behoefte van veel
mannen om hun mannelijkheid of superioriteit te tonen. Uit hele bescheiden
ervaring weet ik dat een ritje in een Italiaanse exoot, een sportwagen bedoel
ik, inderdaad wel een soort oergevoel los maakt. ‘Kijk mij eens, stelletje losers’. Het superieure
mannetjesdier met zijn ‘trophy car’ en misschien wel zijn ‘trophy wife’ er
naast. Hij wil dat aan de wereld laten zien en zijn opponenten laten weten wie
er de baas is. Voor veel mannen is die auto waarschijnlijk hetgeen wat dat
oerinstinct aanwakkert en een verlengstuk is van u weet wel wat.

Maar zo zijn er wel meer van die ‘verlengstukken’. Ze
zijn zonder uitzondering prijzig, tot op het vulgaire af en in veel gevallen
voor weinigen weggelegd. We kunnen ons daar druk om maken, maar vergeet niet
dat er veel mensen een inkomen van hebben. Bijvoorbeeld de Zwitserse horloge-industrie.
Door de dure Zwitserse Frank zit die op het moment in een dal, maar vertegenwoordigt
nog steeds een marktsegment van ruim 20 miljard euro aan directe omzet. Indirect
zorgt het er voor dat een belangrijk deel van de Zwitserse bevolking daar
boterhammen van eet. Niets mis mee volgens mij.

Dit stukje is luchtig bedoeld en is een ode aan de leuke
dingen van het leven. Daar had ik nou eens zin in. Niet al te serieus allemaal
dus. De aanleiding, hij komt echt nog, was de reden dat ik mijn gedachten liet
gaan over extreem mannenspul, ‘Toys for Boys’. Toen begon ik wat te zoeken op
internet en toen bedacht ik dat het leuk is om die toys eens op een rijtje te
zetten en te delen op mijn weblog. Het is een arbitrair overzicht en betreft
niet altijd het grootste, snelste of duurste speeltje, maar gewoon degene die
mij opvielen en die ik leuk vind. Ik heb er een
reisverhaaltje van gemaakt, een ‘Odyssee Grotesque’. Neem het, nogmaals, vooral
niet serieus, maar verwonder u slechts.

Italië
Ik zeg het wel vaker tegen J.: ‘Als ik de lotto win dan
vlieg ik linea recta naar Italië en laat ik mij in de beste en mooiste kleding
van de wereld hijsen.’ Ze kijkt mij dan meewarig aan want ik geef echt geen reet om kleding en loop er soms
bij als een halve zwerver. Als je maar niet voor gek loopt en het zit lekker,
vind ik het al gauw goed. Maar, surprise, hele dure, chique mooie Italiaanse
kleding vind ik echt heel erg gaaf. Een leuk pak van Brioni lijkt mij altijd wel
wat. Italië, ach ik heb het er al zo vaak over gehad. Wat een land en waar kun
je beter je weelde vieren dan in dit waanzinnige oord? Dus als het zover is en
we zien de miljoenen op onze bankrekening tegemoet schitteren, dan had ik al
een scenario in gedachten. J. mag natuurlijk ook shoppen. Zoveel als ze wil,
maar de dameszaken laat ik hier verder buiten beschouwing. ‘Toys for boys’ heet dit stukje tenslotte.

Brioni Vanquish II
We vliegen eerst maar eens naar Rome en pakken de taxi
naar Via Barberini nummer 79, het hoofdkantoor van Brioni. Het is een legendarisch merk wat sinds 1945 ‘Made-To-Measure’ kostuums maakt. Ik ga mij in goed gezelschap begeven: Richard Burton, Kirk Douglas, Henry Fonda, Clark Gable, Tyrone Power, Anthony Quinn, John Wayne, Matthew McConaughey, Leonardo DiCaprio, Joel and Ethan Coen, Orlando Bloom en nog heel veel meer. Ik laat mij een
Vanquish II kostuum aanmeten. Voor € 40.000,- ben ik dan helemaal het mannetje.
Brioni maakt mijn pak uiteraard op maat en het is pas over een paar weken klaar.
Maar ik kom er graag speciaal voor terug.

Testoni
Een paar mooie schoenen horen daar natuurlijk bij. We
nemen een binnenlandse vlucht naar Bologna. Daar is Testoni gevestigd. Het heeft de reputatie sinds 1929 de beste schoenen ter wereld te maken. Ze hebben vast wel
een leuk setje ‘pattas’ voor mij. Voor ruim € 30.000,- verwisselt een paar als hieronder van
eigenaar. Ik moet er ook later voor terug komen. Geeft niet, want Bologna is een fantastische stad. We kunnen dan trouwens ook nog even naar Modena om een vorkje te prikken bij Osteria Francescana, één van de beste restaurants ter wereld.

Ferrari LaFerrari
Mooi pak, gerse schoenen, daar horen natuurlijk een paar leuke wielen bij. Omdat
we in de buurt zijn nemen we een taxi naar Maranello. Daar is de Ferrari-fabriek gevestigd. De nieuwe LaFerrari Aperta is al uitverkocht, dus die 3,5 miljoen euro kan ik hier niet stukslaan. We verlaten de poort in een 488 Spider, een ‘gewone’ Ferrari. Voor € 280.000,- een koopje. Een fabuleuze auto die wordt beschouwd als de ‘benchmark’ voor de moderne sportwagen. Je kunt er alpenpassen mee op en af jagen, maar ook een boodschapje mee doen want de 488 is ook langzaam zeer dociel. Dat was vroeger wel anders met dit soort auto’s.

Een paar uurtjes later blazen we over de A1
Autostrada naar Milaan. Van de Carabinieri hebben we geen last. Een nieuwe Ferrari
moedigt de sterke hand hier alleen maar aan om gas te geven, haha. ‘Bella Machina’…

Wel jammer van de ‘Aperta’. Er is er nog geen één
afgeleverd, maar nu al worden prijzen van meer dan 5 miljoen euro genoemd voor
in ‘de handel’. O ja, het is een hybride met een totaal vermogen van 963 pk en
0-100 in ruim 2 seconden. Een Ferrari met een stekker. Eigenlijk vind ik hem helemaal niet zo mooi.

Alfa Romeo Giulia Quadrofoglio
Leuk hoor, zo’n Italiaanse volbloed maar echt handig is
het ook niet. Nee, dan pak ik, liever een praktische en niet al te grote auto. De
Ferrari blijft voor ‘er bij’, maar dat begrijpt u wel. Ik vind, afgezien van de
hard-core sportwagen, de sedan de mooiste autovorm. We gaan langs bij Alfa
Romeo in Milaan. Onder leiding van Sergio Marchionni, de nieuwe topman van de
Fiat-groep, ontwikkelde Alfa Romeo de nieuwe Giulia, een herinterpretatie van
de klassieker uit de jaren ’60. Ik kan er kort over zijn, het is een
meesterwerk van design en meer ‘ballen’ krijg je niet voor die centen.
De
Quadrofoglio genereert 510 pk en een koppel van 600 Nm uit een 2,9 liter
V6-blok met twee turbo’s. De aandrijving geschiedt via de achterwielen, in het
kader van oude tradities. Boenderen op de Autostrada, jagen op de Stelvio en ’s
avonds lekker relaxed over de Regionale naar het favoriete Ristorante.
Wat wil een mens nog meer? Dit automobiele meesterwerk is ook nog net compact
genoeg om te parkeren in een oude Europese binnenstad of parkeergarage in
Italië. Probeer dat laatste maar eens
met een S-klasse, A8 of 7-serie. Duur? Ach, zoals het bovenstaande duidelijk
maakt is dat relatief. In Nederland is de ‘vanaf prijs’ € 108.000,-. Je hebt er
niet eens een behoorlijk horloge voor. Volgend de autopers is het de eerste Alfa die echt mooi in elkaar zit. Dat is wel hard nodig, want als deze Alfa niet aanslaat bij het publiek, dan kan dat het einde van dit prachtige merk betekenen. We parkeren de Ferrari op een beveiligde
parkeerplaats en rijden met de Giulia naar de Italiaanse meren.

Riva Aquariva Super
Het is inmiddels wel duidelijk dat als je je geld uit
wilt geven dat je in Italië moet zijn. Met de Giulia rijden we naar Lago
d’Iseo, naar Riva. Om een sloepje te bestellen. Ik ben helemaal geen waterman. Ik
heb een enorme pesthekel aan zwemmen, zwembaden, stranden en eigenlijk alles
wat met veel mensen en water heeft te maken. Ik vind het allemaal niks. Zeilen,
surfen en dergelijke, het zit er ook allemaal niet in. Alhoewel ik die grote Volvo
Ocean zeilboten wel gaaf vind, dat dan weer wel. Als ik er maar niet op hoef te
zitten want dan zou ik zeven kleuren, enfin, u weet wel.
Maar wat ik wel durf en écht gaaf vind is om met een mooie speedboat over een
Italiaans meer te denderen. Geweldig. Dat gaan we dan natuurlijk doen met een
Riva. Ik denk dat ik over dit merk niets hoef uit te leggen, die kennen we
allemaal wel denk ik. De Aquariva Super lijkt het meest op het legendarische
Aquarama uit het begin van de jaren zestig. Met dat prachtige houten dek. De
Aquariva hebben we voor een tonnetje of acht. Mag geen naam hebben. De dieselmotor is van het Japanse
Yanmar, heeft 8 cilinders en kan 375 paarden beschikbaar maken. Wat een onwijze prachtboot.

Die Japanse motor is niet erg natuurlijk, maar vroeger hebben ze er welk eens een 12 cilinder Lamborghini benzinemotor ingeschroefd. Retevet toch? Zie de foto’s hieronder. Op de zwart-wit foto zit Ferruccio Lamborghini zelf. De boot was speciaal voor hem gebouwd.
Vacheron Constantin Tour-de-Ille
Mooi pak, gave schoenen, vette auto’s en een mooie sloep.
Daar hoort natuurlijk een leuk klokkie bij. We wippen even de grens over naar
Zwitserland, naar Lugano. Ik was vorig jaar in Luzern en zag er de rijke
Chinezen zich verdringen voor de etalages van de dure juweliers. Er stond echt
bewaking voor de deur om de toegang te reguleren. Wat die Chineesjes
allemaal uitgeven aan horloges is niet normaal. Maar ze hebben ook wel wat te
bieden op dit gebied, die Zwitsers. Mijn oog valt op een Vacheron-Constantin-Tour-de-Ille.
Oeps, ‘a little steep’, maar vooruit. Wat dat moet
kosten? Voor 1,5 miljoen euri weet ik alles.

The Balvenie – Aged 50 years
Tijd om te even te ontspannen want het was wel een erg enerverende dag. We reserveren een
nachtje in het vermaarde Villa D’Este aan het Comomeer. De plek van het
wereldberoemde ‘Concorso d’Eleganza Villa d’Este’, een ‘vintage’ autoshow.

Op het terras pakken we in de late nazomerzon nog een
lekker drankje. J. een mooie Amarone en ik laat een ‘The Balvenie’ malt whisky aanrukken. Het is een bijzondere dag, dus er komt een flesje van 50 jaar oud. Kost wel
37.000 pietermannen. Euro’s bedoel ik dan. Nou ja, we zijn toch bezig vandaag.
Het was een lange dag en na het fantastische avondeten aan het meer is het tijd voor ons bedje.

Nikon
We blijven nog een paar dagen in Italië en dan rijden we met de
Alfa naar huis. De Ferrari wordt door een speciale ‘valet’ service naar
Nederland gereden.

Ik ga, thuis gekomen, eerst maar eens naar mijn ‘man cave’.
Het is tijd voor het bewerken (post producie) van mijn foto’s. Had ik daar nog
niets over gezegd? Ik fotografeer al mijn hele leven met Nikon. Misschien moet ik maar
eens nadenken over een complete set.

Wat hierboven staat kost ongeveer € 75.000 euro, maar dan
is er niets te wensen meer over op fotografisch vlak. Foto’s bewerken, schrijven
en dergelijke doe ik meestal met een muziekje er bij. Omdat er zoveel te melden
valt over onbetaalbare High End audio en het daar al vaak genoeg over heb gehad, sla ik dat onderwerp hier maar even
over. High End Audio is bovendien totaal niet macho. De dure spullen staan in een huiskamer of op een ‘jongenskamer’ en men loopt er niet mee te koop. Kijk maar eens naar het ‘soort’ publiek op een High End audio show en u begrijpt u mij wel.

Specialized
Turbo S
Van alles wat hier boven is genoemd zijn we een heel
leven lang ver verwijderd gebleven. Gewoon omdat het voor ons, net als voor 99,99%
van de mensheid, niet te betalen is. Dat is niet erg want we hebben nooit mogen
klagen. Stel je voor, we hadden ons moeten schamen. Maar af en toe dromen we
natuurlijk we wel eens weg en dat geeft natuurlijk niet. Maar we zijn wel ouder en wijzer en we weten dat de kans dat we die lotto gaan winnen steeds kleiner wordt. Jandorie.

Maar! Wat zie ik daar in Oostenrijk een paar jaar terug?
Een elektrische mountainbike. Wauw, dat is gaaf. Ik maak een praatje met de
eigenaar. Hij is wild enthousiast over zijn stalen ros. Hij is een man van een
jaar of vijftig en kan nu eindelijk de paswegen van zijn land bedwingen. Het
lijkt mij fantastisch, maar de fiets blijkt peperduur en ik vergeet het
eigenlijk weer.

Mijn vrouw J. krijgt acht jaar geleden een nieuwe heup op
haar 45e. Veel te jong en in Nederland weigert men de heup te vervangen op haar
leeftijd, terwijl ze bijna niet meer kan lopen. In België doen ze niet moeilijk
en ze heeft in no time een ‘Hip Resurfacing’ en na zes weken loopt ze als
Kievit. Ze besluit een elektrische fiets te kopen. Het ontlast haar heup en
geeft haar toch de mogelijkheid te bewegen en lekker buiten te zijn. Ze gebruikt de
fiets tot op de dag van vandaag ook voor woon-werk verkeer (13 km
per dag). De hoon die zij over zich heen kreeg in het begin was echt bijna lachwekkend, niet gewoon. Mensen zijn echt ongelofelijk ‘narrow minded’. We zijn inmiddels een tijd
verder en de elektrische fietsen zijn niet aan te slepen. Terecht, want het is
een zaligheid en stimuleert fietsen en bewegen enorm. Het is namelijk
onwijs LEUK! Voor de duidelijkheid heren en dames cynici: je moet gewoon
trappen anders val je om. Het is een heerlijke steun in de rug en je gaat
lekker vlot tot keihard. Het blijkt een enorme stimulans voor veel mensen om weer
te bewegen en buiten te zijn. De toekomst is natuurlijk dat je de fiets oplaadt
bij je eigen zonnecel-oplader. Kwestie van tijd.

Ik fiets al mijn hele leven, net als iedere Nederlander.
Maar ik maakte er ook nog een beetje een sport van. Tot ongeveer mijn 40e
deed ik ongeveer twee keer per week mijn rondje door de polder. Met de geboorte
van Stijn kwam de klad er in. Ik ging na enige tijd wel zeer fanatiek squashen,
maar daar stopte ik ook na een paar jaar mee vanwege rugblessures. Na onze
verhuizing in 1999 kwam ik in aanraking met Hugo, de buurman van twee huizen
verder. Een onwijs aardige en gezellige vent en een sportman van het zuiverste
water. We pikten samen het fietsen weer op en hebben dat een paar jaar gedaan
tot dat de lange werkdagen mij parten gingen spelen. Ik was vaak klokje rond van huis en met het ouder worden was ik ’s avonds gewoon te
moe.

Alhoewel ik een heel fijne Trek Mountain/Hybride fiets
heb, schaam ik mij te zeggen dat ik de laatste jaren de fiets veel te weinig en onregelmatig heb gebruikt. Tot een maand of twee terug. Ik zou gaan stoppen met roken en
voorzag dat dat wel wat te weeg zou brengen. Ik bereidde me alvast voor door
een beetje te gaan fietsen.
Het stoppen met roken betekende een
fysieke aardverschuiving die ik niet had zien aankomen. Het is de staat waar ik mij nu in bevind. Ik ben
kortademig, ben meer dan 7 kilo aangekomen in een paar weken en ben na drie
maanden een ‘overweight’ fysiek wrak. 100% het tegenovergestelde van
wat ik had verwacht. Mijn hele lichaam en stofwisseling maakt een shock door en
die extra kilo’s zijn echt rampzalig. Maar ik moet fietsen. Iets anders gaat gewoon
niet. Alle andere activiteiten zijn te belastend voor de ledematen en gewrichten en zijn door mijn huisarts nadrukkelijk verboden. Eerst afvallen.

Als het hard waait dan is fietsen op dit moment gewoon een
pijnlijke exercitie. Te lang tegen de wind in levert een beurs SI gewricht op. Bovendien vind ik tegen de harde wind in fietsen onwijs vervelend.
Altijd gevonden en dat is het eufemisme van de eeuw. Ik geniet van een lome zomeravond zonder wind. Ik pak dan rond elf uur de fiets en geniet dan van een polderitje zonder wind, zalig!

Ik herinnerde mij opeens de mountainbike in Oostenrijk en dacht ook aan J’s. fiets. Dat werd dus de aanleiding van deze blog. Ik besloot wat te zoeken naar die powerfietsen op internet en stuitte op de ‘Specialized
Turbo S’. Wat een waanzinnige E-bike is dat. Het is een z.g. Power Bike of ook
wel Pedelec genoemd en heeft een wat andere technologie dan een gewone E-bike.
Ze kunnen maximaal 45 kilometer per uur. Een geil apparaat, maar krankzinnig
duur eigenlijk. Ruim 5 mille. Voor een fiets!

Ik zag deze
week de Specialized ook in de fietsenzaak waar ik altijd kom en het zaadje was
geplant… Een E-bike! Geweldig. Die gaat er gewoon komen. Eindelijk iets waar ik
van kan dromen én die ik, na een tijdje sparen, op enig moment wel kan betalen.

Na wat verder te lezen kwam ik tot de conclusie dat 45 eigenlijk veel te hard is. Zeker als je een dagje ouder wordt, dan moet ik daar realistisch in zijn. De Nederlandse overheid denkt er ook zo over en gaat zo’n fiets beschouwen als een brommer per 1 januari 2017. Dus kenteken, rijbewijs en zo’n belachelijke brommerhelm. Dat gaat hem niet worden dus.

Ik heb dus besloten dat De Powerbike te laten voor wat het is. Een gewone E-bike ondersteunt tot 25 km/uur en dat is hard zat bij gewoon trainen. Berg af kun je dan altijd harder als je wilt. De E-bikes zien er
tegenwoordig schitterend uit. Geweldige technologie en je hebt ze in alle
soorten en maten. Als ik er een heb dan kan ik eindelijk weer eens lekker
fietsen als het hard waait. Of een tochtje in de Ardennen maken. Wat een
geweldig vooruitzicht. Ik ga mij er eens in verdiepen. Fantastisch toch?



TERRY & GYAN RILEY – TIVOLIVREDENBURG – 20 SEPTEMBER 2016

MUZIEK Posted on Thu, September 22, 2016 09:44:13

Ooit was ik van mening dat ik van alle muziekstijlen wat
in huis moest hebben. Het is sowieso geen gekke gedachtegang en het past wel bij mijn
persoon om ook van minder bekende muziek wat generieke kennis te hebben. Bovendien: onderzoek
alles en behoud het goede. Vroeger betekende ‘onderzoeken’ meestal dat je een LP kocht bij de platenzaak. Niet zelden op goed geluk of na een korte luistersessie bij een vriend of in de winkel. Dat ging natuurlijk wel eens mis. Ik heb dus de nodige muziek in de platenkast waar ik
eigenlijk nooit naar luister. Als ik generaliseer dan vind ik die ‘musica non
grata’ vooral in de klassieke muziek en free jazz afdeling. De laatste stroming hoef
ik niet uit te leggen denk ik. Free Jazz is in heel veel gevallen niet om te
pruimen, maar toch kocht ik het omdat de muziek legendarisch was of de recensies
lovend. Cecil Taylor, Albert Ayler, Archie Shepp, Ornette Coleman, Arthur
Blythe, noem maar op. Tientallen LP’s heb ik van deze mannen. Piep, piep, knor,
knor, pep, pep. De Nederlanders, zoals Willem Breuker en Han Bennink, waren nog een slag erger. Die
hadden klompen aan en, godbetert, zongen er zelfs bij. Of deden een worstelpartij in hun blote bast. Tijdens een optreden, haha.
Bij popmuziek trapte ik niet zo
vaak in de recensie-valkuil. Klassiek was een ander verhaal. Het hoorde gewoon
in je platenkast te staan. Ik was toch netjes opgevoed in een goede buurt? Ik
was toch geen jongen van de straat? Beethoven, Mozart, Liszt, Brahms, dat had
je gewoon in huis. Dus ik zorgde al lang geleden dat ik een een mooie compacte
klassieke verzameling bij elkaar sprokkelde. Waar ik vervolgens zelden of nooit
meer naar luisterde. Ik moest uiteindelijk gewoon toegeven dat ik mijn echte
voorkeur niet kon verloochenen: jazz-funk-rock-blues. Klassiek-klassiek, als
u mij begrijpt, vind ik op zijn tijd echt wel mooi, maar, dan in een bepaalde
omgeving en sfeer. Ik hoorde in een museum ooit Jessye Norman een aria uit Dido
en Aeneas zingen. Ik schoot gewoon vol, zo mooi vond ik het. In de auto heb ik wel
eens iets dergelijks met Beethoven gehad. Het komt dan opeens binnen. In de loop der jaren maakte ik ook kennis met de wat
recentere ‘contemporaine’ klassieke muziek en natuurlijk minimal music. In dat segment vond ik meer luister-uitdaging, maar ook muzikale rust als tegenwicht voor
mijn wat onrustige voorkeursstijl. Muziek voor de late avond en verstilde winterdagen. Met name minimal music werd echt wel mijn
‘second love’. Ik schreef er ooit een blog over en in het verband van dit verhaal is
het misschien zinvol om het stuk nog een keer te lezen:

http://blog.stoneageimages.com/#post28

Gisteren zou ik eigenlijk in Oostenrijk moeten rondbanjeren op een berg met K. voor onze jaarlijkse bergvakantie. Helaas ging dat niet door vanwege vervelende omstandigheden
bij K. Ik kon daardoor, onverwacht, toch nog aanhaken bij R. en H. voor
het concert van Terry Riley in Tivoli in Utrecht. Terry is voor het grote
publiek een onbekende, maar in de serieuze academische muziekwereld is deze man een levende legende. Terry’s ‘In C’ uit 1964 is een
mijlpaal in de moderne Amerikaanse muziekhistorie*). Steve Reich en Philip Glass hebben het allemaal van hem, zo te zeggen. Om eerlijk te zijn vonden
we de legendarische status van Riley al voldoende reden om hem in levende lijve te
zien. Terry zou optreden met zijn zoon Gyan. Terry speelt normaliter piano of
orgel en zijn zoon elektrische en akoestische gitaar. De filmpjes op Youtube
maakten ons wel een beetje onzeker over de aard van de muziek die we zouden gaan
horen. We waren zeer benieuwd.

*) https://en.wikipedia.org/wiki/In_C

Ik was nog niet eerder in het nieuwe TivoliVredenburg
geweest. Om kort te gaan: niet normaal! Zo mooi, zo groot, zo megalomaan. De
Rekenkamer van de gemeente Utrecht: “.. de financiële consequentie van een
groter en duurder gebouw zijn niet voldoende onder ogen gezien en er is bij
gelijkblijvende programmering, activiteiten en subsidie geen sluitende
exploitatie van TivoliVredenburg mogelijk.” Dat is nou een beetje jammer. Wie
ontwerpt er zo iets zonder dat je kosten en baten realistisch inschat? Wie keurt dat dan ook nog eens goed? We zijn in Utrecht, niet
in New York. Maar, eerlijk is eerlijk, het is wel een héél erg mooi theater.

De familie Riley speelt vanavond op zolder lijkt het,
want er komt geen einde aan alle rol- en gewone trappen voordat we bij een
compacte en prachtige zaal in de nok komen. Het heet ‘Hertz’ en is één van de
vijf concertzalen. Mooie ruimte, mooie plekken, komt helemaal goed. Op de
website zie ik de details pas: Hertz ligt op de 7e verdieping en
heeft 543 plaatsen en is dus zeker niet compact. Het is één van de twee grote zalen hier, maar waar wij zitten valt dat totaal niet op. De naam Hertz verwijst
naar de hoofdontwerper van het gebouw, Herman Hertzberger en naar de eenheid van frequentie.
Wat een waanzinnig gebouw. De vijf zalen van TivoliVredenburg zijn ontworpen door verschillende architecten en hebben alle een eigen sfeer. De beroemde grote zaal uit het oude Muziekcentrum Vredenburg was ontworpen door Hertzberger en is gespaard gebleven. Het gebouw is zonder de muziek al een avondje uit waard.

Precies om 20.15 komen Gyan en zijn vader, Terry, de
bühne op lopen. Terry loopt wat wankelig en neemt voorzichtig plaats achter de vleugel. Hij is 81 jaar en dat kun je toch wel aan zijn bewegingen zien. Gyan is 39 en gaat op
een krukje naast de vleugel zitten. Er staan voor hem een akoestische en een
elektrische gitaar klaar. Gyan kennen we alle drie niet en ik heb achteraf wat
huiswerk gedaan. Hij groeide op in Nevada op de Sri Moonshine Ranch van zijn
vader. Hij had ook muzikale genen, maar koos voor de gitaar. Hij studeerde
klassieke muziek en werd beïnvloed door zijn vader en Indiase klassieke tradities. Met een dergelijk CV en een vader als
Terry mag je verwachten dat hij wel een moppie gitaar kan spelen. Op iTunes
staan diverse CD’s en op Youtube allerlei optredens, zelfs met het Kronos
Quartet en zijn vader. Heel mooi trouwens!

Het is praktisch onmogelijk om de muziek van de Riley’s te
beschrijven waar de lezer zich wat bij voor kan stellen. Mijn internetrondje
leerde mij ook dat vader en zoon dit soort optredens al jaren doen en er is
zelfs in 2011 een live album van verschenen. Dat we geen typisch minimal concert hoefden te verwachten was wel duidelijk. Eigenlijk moet ik hier verwijzen
naar Youtube en dat doe ik dan ook. Zie de fimpjes hier na.

Waar het op neer komt is, wat mij betreft,
dat beide heren hun instrumenten bijzonder goed beheersen, maar dat het
samenspel soms wat wringt. Terry speelt meerdere stijlen, verrassend soepel
voor zijn leeftijd, van jazz tot minimal, terwijl Gyan eigenlijk vooral op de akoestische
gitaar excelleert. Soms is het onduidelijk of we naar Indiase of Indiaanse invloeden zitten te luisteren. Het klinkt van tijd tot tijd erg tribaal. Vader en zoon smelten pas samen, van tijd tot tijd, als ze in de
minimale modus staan. Althans dat was onze ervaring van de avond. Een ander ‘aspect’ van de muziek, als ik het vriendelijk adresseer, is dat Terry in sommige nummers zingt. Terry
Riley is duidelijk geen George Michael zal ik maar zeggen en daar laat ik het verder bij. Zijn gesproken monologen, tijdens de muziek, lijken een beetje op die van Ginsberg of Burroughs opperde R. Ja, goeie vergelijking is dat wel. Terry is eigenlijk toch ook uit de tijd van de Beat Generation (jaren 50 en 60). Het ‘Cannabis’ liedje speelt zich af in Azië, tussen de hippies. Terry ziet na een tijdje ergens vloeipapiertjes op de grond liggen en zegt tegen een hippie: ‘Can you roll me one’? waarop het spel abrupt stopt en Terry speels de zaal inkijkt. Volgende song. Na drie kwartier staan de mannen op, geven elkaar met een glimlach een ‘hug’, lopen naar voren, doen een buiging en verdwijnen achter de coulissen zonder een woord te zeggen. Wat? Is het al
afgelopen? Het blijkt de pauze te zijn, haha. In de pauze worden we geïnterviewd door iemand van Radio 4. Wat we er van vinden. We geven er een draai aan en vergeten te vragen wanneer dit wordt uitgezonden. If ever.

Na de break gaan ze verder waar
ze gebleven waren met instrumentaal samenspel en af en toe weer zang van Terry. Iets te veel in onze ogen. Het laatste nummer is echter fabuleus. Volledig
instrumentaal en vader en zoon excelleren minstens twintig minuten lang met een
schitterend stuk vol betoverende muziek en een loepzuivere cadans. Fantastisch en het
compenseert de wat mindere momenten volledig. Terry en zijn zoon zijn twee ontzettend
vriendelijke mannen. Beiden hebben ze, als ze niet musiceren, constant een
glimlach rond de mond en zijn duidelijk ‘in tune’ met zichzelf, elkaar en het leven. Zo
lijkt dat althans. Misschien schelden ze elkaar achter de coulissen uit voor oud viswijf, maar ik denk het eerlijk gezegd niet.

Hieronder de twee Youtube filmpjes. De eerste is een paar
weken geleden gemaakt in Ljubljana door iemand met een smartphone vermoed ik, maar het geeft
een idee van de muziek zoals wij die ook zagen. Het tweede filmpje is het nummer
‘Emerald Runner’ en geeft ook goed de sfeer weer en laat bovendien horen hoe Terry zingt.

Geen verpletterende ervaring dus. Voor een deel was de
muziek beslist goed en we hebben een levende legende mogen zien! Het eten was
lekker, Tivoli was leuk en we hadden natuurlijk weer een top-avondje met
vrienden. Ik realiseer mij dat we met zijn drieën een historie hebben van meer dan 40 jaar concertbezoek! Soms ook met anderen, maar meestal als drietal. Omdat onze muzikale voorkeur behoorlijk op één lijn ligt, zijn wij toch wel de muzikale Aramis, Athos en Porthos binnen onze vriendenkring. In Utrecht lopen we overigens de
deur niet plat. Volgens mij was de laatste keer dat we hier waren in het
oude Vredenburg theater. Bij Solution, haha. Eind jaren zeventig of zo. Wie
kent ze nog? Het was beslist één van de beste bands die Nederland ooit heeft
gekend. Daar kom ik nog een keer op terug trouwens.

Wat ik nog vergeet: gisteren werd het zeer succesvolle Paralympisch team, net terug uit Rio, gehuldigd in TivoliVredenburg. De feestelijkheden waren net afgelopen toen wij arriveerden. Ik zag buiten iemand in een rolstoel zoals op de foto onder en vroeg mij af of het een olympisch sporter was. Dat bleek dus het geval. Deze info is ‘for the record’.

In de mooiste, grootste en leegste parkeergarage die ik ooit heb gezien stonden nog drie auto’s. Ook heel raar en over-gedimensioneerd blijkbaar. Maar die van ons stond netjes mooi te wezen. R. reed vandaag en ik kon lekker weg doezelen op de
achterbank in het zachte leer van zijn Volvo V60 Twin Engine. Het leven is vurrukkulluk.



2016 – DUITSLAND – DER HARZ

REIZEN Posted on Mon, September 19, 2016 21:59:45

Onze korte vakanties brengen wij graag bij de oosterburen
door, dat is geen nieuws. J. was dit jaar al in Israël geweest en ik zou nog
een week gaan wandelen in de Alpen met K. Dus een weekje samen naar Duitsland,
net als vorig jaar, zagen we wel zitten. Vriend P. loopt mij al een paar jaar
te pushen eens naar het hotel-pension van zijn vrienden Peter en Jacqueline te
gaan in de Harz. Dit stel uit Den Haag besloot
een paar jaar geleden het roer helemaal om te gooien. Zoals in het TV programma
‘Ik vertrek’. Het zijn motorliefhebbers en het idee voor een ‘motorpension’ zat
al een aantal jaren in hun hoofd. In mei 2012 was het zover. Na een jaar
voorbereiden en verbouwen, begonnen zij toen met hun ‘Pension Der Tourstop’. P. had mij
natuurlijk geïnformeerd dat het hotel een echte pleisterplaats voor
motorrijders was. Ik had het voor kennisgeving aangenomen. Het zal wel. Of de pensiongasten
nou met de motor of met de auto komen, wat maakt dat nou uit? Nou, dat maakt
dus wél uit.

Onze rit ging soepel. Het einde van de zomervakantie was
in zicht en we hadden geen enkele file of ‘Baustelle’ waar we vast kwamen te
staan. Äpfelchen-Eichen. Het was bovendien de laatste grote rit met de Ford
Focus want over een week was het einde oefening met de job en dus ook de
leaseauto. We mochten van de baas nog gebruik maken van de Focus en van dat
aanbod hebben we goed en zeer dankbaar gebruik gemaakt.

Het is vanuit de Randstad ongeveer 500 kilometer rijden en
in de loop van de middag kwamen we al aan. ‘Pension Der Tourstop’ ligt in een
klein buurtschap in een bosrijk dal. We werden hartelijk onthaald door Peter en
Jacqueline. Het was bewolkt maar niet koud en we gingen buiten zitten onder de
grote veranda. Er zaten twee andere mensen en het was nog stil, maar al snel
druppelde de motorrijders binnen en rond een uur of zes was het
parkeerterreintje achter het pension ruim gevuld met Honda’s, Harley’s,
Kawasaki’s en vele andere merken. Wat doe je in een gewoon hotelletje? Je gaat
eens de buurt verkennen, je eet ergens een hapje, kuiert nog wat rond, misschien
nog een drankje aan de hotelbar en dan is het meestal ‘Schluss’. Niet bij de
motorrijders. We zaten tot middernacht allemaal buiten onder de veranda. Gezellig praten, lachen, eten en bierelieren. Het
was voor ons een openbaring van de eerste orde.
Misschien troffen we het, maar
dit was echt geweldig. Wel vogels van zeer verschillende pluimage. Van
pensionado’s met veel geld op een Honda Gold Wing tot jonger volk met
bescheidener ‘fietsen’. Wat echt ontzettend opviel was de pretentieloze en
onwaarschijnlijk goeie sfeer onder al die bikers. Echt super. Dick en Dick
waren er ook. Zwagers uit Drenthe van 60 en 65 jaar, ieder op een Harley. ‘Grote
Dick’ van 2 meter plus met een enorme bierpens en tattoos en kleine Dick,
‘Dickie’. Dickie was drie turven hoog en had de energie van een 11-jarige met
ADHD. Onwijs gelachen met die kerels. Ze sliepen op één kamer. Grote Dick, te
lang voor het bed, slaapt altijd op zijn rug met een zuurstofmasker op zijn gezicht en een pomp op het nachtkastje. Kleine Dickie ligt dan te knorren op het bedje wat er
naast staat. Twee ruige Harley-mannen. Wij vonden dat een totaal hilarisch beeld, echt om je gek te lachen…

Peter en Jacqueline bleken echt een fantastische gastheer
en gastvrouw te zijn. Geen moment kwam iemand iets te kort en ze waren er ook
heel de avond bij en onderdeel van de ‘familie’. De eerste avond maakten ze
‘Nasi’ voor iedereen en de andere avonden kon je, als je dat wilde, er ook eten.
Het ontbijt was uiteraard super. De kamertjes zijn niet echt groot in
‘Tourstop’, maar schoon en functioneel. Maar wat werken die mensen hard zeg,
bijna 24/7.

Mijn andere openbaring bleek Veltins. Peter vroeg de
eerste avond: ”Wie wil er bier waar je geen hoofdpijn van krijgt?”. Ik stak
gelijk mijn hand op. Ik kan helemaal niet (meer) tegen bier. Eentje en dan ben
ik klaar. Als ik er meer ga drinken dan word ik gewoon ziek. Maar Peter was
stellig. Gemaakt onder het regime van het ‘Reinheitsgebot’ en je krijgt er
beslist geen koppijn van. De eerste beviel echt heel goed. De tweede ook en,
nou ja, ik heb er die paar dagen ruim 20 gedronken. Heerlijk gewoon. Fris, dorstlessend
en met een klein ‘bittertje’ en, verdomd, ik kreeg er geen hoofdpijn van. Ongelofelijk.
Veltins is ook bij Appie te koop en deze week bij de Lidl in de aanbieding nota
bene. Echt een ontdekking voor mij waar ik heel erg blij mee ben. Ik drink
normaliter eigenlijk alleen koffie en karnemelk en nu heb ik in ieder geval
iets er bij wat ik echt lekker vindt.

In het naburig Lautenthal aten we nog bij ‘Der Harzer Schnitzelkönig
XXL’. Het laat zich wel raden wat voor restaurant dat was. Maar, echt waar, de
schnitzels zijn er van uitzonderlijk goede kwaliteit en het mag ook een
kleintje zijn. Al met al was deze week een klein feestje voor geest en de
innerlijke mens. Mijn diëtiste zal niet blij zijn. Alhoewel, we hebben toch wel
42 kilometer gelopen en misschien, heel misschien, is er een onsje af.

De Harz is het meest noordelijk gelegen middelgebergte
van Duitsland. Het hoogste punt is ‘Der Brocken’ van 1141 meter hoog. Het is
een redelijke geïsoleerde berg en vanwege de relatief noordelijke breedtegraad,
ligt de boomgrens op ongeveer 1000 meter. De top is dus kaal en bij helder weer
vanaf ver zichtbaar. De enorme zendmast op de top is trouwens nog meer in het
oog springend. Het klimaat op de Brocken is vergelijkbaar met dat van ongeveer
2000 meter hoogte in de Alpen. De gemiddelde jaartemperatuur is 3,5 graad celsius
en het aantal dagen met sneeuw is 120. De temperatuur zakt in de winter tot
meer dan 25 graden onder nul en de hoogste neerslagcijfers en windsnelheden van
Europa worden hier gemeten. Daar moest ik uiteraard naar toe, dat begrijpt u. Ik
had dat als ‘must’ benoemd, net als het plaatsje Quedlinburg en de Teufelsmauer.
Ik had nog een paar bezienswaardigheden uitgezocht en verder zouden we het wel
zien.

De Harz ligt voor ongeveer de helft in het voormalige
Oost-Duitsland en dat is de reden dat het er toch wel anders uit ziet dan
elders in Duitsland. De bouw van traditionele huizen en kerken doet meer denken
aan Baltische staten en Rusland bijvoorbeeld. In de Harz is eigenlijk
nauwelijks economische activiteit en het heuvelachtige, soms bergachtige en bosrijke
landschap, wordt alleen onderbroken door dorpen, plaatsjes en stuwmeren. Het is
niet enorm spectaculair, maar gewoon mooi en zalig rustig, behalve op de
Brocken… Ik wilde graag de berg op met het beroemde antieke smalspoor-treintje
van de ‘Brockenbahn’. Met de auto kun je de berg niet op en 22 kilometer heen
en weer naar de top, grotendeels door bos, daar hadden we geen zin in.
Misschien was dat toch een beter idee geweest, want het was een regelrechte
bezoeking. Het duurde fokking uren en de trein was voller dan een
sardineblikje. Bovendien was het inmiddels bloedheet. Niet doen dus, de
Brockenbahn. Althans niet op een mooie zomerse dag. Boven gekomen namen we een
kop soep en wandelden we wat rond. Al snel waren de massa’s aan het oog
onttrokken. Absoluut een schitterend uitzicht en de Brocken is de term
‘berg’ echt wel waardig. Het schijnt bij
ideale omstandigheden dat je meer dan 200 kilometer ver kunt zien.

Wikipedia: ‘Van 1945 tot april 1947 was de berg bezet
door Amerikaanse troepen. Vanaf 1961 wordt de berg, welke in het grensgebied
van de DDR en de Bondsrepubliek Duitsland lag, tot militaire zone verklaard. De
bergtop wordt omgebouwd tot een vesting en door het Sovjetleger en de Stasi
voor bewakings- en spionagedoeleinden gebruikt. Met de Duitse Hereniging werden
vanaf 1990 de militaire voorzieningen verwijderd. De Brocken kan sindsdien weer
door iedereen bezocht worden.’

Op de top van de berg staan een aantal bouwwerken. Er
hebben er meerdere gestaan waarvan er door de decennia en oorlogen heen ook
weer veel zijn gesneuveld. Het meest opvallende is de 123 meter hoge zendmast,
een ‘landmark’ wat van grote afstand overal in de Harz en daar buiten met het
blote oog zichtbaar is.

Net als bij andere reisjes in het goed geregelde Noord-Europa
is er meestal weinig te melden in de zin van leuke anekdotes. Voor de mooie
reisverhalen moet je naar het zuiden en/of verder. Ik beperk mij dus met te melden dat wij ook in deze streek weer
werden verrast met onverwachte fraaie stukken natuur en prachtige dorpen en
stadjes. Het klimaat is continentaal en dus veel minder veranderlijk dan bij
ons. De eerste dag was bewolkt, maar de rest van de dagen waren warm tot zeer
warm. Op donderdag hadden we in Quedlinburg zelfs een echte luchttemperatuur
van 41 graden!

O ja, de sterrenhemel: wauw, zelden zo’n knetterend
heldere melkweg gezien. Een aanrader dus, de Harz? Ja, maar je moet wel van
wandelen houden, geen grote spektakels verwachten en een ‘sucker’ zijn voor
middeleeuwse dorpjes. En grote schnitzels.

De foto’s: http://pictures.stoneageimages.com/#!album-63



UNDERWORLD ‎– HEINEKEN MUSIC HALL – 30 JANUARI 2008

MUZIEK Posted on Mon, September 19, 2016 20:36:14

Een aantal jaren terug stelden we in onze vriendenkring
een eigen top 10 van Live concerten op. Een ‘best of’ van concerten waar we
ooit zelf waren geweest. Ik publiceerde mijn lijstje op mijn weblog in
willekeurige volgorde. Op nummer 7 stond ‘Underworld’. Ik schreef: “Een fysieke
ervaring. Volledig maar dan ook VOLLEDIG uit de pan. Ik was door- en drijfnat
die avond. En dat op mijn 48e…” Dat laatste blijkt achteraf niet te kloppen,
want ik was al 50 en zat er twee jaar naast. Underworld zou naar Nederland komen
op 9 november 2007. Om redenen die ik niet meer kan achterhalen werd het uiteindelijk
zeven weken later, 30 januari 2008 en niet in 2005 zoals ik destijds schreef. Ik
ben op dat moment beslist een Underworld fan, maar een novice wat betreft een
live optreden.

Ik ga met schoonzus K. en wat kennissen van haar. Het
concert is in de grote zaal van de Heineken Music Hal (HMH), de ‘Blackbox’. Ik
vind dat een geweldige zaal voor pop- en rockmuziek. Makkelijk te bereiken en
met de parkeergarage er naast is het helemaal ideaal. Het is op dat moment de
enige zaal in Nederland die speciaal is ontworpen voor versterkte muziek en
geen obstakels kent als pilaren en dergelijke. De HMH heeft zelfs al meerdere malen prijzen gewonnen als ‘Best
International Music Venue’ en ik kan niet anders dan dat onderschrijven. De
Heineken Music Hall (HMH) in Amsterdam heet vanaf 1 januari 2017 AFAS Live. Ik
vind dat geen sterke zet. De naam Heineken is wereldwijd een begrip, geen mens
kent AFAS. Maar ja, ‘ze’ zullen wel weten wat ze doen.

K. weet een plekje in de zaal vlak bij de PA waar je een
decimeter hoger staat dan de rest van het publiek en lekker kunt dansen.
Bovendien kun je, als je even wilt uitrusten, tegen het hek leunen wat rondom
de PA staat. Het blijkt een perfecte plek. Ik ervaar het optreden als totaal
verpletterend, ‘mind blowing’. Nee, ‘mind bending’. Misschien dat Massive
Attack (ook in de HMH) in de buurt komt, maar verder heb ik tot deze avond, maar ook daarna,
nooit meer zo iets meegemaakt. De muziek is een ongelofelijk ophitsende
elektronische muur van geluid waar geen mens bij stil kan blijven staan. Karl
Hyde, de zanger, is de meest gepaste vocalist bij deze muziek en weet de sfeer
nog opzwepender te maken. Underworld is een lichamelijke en geestelijk ervaring ‘dat het een aard heeft’. De geluidsdruk is verpletterend maar zo goed
afgesteld dat het geen pijn doet. De bassen doen je broekspijpen en ingewanden meetrillen
maar dat hoort er bij. Iedereen gaat deze avond ‘ballistic’, van jong tot oud,
als één man. Op een gegeven moment ben ik K. kwijt in de massa. Mijn rug begint
wat op te spelen en het laatste kwartier van het meer dan twee uur durende optreden
ga ik op de tribune zitten. K. en de anderen vind ik niet meer terug.

Als ik buiten kom op de ArenaA Boulevard is het net boven
het vriespunt. Ik voel niets van de kou want ik ben nog doornat van het zweet.
Ik zit ook nog ergens op een planeet aan de rand van het zonnestelsel. Voordat
u verkeerde associaties krijgt, het is een ‘natural high’. Woorden schieten te
kort voor deze ervaring. Het was echt ongelofelijk, niet normaal. Maar de
realiteit is hard: PSV-AJAX is net afgelopen in de Arena en ik maak me als een
speer uit de voeten om de verkeerschaos voor te zijn. Hoe de anderen zijn thuis
gekomen weet ik niet meer.

Underworld bestaat, sinds jaar en dag, uit Karl Hyde en
Rick Smith. Karl is bijna 60 jaar en Rick is 57. Geen jonkies dus en muzikanten
om serieus te nemen. Ze timmeren al decennia aan de weg, ook met anderen trouwens. Karl is tegenwoordig
ook solo actief en maakt zelfs muziek met Brian Eno. Rick is de techneut, de
DJ, de componist. Karl is de zanger, medecomponist en de eeuwige performer
tijdens live optredens. Underworld bestond lang geleden ook uit andere leden
maar die haakten in de loop der jaren toch af. Underworld brak door bij het grote publiek met
hun muziek uit de totaal waanzinnige film ‘Trainspotting’ (ook een aanrader van
de eerste orde). We zijn inmiddels 20 jaar verder, de mannen worden een dagje
ouder en ik veronderstel dat Underworld bij jongeren onbekend is. Jammer, want
deze kerels zijn in mijn ogen de aartsvaders van de hedendaagse DJ- en partymuziek.
Alleen 100 x beter…

Een snelle oppervlakkige luisteraar van de muziek van
Underworld zou het misschien wegzetten als feestmuziek voor jongeren. Techno,
DJ, partyflock, maar dat vind ik een wat te zuinige analyse. Het is zeker
feest- en dansmuziek, maar dan met wat extra’s wat moeilijk te duiden valt. Deze
muziek moet je beleven, voelen en luisteren. Dat geldt natuurlijk ook voor
moderne techno en sommige DJ muziek, maar die kunnen de concurrentie met deze
‘oer-techno’ muzikaal niet aan wat mij betreft. Deze muziek is toch van een
andere orde. Underworld maakt elektronische muziek waar men allerlei affiches
opplakt: house, trance, techno, dance, breakbeat, experimental, synthpop en nog
vele andere. Het zal wel. Underworld is voor mij ritmisch
gezien 100% raak. Ik kan en wil niet anders dan bewegen en dansen. Dat laatste
lijkt in mijn geval natuurlijk nergens op, maar dat maakt niet uit. Deze muziek
geeft een energie, niet gewoon!

‘Dus daarna aardig wat Underworld concerten gezien zeker?’
Eh…, om eerlijk te zijn niet. Ik durf eigenlijk niet zo goed omdat ik bang ben
dat het tegenvalt. De mannen zijn inmiddels weer een paar keer in Nederland geweest
en heb echt om genoemde reden deze concerten voorbij laten gaan. Volgend jaar
komen ze weer. Twee avonden in Tivoli in Utrecht. Ik heb gebeld met Tivoli.
Aardig meisje aan de telefoon, maar zitten kan ik vergeten. Helaas, het wordt
voor mij dus een ‘no go’.

Maar, met de komst van Karl en Rick in het verschiet
besloot ik deze week toch ook eens even te kijken op Youtube. Wat zouden de
heren er tegenwoordig van bakken? Het lijkt niet verkeerd, maar… sapristie, wat
kom ik daar nu weer voor een filmpje tegen? ‘Underworld, Heineken Music Hall, 30
Januari 2008’. Wat is dat nu weer? Ik ga het u vertellen. Tijdens een aantal
concerten in die periode, Amsterdam dus ook, kon je direct na het optreden een
CD kopen met de soundboard opname van het concert waar je net was geweest. Nergens
anders dus. De concerten stonden na 5 minuten van het concert ook een tijdje
online op de Underworld website. Toen ik het las herinnerde ik mij dat weer. Van die CD hoorde ik destijds ook pas toen ik al thuis was. Een zekere mijnheer ‘UnderworldFan94’ heeft de
CD en nog een hele zwik andere concerten uit die periode online gezet op
Youtube. Geen bewegende beelden dus, maar een muziekstream. Allemaal concerten
van meer dan 2 uur. Het is uiteraard compressie formaat, maar met een
audiotrack van ± 175 Kbps VBR (Variable Bit Rate) is de kwaliteit meer dan
uitstekend, zeker voor dit soort muziek. Amsterdam springt er audiofiel ook nog
eens positief uit. Daar was dus werk aan de winkel voor mij, maar het resultaat
is geweldig. Tip van de week dus voor de liefhebbers. Vanwege eventuele schendingen van auteursrechten plaats ik geen hyperlink. U vindt het zelf wel.

Ik ben hier zo blij mee, ik kan het u bijna niet
uitleggen. Eén van mijn allerbeste concertervaringen ooit en ik kan het net zo
vaak laten herleven als ik wil. De eerlijkheid gebied wel te zeggen dat de euforie het eerste deel van het concert betreft, de eerste CD dus. In de tweede helft kakt het allemaal een beetje in. In een e-mail aan vrienden destijds doe ik verslag van de avond en beschrijf ik het ook precies zo. In mijn herinnering was het van A tot Z fantastisch en door de tijd werd dit concert steeds beter en legendarischer. Zo zie je maar, een mens onthoud doorgaans de leuke dingen en dat is meestal maar goed ook. Nadeel van dit soort muziek: écht goed luisteren kan pas als alle buren weg zijn. Eigenlijk moet de hele straat leeg zijn. Ik geloof dat het tijd wordt voor een goeie
headset.



VERTIGO

WEBLOG Posted on Sun, August 21, 2016 23:15:51

Parkour, dat is een militaire loopdiscipline ontwikkeld in Frans Indochina en had als doel dat je je snel uit de voeten kon maken, in elk terrein. Zo ontwikkelde zich ‘Free running’ uit Parkour: van die gasten die springen van muren op daken en dergelijke alsof er geen zwaartekracht bestaat. Je hebt er ook die het op torenhoge gebouwen beoefenen. Hieronder ‘Oleg Cricket’ in Hong Kong. Echt niet normaal gewoon.

Je moet dus geen last hebben van hoogtevrees voor deze liefhebberij. Ik ben altijd gek op de bergen geweest, maar het echte werk, daar ben ik helaas niet voor in de wieg gelegd. Met het ouder worden merk ik dat mijn sensitiviteit voor hoogtes toe neemt. De verkeerde kant op helaas. Het onderstaande ‘selfie’-filmpje laat twee vrienden zien die de laatste meters naar de top van de Matterhorn lopen. Voor geen goud! Nu niet, maar vroeger ook niet. Alhoewel… de foto daaronder is gemaakt op de Mer de Glace. Ik sta daar op een ijsbrug, niet ‘angeseilt’ en zonder crampons. Die spleten links en rechts kunnen tientallen tot honderden meters diep zijn. Verderop wordt het wel érg smal.
‘Save the best for last’ zeggen ze dan. De opname hierna is gemaakt op ‘Marina 101’ in Dubai. Het gebouw zal met 101 verdiepingen een hoogte krijgen van 425 meter. James Kingston, een Britse Freeclimber, beklimt hier het gebouw in aanbouw en daarna de kraan op het gebouw. De gecombineerde hoogte is meer dan een halve kilometer! Je moet levensmoe en/of hartstikke gek zijn, maar het resultaat is werkelijk fantastisch. De kwaliteit van de opnamen is super en het uitzicht… wauw.
https://youtube.com/watch?v=UQ8jkZQxyjALees ook het commentaar van James onder de film. Leuk en interessant verhaal. James Kingston heeft inmiddels een behoorlijke status in het wereldje van extreme sporten, maar ook in de media.
Ondanks een levensstijl die eigenlijk te gek voor woorden is, is het toch ook wel iemand waar ik bewondering voor op kan brengen. Lef en verwondering drijven hem. En het levert ook nog eens hele mooie filmpjes op.



STANLEY CLARKE

MUZIEK Posted on Sat, August 20, 2016 15:36:40

Stanley Clarke is een van de meest invloedrijke bassisten uit de jazzhistorie. Hij was ook een van mijn vele muzikale helden van de seventies en ik was beslist niet de enige. Clarke is een fenomenale elektrische en ook akoestische bassist, anders dan veel van zijn collega’s die meestal excelleren in één van die twee. Zijn vaardigheid om een elektrische bas te laten ‘zingen’ is uniek. Ook buiten de jazz scene was hij in de jaren zeventig een populaire artiest. Hij behaalde die status met drie albums die hij in die jaren uitbracht: ‘Stanley Clarke’, ‘Journey To Love’ en Schooldays’. Het zijn Stanley’s tweede, derde en vierde album. Het eerste album uit 1973, hij was toen 22, heet ‘Children Of Forever’ en is eigenlijk, stilistisch gezien, een ‘Return To Forever’ (RTF) album, de wereldvermaarde fusionband van Chick Corea waar Clarke mede oprichter van was. RTF had in die jaren een bijna legendarische status, eveneens onder pop- en rockliefhebbers. Net als Mahavishnu Orchestra, Miles Davis, Weather Report en nog wat van dat soort bands. Onbegrijpelijk overigens gezien het gecompliceerde karakter van de muziek. De RTF-bandfaam legde Stanley als individueel artiest geen windeieren en stelde hem in staat genoemde albums te produceren met bezettingen om van te watertanden. De tweede, derde en vierde LP zijn muzikale monumenten. Instrumentale meesterwerken van jazz-fusion waar geen verkeerde noot op staat. Naar mijn mening heeft Clarke dat consistente niveau nooit meer bereikt. Althans, niet op een album. Hij is tot op de dag van vandaag veel gevraagd en het is natuurlijk nog steeds een geweldige muzikant. Op vele albums en live concerten (Youtube) is nog steeds veel geweldige muziek van hem te vinden. Hij heeft zo’n beetje met elke bekende jazz-fusion artiest op het podium gestaan en/of albums opgenomen. Denk aan George Duke, Marcus Miller, Stewart Copeland, Billy Cobham, Jean-Luc Ponty, Larry Carlton, enzovoort. Opmerkelijk: Miles en Stanley hebben het podium nooit gedeeld.

Clarke heeft met zijn meest recente band een paar fantastische muzikanten om zich heen verzameld. Hieronder een uitvoering bij Vrije Geluiden uit 2014 van het beroemde ‘No Mystery’ van Stanley en Chick Corea. Inmiddels bijna een ‘traditional’. Pianist Beka Gochiashvilli uit Tblisi (Georgië) is 19 jaar, drummer Mike Mitchell uit Dallas is 20 en toetsenist Cameron Graves is iets in de dertig. Stanley is ten tijde van de opname 62 jaar. Ik kwam het filmpje op Youtube tegen en vind het een muzikaal juweel van de eerste orde. Zoon Stijn, inmiddels best een vaardig pianist (speelt Cory Henry na!) zat echt glazig te kijken naar het filmpje en niet alleen vanwege de toetsenisten. Vergis u niet, dit is zéér virtuoos.

Daaronder Stanley Clarke op de akoestische bas en Sidiki Diabaté op de Kora. Sidiki is de jongere broer van de wereldberoemde Toumani. Nog een voorbeeld van Clarke’s veelzijdigheid en vakmanschap. Magische muziek en subliem samenspel. Echt jammer dat het zo kort duurt.

Vandaag keek ik naar de documentaire over de totstandkoming van Louis Andriessen’s orkestwerk voor het 125 jarig jubileum van het Concertgebouworkest en Concertgebouw. Schitterende televisie gewoon. Hoe zo ‘is er niets’ op TV? Moet je wel even verder kijken dan je neus lang is. Maar goed, Louis had ooit gezworen nooit meer met muzikanten uit een symfonieorkest te werken. Hij moest nu wel, want hij had toegezegd het te doen. Niet het eerste het beste orkest en niet de eerste de beste dirigent, Mariss Jansons. Het is een boeiende docu, maar ook wel een lachwekkende. Die Louis is een ouwe mopperaar en een totaal eigenwijze en eigenzinnige componist. Uiteraard heeft hij een klassieke conservatorium opleiding maar zijn voorkeuren verschoven als snel naar jazz en de moderne componisten. Hij doet in de documentaire zijn beklag over symfoniemuzikanten. Hij noemt ze bureaucraten die spelen wat ze lezen en niet luisteren naar het geheel en elkaar. Haha. Ik vond dat stiekem wel leuk, want ik heb ook zo mijn gedachten bij ‘klassieke muziek’. Maar die houd ik maar liever voor mij.

Ik moest, terwijl ik zat te kijken naar de documentaire, onwillekeurig ook denken aan Stanley Clarke en die andere mannen in het BIM huis. Allemaal conservatorium afgestudeerde mannen, waarvan drie klassiek, die allen wel de volgende muzikale stap namen: jazz. Het is toch een muziekstijl die, mits door goede muzikanten uitgevoerd, zijn gelijke niet kent. Let wel, ik zeg niet beter, maar de interactieve virtuositeit zijn van een totaal ‘andere’ orde. Maar ja, dat blijft ook een kwestie van smaak. Mensen kunnen er ook helemaal gek van worden en dat kan ik op zijn tijd ook wel weer begrijpen. Al zoekende naar Clarke-filmpjes kwam ik het onderstaand optreden tegen. Stanley Clarke, Herbie Hancock, Wayne Shorter en Omar Hakim spelen Canteloupe Island. Het geluidsspoor komt van een LP. Geen idee welke en kon er ook verder geen gegevens van vinden. Na de opening van Herbie Hancock gaat Wayne Shorter los, beslist niet mijn favoriete saxofonist. Ik adviseer naar Hancock’s opening te kijken en dan door te spoelen tot het einde van Shorter’s solo en vanaf dat moment begint er een fantastisch samenspel. Ik begrijp ook wel, deze gasten behoren tot de grootsten die de muziekhistorie heeft voortgebracht, maar dit bedoelt Louis Andriessen nou. Ik hoop dat uw PC speakers het laag goed doorgeven, want dat is wel belangrijk, anders mis je de helft. Nee, eigenlijk alles.

Onder het filmpje staat een Japanse tekst. Ik heb die in de Google vertaalmachine gegooid want ik wilde toch wel graag weten wat, hoe, waar, enzovoort. U kent mij.

Japans: です。これ生で見た人はホンマ幸せ者と言うか、歴史の瞬間に立ち会えたって感じですよね。15 分まで上げれるようになったので、前2分割してアップしてたのを1本でアップし直しました。

Vertaald: “Of ze zeggen Honma gelukkig mens mensen zagen in deze productie , maar het is het gevoel was Tachiae op het moment van de geschiedenis. Dus het was om te worden verhoogd tot 15 minuten, was niet opgewassen tegen de vorige twee-divisie werd opnieuw met één.”

Daar kan in ieder geval geen verwarring meer over bestaan smiley



2014 – MYANMAR – HKAKABO RAZI

REIZEN Posted on Sat, August 20, 2016 00:53:55

Ik hoef hier natuurlijk niet alleen mijn eigen avonturen op
te schrijven. Er zijn tegenwoordig zulke geweldig reisverslagen op internet te
vinden en sommige, vind ik, verdienen extra aandacht. Ik heb voor dit weblog een expeditieverslag uitgekozen dat bijzonder tot de verbeelding sprak: ‘Down To Nothing’. Er stond over dit avontuur een artikel in National Geographic en dat smaakte naar meer. Op internet vond ik alles wat ik zocht. Het gaat over
een groep bergbeklimmers die tot het uiterste moet gaan om de, veronderstelde,
hoogste berg van Myanmar, de Hkakabo Razi, te beklimmen.
Er was dispuut over welke berg in de regio de hoogste was (ongeveer 5800 meter en nog wat) en aan die onzekerheid zou de expeditie een einde moeten maken.

Het verhaal spreekt mij enerzijds aan omdat ik het land ken, toen het nog Burma heette, en anderzijds
omdat ik ooit de Mount Everest-Kala Pattar trek heb gelopen. Misschien wel de zwaarste trek ter wereld met een lengte van vijfhonderdvijftig kilometer en 13.000 cumulatieve hoogtemeters. Van 770 meter naar 5645 meter, van jungle naar gletsjer. Heen en weer in ruim vijf weken, mijn meeste extreme prestatie ‘ever’. De route die ik liep is sinds het begin van de jaren tachtig in onbruik geraakt, maar is meer dan twee maal zo lang als tegenwoordig en de dubbele hoogte moest worden overbrugd. Eenmaal ‘op hoogte’ is het technisch niveau van ‘Down To Nothing’ van een andere orde, maar bekijk de film en u begrijpt de analogie.

Het reizen per trein door Burma, dat is voor geen meter veranderd en heb ik precies zo meegemaakt. Alleen hadden de treinen in mijn tijd houten banken… Krankzinnige ervaring was de treinreis van Rangoon naar Mandalay. Genoeg over mijn ervaringen, ik nodig u uit naar een werkelijk schitterend verslag te kijken van een expeditie ‘oude stijl’. Verhaal, fotografie, audio, het is allemaal van een meer dan superieure kwaliteit. Een ‘must see’. Veel plezier.

De expeditie en de film werd mogelijk gemaakt door onder andere The North Face, van die budget buitensport kleding (not) en National Geographic.



1980 – USA – THE STORY OF A MAILBOX

REIZEN Posted on Tue, August 16, 2016 15:01:51

Hieronder ziet u een ‘printscreen’ van een deel van een blog, onlangs geplaatst door de host van de ‘Genetti Family Geneaology’ website. Daaronder de volledige transcriptie van het blog. De tekst spreekt voor zich. Het is in het Engels. Ik ga er van uit dat dat geen probleem is. ‘G.’, dat ben ik zei de gek.– Every
week I receive emails from cousins near and far. Many have family stories or
photos to share with me. But an email I received last week, was truly unusual
in nature! It came from a gentleman named G. who lives in The Netherlands. G.
tracked down our family website via search, because he was intrigued by the
name on a mailbox! I love this story – how a total stranger from another
country connect to our family through a photo taken 36 years ago on a trek
through the American southwest. Here is G.’s email. I’m sure you’ll find his
tale totally charming!

“My name
is G. from The Netherlands. In 1980 I traveled the western part of the U.S.
with two of my best friends. After our U.S. visit I have been so fortunate to
see much more of the globe between 1980 and the present day. Most of my travels
were before digital photography and part of the heritage of my travels is a
collection of 26,000 slides. A couple of years back I started digitizing
(scanning) my nicest and/or most interesting slides (in random travel order).
It is a very time consuming process, but the reward is huge. I ‘live’ it all
once more and my collection is preserved for ever, also in ‘the cloud’.

You must
be wondering what all this has to do with you. I will explain. I am presently
scanning the slides of my 1980 visit I mentioned above. One of them was taken
in Wyoming along a desolate road. My two friends are standing next to the car
in the distance. In the forefront of the picture there are a number of typical
US mailboxes we don’t see in Europe. After scanning, removing dust &
scratches and executing other improvements, I noticed a name on the nearest box:
Herman Genetti.

For some
reason his name intrigued me and I started a search on the internet where I
came across your ‘The Genetti Family Genealogy Project’. After some reading and
surfing on your very impressive website (my compliments!), I am almost convinced
the mailbox must have belonged to the Herman Angelo Genetti who wrote ‘Herman’s
Howling’s’, the book which is mentioned on your website. Since slides do not
contain any meta data, I have been doing some more puzzling. The picture was
taken in southern direction on October 4, 1980, along road 189, somewhere in
the La Barge, Wyoming surroundings, where Herman used to live, as far as I
figure.

Why I
have been doing the search I can not explain. Maybe because my wife’s aunt is
also from Southern Tirol (Quero, near Belluno). Her aunt owns a very famous Ice
Parlor in The Hague and we have visited Italy very often. We have a ‘thing’ for
Italy I suppose. I don’t know. Of course I told my wife about the above and she
suggested I should tell you my little story and send you the picture. So here
we are. I do not know if my story is of any interest to you, so please do with
it what you like.

Of
course, you will find ‘the’ 1980 slide scan, the trigger for all this, attached
to this mail.”

I agree
with G. – this must have been Herman Genetti’s mailbox located along the side
of the road in La Barge, Wyoming!

Our
thanks to G. for sharing this story with us! I hope one day to visit he and his
wife in The Netherlands – and we will raise a toast to our ancestor, Herman
Genetti! –



VOLKSBUND DEUTSCHE KRIEGSGRÄBERFÜRSORGE

WEBLOG Posted on Mon, August 15, 2016 22:52:57

Mijn vorige blog sloot ik af met een vraag van S., de
jongste deelneemster van de training ‘Rookvrij! Ook jij?’. Ze is 25,
verpleegkundige in de schilderswijk en om de drommel niet dom of naïef. Maar door
de formulering van haar vraag is het duidelijk dat ze het fenomeen ‘Tweede
Wereldoorlog’ verwart met de ‘Koude Oorlog’. Onvoorstelbaar? Ja, enerzijds natuurlijk wel,
maar ik deed achteraf wat rekenwerk. S. is al even moeder en het is voor te
stellen dat haar ouders er ook vroeg bij waren. Laten we zeggen dat ze beiden 23
waren toen S. werd geboren. Dat betekent dat haar ouders van bouwjaar 1968 zijn.
Laten we de reeks aanhouden en verder terugrekenen naar opa en oma. Dan komen
we uit op 1945. Die hebben dus de Tweede Wereldoorlog (hierna WOII) ook niet meegemaakt, dan moet je
nog verder terug naar de overgrootouders in die reeks. Rechtstreekse
overlevering van WOII-ervaringen door volwassenen heeft S. dus waarschijnlijk nooit
meegekregen. Er zitten gewoon twee generaties tussen! WOII is voor haar net zoiets
als WOI voor mijn generatie. Daar weten veel mensen ook opmerkelijk weinig van.
Het is gewoon te lang geleden. Onze jeugd
groeit steeds vaker op zonder iemand in hun omgeving die WOII aan den lijve
heeft meegemaakt. Ik ben bang dat veel jongeren steeds minder weten van ‘de
oorlog’ en dat is toch eigenlijk niet de bedoeling, want we zouden dit toch
allemaal niet meer laten gebeuren? ‘Leer
van het verleden, leef in het heden, bereid je voor op de toekomst’. Toch? Nou,
we staan er bij en kijken er naar. Het voltrekt zich onder onze ogen in Syrië,
maar ook in Afrika, Yemen, noem maar op. Deze keer voltrekt de volkerenmoord zich niet op een
gecalculeerde, mathematische manier maar barbaars en middeleeuws. In Syrië met name. Ik begrijp al jaren en jaren niet waarom de internationale gemeenschap nooit heeft ingegrepen in Syrië. Het is werkelijk een f…… schande wat daar gebeurt. Werkelijk onvoorstelbaar. Ik heb mijzelf ooit opgelegd mij hier politiek in te houden. Maar dit moet ik delen:

Maar goed, dit is niet de boodschap van mijn verhaal. Nee, dit verhaal dient om mijn persoonlijke gedachten en indirecte ‘ervaringen’ met betrekking tot WOII te delen en in context te plaatsen. Vorige week diende zich een gelegenheid aan, een aanleiding eigenlijk, om mijn verhaal op te schrijven. Welke aanleiding dat was leest u aan het einde. Het wordt wel een beetje hink-stap-sprong door de tijd en ook nog eens heen en weer.

Onze ouders hebben WOII allemaal meegemaakt en veel van ons kennen hun verhalen
van ’40-45’. Ik heb het idee dat, ook bij mijn generatie, het beeld van
WOII sleets aan het worden is. De herinnering verdwijnt langzaam uit het collectieve
bewustzijn en nog even dan zijn er geen levende getuigen meer. Maar ik fris het collectieve brein nog even op! Het zal een hele verhandeling worden en misschien is het erg veel voor een ‘blogje’, maar ja, dat is nu eenmaal mijn platform.

Mijn ouders waren van 1923 en 1925. Ze zijn redelijk
soepel door de oorlog heen gehobbeld. Hun woonplaats, Gouda, was een klein
stadje en de polder was dichtbij. Brood, kaas, boter, melk, het was allemaal doorgaans
redelijk te krijgen. In de Hongerwinter ging het echter ook in Gouda goed mis.
Hoe mijn vaders familie zich er doorheen heeft geslagen weet ik niet, maar ze
hebben het overleefd. Mijn opa van mijn moeders kant had vanwege zijn werk contacten
met boeren op het platteland. Hij wist altijd nog wel links en rechts wat te ritselen. ‘Zo kwam Splinter door de winter’ zou je kunnen zeggen. Als jonge (bijna-) volwassenen maakte WOII natuurlijk een
onvoorstelbare indruk op mijn ouders. Na de bevrijding kwam de stroom van informatie geleidelijk op gang en begrepen
ze wat voor bizarre en afschuwelijke taferelen zich hadden voltrokken. De
wereld had in brand gestaan. Meer dan 72 miljoen doden waren gevallen, waarvan
11 miljoen op een systematische en werktuigelijke manier. Een werkelijk
krankzinnige en onvoorstelbare gebeurtenis in de wereldgeschiedenis. WOII werd
er bij ons thuis met de paplepel ingegoten. Niet overdreven, maar het kwam regelmatig ter sprake. Het waren vaak spannende verhalen
over bombardementen, onderduiken, ‘foute’ families, ‘moffenhoeren’ de NSB en ga
zo maar door. Mijn ouders hadden geen last van kamptrauma’s en vertelden dus regelmatig over ‘de oorlog’. Ik herinner mij dat ik regelmatig vroeg of ze nog
eens een ‘spannend verhaal’ uit die tijd wilden vertellen. Toen we, mijn zus en ik, wat ouder werden vertelde mijn vader ook wat meer over de achtergronden en aanleiding. Je zou eigenlijk verwachten
dat ze een bloedhekel aan Duitsers hadden, maar dat was niet het geval. Althans,
nooit wat van gemerkt. Ik ga er maar even van uit dat ik niet opeens een
lidmaatschap van de Jeugdstorm ergens tegen kom. Maar dat is misschien een wat
misplaatst grapje.

De Nationale Jeugdstorm was een Nederlandse jongerenbeweging
in de oorlogsjaren, georganiseerd volgens het model van de Duitse Hitlerjugend,
mocht u het niet weten. Voor de rest van dit blog ga ik er van uit dat mijn
lezers wel wat basiskennis hebben van WOII. Nationaal Socialisme, Duitsland,
Hitler, Anschluss, Kristallnacht, invasie Polen, Asmogendheden, NSB, Eichmann, Jodenvernietiging,
concentratiekampen, Auschwitz, geallieerden, Churchill, Pearl Harbor, Japan, D-Day,
H-Bom Hiroshima en Marshall plan. Als er in deze opsomming iets onbekends staat
adviseer ik u wat huiswerk te doen.

Ook op school heb ik volgens mij nooit zeer uitgesproken
Duitserhaat meegekregen. De meesten van onze onderwijzers en leraren hadden die
oorlog toch echt meegemaakt. Onze hoofdonderwijzer had het wel altijd over
‘moffen’. Hij was beslist geen vriend van onze oosterburen. Joden die het
allemaal hadden overleefd keken natuurlijk héél anders naar de Duitsers. Maar de gemiddelde Nederlander? Het viel allemaal wel mee. De eerste
vakanties over de grens gingen niet zelden naar Duitsland. Monschau,
Düsseldorf, een reisje langs de Rijn, Rijn, Rijn. Opmerkelijk toch?

Ik denk dat met name mijn vader stiekem wel onder de indruk
was van de onvoorstelbare oorlogsmachinerie die de Duitsers in luttele jaren
uit de grond hadden gestampt. Hij was een techneut in hart- en nieren en als je
zag wat die Germanen allemaal uitvonden en produceerden, daar was geen
voorstelling van te maken. Ze vlogen op 8 kilometer hoogte met 400 kilometer
per uur in Heinkels He 111 bommenwerpers over de Nederlandse ‘verdediging’ die
beneden op de fiets reed. Het is een gechargeerd beeld, maar in de kern wel
waar.

In de jaren zestig en zeventig kwam mijn vader regelmatig in Hamburg op
de Duitse vestiging van zijn werkgever, Mobil Oil. Hij leerde daar een collega kennen, Georg. Hij kwam regelmatig over de vloer bij Georg en zijn vrouw,
Inge. Ongelofelijk aardige en zeer beschaafde mensen. Georg is ook een aantal keren bij ons op bezoek
geweest en ook een paar keer met zijn vrouw. Ik weet het nog als de dag van
gisteren.

Als familietje zijn we ook bij hen op bezoek geweest in Hamburg. Met mijn vader ben ik toen ooit samen
naar de Reeperbahn geweest. Dat is de rosse buurt van Hamburg, mocht u niet
thuis zijn in het métier. Hij vond dat ik dat ook eens moest zien. Dat maakte
indruk, dat kan ik u verzekeren, ik was dacht ik, zeventien jaar oud…

(Het vrouwenverbod is wel opmerkelijk voor een rosse buurt, of zie ik dat verkeerd?)

Na het overlijden van mijn vader zijn we, mijn zus, mijn
moeder en ik, nog een keer in Hamburg te gast geweest. Mijn zus reed en dat
vond ze best wel spannend. Ze had haar rijbewijs ook nog niet zo lang en dat
was dus een enerverende onderneming. Maar het ging allemaal uitstekend. Aardige mensen
en we werden volgestopt met ‘Kuchen’. Dat vergeet ik niet meer. We gingen aan
een prachtig gedekte tafel zitten die vol stond met koffieservies en taart! We
gingen aan tafel om taart te eten,
geweldig! Ze woonden in een vrijstaand mooi huis aan de rand van Hamburg in een
lommerrijke buurt en ‘Der Georg’ reed een Mercedes Benz 200 die hij de ‘Arbeiter Mercedes’ noemde. Arbeiter? Een Nederlandse arbeider was in die jaren al een hele man als hij met de Solex naar zijn werk kon. Waar kwam die welvaart vandaan? Zo relatief kort na WOII? Met name
Hamburg had het te verduren gehad. In 1943 werd de stad door de Britten tijdens
Operatie Gomorra volledig plat gebombardeerd met tapijten van brisant- en
brandbommen. De vuurstormen die ontstonden kennen zijn weerga in de historie
niet.
Daar zaten we dan, ruim 30 jaar later, op bezoek in een prachtig huis aan
de rand van een mooi herbouwde stad met een glimmende Mercedes voor de deur.
Alsof er nooit een WOII had bestaan.

(Hoe vindt u trouwens de auto hierboven? Uit de
officiële brochure van 1972. Een citroengele Mercedes! Dat is nu ondenkbaar. Ze zouden je
opsluiten.)

Amerikanen waren onze bevrijders. Daar was geen discussie over mogelijk met mijn vader. Commies waren de vijand, zover
was dat wel duidelijk. Hij was zo rechts als de neten. Dan bedoel ik nadrukkelijk
zijn politieke opvattingen en niet zijn levenswijze want hij keek beslist niet
neer op de arbeidersklasse, in tegendeel! Mijn moeder was nooit zo uitgesproken
over politiek. Ze was beslist een geëmancipeerde vrouw, die haar ‘mannetje’ stond
en niet bang om haar mening te geven. Maar politiek was gewoon niet zo haar
ding, zoals we tegenwoordig zeggen. Dat de Yankees (en andere geallieerden) de
bevrijders waren was natuurlijk ook echt zo, maar die bevrijding kwam niet
alleen vanuit humanitaire hoek waaien. Nee, dat lag even anders. Als Duitsland
geen stand zo houden tegen de Russen, het Rode Leger, dan waren de rapen pas
echt gaar. Europa zou onder de voet worden gelopen door de Russen en communistisch
worden. Dat was iets wat Amerika ten alle tijden wilde voorkomen. Bovendien zou
ook de levering- van olie- en gas uit het Midden-Oosten in gevaar kunnen komen en
men voorzag al dat die hard nodig waren voor de tweede helft van de twintigste
eeuw en daarna.

Na de invasie duurde het nog tot de waterstofbommen op Japan
werden gedropt voordat WOII officieel eindige op 2 september 1945. Duitsland was al
verslagen en Japan capituleerde op 15 augustus. Op de USS Missouri, een Amerikaans slagschip, werd op 2 september 1945 de overgave officieel ondertekend. Namens de geallieerden werd de overgave ondertekend door generaal Douglas MacArthur en voor de Japanners door de minister van Buitenlandse Zaken Mamoru Shigemitsu. Wie kent hem niet?

Stalin trok zich min of meer terug achter zijn nog te bouwen
IJzeren Gordijn. Europa likte zijn wonden en de Verenigde Staten pompten tussen
1948 en 1952 12,5 miljard dollar in de Europese Economie, de zogenaamde ‘Marshall’ hulp, genoemd naar de toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken. In de huidige tijd is
dat vergelijkbaar met 150 miljard dollar Euro. Serieus geld, maar de huidige
begroting van Nederland bedraagt ongeveer 250 miljard. Dan is 150 miljard om
een heel werelddeel weer in de steigers te zetten een schijntje. Als ik
publicaties van economen mag geloven waren de grootste herstelklappers voor Europa:
1. De invoering van de Duitse Mark. 2. De oorlog in Korea waar Duitsland
hoofdleverancier van werd. 3. Het opheffen van geallieerde sancties op de
Duitse industrie. Duidelijke zaak: Duitsland werd de motor van het herstel van zichzelf, maar ook van haar buurlanden. Binnen 20 jaar was de Duitse
economie één van de sterkste ter wereld! Ongelofelijk, terwijl ze ook nog herstelbetalingen moest doen! Men noemde dit het ‘Wirtschaftswunder’. Maar
dat ‘wunder’ legde Nederland ook geen windeieren. Wij vonden de, toen,
grootste gasvoorraad ter wereld in Groningen. Die exploitatie en het nieuwe enorme
Duitse afzetgebied betekende dat Nederland zich snel tot één van de rijkste landen
ter wereld mocht rekenen. De lonen stegen per jaar met enorme percentages en we
rekenden ons rijk. In de tweede helft van de jaren zeventig is Nederland een sociaal luilekkerland waar het
geld blijkbaar niet op kan. Joop den Uyl is de held. Het geld voor uitkeringen en pensioenen ligt tot aan de hemel op getast. De Duitse economie is inmiddels gegroeid tot de vierde van de wereld.

Vette boezemvrienden dus, zou je zo zeggen, die Nederlanders en die Duitsers. Nou,
dat viel tegen. J. en ik komen nog steeds vaak en graag in Duitsland. Ik ben
altijd gek geweest van auto’s en Duitsland is natuurlijk het mekka. Een stevige
rit op de Autobahn (als er geen ‘Baustellen’
zijn), is nog steeds iets waar ik dol op ben. Al die vette Audi’s,
BMW’s, Mercedessen en Porsches, ik vind het gewoon gaaf. Daarnaast vinden wij het
een erg aantrekkelijk land om op vakantie te gaan. Landschappelijk variatie
genoeg, fantastisch mooie steden en dorpen, een onvoorstelbare boeiende historie, culturele
rijkdom, correcte en doorgaans vriendelijke mensen, kwalitatief uitstekend eten
én goedkoop. Maar, met name mijn generatie heeft mij (ons) niet zelden fronsend
aangekeken als ik het over Duitsland had. Luidruchtig volk, arrogant, saai
land, enzovoort. Wat moet je daar nou? Daar ging je dus gewoon niet naar toe. Daar reed je alleen maar doorheen. Hard. Wat daar nou precies achter stak?
Misschien toch nog steeds die oorlog, misschien een beetje het voetbal, misschien weel heel erg om het voetbal of afgunst om al die vette auto’s…

Humor heeft, denk ik, zijn oorsprong in de Angelsaksische
cultuur. De Britten zijn uiteraard de wereldleiders in humor en zelfspot. Maar
Amerikanen, Aussies, Vlamingen en Nederlanders scoren ook hoog. Nederlanders (in
het westen…) begrijpen de absurdistische humor van de Britten en we zijn
het enige niet-Engels sprekende land waar ‘Little Britain’ wordt uitgezonden. Duitsers
zouden er echt helemaal niets, maar dan ook echt niets, van begrijpen.
https://youtube.com/watch?v=GwwJw849HWc

Ik denk dat daar misschien de crux zit: wij vinden de Duitsers veel te serieus, te saai te formeel. Wat ze van ons vinden? Ik geloof dat ze ons wel ‘nett’ vinden, maar veel te gemakkelijk en ongedisciplineerd. Wat dat betreft is het alsof we op twee verschillende planeten leven. Maar ik neem de mensen graag zoals ze zijn, dan heb je het stukken makkelijker in het leven. Dat lukt natuurlijk niet altijd, maar met de Duitsers heb ik meestal geen enkele moeite. Bovendien beheers ik de taal zeer behoorlijk en dat maakt het leven daar natuurlijk even wat makkelijker en aangenamer. Maar, het is waar. ‘A German joke is not a laughing matter’.

Al snel nadat ik mijn vrouw leerde kennen begreep ik dat
haar vader, Ben, een ‘oorlogsverleden’ had. Maar dan als kind in Delft. ‘Oop’,
zoals we hem noemen was, net als zijn vrouw, opgegroeid in Delft. Hij is in
1932 geboren en was bijna 8 jaar toen WOII uitbrak. De oorlogsjaren maakte een
onuitwisbare indruk op hem. De grotere steden in het westen van het land hadden zwaar te
lijden van de oorlog. In de hongerwinter werden bomen omgezaagd, trambielzen
geroofd en leegstaande huizen gestript van al het hout. Het was allemaal nodig om
te stoken en de winter te overleven. De verhalen van bloembollen eten en
dergelijke kennen we allemaal (toch?), maar je zal het maar hebben meegemaakt. In
‘Oorlogskind’, een heel leuk en interessant boekje door Ben in eigen beheer
uitgegeven, verhaalt hij van zijn oorlogsjaren in een groot gezin als zoon van
een mandenmaker. Met name de ‘Slag om Den Haag’ (o.a. bij vliegveld Ypenburg), waar het boekje mee
begint, verschafte mij nieuwe informatie. Ik had er wel eens vaag van gehoord, maar dat dit
zo grootschalig was en dat wij ‘wonnen’ is bij mij nooit doorgekomen. Een
hoogtepunt van het boekje, of dieptepunt, net hoe je het bekijkt, is ‘De
Hongertocht’ van maart 1945. Bennie is dan nog maar twaalf jaar. Ben beschrijft
hier zijn voettocht van meer dan 360 kilometer met de één jaar oudere buurjongen
Wil. Veel mensen uit het westen ondernamen in de winter van 40/45 deze
hongertochten. Ze gingen meestal te voet naar andere delen van het land in de hoop geld of spullen te kunnen ruilen voor eten. In Delft was het eten zeer schaars geworden en daar moest wat aan gebeuren. Met een karretje trokken de kereltjes naar Vorden in de
Achterhoek en ruilden daar lakens voor tarwe en roggebrood. Na negen dagen
waren de jongens weer terug. Ze verwachtten als helden te worden binnengehaald,
maar ze kwamen van een koude kermis thuis. De etenswaar werd natuurlijk met
enthousiasme ontvangen, maar er was geen aandacht voor hun avonturen. Het
bevreemdt Ben tot op de dag van vandaag. De ‘Hongertocht’ is echt een spannend
verhaal waar de V-1’s om je oren vliegen. Het verhaal is een begrip in de
familie en heeft inmiddels de proporties van een heldenepos aangenomen. Daar
heeft Ben wel voor gezorgd, haha. Terecht overigens!

De meeste Nederlanders die ik ken zijn wel eens in Margraten geweest in Zuid-Limburg. De Amerikaanse militaire WOII begraafplaats. Het hoorde vroeger bij de opvoeding. Wij gingen er met schoolreisje naar toe en iedereen van mijn generatie is wel een keer geweest. ‘Leer van het verleden, leef in het heden, bereid je voor op de toekomst’. Het maakte op mij als kind een enorme indruk en dat was ook de bedoeling neem ik aan.De meeste mensen van mijn generatie weten natuurlijk ook van D-Day en dat de invasie in Normandië plaats vond. Ik ben er twee keer geweest. De eerste keer was met vriend K. in 1986. We zouden ergens in de bergen gaan wandelen, maar de reactor van de centrale van Tsjernobyl was kort daarvoor ontploft. Vanwege fall-out werd geadviseerd niet in Oostelijke richting te reizen. Dan maar naar het westen. Het was een fantastische wandelvakantie langs de Normandische krijtrotsen én de invasiekusten: Utah, Omaha, Juno, Gold & Sword. Uiteraard bezochten we ook Arromanches met het oorlogsmuseum en het ‘Normandy American Cemetery and Memorial’ bij Colleville-sur-Mer. De begraafplaats ligt op een schitterende plek aan de kust. Om een en ander in perspectief te plaatsen: Margraten kent 8302 graven en Colleville 9387 stuks. Bizarre cijfers. Opmerkelijk was de enorme drukte in Colleville; het is eigenlijk gewoon een toeristische attractie. In april 2009 ben ik nog een keer geweest en het was ‘packed’ met toeristen. We waren daar met vrienden en al onze zoons tijdens één van de legendarische en enigszins destructieve ‘Mannenvakanties’. Op een avond hebben we al die gasten in hun kraag gepakt en voor de TV gezet en ‘Saving Private Ryan’ laten kijken. Het was drie uur lang muisstil. De volgende dag bezochten we de invasiekust. Het zal Stijn altijd bij blijven en dat doet mij nog steeds deugd. Het was onze operatie ‘Overlord’, maar dan in de hoofden van onze zoons.

Toen we terug waren uit Normandië, ik heb het weer over 1986, zag ik kaartjes van de fall-out van Tsjernobyl waar ik niet van opknapte. Bovenop het westen van Frankrijk. Als ik er nu op ‘Google’ valt het wel mee, zie het kaartje hieronder. Ik denk en hoop dat dit betrouwbaarder is dan het krantenbericht van destijds. Het onderstaande kaartje geeft de fall-out weer van Cesium-137, de meest instabiele radioactieve isotoop die bij kernsplitsing vrijkomt. Halveringstijd van 30.000 jaar. Dat u het maar weet. In Finland en Stockholm zat je goed fout.

Terug naar mijn schoonvader. In 1952 kwam Ben ‘onder de wapenen’. Een deel van zijn
dienstplicht vervulde hij bij de ‘Afdeling Gravendienst van het ministerie van
Oorlog’. Nederland lag bezaaid met lijken van vele nationaliteiten en Ben werd
toegevoegd aan het onderdeel wat verantwoordelijk was voor identificatie en het
begraven van gesneuvelde Duitse soldaten. Een verzamelkerkhof voor Duitse
gesneuvelden was daartoe aangelegd op de Grebbeberg en bij Ysselsteyn in het
noorden van Limburg. Zo’n ervaring vergeet je natuurlijk nooit meer en
‘Oop’ vertelde er regelmatig over.
Bij Ben thuis, de mandenmakersfamilie,
heerste een losse en liberale sfeer. Ben’s vader was een arme mandenmaker met
weinig geld en middelen, maar sprak diverse talen en bespeelde meerdere
instrumenten. Hij had zich dat allemaal zelf aangeleerd. In deze tijd was het
zeker iemand geweest die zich op academisch niveau had ontwikkeld. In Delft, in
hun huis aan het Vrouwenrecht, was het een informele boel en een komen van gaan
van vogels van allerlei pluimage. Buren, vrienden, familie, maar ook
muzikanten, schilders, joodse mensen en, in de oorlog, zelfs Duitse gasten. Er
was ruimte voor ieders visie en als iemand okay was, dan was hij welkom, ook
Duitsers. Met die instelling is J. ook opgegroeid en zij had en heeft ook nooit
bedenkingen gehad over een vakantietje in Duitsland. In tegendeel, zoals hiervoor al aangehaald.

Dat liberale en vrije denken was voor Ben dus
vanzelfsprekend. Hij had dan ook geen moeite om zijn werk te doen in de Gravendienst.
Het was toch ‘de vijand’ waarmee hij aan de slag moest. De vijand die
verantwoordelijk was voor al die verschrikkelijke ellende. Ben begreep dondersgoed
dat het voor het overgrote deel jonge jongens waren die zonder pardon de oorlog
waren ingejaagd, sommigen maar 17 jaar oud! Hij deed het werk met interesse en
respect en haalde er de nodige voldoening uit.

De Gravendienst bestaat nog steeds. Het valt onder het
Ministerie van Defensie en heet sinds 1 mei 1955 ‘Afdeling Sociale Zaken Sectie
Gravendienst’. Tot op de dag van vandaag worden er gesneuvelden uit WOII in
Nederland gevonden, onvoorstelbaar toch? Dit is een actueel filmpje over de
huidige Gravendienst:

Ik had, voordat ik J. leerde kennen, nooit van die
Gravendienst gehoord. Ben adviseerde me regelmatig dat we eens een keer naar ‘zijn’ militaire begraafplaats in Ysselsteyn moesten gaan. IJsselstein? Nee met een ‘Y’,
bij Venray. Ik zou dat zeker eens doen. Ben bezocht regelmatig militaire
begraafplaatsen. Ook samen met zijn zwager Paul, J’s oom. Paul was getrouwd,
hij is helaas overleden, met een Italiaanse vrouw, de eigenaresse van de
beroemde Italiaanse ijszaak ‘Florencia’ in Den Haag. Haar geboortehuis in
Quero, aan de voet van de Dolomieten is nog steeds in hun bezit. J. en ik zijn
er vaak geweest. Geweldig was dat altijd. Behalve ‘Ysselsteyn’ drongen Ben en
Paul ook met regelmaat aan dat we de militaire begraafplaats in Quero ook eens moesten
bezoeken. Ysselsteyn en Quero. Ze stonden op het lijstje. We zouden er zeker
eens een keer langs wippen…

Het is mei 1997 en J. en ik vieren een vroege en extra lange
zomervakantie. J. is twee maanden zwanger en nu kunnen we het er nog van nemen.
Het wordt een geweldige vakantie door Duitsland, Zwitserland, Italië en
Oostenrijk. Een kleine Odyssee. Onze eerste verblijf is de Bodensee. Een aanrader
van de eerste orde, vorig jaar nog een dagje geweest. Daarna via Zwitserland naar
Quero voor een paar weken en, ‘to top it off’, reizen we ook nog een paar dagen
af naar Steiermark in Oostenrijk, tegen de Sloveense grens. Dat is een
schitterend en onbekend wijngebied. Mijn ex-collega en vriend M. trouwt daar
met zijn Zwitserse ‘lief’ en we zijn uitgenodigd. Het wordt een gigantisch en
bourgondisch feest wat een fortuin zou gaan kosten. Een jaar
later zit M., gescheiden, ‘drie hoog achter’ in Amersfoort. Wat sneu, wat een
drama en wat zonde van het geld!

Maar voordat we naar het huwelijksfeest afreizen bezoeken we
eindelijk de Militaire Begraafplaats, het moest er nu maar eens van komen. Ik
verwachtte een strak gemaaid groen veld met witte kruizen daar op de
berghelling, hoog boven de rivier de Piave. Het blijkt een zeer indrukwekkend
Mausoleum te zijn, wat al in 1939 is gebouwd en het huisvest 3465 gevallen soldaten
uit de WOI. Geen kruis te bekennen en het heeft dus niets met de Tweede
Wereldoorlog te maken. Dat had ik mij niet gerealiseerd. Het Mausoleum is een
architectonisch kunststukje en ligt op een prachtige en unieke plek. We blijven
er een tijdje en zien wederom geen enkele andere bezoeker. We zijn, toch wel onverwacht,
zeer onder de indruk. Ben en Paul hadden gelijk. In 2011 bezoeken we
‘Ehrenstätte Quero’ nog een keer met Stijn. Voor zijn opvoeding. Ook deze keer
zijn we de enigen.

Op 1 september 1997, een dag voor onze eerste ‘trouwverjaardag’, vertrekken we voor
een korte vakantie naar Brabant. J. is zes maanden zwanger van Stijn. Het kan
nog net, maar we houden het wel een beetje rustig. We bezoeken De Peel, het
kasteel van Heeswijk-Dinther én de Militaire Begraafplaats in Ysselsteyn.
Eindelijk. Ben had het natuurlijk al zo vaak verteld, maar eigenlijk dringt het
nu pas echt door dat we een begraafplaats gaan bezoeken waar gesneuvelde Duitse soldaten liggen. Ik parkeer de
auto. Er staat nog een auto met Duits kenteken, maar de parkeerplaats is verder
leeg. Het is er stil, net als in Quero. Hier geen Mausoleum, maar een ingang
via een pad door een stukje bos. Dan ontvouwt zich het zicht op een werkelijk gigantische
begraafplaats. Het beneemt ons de adem en we zijn er een tijdje doodstil van.
Er liggen hier meer dan 31.700 gesneuvelde Duitse soldaten uit WOII. Dat is ongeveer
vier keer zo veel als Margraten en Colleville! Wederom, ondanks de gigantische
afmetingen, is er geen mens te bekennen. Juist die stilte maakt het nog
adembenemender, intimiderend bijna. Wat een zinloosheid. Tot op de dag van
vandaag vertel ik af en toe over deze begraafplaats. Ik ben nog niet één keer
iemand tegen gekomen die het kent.

De ‘Volksbund Deutsche Kriegsgräberfürsorge’ is een
humanitaire Duitse organisatie die in opdracht van de Duitse regering de taak heeft
om de graven van Duitse oorlogsslachtoffers in het buitenland te beheren. Het
heeft tevens als doelstelling internationale samenwerking te bewerkstelligen op
het gebied van oorlogsgraven en jongeren aan te moedigen deze te bezoeken. De Volksbund heeft op dit moment 832
begraafplaatsen in 45 landen met ongeveer 2,7 miljoen oorlogsdoden in beheer!
Op elke begraafplaats ligt informatie en brochures voor bezoekers. Ik heb er
uiteraard ook een paar:

Ik heb deze maand vrij en Ben vroeg of we samen een keer
naar Ysselsteyn konden. Het was voor hem tientallen jaren geleden en het was
zijn droom om er weer eens heen te gaan. Ik vond dat ook ontzettend leuk.
Quality time met ‘Oop’ en de gelegenheid het verhaal nu eens helemaal goed te
horen. Op zijn studeerkamer hangt al vele jaren een zwart bordje met de tekst
‘Ein Deutscher Soldat’. Daaronder nog zo’n bordje met ‘Werner Kuhr’ 27-10-19 *
13-8-1941’. Werner is een soldaat die Ben bij de Gravendienst in 1952 ter aarde
heeft besteld. De bordjes heeft hij destijds als aandenken achterover gedrukt. Onder de bordjes hangt een foto van de begraafplaats in Ysselsteyn. Ben ziet ons
bezoek als een soort bedevaart. Naar zijn verleden en naar Werner. Het is
overigens, nu ik dit schrijf, 13 augustus. Het is Werner’s 75e
overlijdensdag. Toeval, u weet hoe ik hierover denk.

Je hebt gewone regen, stortregen, zeikregen, pisregen, plensregen,
enzovoort. Het is vandaag 2 augustus 2016 en als ik met Oop wegrijd in mijn
Ford Focus ‘nevelregent’ het. Vreselijk. Een niet aflatende super irritante
nevel van water. In de auto wordt het zicht zwaar belemmert omdat de nevel
miljoenen kleine druppels op de ruiten achterlaat. Je wordt van nevelregen ook echt
onwaarschijnlijk nat. Maar we zijn gewapend met meerdere paraplu’s, dus dat
gaat wel goed komen. Het navigatiesysteem kiest na verloop van tijd een route
die binnendoor gaat. Is dit ook Nederland? Bossen, akkers en af en toe een
boerderij en een dorpje. Er is geen zon en de nevelregen hult alles in een
overstelpende waas van druipend groen. De wegen zijn nagenoeg verlaten en de
route vormt een prachtig decor naar ons doel. Na bijna twee uur zijn we in Ysselsteyn
waar we eerst een bakkie met een ‘punt’ doen. We zitten net een paar honderd
meter over de grens van Brabant in Limburg, dus ik bestel een vlaai. Daarna rijden
we naar het ‘Deutsche Soldatenfriedhof’. Op het parkeerterrein staat, weer, één auto. Met een Duits kenteken. Het nevelt nog steeds, maar gelukkig iets minder. We
kuieren langzaam door de groene toegangslaan naar de begraafplaats. Vlak voor
het grote veld met de tienduizenden kruizen staat een huisje, het informatiecentrum.
We gaan naar binnen. Op een tafel liggen een paar grote zwarte boeken met
daarin op alfabetische volgorde de namen van de gevallen soldaten. Maar ‘Werner
Kuhr’ staat er niet in! Oop kan het niet geloven en is zeer teleurgesteld, maar ik
zie het niet zo somber in. Aan de overkant van het toegangspad staat nog zo’n
huisje en ik zie achter de vitrage wat beweging. Ik loop naar het huisje en tik
op de ramen. Er zit een man te lunchen die het onderhoud van het terrein doet.
Hij vindt het niet erg dat we hem storen. Hij kan Werner ook niet vinden in de
boeken en duikt een kantoortje in. Daar staan oude kaartenbakken en na even zoeken vindt
hij een kaartje, met, toevallig (..) een afwijkende kleur, van Werner. Hij moet
daar gewoon op het terrein liggen. Ben heeft de gegevens van de locatie bij
zich: BW-12-95. ‘Dat komt wel goed’ denk ik bij mijzelf. We maken nog een
praatje. De man onderhoudt samen met drie collega’s het terrein. Hij is in dienst
bij de ‘Volksbund Deutsche Kriegsgräberfürsorge’. Het zware maaiwerk wordt door
het Duitse leger gedaan. Het onderhoud is veel werk, maar stress zal je niet
krijgen. Wederom is er he-le-maal niemand en de stilte is overweldigend. De
regen valt nu zacht en samen met het dichte wolkendek wordt ieder geluid
gemaskeerd. Bizar stil gewoon. We zetten koers richting blok BW. Het is best een
stukje lopen, maar eenmaal aangekomen is de opluchting groot: het kruis van
Werner Kuhr staat er gewoon! Het ziet er anders uit dan vroeger want een aantal
jaren terug zijn alle kruizen vervangen. Ben heeft een pot met een bloemetje bij zich
en een kaart met tekst. Ben zet zijn pot neer en hangt de geschreven kaart in
plastic aan het kruis. Ik maak wat foto’s van het kruis met Ben en laat hem dan
een kwartiertje met zijn gedachten alleen. Ik vind het aandoenlijk en het doet
mij ook echt wat. Tijd. Het is een raar fenomeen.

(Een paar dagen na ons bezoek krijgt Ben een brief van het hoofd van het educatieve centrum van de begraafplaats in Ysselsteyn. Ze heeft het
bloemetje en de kaart gevonden. Ze vraagt of ze tijdens toekomstige
rondleidingen de kaart die Ben heeft achtergelaten aan het kruis van Werner mag
voorlezen. Zo zorgt Ben’s bedevaart dat er ten minste één soldaat niet helemaal
voor niets is gestorven.)

Na het kwartiertje lopen we nog een rondje en spreken af tijdens
een mooie herfstdag terug te komen. Dan kan Oop lekker op een bankje zitten en een
tijdje mijmeren. Vandaag is alles drijfnat en we kunnen alleen maar lopen of
staan. Maar Ben is desondanks super happy. Voor hem is de cirkel rond. We
scharrelen weer naar de auto. Het is weer harder gaan regenen en we zijn dankbaar
voor onze paraplu’s. In de uitspanning waar we ons bakkie hadden gedaan,
trakteert Ben op broodjes kroket, onze lunch.

In 1953 gaat het onderdeel van Ben ook een dagje kijken bij
de begraafplaats in Lommel in België, bij wijze van ‘informatief uitje’. Ben
wil vandaag daar ook graag naar toe. Het is een uur rijden van Ysselsteyn, een stuk
verder dan ik dacht. Maakt niet uit, we hebben de tijd. Lommel ligt net over de
Belgische grens en is ook een Duitse Militaire Begraafplaats. Niet te
geloven, maar het is nog groter dan Ysselsteyn en de grootste van West-Europa
buiten Duitsland. Er liggen hier 38.560 soldaten waaronder nog enkele uit WOI. In 1953 was het
nog een grote woestenij, nu is het helemaal gecultiveerd en de omgeving is
groen en parkachtig. Je moet naar binnen door een bouwwerk wat qua architectuur
op dat van Quero lijkt. Enigszins bombastisch. Beetje Albert Speer in het klein. Achter dat bouwwerk kom je bij
het gigantische terrein met de tienduizenden kruizen. Het nevelen is inmiddels
overgegaan in een stevige zomerregen wat wel een rustgevend geluid maakt op het
gras. Oop luidt nog even de bel die tegen de buitenmuur van het mausoleum is
gemonteerd. Net als jaren geleden toen hij hier met zwager Paul was. Paul was ‘not amused’ en werd toen kwaad op Ben. “Dat kan toch niet man, dat kan je toch niet maken?”.
Haha, Ben wel hoor. We lopen een stuk tussen de kruizen door en gaan dan terug.
Het regent gewoon te hard.
In (!) de ingangspoort is een soort café gevestigd.
Er staat een manshoog model van een Cornetto buiten en we besluiten een kop
koffie te gaan drinken. Binnen heerst er een Vlaamse gezelligheid van belang.
Het is behoorlijk vol en de met ouderwetse kleedjes gedekte tafeltjes zijn
voornamelijke bezet door ouderen. We vallen niet uit de toon… De mannen zitten
zonder uitzondering met grote flessen Stella Artois voor hun neus en er wordt
ook volop gegeten. Uit de keuken komen grote dampende borden voorbij met
pannenkoeken, aardappelen, salades, worsten, vlees, fritten, het is er allemaal.
Het is een rare uitspanning. We zitten tenslotte nog steeds op een
begraafplaats! België, het blijft een raar oord. Onze koffie is niet te zuipen. Bruin water. Oop rekent snel af
en we besluiten huiswaarts te keren.

De rit naar huis verloopt stroef. Vanwege de onophoudelijke
regenval zijn er uiteraard vrachtwagens omgevallen (waarom vallen die altijd om als het regent?) en hebben er diverse aanrijdingen plaatsgevonden. Met name rond Eindhoven
is het een puinhoop en onze totale vertraging is meer dan een uur. Ik drop Ben
thuis af en spoed me dan naar de training ‘Rook Vrij, Ook Jij’ in het
ziekenhuis. Het is de laatste en afsluitende sessie en ik ben twintig minuten
te laat. Het is niet erg. We praten nog wat na, krijgen een certificaat en
maken nog een groepsfoto. Dat was het dan.

Tijdens het naar huis gaan komt mijn verlate binnenkomst nog
even aan de orde. “Kwam je van je werk?” vraagt er iemand. Ik vertel over mijn
dagje uit met mijn schoonvader. De jongste deelneemster kijkt mij even aan en zegt
op vragende toon: “Duitse Militaire begraafplaats?” “Gesneuvelde Duitse
soldaten tijdens de Tweede Wereldoorlog” leg ik uit. “O, je bedoelt dat van
Oost- en West Duitsland, dat met die muur?”



ROKEN

WEBLOG Posted on Thu, August 11, 2016 00:26:08

Sinds 5 juli dit jaar rook ik niet meer. Van onze trainster moeten we zeggen: “Ik rook niet” en dat ‘meer’ moet we
weglaten. Zelfhypnose zal ik het maar noemen. ‘We’? ‘Trainster’? Ja, ik heb
mij in februari dit jaar bij de huisarts gemeld omdat ik wilde stoppen met roken.
Het moest maar eens afgelopen zijn. Ik werd toen verwezen naar de groepstraining ‘Rookvrij,
ook jij
’ in het ziekenhuis. Op 4 juni begon ik daar samen met een aantal lotgenoten een groepstraining met als doel te stoppen met roken. We werden begeleid door een zeer gedreven en
gerenommeerde trainster. Zelf is zij een ex-roker en werkzaam als verpleegkundig
specialist chronische zorg van longpatiënten. Dan weet je wel waar je het over hebt.

Ik ben op een wat afwijkende manier tot roken gekomen. In mijn
tienerjaren rookte echt het merendeel van de jongens. Het waren de seventies en we
droegen allemaal een mooi spijkerpak, reden een Puch of Tomos en in het
linkerborstzakje van ons spijkerjack stak een baaltje Van Nelle shag. ‘We’, dat is dan
met uitzondering van ondergetekende. Een spijkerbroek had ik dan wel, maar een brommer vond ik maar niets en, bovendien, ik rookte niet!

Geen haar op mijn hoofd die er aan dacht om te gaan
roken. Mijn vader’s vroegtijdige dood in 1974, hij werd slechts 51, had, behalve erfelijkheid,
beslist ook met roken te maken. Een pakje Lexington per dag (later Lex25) hielp daar beslist ook niet bij. Ik was trouwens als klein jongetje zijn ‘runner’. Elke zaterdag en misschien wel
vaker, haalde ik twee pakjes Lexington voor hem. Eerst huppelde ik een stukje door onze mooie laan, dan rechtsaf de hoek
om waar halverwege de volgende straat de kapper was gevestigd in een woonhuis. Het was zo’n ouderwets zaakje waar mannen met kwast en zeep werden geschoren en de messen werden geslepen aan
een leren riem. Jongetjes kwamen in hun drollenvanger lekker fris de zaak uit
met model bloempot, haha. Voor mijn dienst kreeg ik dan een centje die ik dan linea recta ging uitgeven aan snoep bij de buurtkruidenier. Mijn vader maakte met dat roken geen vrienden door
gewoon in de auto te roken als we op vakantie waren. Zonder airco en bij een verzengende hitte was dat natuurlijk uiterst hinderlijk en schadelijk voor de tere kinderlongetjes. Maar daar lag men toen allemaal nog niet van wakker. Na een eerste ziekenhuisopname voor hartproblemen moest hij stoppen met roken. Dat lukte niet en dan stond hij ‘s avonds stiekem achterin de tuin te paffen. Zielig vond ik het eigenlijk en ik realiseerde mij toen al dat stoppen met roken een taaie bezigheid is.

Dat we in de jaren zestig en zeventig niet wisten dat
roken slecht voor ons was, is een regelrechte verdraaiing van de werkelijkheid. Een
aperte leugen. Bij herhaling werd ons op de lagere- en middelbare school
voorgehouden dat roken slecht was. Ik herinner mij meerdere keren dat verpleegkundigen werden uitgenodigd om ons te overtuigen over de kwalijke gevolgen van tabaksgebruik. We werden dan vergast op dia’s met de meest afgrijselijk plaatjes van opengesneden rokerslongen. In de serie ‘Mad Men’, wat speelt in het begin van de jaren
zestig, komt het ongezonde aspect van roken ook uitgebreid aan de orde. Maar
het kwartje viel blijkbaar niet erg. Sterker, in de jaren zestig en zeventig stonden er tijdens verjaardagen bekertjes
op tafel met sigaretten naast de Duyvis pinda’s en kaas domino’s. Gastvrijheid ‘all over the place’. Mijn moeder rookte zelfs mee.
Het was geen potje.

Maar de jaren zeventig en begin jaren tachtig, gingen, wat betreft roken en alcohol, toch niet geheel aan mij voorbij. We zaten in de nadagen van love &
peace en in een transitie naar het egoïstische ik-tijdperk. We, de Nederlanders,
werden rijker en er was steeds meer geld voor vertier en we kregen ook meer
vrije tijd. Heel veel vrije tijd. Mijnheer Den Uyl was Sinterklaas tenslotte en als we een
pijntje hadden of eigenlijk niet zo veel zin in werk, konden we voor goed geld
tot Sint Juttemis in de ziektewet of WW. In zo’n cultuur deden we in onze
vriendenkring maar wat, totaal zonder focus. Uitzendbaantjes, vakanties, veel
niks doen en, natuurlijk, feesten! Drank en jointjes hoorden daar gewoon bij.
Ik was, uitzonderingen daargelaten, redelijk matig, maar gezond wil ik die
periode niet noemen. Ik was beslist geen ‘blower’, maar een jointje rookte ik af en toe wel mee. Ik zag dat niet als ‘roken’ en vond het bovendien erg lekker. Het mocht, mijn gebruik, allemaal geen
naam hebben en in die tijd waren de werkzame stoffen niet zo sterk als nu.

Voor degenen onder u die geen kennis van de materie hebben zal ik proberen kort samen te vatten wat dat blowen behelst. Blowen is het roken van een shaggie, een ‘joint’, gevuld met tabak en wat hasj of weed. Beide komen van de hennepplant, de Cannabis Sativa. Bij hasj gebruik je de hars van de plant. Die krijg je door de bloemtoppen te koelen, te zeven en te persen tot een groot soort bruin-zwart bouillonblok. Ik vind de geur van hasj ronduit heerlijk, nog steeds. Ons eerste grote concert was dat van Carlos Santana in de Ahoy van 9 december 1973. Je kon de lucht van hasj bijna letterlijk snijden. Vergeet ik nooit meer. Hasj was in de jaren zeventig de meest populaire softdrug. Wiet, ook wel marihuana genoemd, maak je door de bloemtoppen van de vrouwelijke hennepplant te drogen en te verkruimelen. Het lijkt een beetje op grove thee en heeft ook een typische en herkenbare geur.

De werkzame stof van Cannabis is THC. Hoe meer, hoe sterker de werking. Nederwiet van tegenwoordig heeft twee keer zoveel THC als in onze tijd en is dus heftig spul. Cannabis heeft natuurlijk een roeswerking, maar kent ook medicinale toepassingen. Afgezien van roken, kun je hasj door een cake doen en wiet door de thee. Bijvoorbeeld. De effecten zijn erg individueel…
Cannabis heeft een andere en vooral meer onschuldige uitwerking dan andere populaire drugs als speed, XTC, cocaïne, alcohol, enzovoort. Je wordt er vooral langzaam van, haha. Wiet werkt(e) bij mij helemaal niet, anders dan dat ik er beroerd van werd. Hasj vond ik heerlijk. Ik werd er super ontspannen van en heb er bijna geen slechte ervaringen mee. Een eet- en een lachkick, veel erger werd het meestal niet. Ik heb maar een paar keer de Grote Smurf op een bakfiets uit het stopcontact zien komen. Dat viel dus alles mee.

De foto hieronder is gemaakt op mijn ouderlijke zolder door vriend R. in 1980. Ik zit daar te midden van de reguliere puinhopen na een zaterdagavond. Kratten bier, lege flessen drank en volle asbakken. R. ‘crashte’ nog wel eens, dus reden om zo’n moment voor later vast te leggen. Voor de kenners: ik zie naast een LP van Zappa, ‘Layers’ van Les McCann staan. Typisch muziek die een avond uit die tijd zeer gepast begeleidde. Nog hallucinerender was ‘Inivitation To Openness”. Far Out!
De jaren tachtig werden voor mij de tijd van het reizen. Ook naar, toen, exotische oorden. Het was allemaal nog een beetje verkennen, het is tenslotte 30 tot bijna 40 jaar geleden! Veel bestemmingen waren nog onaangeroerd en niet verpest door het massatoerisme. Heel af en toe rookte ik met een andere reiziger een jointje, meestal op een idyllische en afgelegen plek natuurlijk.

Ik ontdekte in Nepal de Bidi (of: Beedi), het typische nationale sigaretje van India. Een bidi wordt gemaakt van gedroogd ‘Kendu’ blad en
gevuld met tabak. De smaak is sterk en kruidig en ik vond het wel wat en kocht af en toe een bundeltje. Veel
westerlingen dachten toen dat Bidi’s niet zo slecht waren omdat ze volledig
biologisch zijn. Helaas, ze staan stijf van de teer en nicotine en zijn
mogelijk nog slechter dan gewone sigaretten. Dat was te merken, want ik hoestte mijn longen er af en toe bijna uit. Bidi’s zijn heden ten dage nog steeds enorm populair in India. Niet
zo vreemd, een pakje van 20 stuks kost omgerekend 13 eurocent!

Af en toe ging ik eens mee met een ‘local’ om ‘Chai’ te
drinken en een Bidi te roken of een Bhang Lassi te drinken. Bhang wordt gemaakt
uit Cannabis en verwerkt in drank of voedsel. Het werd verkocht door officiële Bhang-shops
en het gebruik dateert in India van duizenden jaren terug en het gebruik heeft religieuze wortels. Er is wel een en
ander veranderd omtrent legalisatie van Cannabis en andere geestverruimende
stoffen in India, maar het fijne weet ik er niet van. Volgens mij trekt men zich er sowieso weinig van aan wat de overheid doet met dit onderwerp. Religie zit diep verankerd in de Indiase samenleving en 1,3 miljard mensen duw je niet zo makkelijk nieuwe wetgeving door de strot. Al met al cultiveerde ik zo’n beetje mijn rookgewoonte op het Indiase subcontinent.

Het duurde nog lang tot dat ik echt
dagelijkse rookte, misschien was ik inmiddels wel 35. Ik durfde er ook niet voor
uit te komen voor familie en sommige anderen. Ik had tenslotte nooit ‘echt’ gerookt en ik schaamde me rot. Uiteindelijk kwam ik toch uit de rookkast.

Mijn hele ‘rookloopbaan’ heb ik altijd lichte sigaretjes gerookt. Altijd Barclay, die later in Kent werden omgedoopt.
Aanvankelijk gewone sigaretten en op enig moment ging ik over naar menthol. Joints heb ik sinds de jaren tachtig overigens nooit meer aangeraakt. In de straat waar ik opgroeide en tot mijn 27e
woonde, kocht ik regelmatig een pakje Barclay. Maar niet bij de kapper, die was er inmiddels niet meer. Mijn leverancier had zo’n typisch winkeltje
waar er vroeger veel van waren. Een sigaretten- en kauwgomballenautomaat tegen
de buitenmuur en binnen, snoep, tijdschriften, prullaria en natuurlijk heel veel
sigaretten. Het winkeltje was recht tegenover een grote
scholengemeenschap gevestigd, dus de man deed geweldige zaken. Als ik zijn winkel
binnentrad stond hij altijd verwachtingsvol te kijken wat ik zou bestellen. “Een
pakje Barclay alstublieft” zei ik dan. Hij draaide zich vervolgens om naar de kast vol sigaretten en herhaalde dan steevast de bestelling in zichzelf: “een pakje Berklie”. Ik
heb er jaren sigaretten gekocht. Nooit wist hij wat ik kwam halen en hij bleef
de sigaretten halsstarrig ‘Berklie’ noemen. Haha. Het verhaal is bekend in mijn ‘circle of
trust’.

Ik riep altijd dat ik niet verslaafd was aan nicotine,
maar aan de gewoonte. Ik geloof dat nog steeds, maar dat weet ik pas over een
week of zes zeker. Ik kom daar nog op terug. Ik heb nooit heel veel last van
dat roken gehad. Een rokershoestje in de vroege ochtend, beetje sputum ophoesten (sorry) en de dag kon weer beginnen. Maar verder had ik nooit problemen met conditie en dergelijke. In de jaren negentig werd er nog volop in kantoren en
openbare ruimten gerookt, maar toen dat langzaam maar zeker verboden werd,
rookte ik eigenlijk alleen in de pauze op mijn werk en thuis vooral in de tuin.
Maar ik ging de laatste jaren steeds meer roken. Belachelijk veel eigenlijk en
de kosten kon ik niet meer voor mijzelf en mijn gezin verantwoorden. Dat het een
levensbedreigende gewoonte is wist en weet ik natuurlijk en dat weet iedere
roker. Kom daar alsjeblieft niet mee aan, dat werkt averechts. Nee, de nadelen
van roken zijn iedereen hoegenaamd bekend. Het is een verslaving mensen, en
geen geringe. Miles Davis slaagde in zijn leven, net als Keith Richards, alle
drank- en drug ‘habits’ achter zich te laten, behalve nicotine. Ik heb vele
jaren geleden een poging tot stoppen ondernomen, maar dat werd een jammerlijke mislukking waar bijna doden bij zijn gevallen. Niet echt natuurlijk, maar dat was geen succes, zoals u begrijpt.

Zoals al aangehaald, begon ik op 4 juni jl. met de groepstraining. De training ‘Rookvrij, ook
jij’, georganiseerd door SineFuma, behelst zeven bijeenkomsten van 1,5
uur waar de deelnemer in groepsverband gaat stoppen met roken. Na twee weken
voorbereiding stopt de groep tijdens de derde bijeenkomst. Daarna volgen er nog vier bijeenkomsten bij wijze van begeleiding.

Ik was als de dood voor de training. Onbegrijpelijk vond
ik dat sommigen, vriend RH bijvoorbeeld, van de ene op de andere dag, na tientallen
jaren roken, zo maar waren gestopt. Mijn schoonmoeder stopte na één dag ‘Allen
Carr’ in Rotterdam. Bizar. Mijn faalangst sprak ik niet uit maar was enorm, mede door
die irritante en zeer succesvolle zelf-stoppers in mijn omgeving. Nou ja, ik zou het mee gaan
maken.

De eerste bijeenkomst was wel confronterend. Er waren twaalf deelnemers en ik was de enige ‘gezonde’. Het was een zielig groepje mensen met
een scala aan mankementen zoals COPD, hart- en vaatproblemen, neurologische
aandoeningen en diabetes. Dat zet je toch ook wel aan het denken. Ed kwam met zijn gemotoriseerde invalidewagen. Gevalletje
apart wel, die Ed. Een leven lang was hij stratenmaker en enthousiast roker van zware shag. Ed bleek een rasechte liefhebber: hij rookte zelfs onder de douche, haha. Tot de
klap kwam en hij bijna het loodje legde. Hij had tegelijkertijd meerdere TIA’s én een hartaanval! De rest van de groep had bijna allemaal COPD en de jongste, een verpleegkundige van 25, zat hier al voor de tweede training. Vorig jaar had ze ook meegedaan en was daarna wel een tijdje gestopt, maar weer ten prooi gevallen aan de gewoonte. Heftig verslaafd dus! Wat ook wel duidelijk bleek: roken is niet echt een
gewoonte onder academici als ik het zo mag uitdrukken. Maar, eerlijk
is eerlijk, aardige mensen allemaal in mijn groep.

De trainster begon, na het voorstelrondje, met duidelijk
te maken dat de training zou worden ondersteund met hulpmiddelen:
nicotinepleisters of Champix of Zyban. Dosering in overleg met de huisarts. Sommige
deelnemers begonnen te sputteren vanwege de slechte reputatie van Champix. Daar
maakte onze trainster korte metten mee. Na een jaar is 7% van de zelfstoppers succesvol en ruim 50% van de stoppers die worden ondersteund met medicatie. Meten is weten! We
moesten dus kiezen en ik ging voor de Champix. Niemand koos voor Zyban, dat middel wordt ook bijna niet meer gebruikt vanwege de riskante bijwerkingen.

Champix zorgt dat het verlangen naar een sigaret én de
ontwenningsverschijnselen worden onderdrukt. Het middel blokkeert de receptoren
in de hersenen die ‘vragen’ om nicotine. Je moet het twee keer per dag nemen
gedurende 12 weken en dan pas weet je of je echt ‘rookvrij’ bent. Ik moet dus nog zes weken. Het middel heeft wel een
reputatie. Ik had een collega die plotseling lag te schuimbekken op de
keukenvloer. Hij werd met gierende sirenes afgevoerd en kon het nog maar net na vertellen. Volgens hem kwam het door de
Champix. Broodje Aap? Geen idee. Ik heb wel verschijnselen als slecht slapen en een beroerde stoelgang, maar dat kan ook aan de veranderde stofwisseling komen van het stoppen met roken.

Ik stopte dus samen met de anderen tijdens de derde
bijeenkomst. Ik dacht eerlijk gezegd dat ik de volgende dag wel weer zou gaan
roken. Maar dat viel mee. Sterker, dat viel 100% mee. Vanaf het moment dat ik ben gestopt heb
ik nauwelijks behoefte meer aan roken gehad. Onbegrijpelijk. Maar mijn mindset was ook inderdaad: ‘ik rook
niet, nooit meer’. Hoe het met de anderen verliep? Uitgezonderd één andere deelnemer had iedereen de grootste moeite de weken rookvrij door te komen. Sommigen hielden wel stand, maar vlogen tegen de muren op. De Champix gebruikers klaagden over allerlei bijwerkingen en een mevrouw met nicotinepleisters bleek zeer allergisch. Ik had er allemaal geen last van. Ik had wel een geheim wapen: de elektrische sigaret. Ik
miste de gewoonte op bepaalde momenten om even ‘iets’ te roken, het ritueel, iets inhaleren, het ‘dedicated’ moment. Voor een
tientje kocht ik op de tweede stopdag een mooie ‘Zensations’ met Cartridges zonder nicotine. Sommige
mensen fronsen wat als ik ze over mijn e-smoker vertel. Ze kijken me dan toch wat vertwijfeld aan met een blik die zegt ‘Ben je nou
gestopt of niet?’

Een e-sigaret is een vernuftig technisch apparaat. Ze
zijn inmiddels ver doorontwikkeld en tegenwoordig leverbaar zonder
nicotinevloeistof. Mijn Zensations heeft een verdamper met geïntegreerde
batterij en een opschroefbare cartridge met mondstuk. In de cartridge bevinden zich het 100% ongevaarlijke propyleen glycol en wat smaakstoffen. De cartridge
schroef je op de verdamper en door te inhaleren wordt er in de verdamper
waterdamp gemaakt, mét een smaakje, en dat adem je in en blaas je weer uit. Dat
geeft een ‘rooksensatie’. Maar het is niet veel anders dan met je verkouden
hoofd kokend water uit een teiltje inhaleren. Als je er dan Dampo bij doet heb je ook nog
de menthol smaak. Ik vind het een briljante uitvinding. Is het een vervanging
voor een sigaret? Beslist niet, maar het is een perfecte vervanging voor de gewoonte en de rituelen. Ik ‘damp’, zoals het heet, trouwens niet heel veel. Heel veel minder dan dat ik rookte. Vooral bij de momenten waar ik vroeger ook graag een sigaretje bij rookte. Bij de koffie, na het eten en een glaasje alcohol. Overigens, als ik denk aan een echte sigaret neem ik een gewoon
kauwgummetje, werkt ook prima. Ik ben echt super happy met mijn e-smoker. Zonder dat apparaat had ik het echt heel moeilijk gekregen. Hieronder in het etuitje een starterset (tientje) en daaronder de e-smoker in losse onderdelen.

De training in een groep, de stimulerende leiding van de
trainster en de adder onder het gras zorgde er voor dat ik relatief makkelijk
ben gestopt. De adder was dat voorafgaand aan iedere training er bij
binnenkomst geblazen moest worden (net als bij alcohol) om koolmonoxide in het
bloed te meten. Als je gerookt had in de week er voor, dan kwam dat aan het
licht! Niemand wil zo’n afgang voor zijn groep. Erg slim.

Tsja, nu nog een aantal weken aan de Champix. Ik ben
overuigd dat ik er wel doorheen ben, in de basis. Ik weet wel dat de trek naar
sigaretten blijft, nog vele jaren. Nou ja, daar probeer ik mij doorheen te slaan. Ik hoop dat over zes weken de receptoren ‘doof’ zijn geworden voor nicotine. Maar ik ben blij dat ik zo ver gekomen ben en inmiddels veel geld heb bespaard en een groot aantal lichamelijke gezondheidsrisico’s, nu al, heb geëlimineerd.

De laatste trainingsdag ben ik twintig minuten te laat.
Verdorie. Ik was een dag met mijn schoonvader op pad geweest. Onder andere naar
de Duitse Militaire begraafplaats in Lommel, net over de grens in België. Het
regende de godganse dag en, ja hoor, ondanks de vakantie stond het bij
Eindhoven muurvast. Maar het was niet erg. Het was de laatste meeting en het
was nog een kwestie van afronden. We kregen bovendien een echt certificaat! O ja, er waren gedurende de rit drie afvallers en ik krijg net een app dat er inmiddels weer twee zijn gaan roken. Dat is toch wel enorm zonde…
Tijdens het naar huis gaan kwam mijn verlate
binnenkomst nog even aan de orde. “Kwam je van je werk?” vroeg er iemand. Ik
vertelde over mijn dagje uit met mijn schoonvader. De jongste deelneemster keek mij
even aan en zei op vragende toon: “Duitse Militaire begraafplaats?” “Gesneuvelde Duitse soldaten
tijdens de Tweede Wereldoorlog” legde ik uit. “O, je bedoelt dat van Oost- en
West Duitsland, dat met die muur?”

Wordt vervolgd…



DAVID CROSBY – LIVE IN PHILADELPHIA 1989 – VERVOLG

MUZIEK Posted on Tue, August 09, 2016 20:07:14

Weet u wat het met mij is? Ik heb af en toe echt wel autistische
trekjes. Ja, duhh, hoor ik sommigen denken, ‘vertel eens iets nieuws’. Af en toe maakt een wel erg monomane focus zich van mij meester om iets voor elkaar te krijgen
of te weten te komen. Ik maak mij er verder geen zorgen om hoor, maar ik betrap mij er wel regelmatig op. Zo bleven die ’18 nummers’ uit mijn vorige Crosby-blogje maar door mijn hoofd zingen. Ik kon het eigenlijk niet uitstaan dat er een nóg
vollediger concertregistratie moest bestaan van het bewuste concert van David
en zijn kornuiten. Ik ging weer aan de bak en na diep graven en zoeken is het mij toch weer gelukt. Ergens ver weg verstopt op het internet vond ik alle 18 songs op FLAC, volgens het begeleidend commentaar zouden de songs destijds van het soundboard zijn afgetapt. Wie zal het zeggen?
Ik heb nu David
Crosby’s ‘King Biscuit Flour Hour’ concert van 8 april 1989 helemaal volledig! Die extra vier nummers maken het verschil niet en ik
begrijp wel waarom ze zijn gesneuveld. Maar dat maakt niet uit, ik heb mijn
doel bereikt. Na het downloaden, omzetten naar ALAC en importeren in mijn
iTunes bibliotheek, heb ik vervolgens 2 CD’s gebrand en mijn creativiteit
gebotvierd:
Al met al een redelijk uniek album denk ik, maar het was mij alle moeite beslist waard. Het gemene scherpe randje in het hoog? No way, dit is een briljante opname!



DAVID CROSBY – TRACKS IN THE DUST – LIVE IN PHILADELPHIA 1989

MUZIEK Posted on Mon, August 08, 2016 14:31:07

David Crosby, ik heb het hier al eens over hem gehad, is, als je het op de keper beschouwt, een
troubadour. Eigenlijk hoort hij bij een type muzikanten die doorgaans mijn muzikale kaart niet trekken. Maar Crosby is een uitzondering op die ongeschreven regel. De man met de walrussnor heeft prachtige muziek in zijn leven gemaakt. Als lid van Crosby, Stills, Nash & Young en als solist. Aankomende zondag wordt hij 75, maar hij is nog steeds actief! Als mens heeft hij een
bizar leven achter de rug. Het werd gekenmerkt door muziek, beroemdheid, geld,
relatiegedoe, wapens, hepatitis, diabetes, drugs, gevangenissen, dat werk. Extreem allemaal en daar is van alles over terug te lezen op internet, dus daar verwijs ik graag naar. Wat
ik wel wil aanhalen is dat één van David’s zoons, James Raymond, zijn vader pas voor het
eerst ontmoette toen hij de 30 al was gepasseerd. Raymond wist tot kort voor
hun ontmoeting niet eens dat David Crosby zijn vader was! Maar het klikte privé en muzikaal en ze maakten
samen met Jeff Pevar een paar sterke albums onder de naam CPR (Crosby, Pevar
& Raymond). In 2004 stopte de band vanwege gebrek aan commercieel succes. Jammer.
Luister eens naar deze uitstekende ‘2 Meter Sessie’ van CPR uit
1998:

In onze vriendenkring is David Crosby’s live
concert ‘Déjà Vu’ al jaren een hit. Vriend R. had de CD, uitgebracht door Disky records, ooit eens ergens voor weinig op de kop
getikt en het was gelijk een succes toen hij het album ook aan ons liet horen. Gisteren mochten we het album weer eens
beluisteren ter ere van de inwijding van zijn nieuwe Audiovector’s Si3
Signature. Sublieme speakers en prachtige muziek…

Ooit heb ik een kopie van de ‘Déjà Vu’ CD van R. gekregen. Het CD doosje staat netjes in de kast leeg te zijn, want het zilveren schijfje zelf is al jaren zoek. Ik kan mij zelfs niet herinneren dat ik dit concert thuis
ooit heb geluisterd. Ik denk dat ik de CD in één van mijn leaseauto’s
heb laten zitten. Balen, want nu ik het album bij R. weer hoorde, realiseerde ik me dat de tijd nu écht gekomen was voor een nieuwe kopie. Ik besloot eerst maar eens te kijken of ik ergens zelf de CD nog kon aanschaffen of een goeie download kon vinden. Wat blijkt? Er
bestaan meerdere versies van dit concert. Maar ze zijn allemaal ingekort, hebben andere titels,
albumhoezen, enzovoort. De identieke ‘Déjà Vu’ versie van R. kon ik niet vinden, maar
toen zag ik op iTunes deze:

Na wat gepuzzel blijkt dat het bovenstaande album de meest juiste versie is van het bewuste concert. De Disky records versie is de enige andere release waar ook 14 songs op staan, maar in de verkeerde volgorde. Ik kwam ook nog op een wat obscure website een versie met 18 MP3 nummers tegen, maar ik vertrouwde de boel niet. Hoe dan ook, ‘Tracks In The Dust’ bevat in ieder geval songs in de juiste volgorde én geremastered. Uitgebracht door RoxVox in 2015.
Ik was altijd in de veronderstelling dat het concert in Paradiso was opgenomen,
maar dat blijkt helaas niet het geval. Vriend J. heeft een
vergelijkbare versie van deze CD waar Heerhugowaard op is genoemd, haha. Er bestaat zelfs een Japanse LP release van Sony:

Het concert blijkt in 1989 te zijn opgenomen in Philadelphia voor het z.g. ‘King Biscuit Flower Hour’. Vriend
H. refereerde er al even aan toen we met elkaar over het album spraken. King Biscuit wat? Dat vereiste wat surfwerk op het web…

The King Biscuit
Flower Hour was een Amerikaans radio programma dat door de hele V.S. werd
uitgezonden tussen 1973 en 2007 door het D.I.R. Radio Network. De naam van de
show was afgeleid van het invloedrijke blues radioprogramma “King Biscuit
Time”, dat werd gesponsord door de King Biscuit Flour Co. De combinatie
met de hippie zinsnede “flower power” zorgde voor de nieuwe naam. Het radioprogramma bevatte
concerten van diverse rockbands die speciaal voor The King Biscuit Flower Hour waren opgenomen. Eerst in Amerika, maar later ook daarbuiten. De eerste show werd
uitgezonden op 18 februari 1973 en had Blood, Sweat & Tears, de Mahavishnu
Orchestra en Bruce Springsteen op de rol. Vele illustere en legendarische bands
en artiesten volgden door de jaren, zoals Motörhead, Humble Pie, Uriah Heep, Eric
Clapton, ZZ Top, The Rolling Stones, Supertramp, Steve Miller, The Band, Stevie Ray Vaughn, B.B. King, Deep Purple, Robin Trower en nog heel veel meer bands die inmiddels ook wel een beetje in de vergetelheid zijn geraakt. Deze kennen we nog wel:
De
concerten werden meestal opgenomen met een mobiele truck, vervolgens gemixed en
gemastered voor de uitzending een paar weken later. In 1982 gingen veel van de opnames
verloren door brand in de kantoren van D.I.R. in Manhattan. Eeuwig zonde.

Het bovenstaande ‘King Biscuit’ verhaal heb ik uiteraard van internet bij elkaar gesprokkeld. Ik had er werkelijk nog nooit van gehoord. Een mens blijkt wederom nooit te oud om te
leren, dat zie je maar weer. Confucius zei het al: “Te weten wat men weet, en te
weten wat men niet weet, dat is kennis.”

De ‘Déjà Vu-versie’, van Disky records, ‘onze’
versie, blijkt een goedkope re-release van het King Biscuit Flower Hour concert
te zijn. Waarom de nummers door Disky in de verkeerde volgorde zijn gezet is
mij een raadsel want juist de opbouw van de akoestische start naar een
elektronisch vervolg versterkt het crescendo-gevoel enorm. Dit is de juiste
volgorde:

Tracks In the Dust (Remastered)
Guinnevere (Remastered)
Compass (Remastered)
In My Dreams (Remastered)
Drive My Car (Remastered)
Lady of the Harbor (Remastered)
Oh Yes I Can (Remastered)
Monkey and the Underdog (Remastered)
Delta (Remastered)
Déjà Vu (Remastered)
Night Time For the Generals (Remastered)
Wooden Ships (Remastered)
Almost Cut My Hair (Remastered)
Long Time Gone (Remastered)

Crosby
zelf bleek zeer tevreden over het concert: Upon
hearing this recording nearly a decade after it was made, David Crosby
remarked: “I remember that it was a very good show. That was a very good
band. The way I remember it, we were very good almost all the time on that
tour.”

Ik heb de remaster gedownload. Ik kan deze niet vergelijken met een origineel, maar op de Audiovector’s klonk de Disky CD echt wel beter. Dat kan en mag ook haast niet anders, maar ik ben toch ook wel benieuwd naar een vergelijking van de twee CD’s. Zowel in de woonkamer als op mijn ‘study’ bespeur ik een gemeen ‘hoogje’ af en toe. Gelukkig heb ik boven en beneden een ‘treble’ knop… Maar het is een beetje muggenzifterij, want het is eigenlijk een briljante en unieke opname van een bij leven legendarische muzikant. Een essentieel album voor elke rockdiscotheek eigenlijk.

David Crosby
– vocals & rhythm guitar
Dan
Dugmore – lead guitar
Mike
Finnegan – keyboards & vocals
Davey
Farragher – bass & vocals
Jody
Cortez – drums



MARK LETTIERI & FUNKY KNUCKLES – GROUNDS – ROTTERDAM – 22 APRIL 2016

MUZIEK Posted on Tue, April 26, 2016 17:40:25

De naam Snarky Puppy durf ik hier bijna niet meer te schrijven. Maar het kan niet anders, want Mark Lettieri is gitarist bij SP en was ‘dus’ een aanbeveling om naar een optreden van hem te gaan. In Rotterdam, in Grounds, vader en zoon ‘bonding’. We gaan wel vaker samen naar een concert en ik vind dat altijd erg leuk. Stijn had een paar weken geleden nog opgetreden voor Kunstbende in Grounds en het was dus een beetje vertrouwd. Het is een leuke tent, gevestigd in het voormalige gebouw van het Loodswezen. De vorige keer en ook nu weer moest ik steeds aan mijn oom W. denken. Een aardige lobbes van een man en een groot deel van zijn leven werkzaam als (Hoofd-)loods. Mooie verhalen kon hij vertellen over de Rotterdamse haven en ook van zijn leven op de grote vaart. Hij is er niet meer, maar zijn geest waart volgens mij nog een beetje rond daar in het gebouw aan de Pieter de Hoochweg.

Mark is een knappe vent die mij aan Gino Vanelli doet denken, maar dan met minder haar. Voor mooie gitaar-actiefoto’s dus een prima podiumartiest. De band bestond uit, naast Mark, twee drummers en de bassist van de ‘Funky Knuckles’, een jazz-fusion band uit Dallas.

Hoe het was? Er was geen reet aan… Het kwam totaal niet binnen. Geen groove, geen melodie, geen… niks eigenlijk. We waren vergeten dat D. ons had getipt voor dit concert en die liepen we natuurlijk tegen het lijf. D. is zelf een zeer begenadigd gitarist en die vond het ook niets. Het lag dus gelukkig niet aan ons. Mark en band speelden maar drie kwartier. Vreemd, maar in dit geval dus niet zo erg. We besloten na het optreden nog een biertje te drinken en daarna huiswaarts te keren. Toen klonken er plots keyboardgeluiden uit de zaal… Bleek dat de pauze voorbij was en dat het de beurt was aan de Funky Knuckles. Zonder Mark. Dat er twee separate concerten zouden worden gegeven was ons ontgaan. Funky Knuckles… dat was andere koek! Een set van vijf kwartier ‘krankzinnige jazz’ zoals Stijn het noemde. Energiek en vol power. Totaal authentiek en geen SP-derivaat. Briljant gespeeld, behoorlijk ingewikkeld, maar toch groovy en goed te volgen. Moeilijk te beschrijven eigenlijk, maar het was zeer de moeite waard.

Mark Lettieri en een bandlid van de Funky Knuckles verkochten aan het einde van de avond hun nieuwe CD’s. Beide nog niet in de handel of op iTunes. Ik durfde geen CD te kopen van de Dallas-boys, want dat vond ik lullig voor Mark. Ik ben een mietje, ik weet het. Maar, het werd toch nog een leuke avond en ik ga de nieuwe CD van de band uit Dallas zeker aanschaffen. Via internet.



PRINCE – R.I.P. – SOMETIMES IT SNOWS IN APRIL

MUZIEK Posted on Sun, April 24, 2016 18:10:54

Het volkomen onverwachte overlijden van Prince op 21
april jl. schokte de wereld en deed haar even stil staan. Het was alsof we,
muziekliefhebbers, allemaal kort in een vacuüm van ongeloof terecht waren
gekomen. ‘Wat?’ Prince dood?’ Ik was echt een uur van de leg, zoals dat heet,
en de emoties namen zelfs even de overhand…

Het was een geweldige keus van de NPO om afgelopen zaterdagavond de
film ‘Sign O’ The Times’ uit te zenden. De film, genoemd naar de gelijknamige tournee, had oorspronkelijk
een compilatie moeten worden van de concerten in 1987 in Rotterdam en Antwerpen.
Het materiaal bleek grotendeels onbruikbaar en 80% werd opnieuw
opgenomen. Ik vind de film een geweldig eerbetoon en bewijs van de
muzikaliteit en professie van Prince en zijn band. Pop, Rock, Jazz (Charlie
Parker nota bene), Gospel, Funk, Dance, noem het maar op. In een gekmakend
tempo voltrekt zich op het podium een virtuoze orgie van muziek, licht, kleur,
dans en een beetje gekte. ‘His Royal
Badness’ en kornuiten op zijn best. Ik waardeer de keus van het NPO met name
omdat juist de Prince-hits onvoldoende zijn geweldige muzikale creativiteit en
vaardigheden weerspiegelen. De man danste als een waanzinnige en beheerste vele
instrumenten en was bovendien een fenomenaal gitarist. Bij al die
nieuwsberichten van de laatste dagen hoorde je elke keer weer een stukje ‘Purple
Rain’ en andere hits die ik altijd wat laf vond en zijn muzikaal CV zwaar te
kort doen. Met de ‘airing’ van ‘Sign O’ The Times’ is dat ten minste, voor het
grootste deel, recht gezet. Ik hoop dat de jongere generatie heeft gekeken en
nu ook begrijpt waarom de commotie en emotie rondom het overlijden van ‘The
Purple Guy’ zo terecht is.

In de vele honderden blogpagina’s zie ik dat ik hier en
daar Prince Rogers Nelson wel aanhaal, maar nooit een ‘eigen’ blog aan de
man heb gewijd. Dat is een tekortkoming mijnerzijds en eigenlijk vrij onbegrijpelijk,
want ik heb een lange muzikale relatie met het mannetje uit Minneapolis. Al in
1983 schafte ik mijn eerste LP ‘Dirty Mind’ aan en daarna, vanaf 1985, de CD’s.
‘Purple Rain’, waar Prince wereldwijd mee doorbrak in 1984, heb ik niet want
daar vond ik niets aan. Nog steeds niet. Vervelende saaie popliedjes, maar die
blijkbaar het volk aanspraken. Ach, ieder het zijne. Ik ga de discografie hier verder niet doornemen
want dat is onbegonnen werk. Ik heb wel een paar favorieten, zoals ‘Sign O’
The Times’ en ‘Parade’ bijvoorbeeld. Probleem, wat mij betreft is, dat de
consistentie van de discotheek én per album zeer verschilt. Draken van albums
en songs worden afgewisseld met regelrechte meesterwerken. Sommige albums zijn echt
niet te pruimen en de laatste jaren werd het er ook niet beter op. Onlangs
schafte ik zijn laatste album, ‘Hit n Run Phase Two’, aan en die is beslist aan te bevelen. Niet
vernieuwend, maar Prince in vertrouwde vorm en kwaliteit met weer een paar
juwelen van songs. Volledig is mijn discotheek beslist niet, maar mijn Prince-verzameling is best
respectabel met bijna twintig titels en sinds gisteren uitgebreid. Daar leest u straks nog iets over…

Prince was op zijn best live, dat was geen geheim.
Vroeger stonden er hele concerten van hem op Youtube en ik wilde die altijd nog
eens een keer downloaden. Maar helaas. Prince gaf in 2007 ‘Web Sheriff’, een
Brits bedrijf dat gespecialiseerd is in het vinden en verwijderen van illegale webcontent,
opdracht om alle Prince-clips op internet te verwijderen. Content die, volgens Prince, inbreuk
maakten op het auteursrecht. Dat verwijderen is goed gelukt, want er zijn geen kwalitatief
goede ‘full concerts’ meer te vinden. Erg jammer, want Prince is erg
zuinig geweest met geautoriseerde publicaties van liveconcerten. Ik herinner
mij een echt waanzinnig optreden waarin hij ‘The Question Of You’ fantastisch vertolkt. Een muzikaal en visueel feest, maar ‘erased’ door de Web Sherrif. Ik vond toch nog iets. Helaas zonder beeld, maar om een idee te krijgen…

https://youtube.com/watch?v=VteikXYwnXg

Waar ik echt vreselijk van baalde is dat ik destijds ‘One
Nite Alone … Live!’ heb gemist. Het is een box van Prince en The New Power
Generation met live-opnames uit 2002. Prince’s backing
muzikanten waren onder andere Maceo Parker, George Clinton, Larry Graham, bassiste Rhonda Smith en onze eigen – When I want Sax I call Candy – Dulfer. Het
album is de absolute ‘pinnacle’ van Prince’s discografie en niet
meer verkrijgbaar. Ja, voor woekerprijzen.

Maar… iemand heeft dit weekend de muziek van de hele box op Youtube gezet! Ik heb de 36 audiotracks als een speer gedownload. Je weet maar niet wanneer het weer wordt verwijderd. De muziek is FANTASTISCH! Prince en zijn NPG in ongekende vorm. Ik heb werkelijk nog nooit zo iets gehoord. Zo goed, niet normaal! Een Jazz-Funk-R&B-Rock-Pop-Live Extravaganza die zijn weerga niet kent. De audiokwaliteit is niet ‘up to par’, maar kan ik met wat ‘equalisatie’ heel behoorlijk krijgen. Ik ben hier toch wel heel content mee.

Om af te sluiten en te illusteren, dan heeft u ook wat: Lenny Kravitz en
Prince met ‘American Woman’. Haha, geweldig! Een muzikaal powerduo. Prince laat zien dat hij ook kon rocken als geen ander.

https://youtube.com/watch?v=RC34ZcDiCag

De kleine man uit Minnesota heb ik een paar keer
mogen zien optreden. De eerste keer in Utrecht in het oude stadion
Galgenwaard. Het was de ‘Sign O’ The Times Tour’. Zonder dat ik het wist was
mijn ‘wife to be’ er ook en zo hebben we er allebei een mooie herinnering aan.
Zij zat op de tribune naast de ingang van het stadion. Ze keek op een
willekeurig moment naar beneden en zag een vreemd klein mannetje staan. Ze keek
nog een keer. Juist, dat was ‘m. Vriend R. heeft de kaartjes uit 1987 bewaard.
Ik leen hier twee van zijn foto’s als bewijs. Gaaf. De ‘blauwe’ foto is volgens mij een detail van een t-shirt.

Na Bowie’s dood schreef ik dat dit soort artiesten een cruciale
periode van onze generatie vertegenwoordigden. ´De melancholie van een stortvloed
aan mooie herinneringen’ valt dan over je heen als er dan zo iemand plotseling overlijdt. Bij
Prince is het niet anders. Hij had niet de reputatie een warme
persoonlijkheid te zijn en was eigenlijk een rare kwast met een onvoorspelbaar karakter.
Maar hij was beslist niet de enige. Veel van mijn muzikale ‘helden’ bleken niet zelden
vervelende eikels te zijn. Maar ze hebben ons zoveel muzikaal plezier gegeven
dat het hen is vergeven. Hoeveel keer wij niet bij vriend F. midden in de nacht ‘Sometimes
it snows in April’ draaiden is ontelbaar. Ik kan het nummer voorlopig even niet
horen zonder vol te schieten…

Ik wil toch afsluiten met een ‘pay-off’ door het delen
van twee ‘geheimen’. Het eerste geheim heet ‘Emancipation’ en is een album van Prince uit
1996 bestaande uit drie CD’s van elk een uur. Het album is het eerste wat Prince
uitbracht nadat hij af was van zijn contractuele verplichtingen met Warner Brothers.
Het album is gemaakt zonder thema, maar volledig vrij van commerciële druk en
dus artistiek ‘vrij’. Een week nadat Emancipation werd uitgebracht overleed
zijn netgeboren zoon waarvan de hartslag op één van de nummers is te horen. Een
bizarre truc van het lot. Een volledige luistersessie is bijna een uitputtingsslag vanwege het grote aantal geweldige songs. Het album is om
onverklaarbare wijze nagenoeg genegeerd door pers en publiek en min of meer in de
vergetelheid geraakt. Emancipation deugt muzikaal
en audiofiel. Ik vind het een regelrecht topalbum en ik ben de enige die dat
weet. Onzin natuurlijk, alhoewel… Check it out!

Het tweede geheim is het album ‘Come’ uit 1994. Nota bene het laatste van de Warner Brothers releases en door Prince zelf marketing technisch genegeerd. Onbegrijpelijk, want het is misschien zijn meest funky en groovy album ooit. Het thema is sex in al zijn facetten met ook zijn lelijke kanten. Op internet is er wel het een en ander over te lezen, best interessant. Op de cover staat ‘Prince 1958–1993’, waarmee hij een symbolisch punt zet achter zijn muzikale loopbaan tot op dat moment. Frank Zappa had ooit ook eens zo’n geintje met Warner Brothers en leverde twee contractueel verplichte albums af waar hij zelf geen woord aan vuil wilde maken. Het bleken achteraf twee albums te zijn waar, deels, toch geweldige muziek op stond, net als bij ‘Come’. Het laatste Warner album van Prince is een onbekende eend in de prince-bijt, maar dat is volkomen onterecht!
Mijn vrouw J. was afgelopen weekend met haar moeder een weekendje weg. Ze
vierden gezellig samen de verjaardag van mijn schoonmoeder en, als ik de foto’s op Facebook zag, kwamen ze niets te kort. Het weer viel beslist
niet tegen maar het was wel grillig. Zondagochtend kreeg ik een ‘App’ met een fotootje waarop de sneeuwbuien zichtbaar
rond hun hotel joegen. Haar begeleidende tekst: ‘Sometimes It Snows in April’. Tsja, het is een echt gemis…



MARUTYRI – BIRD – ROTTERDAM – 7 APRIL 2016

MUZIEK Posted on Fri, April 08, 2016 23:11:28

LantarenVenster,
BIRD, North Sea Jazz, Grounds, Codarts… Rotterdam is tegenwoordig weer helemaal
de plek voor jazz. Voor studenten, muzikanten
én liefhebbers. Gisteren kon ik eindelijk eens naar BIRD voor een concert. Ik
had er al vaak van en over gehoord, maar van een bezoek was het nooit van gekomen. De muziek van
Marutyri, een jonge Rotterdamse fusionband, zat wel goed, maar ik was ook zeer benieuwd
of deze ‘venue’ mij (ons) aan zou staan.

Zoon Stijn kent de band want hij had onlangs les gehad op
het Albeda Muziek College, waar hij studeert, van Rik van der Ouw, bassist en bandleider van
Marutyri. Hun bijnaam is de ‘Nederlandse Snarky Puppy’ en dat is niet voor niets zullen we zelf constateren. Marutyri is een achtkoppig
herengezelschap, allen afgestudeerd aan het Codarts en spelen, zoals ze zelf
zeggen, ‘fusion’ met ‘deep and solid
grooves, intense harmonies, storytelling solo’s, and well-arranged parts’. Ze
wonnen de NPO Radio 6 Soul & Jazz Award voor ‘Best Talent’ en staan met
enige regelmaat bij ‘DWDD’. Even een check op Youtube was voor mij voldoende om
direct twee kaartjes te bestellen voor een bijzondere avond in ‘Bird’ waar
Marutyri haar eerste CD zou presenteren: ‘Inner Movements’. Gisteren was het
zover.

Na het sluiten van het legendarische jazzcafé Dizzy
(Deelders favoriete ‘hang out’) en de bijna aansluitende opening van BIRD had
Rotjeknor er gelukkig weer een mooie jazzplek bij. Gelegen in De Hofbogen,
officieel het Hofpleinviaduct, is het een prachtige en aparte locatie. Aanvankelijk
was het een ‘open viaduct’, waar verkeer en voetgangers zich vrijelijk
onderdoor konden bewegen. In de loop der tijd werden de boogruimtes voorzien van
een pui en in gebruik genomen als kleine winkel, werkplaats of café. In 2011
vestigde BIRD zich hier. Dat de naam verwijst naar Charlie Parker is voor een
beetje liefhebber wel duidelijk. BIRD is er niet alleen voor muziek, maar je kan
er ook zalen huren en het heeft een mooie grote bar en restaurant.
Ik was nog nooit in de Raampoortstraat geweest, waar BIRD is gevestigd. Dacht ik. Totdat ik mijn auto parkeerde en de omgeving herkende.
Jaren geleden was ik werkzaam in het centrum onder de rook van het voormalig
Shell hoofdkantoor aan het Weena. Het was toen een klein stukje rijden vanaf de
Schiekade naar de parkeerplaats waar je gratis kon parkeren. Vandaar nam ik de
loop- en fietstunnel en liep dan langs het Shell-gebouw naar mijn werk. Twintig
jaar geleden was het een verpauperde troep bij De Hofbogen, maar dat is nu wel anders. Helemaal hip is het hier met restaurants, terrassen en
uitzicht op de achterkant van een paar hoge kantoorreuzen. Gave plek hoor!
Stijn en een studiegenoot hadden geoefend met hun band en kwamen direct van
school en wij troffen elkaar bij de ingang.

We zijn mooi op tijd en lopen naar de concertzaal. Nou
ja, zaal, het is eerder een pijpenla die een beetje lijkt op een opgeblazen
jeugdsociëteit uit de jaren zeventig. Erg donker maar wel, heel praktisch, met
een lange bar aan de zijkant. Het wordt een staande receptie, helaas, maar al
leunend op een hoog tafeltje ga ik het wel volhouden. Het podium is piepklein
en staat afgeladen met instrumenten voor Marutyri, waar we nog even op moeten
wachten. Ongeveer tien minuten te laat proppen de bandleden én een strijkje van
vier zich op hun plaatsen. Twaalf man op elkaar gepakt, net als het publiek in
de bloedhete zaal. Dan gaat-ie van jetje. Tijdens het eerste nummer is gelijk
duidelijk dat we naar de Nederlandse versie van Snarky Puppy staan te luisteren.
Rik, de bassist, heeft zelfs een beetje de maniertjes van Michael League, zijn Snarky Puppy equivalent, ook bassist en bandleider. Het klinkt wat stroefjes aan het begin, maar tijdens het lange
tweede nummer pakken ze uit op een verpletterende manier. ‘Dit is dé jazzbelofte van Nederland op dit moment’, denk ik bij mijzelf. Marutyri is een verzameling loepzuiver
spelende jonge muzikanten die onwaarschijnlijke strak musiceert en er onwijs veel zin in heeft. Het plezier straalt er af, net als hun ‘counterparts’ uit New York. Het is eigenlijk
een compacte Big Band. Helaas valt de akoestiek van de zaal erg tegen. De
gitarist en toetsenist zijn moeilijk te horen en het strijkje valt helemaal weg door de akoestische brei. Na een uur
is het al ‘schluss’. Jammer, want het was echt heel erg goed, maar mijn rug
juicht! Er komt nog een toegift en dan is het na vijf kwartier écht afgelopen. Nou ja, voor zeven euro mag je ook niet piepen.

We kopen hun nieuwe CD (mét handtekening van Rik), drinken nog een biertje in de
mooie bar en gaan dan zeer tevreden naar huis. In de auto luisteren we streaming via Spotify keihard naar Brad Mehldau. Weergaloos, maar daar kom ik nog
even in een ander blogje op terug.

Het was weer een topavond met vader en zoon en de bijzonder aardige vriend en medestudent (drummer) van Stijn. Marutyri is een fantastische band, daar is
niets aan af te dingen. De nieuwe CD heb ik inmiddels een paar keer geluisterd en vind ik super. Als deze mannen zich verder ontwikkelen en meer hun eigen stijl weten te
vinden, dat hebben we een internationale act in huis van grote klasse! Wat mij
ongelofelijk positief stemt is dat jonge mensen deze geweldige en blije muziek
maken. Een belofte voor de toekomst van muziek én de jeugd.

Tsja. BIRD. Wat moet ik er van zeggen? Een omgeving met een dynamische uitstraling. Big City, Urban, Hot, Talk of the Town, zoiets. Binnen is de inrichting informeel.
Veel hout, gordijnen, eigenlijk een beetje bruine kroeg ‘meets’ jeugdsoos, ‘meets’
bistro. Het concertzaaltje vind ik waardeloos. Misschien klinkt het beter met een kleinere
bezetting en minder publiek, maar deze avond
was audiofiel niet wat je mag verwachten. Door het lage podium en de overvolle zaal met staand
publiek werden hoge tonen enorm gedempt. De vorm van de zaal is in feite een
grote halve rioolbuis en dat is akoestisch niet ideaal vanwege reflectieproblemen.
Het flauwe en lauwe Jupiler bier in plastic nepglazen vind ik ook wel een
puntje van aandacht. De status van LantarenVenster blijft voor mij onaangetast. Maar, als BIRD weer een interessante band binnen haar muren heeft zal
ik mij niet laten weerhouden door genoemde bezwaren. Last van de lage onderrug? Hangen aan de bar is dan het motto…

Rik van der Ouw – Bass guitar, Synthesizer
Ruud van
Halder – Guitars
Thijmen
Oberink – Keyboards
Maurice
Slot – Drums
Roy Gielesen – Percussion
Dennis te Woerd – Saxophones
Floris Windey – Trumpet, Flügelhorn
Yiannis Marinos – Trombone



ERIK TRUFFAZ QUARTET – LANTARENVENSTER – ROTTERDAM – 17 MAART 2016

MUZIEK Posted on Sun, March 20, 2016 18:17:55

Erik Truffaz is voor de meeste Nederlanders een volslagen
onbekende muzikant. Hij is de Franse Eric Vloeimans zou je kunnen zeggen. Dat zegt menigeen natuurlijk nog niets, maar voor de jazz-liefhebbers is Eric een begrip. Eigenlijk is Eric de Nederlandse Erik als u mij nog kunt volgen. Vloeimans is namelijk heel duidelijk geïnspireerd door de Fransman
die iets eerder was met elektronisch gemodificeerd trompetspel. Erik Truffaz is
55 en is samen met een andere beroemde pepperaar, Nils Petter Molvaer, één van de grondleggers van de
Europese Jazz fusion, Acid Jazz en aanverwante stijlen. De Franse Erik
heeft zich op zijn beurt ook laten
inspireren. Door Jon Hassell. Daar ga ik hier verder niet op in want over Jon
heb ik eerder uitgeweid maar vind het wel van belang hier te melden.
Foto: www.eriktruffaz.com

Truffaz is een ‘vondst’ van vriend H. die ons jaren
geleden over zijn bestaan tipte. Sinds die tijd heb ik een paar CD’s van de man
aangeschaft. Toen H. aangaf dat Truffaz naar Nederland kwam was ik beslist
geïnteresseerd om te gaan. Dat veranderde toen ik op Youtube het meest recente
concert bekeek. Mijn interesse sloeg om naar razend enthousiasme. Fantastisch
gewoon! Stijn zag en hoorde dat concert ook en wilde uiteraard ook gelijk mee. We
konden niet wachten tot dat het 17 maart werd…

Toen we de auto hadden geparkeerd in de parkeergarage van
de ‘De Rotterdam’, Rem Koolhaas’ brute monster (dank aan R. voor de expressie) en naar buiten liepen, vroeg een leuk dametje de weg naar een restaurant. Stijn herkende haar stem en
R. en ik haar gezicht, maar haar naam schoot ons niet te binnen. Na een smartphonecheck wisten we het opeens: Leona
Filippo. Onwijs leuke vrouw en één van Nederlands betere pop/soul/jazz
zangeressen. Ze won ooit ‘The Voice’ en onlangs ‘Maestro’. Google maar even. Heeft onze ontmoeting enige relevantie voor dit concertverslag?
Nee, geen enkele smiley

(Foto heb ik vorige week zondag gemaakt vanuit de
Spacetower – 185 meter hoog!)

(Screenshot van Leona 10 minuten geleden gemaakt van de televisie.Toeval bestaat niet)

Mijn favoriete ‘venue’ voor jazz is zonder twijfel LantarenVenster op de Kop van Zuid in Rotterdam. Makkelijk parkeren, mooie locatie, prachtig pand, lekker zitten en geweldige akoestiek in de grote
zaal. O ja, ze hebben ook nog lekker bier. Ik houd eigenlijk helemaal niet van bier, maar hier wel. Raarrrr.
We waren deze reis op volle vrienden-, papa- en zonen-sterkte en de
verwachtingen waren hoog gespannen. Aanleiding van de 2015/2016 concertreeks is Truffaz’
nieuwe album ‘Doni Doni’. De muziek van het concert komt voor een deel van
dat album. Ik wist wat er komen ging want ik had van het Youtube concert een rip
gedaan en mijn eigen ‘state of the art’ live album gefabriceerd en al een paar keer beluisterd (https://www.youtube.com/watch?v=UBW0VSdjXr0).

Het kon
allemaal niet mis gaan. We zaten direct voor de PA en het feest kon beginnen!

Vriend J. vroeg ons na het concert, tijdens het drinken
van een biertje, een rapportcijfer te geven. Ik gaf een 8. Niet slecht, maar
het Youtube concert zou van mij minstens een 9 hebben gekregen. Minstens! Waar dat verschil vandaan kwam?
Ach, ze deden hun briljante ding, want spelen kan het Erik Truffaz Quartet als de beste. Maar ik
vond het wat werktuigelijk overkomen bij tijd en wijle. De toetsenist toverde allerlei
gave sounds uit zijn toverdozen, Truffaz speelde fenomenaal, de bassist legde
strak zijn fundament en de drummer was meesterlijk. Wat zeur ik dan? Ik miste op
de een of andere manier wat inspiratie en ‘fun’ die wél terug is te zien en te horen op het Youtube concert, opgenomen in Parijs op 15 november vorig jaar. Het is best lastig om dit soort onmeetbare aspecten onder woorden te
brengen. Wat ook een rol kan spelen is, neem ik aan, dat maanden achter elkaar meerdere keren per week een live concert geven geen sinecure is. Het vele reizen en iedere avond alles geven moet bijna wel zijn tol eisen, zeker als je op 3 april a.s. 56 lentes wordt… Ik dacht er nog even over na later. Ik mailde wat heen en weer met J.
en begon toen wat te klungelen met Excel. Hieronder het resultaat. Eerst
Truffaz en daaronder Snarky Puppy met het Metropole orkest ter vergelijking.

Het is misschien een volkomen belachelijke benadering om zo rekenkundig een concert te analyseren, maar ik vind het eigenlijk wel een leuk idee, al
zeg ik het zelf. Het systeem dwingt je wat dieper na te denken over een
en ander. De matrix kan natuurlijk aangepast en uitgebreid worden en voorwaarde is dat de onderdelen strak worden gedefinieerd. Alle cijfertjes in het voorbeeld zijn uiteraard 100% persoonlijk.

Maar goed, we hebben echt een heel erg prima avond gehad, daar mag geen misverstand over bestaan. Een enigszins ‘mat’ concert door iemand als Erik Truffaz en
kornuiten staat nog altijd garant voor een avond topmuziek, uitgevoerd
op torenhoog niveau. Zo’n avondje uit met vrienden en zoons maakt de hele exercitie
nog eens extra leuk. De heren schaften nog wat CD’s en LP’s aan, gesigneerd
door Erik (die J.’s naam op zijn LP foutief spelde, haha), we dronken nog wat
biertjes en reden daarna netjes op tijd weer naar huis. Het was al vroeg rustig
in de Europese havenstad…

Erik
Truffaz – trompet
Benoît Corboz – piano, keyboards
Marcello Giuliani – bas
Arthur Hnatek – drums



BOULEZ , RÉPONSE, MICHELIN & ADAMS

MUZIEK Posted on Sat, January 30, 2016 13:23:28

Wat mij betreft zou een definitie van muziek kunnen zijn:
‘Geluid wat bewust door mensen wordt gemaakt om zichzelf of anderen te
plezieren’. Laat ik het voor het gemak ‘mijn’ muziekbeginsel noemen (ik zal
vast niet de eerste zijn die dit verzint). De structuren en parameters die voor
het maken van muziek worden gebruikt zijn, in grote lijnen, tijd, volume,
melodie, ritme en harmonie. Er is veel wetenschappelijk onderzoek
gedaan naar deze facetten en andere aspecten die een rol spelen bij het maken en ervaren van muziek.
Denk daarbij aan historische, geografische, sociale en aangeboren factoren. Interessante
materie. Harmonie bijvoorbeeld (akkoordprogressie en samenhang) wordt in sommige delen van de wereld anders toegepast
en ervaren als in het westen. Muziekwetenschap is een interessant maar bijzonder
gecompliceerd onderwerp en voor mij veel te moeilijke materie. Ik kom er desondanks straks
toch nog even op terug. Maar dat eerste zinnetje van deze alinea, daar gaat het
mij om.

Ik heb inmiddels, naar aanleiding van een tip van een
vriend, uitgebreid geluisterd naar ‘Répons’ van Pierre Boulez, één van zijn
meesterwerken. Een en ander natuurlijk aangewakkerd door het overlijden van
Boulez en mijn onbekendheid met zijn composities. Ik vond het, vanwege alles
wat ik over deze zeer interessante man las, de moeite waard om mij te verdiepen
in ten minste één van zijn werken. Dat werd dus ‘Répons’.
Ik durf te stellen
dat ik wel wat gewend ben op het gebied van allerlei muzikale stijlen. Ook van eigentijdse
componisten die de traditionele wegen van componeren hebben losgelaten, zoals
Erkki Sven Tüür, Arvo Pärt, Alfred Schnittke en nog wat van dat soort snaken. Maar Répons is toch
van een andere orde. Boulez was een briljant wiskundige en zo blijkt zijn
muziek, Répons althans, volledig te zijn opgebouwd en geconstrueerd. Mathematisch
en theoretisch. Na meerdere malen het werk te hebben beluisterd vind ik dat de
term ‘mooi’ voor mij net zo ver verwijderd is van Répons als Voyager I van de
aarde (± 20 miljard km, as we speak). Dus, kort en goed, Répons voldoet niet aan mijn muziekbeginsel
als ik het zo mag zeggen. Maar daar is de kous niet helemaal mee af. Répons vind
ik wel een interessante en soms spannende ‘luisterhappening’. Het centrale concept van actie en reactie loopt als een rode draad door het werk heen en is goed herkenbaar. Toen ik zocht naar een filmpje op Youtube om dit artikel mee te illustreren,
kwam ik een zeer recente uitvoering tegen. Ik kan niet anders zeggen dat ik zeer
geboeid heb zitten kijken en luisteren. Qua cameravoering en productie vind ik dit ronduit ‘cutting edge’, maar het raakt bij mij werkelijk nergens een snaar.

Tijdens het Holland Festival van vorig jaar is Répons
uitgevoerd in de Westergasfabriek. De context, structuur en achtergrond van het
werk wordt op hun website uitvoerig en uitstekend behandeld. Voor de
geïnteresseerden: http://tinyurl.com/hprlcon

Ik heb wel lang nagedacht voordat ik deze blog schreef. Moderne
eigentijdse ‘klassieke’ muziek is een lastig onderwerp. Zeker om daar iets
sluitends, iets concluderends over te formuleren. Niet dat dat moet, maar ja, ik
ben er nu eenmaal aan begonnen. Een verwijzing naar mijn eerste beginsel is
misschien wel erg gemakkelijk zou men kunnen zeggen. Maar, hoe dan ook, daar
gaat het uiteindelijk toch wél om, laten we elkaar niet voor de gek houden. We
maken of luisteren muziek voor ons plezier en niet om elkaar te pesten. Maar het
iedereen naar de zin maken gaat gewoon niet. Wat voor de een aangenaam is, kan een
ander als hinderlijk ervaren. Alles is relatief dus ook mijn muziekbeginsel.

Maar, er bestaat ook nog zoiets als een leercurve.
Bepaalde muziek kun je leren waarderen, net als het leren drinken en waarderen
van wijn. Sommige muziek gaat er bij volksstammen in als Gods woord in een
ouderling, maar bij andere muzikale uitingen moet je ‘werken’. Dat klinkt nogal
serieus, maar dat valt reuze mee. Het werken zit hem namelijk vooral in veel en
vaak luisteren. Bepaalde gecompliceerde patronen in muziek zullen zich in de
loop der tijd openbaren en zal de muzikale horizon vergroten. Of niet, dat is
natuurlijk per individu verschillend en of men er wel de tijd en concentratie voor
op wil brengen. Ik wist zeker dat ‘Bitches Brew’ iets bijzonders was en ik
pijnigde mij wekenlang met de hectische kakofonie waar ik geen kaas van kon
maken. Tot dat het kwartje viel. Ik ervoer het als een regelrechte openbaring!
Ik denk dat het bij veel andere en wat minder toegankelijke muziek, niet anders
is. Echter, de ‘sky is the limit’ en als we ons eenmaal begeven op het gebied
van serialisme, atonaliteit en allerlei andere mathematische vormen van muziek
kunnen de patronen zo gecompliceerd en ingewikkeld zijn dat zelfs de grijze
massa’s van geoefende luisteraars niet in staat zijn deze patronen te herkennen. Répons
zou daar best eens goed bij kunnen horen. Ik denk dat mijn brein tekort schiet,
laten we het daar op houden.

Moderne en eigentijdse composities. Tsja, de analogie met
de restaurantsector dringt zich bij mij op. Ik heb het ‘genoegen’ gehad een
paar jaar geleden vier keer met kleine tussenposen bij verschillende Michelin sterrenrestaurants
te mogen eten. Wat ik er van vond? Onthutsend eigenlijk. Het duurde iedere keer veel
te lang en ik ging met honger (‘trek’ zeiden onze moeders dan) weer naar huis.
Veel gangen op onhandig grote borden met een eetbaar bouwwerkje in het midden. De
knutselconstructies schitterden mij uit een zee van wit porselein tegemoet. De
eerste keer keek ik echt ontredderd om mij heen en dacht: “Als ik dit op mijn normale
manier eet, dan ben ik binnen een minuut klaar met deze gang”. Maar ik keek de
kunst af en deed braaf mee met de sterrenvertoning. Hééél klein hapje nemen en
dan veelbetekenend om je heen knikken dat dit gerecht toch wel heel bijzonder
is. Mond afvegen met het chique servet van linnen damast. Slokje wijn nemen uit
zo’n belachelijk groot glas. Niet zo maar, neeeeeee. Eerst kijken naar de kleur,
zachtjes los schudden, beetje ruiken, slokje nemen, door de mond halen en dan
pas doorslikken. Praatje maken en gereed maken voor de volgende muizenhap.
Allemachtig. In drie van de vier keren waren we pas na middernacht toe aan het
bestellen van een dessert. In vier van de vier keren had ik zin om op weg naar
huis te stoppen bij de ‘Golden Arches’. Begrijpt u mijn ‘pointe’ en de
overeenkomst? Dit is geen manier om mij een fijne avond te bezorgen, maar om
mij te irriteren. De eetcultuur als hiervoor beschreven bevredigt misschien de creatieve
artiest in de keuken en culinaire (would be?) kenners, maar niet het publiek wat gewoon lekker en ontspannen wil eten.

‘L’art pour l’art’ noemde Immanuel Kant dit. ‘Kunst om de kunst’. Een opvatting waarbij de enige maatstaf is dat de uiting van kunst intrinsiek is en niet functioneel en wordt beoordeeld op grond van, bijvoorbeeld, technische aspecten. Ik ben overtuigd dat dit voor eten en muziek niet mag en kan opgaan. Dat is een dwaling. Enige nuance is dat het eten ‘an sich’ in de etablissementen waar ik ben geweest goed was binnen te houden, haha.
Terug naar de muziek. Ik kwam een aardig artikel tegen op
internet uit ‘The Guardian’, niet het lulligste pamfletje uit het Britse
koninkrijk. Ik onderschrijf niet alles, maar ik denk dat de auteur, de New
Yorker Joe Queenan, in essentie de spijker wel behoorlijk op de kop slaat, Hij
schrijft onder andere dat hij op zijn 18e, heel stoer, ‘Kontrapunkte’
van Stockhausen en ‘Threnodi’ van Penderecki aanschafte: “I did not really
like these pieces, but I would put them on the turntable every few months to
see if the bizarre might one day morph into the familiar. I’ve been doing that for 40 years now, and both
compositions continue to sound harsh, unpleasant, gloomy, post-nuclear.” Ik
heb een identieke ervaring met Stockhausen. Na bijna vier decennia vind ik het
nog steeds werkelijk niet om aan te horen. Het artikel: http://tinyurl.com/zyh43ph

Ik denk dat ik Boulez als componist maar laat voor wat
het is. Ik luister sowieso niet veel naar eigentijdse componisten. Ik moet er
echt in een bepaalde stemming voor zijn, anders gaat het er bij mij ook niet
in. De enige modernist, minimalist en nep-romanticus (volgens sommigen) waar ik
regelmatig met meer dan veel plezier naar luister is John Adams. Het is
misschien een vergelijking die nergens op lijkt te slaan, maar dat is niet zo.
Ik denk dat eigentijdse componisten het imago hebben dat zij moeilijk en
ontoegankelijk werk maken of hebben gemaakt. Zie het artikel in The Guardian. John
Adams bewijst dat die werkelijkheid ook anders kan zijn. Luister naar het eerste
deel van ‘Dharma at Big Sur’ met het BBC Symphony Orchestra, John Adams als
dirigent en Tracy Silverman op een 6-snarige elektrische viool.

Kijk, dit vind ik nou ontzettend mooi. Het kan dus wel. Maar misschien denkt u er weer anders over, en dat mag 🙂



MILES DAVIS – MY FUNNY VALENTINE

MUZIEK Posted on Mon, January 18, 2016 23:24:34

Sinds vorige week hebben wij Netflix. Ik had met regelmatige frequentie het
idee dat we het laatste gezin in Nederland zijn met deze streaming dienst, maar we horen er weer bij. Zoonlief kon niet wachten en stortte zich op een week Breaking Bad-‘binge-watching’. Met wat vertraging is J. nu ook helemaal in de greep van Walter White’s Crystal Meth avonturen en ik ben helemaal los op ‘Homeland’. Ik had mij al een tijdje op deze serie verheugd, maar de
werkelijkheid overtreft de verwachtingen! Gisteravond, lekker voor het slapen gaan, besloot ik nog een aflevering te kijken. Carrie, één van de hoofdpersonen, verwacht dat
zij thuis een amoureus intermezzo gaat meemaken. Ze heeft zich mooi opgetut
en voor de sfeer een passend muziekje opgezet. Ik herken direct dat
het Miles uit de jaren zestig is. Wat een prachtige muziek, maar ik kan niet
thuis brengen van welk album het komt. ‘Shazan’ er snel bij gehaald: het is Miles Davis met ‘My Funny Valentine’ van het gelijknamige album en die heb ik niet! Carrie’s tête-à-tête loopt
overigens op niets uit, maar dat is misschien een beetje een spoiler. Sorry.
Wat een fantastische actrice trouwens. Claire Danes heet ze en dat mens speelt echt de sterren van de hemel. ‘Stella(r) By Starlight’ zou je kunnen zeggen, om maar eens een bruggetje te maken. Het is één van de prachtige nummers van Miles’ album My Funny Valentine.

Mijn Miles Davis ervaring startte lang geleden met het
elektrische werk, dat heb ik hier vaak genoeg aangehaald. Zijn oudere werk ben
ik later pas gaan luisteren. Uit de jaren vijftig vind ik eigenlijk alleen de rustige nummers de moeite waard. De ritmesecties beginnen pas met ‘Kind Of Blue’ mooie grooves te spelen. De periode tussen 1959 en 1970 is er één
van transitie van onderkoelde Hard Bop naar de vrije elektro-fusion van de
seventies. Ik vind de albums van Miles door de jaren heen, niet verrassend natuurlijk, wisselend van
kwaliteit. Een standpunt bepaald op basis van mijn voorkeur als luisteraar en niet als
musicoloog of historicus. Die status wil ik mij niet aanmeten. Ooit kocht ik de
LP ‘Four & More’ en vond het allemaal veel te gejaagd en heb daarom de plaat na de aankoop zelden meer gedraaid. ‘My Funny Valentine’ is het zusteralbum en dat weet ik pas sinds
vandaag. Nooit de ‘liner notes’ van Four & More goed gelezen dus. Beetje dom. Ik vond ‘My Funny
Valentine’ bovendien een titel voor een musical en was de reden om het decennia te laten voor wat het was, tot dat ‘Carrie’ het draaide…

In de jaren zeventig en tachtig was Rotterdam voor ons de
stad om live jazz te beleven. Café Dizzy, B14 en vooral de Jazzbunker aan de
Maaskade waren de podia waar we regelmatig heel wat legendes hebben op zien treden. De
Jazzbunker was precies wat de naam deed vermoeden: een donker, rokerig en
naar verschaald bier riekend hok. We zagen daar onder andere het bizarre
gezelschap van de legendarische Sun Ra met zijn ‘Astro Infinity Arkestra’.
De man ‘himself’ was uitgedost in volledig idiote space-uitmonstering, maar hij speelde fantastisch. We hebben toen zelfs gesigneerde LP’s gekocht. Witte
kartonnen hoezen met een slecht ‘stenciltje’ beplakt en in eigen beheer
uitgegeven door de Space Master. Het jaar was 1980.

Ik herinner mij dat we toen, na het concert, met Sun Ra’s saxofonist, Marshall
Allen, een biertje dronken en over de muziek spraken. Allen zag er uit of hij
de nieuwe aardappels niet zou halen. Maar, de wonderen zijn de wereld niet uit,
hij wordt in mei 92! Een ander fenomeen waarvan ik nauwelijks kon geloven dat
hij in zo’n donker hol aan de Maas speelde was George Coleman. De
saxofonist van Miles Davis uit de eerste helft van de jaren zestig! De man was ooit
wereldberoemd en wij zaten op een paar meter afstand ‘gewoon’ naar hem te
luisteren. Ik vond dat pure magie. George wordt in maart 81 jaar. Taaie rakkers toch allemaal, die jazzcats.

George is de saxofonist op ‘My Funny Valentine’. Het album bevat, zoals gezegd, de rustige nummers
van een benefietconcert, opgenomen op 12 februari 1964 in New York City. Het ‘onrustige’
deel staat op ‘Four & More’, dat een jaar later werd uitgebracht. Beide albums zijn dus op één avond opgenomen maar
omdat de sfeer (en kwaliteit) van de diverse nummers zo ver uiteen lag, besloot
men twee verschillende LP’s uit te geven. De band bestaat uit Miles op open en
gedempte trompet, Coleman op saxofoon, Ron Carter op contrabas (most recorded bassist in jazz history) de 18-jarige Tony Williams (!) op drums en de ook nog jonge Herbie Hancock achter de vleugel. Miles
schittert als nooit tevoren en de mannen spelen allemaal geweldig, maar mijn
persoonlijke favoriet is de beheerste Coleman die, ook volgens de critici destijds, de mooiste set van zijn leven speelt.

Vanuit het heden is het
toch wel even een tandje terugschakelen om deze muziek uit 1964 op waarde te
schatten. Maar, als je er even wat tijd in steekt, dan is duidelijk wat een
schitterende album dit is. Ik merk dat bij herhaald luisteren
de muziek nog beter tot zijn recht komt en de mooie nuances steeds duidelijker
worden. Dat gaat voor veel muziek op, maar je verwacht het niet van deze recht-toe-recht-aan jazz. Het titelnummer, My Funny Valentine, is een jazz standard uit 1937 dat ontelbare malen is uitgevoerd (o.a. een hit van Chet Baker). De versie hier is zeer sfeervol en ‘The Jewel In The Crown’ van dit album. Miles ‘muted’ trompet klinkt beheerst en zacht en dat was niet altijd per definitie het geval. De remaster uit 2005 is technisch zeer geslaagd, warm en met voldoende dynamiek. Bovendien belangrijk beter opgenomen dan het andere beroemde live-album van een jaar later ‘Live At The Plcked Nickel’. Al met al: zeer aanbevolen!

Voor meer informatie: https://www.milesdavis.com/albums/my-funny-valentine/

Ik sluit gepast af met een foto van Miles Davis. Ik zag de plaat ingelijst hangen op het herentoilet van Hotel Postillion bij Strand Nulde aan het Veluwemeer. Miles op de plee, kan niet waar zijn, toch? Miles ‘plees’ for lovers, haha. Ik vraag mij echt af wie in vredesnaam verzonnen heeft om die foto daar te hangen… Je zet een borstbeeld van Bach toch ook niet in een openbaar toilet? Met mijn telefoon heb ik er een plaatje van gemaakt. De foto was beschadigd en vergeeld, maar ik ben een handige rakker met ‘shoppen’ en heb er een mooie ‘refurbished’ versie van gemaakt. Een prachtige foto van Miles in ere hersteld, zoals het hoort. Ik had moeite de foto en details op internet terug te vinden. Aan de hand van zijn kleding en horlogeband schatte ik dat het 1969 moet zijn geweest. Ik besloot maar eens ouderwets te zoeken in de boekenkast. ‘Miles Davis, The Man In The Green Shirt’ van Richard Williams, had ik ooit gekocht bij de Free Record Shop. Het staat vol met prachtige platen en, verdraaid, daar vond ik ook de bewuste foto! Inderdaad gemaakt in 1969. Op 3 november tijdens het 8e Paris Jazz Festival door Guy Le Querrec voor Magnum photos.

© Guy Le Querrec / Magnum Photos – http://tinyurl.com/zxqhamo

Ik had, achteraf bezien, de originele foto misschien ook kunnen downloaden bij Magnum. Geen idee wat dat zou moeten kosten, maar dit was eigenlijk veel leuker.

Miles Davis – Directions in Music – Nog steeds.



DAVID BOWIE – 10 JANUARI 2016 – R.I.P.

MUZIEK Posted on Mon, January 11, 2016 22:28:13

Op 8 januari 2016 zag ‘Blackstar’, David Bowie’s nieuwste album, officieel het levenslicht. Het was de
datum van David’s 69e verjaardag. Twee dagen later, op 10 januari, overleed David Bowie na een langdurige gevecht tegen kanker. Hij wist
natuurlijk dat het einde zou komen en had daar met de release wellicht ook rekening mee gehouden. De wereld reageerde
vandaag, toen het nieuws bekend werd, totaal geschokt. Dat Bowie zo ernstig ziek was wist bijna niemand.

Ik heb vandaag Blackstar aangeschaft en ik vind het werkelijk een fantastisch en totaal origineel album. Misschien wel zijn beste ooit. De sfeer
is donker en, met de wetenschap dat Bowie er niet meer is, helaas geen vrolijk werk. De
teksten zijn vaak onbegrijpelijk, maar het is duidelijk dat Bowie
weet dat de klok onverdroten doortikt en het einde nadert. Het beeldmateriaal bij Blackstar
spreekt boekdelen.

Bowie trok niet altijd mijn muzikale kaart. Zijn oeuvre ging
alle kanten op en maar soms de mijne. De LP’s ‘Low’ en ‘Heroes’ staan prominent
in mijn platenkast, naast ‘Let’s Dance’en nog een paar. Blackstar staat vanaf
vandaag ook prominent in dat compacte rijtje te ‘stralen’…

Iedereen herinnert David Bowie natuurlijk
als de artiest die zich zelf vele malen opnieuw uitvond, een kameleon in Brits
aristocratische verpakking. Afgezien daarvan herinner ik mij Bowie ook
van bijzondere films als het prachtige ‘The Hunger’ met Catherine Deneuve en natuurlijk ‘Merry
Christmas, Mr. Lawrence’. Een heftige film en destijds zeer populair. Ook in
de hoedanigheid van acteur wist hij de aandacht op zich te vestigen. Een man met
ongelofelijk veel gezichten en talenten.

Ik ben van de generatie die met Bowie is opgegroeid. Hij was
altijd wel ergens in de één of andere gedaante op de achtergrond aanwezig. Voor
mij persoonlijk niet altijd heel nadrukkelijk. Ik heb hem ook nooit live mogen zien
spelen. Mijn vrouw J. wel en ze dook vandaag van de zolder onderstaande
foto’s op. Ze zijn genomen in 1978 tijdens een concert van Bowie in de Ahoy in Rotterdam. De fotograaf is ‘John’. Zijn achternaam weet ze niet meer. Unieke platen.

Ik schrok oprecht toen ik de ‘app’ zag van vriend R.
vanochtend vroeg. Het is niet alleen de tragiek dat zo’n talentvol en uniek
talent ons ontvalt, maar ook die van een verloren jeugd. Een jeugd, ik heb het vaker aangehaald, die in vele opzichten uniek
was. Niet alleen voor mij, voor ons, maar voor een hele generatie. David Bowie
was een symbool van die tijd en veroorzaakt met zijn dood een wereldwijde pijn
die een hele generatie voelt. De melancholie van een stortvloed aan mooie
herinneringen. Geen nostalgie, want dat heeft geen koesterend randje. Ik zag
vandaag in het nieuws een kort item van de Bowie tentoonstelling in het
Groninger Museum. Treurige gezichten van vijftigers en zestigers en sommigen
konden hun tranen niet bedwingen. Ik moest ook een brok wegslikken …



PIERRE BOULEZ – 5 JANUARI 2015 – R.I.P.

MUZIEK Posted on Sat, January 09, 2016 15:16:05

Afgelopen week, op 5 januari 2015, overleed Pierre Boulez in de leeftijd van 90 jaar. Aanvankelijk was hij vooral componist en aanjager van
vernieuwende en ook elektronische (moderne) muziek. Naam en faam voor het grote
publiek kwam echter pas met het dirigeren, waar hij zich, altijd zonder ‘baton’, in de tweede helft van
zijn leven mee bezig hield.

Boulez’ composities ken ik niet en daar moet ik misschien
eens wat aan doen. Dat ik hier aandacht aan hem besteed heeft alles te maken
met Frank Zappa. Zappa is natuurlijk vooral bekend als rockmuzikant uit de
vorige eeuw, maar was ook een componist van modern klassiek werk. Het kostte Zappa
tijdens zijn leven de nodige moeite zijn ‘serieuze’ muziek gespeeld te krijgen.
Zijn imago als eigenwijze querulant én clowneske grappenmaker op live-podia hielp daar ook niet bij. Met het nemen van de nodige hindernissen kreeg Zappa het,
tijdens zijn leven, toch voor elkaar een aantal composities te laten uitvoeren
door klassieke ensembles en zelfs het London Symphony Orchestra.

Ik ga hier verder geen uitgebreid verhaal over Frank’s
‘serieuze’ ambities en composities ophangen, maar de titel van Zappa’s
uitstekende biografie ‘Electric Don Quixote’ (Neil Slaven, Omnibus, 1994), zegt
wel genoeg. Eén van Frank’s meest prominente orchestrale registraties is ‘The
Perfect Stranger’ uit 1984. ‘Conducted by Pierre Boulez and performed by
Boulez’s Ensemble InterContemporain’. Het is bijzonder werk en doet denken aan
Ives, Bartok, Edgard Varèse en dergelijke. Geen gemakkelijke kost, maar beslist
uitdagend.

De positieve stelling die Boulez in duidelijke bewoordingen
innam ten aanzien van ‘popmuzikanten’ bleek een verademing. Het deed destijds de
nodige stof opwaaien in de behoudende wereld van de klassieke muziek. Boulez
zag dat er wel meer te halen was bij Frank Zappa dan schuine moppen en lange
gitaarsolo’s. Zappa’s muzikale visie, bekendheid en bijzondere ‘scores’ hielpen
Boulez’ queeste om behoudende muzikale forten neer te halen. Of het geholpen
heeft is lastig vast te stellen. Maar, al met al, Boulez’ erfenis en zijn
historie met Frank Zappa was en is voldoende reden voor mij om hem hier te
memoreren.



JAMES BOND – SPECTRE

WEBLOG Posted on Sat, January 02, 2016 23:29:53

Gaan wij graag naar de film? Beslist. Gaan wij vaak naar de
film? Nee, eigenlijk niet. Per jaar een paar keer en dat is nog ruim genomen.
Waarom niet vaker? Niet altijd met een reden eigenlijk, het komt er gewoon niet van. Ik schrijf eigenlijk zelden iets over een
film of een TV-serie. Daar wordt al voldoende over gepubliceerd en als het me
te weinig roert in positieve of negatieve zin, dan voel ik ook geen drang om er
iets over te schrijven. Ja, vorig jaar. ‘Interstellar’, de onzinnigheid en
pretenties van die film gingen mij echt te ver en daar maakte ik mij wél druk
om. Uiteraard zijn er wel belangrijkere dingen in het leven, maar politiek en
al te zware zaken vermijd ik doorgaans in mijn stukjes. Het moet wel leuk
blijven en daarom schrijf ik, meestal, over luchtiger zaken waar ik mij ‘druk’
om maak. ‘Interstellar’ bijvoorbeeld. Of James Bond.

Deze week bezochten we ‘Spectre’, de nieuwste versie van de
007-reeks. De halve wereld had de film al gezien en, mede vanwege de positieve
ontvangst, vonden wij dat het tijd werd ook eens te gaan kijken. Gezellig samen
naar de film. Nu is een ‘positieve ontvangst’ in de pers voor mij doorgaans een
rede om op mijn hoede te zijn. Laat ik zeggen dat het een ervaringsgegeven is.
Niet per definitie natuurlijk, maar toch. De periode tussen kerstmis en oud- en
nieuw staat garant voor veel bezoekers en ik verwachtte bij een dergelijke film
geen stil en gedisciplineerd publiek. Onze planning was eigenlijk niet helemaal
optimaal. Het beloofde dus een spannende avond te worden in meer dan één
opzicht.

Eerst wat ‘data’ op een rijtje. Spectre heeft op dit moment
(eind december 2015) een omzet gerealiseerd van bijna 851 miljoen dollar. De grens
van een miljard dollar wordt begin volgend jaar zeker overschreden! Het productiebudget
bedroeg $ 245 miljoen. Hoofdrolspeler Daniel Craig mocht na het afronden van de
opnamen $ 39 miljoen dollar op zijn rekening tegemoet zien. Indrukwekkende
cijfers en dan mag je als toeschouwer ook wel wat verwachten, dunkt mij.

We waren mooi op tijd in zaal 6 van onze nieuwe
streekbioscoop. Niet de grootste zaal en dus moesten we de surroundsensatie
‘Dolby Atmos’ ontberen én de 3D-versie. Dat laatste willen we in ieder geval
niet omdat die technologie onverenigbaar is met onze overgevoelige ogen en hersenen.
De zaal zat inderdaad bomvol. Ik had veel jongelui verwacht maar de
samenstelling was vooral mannen van 40 plus en vaders met hun zoontjes van,
laten we zeggen, 8 tot 12 jaar oud. Ik kom daar later nog even op terug.

De openingsscène van ‘Spectre’ is een cinematografisch
hoogtepunt van de eerste orde! Werkelijk GEWELDIG! De film opent met een shot
van Plaza de la Constitución in Mexcico City. Het plein is zwart van de mensen
en als de camera dichterbij komt zien we dat we in een feestgedruis zijn beland
van verklede mensen en enorme praalvoertuigen. Het is de dodenparade van de
‘Dia de los Muertos’, een jaarlijks feest in Mexico. Iedereen is verkleed in macabere
kostuums en gegrimeerd als zombies. De begeleidende muziek is die van een
opzwepende ‘batteria’ zoals bekend van de Latijnse carnavals.
Dan wordt
ingezoomd op een gemaskerde persoon in een donker pak waar een wit geraamte op
is geschilderd. Hij loopt met stevige pas door de menigte. Zijn pas wordt
gekruist door een man in een vergelijkbare uitmonstering met een fraaie gekostumeerde dame aan zijn zijde.

De camera wisselt dan in een vloeiende
beweging van de man naar het stel en volgt hen als ze het ‘Gran Hotel Ciudad de
Mexico’ binnen gaan. Normaliter zou er dan een ‘cut’ zijn, maar de camera loopt
naadloos door en volgt het koppel de trap op, de lift in en naar de hotelkamer
waar ze de maskers afdoen. We herkennen Daniel Craig als Bond. De twee geven
elkaar een kus. We zitten nog steeds in de eerste take. De dame loopt uit beeld
om zich op te frissen waarna Bond een automatisch geweer tevoorschijn haalt uit
een tas. Hij klimt uit het raam en naar het platte dak, loopt een stuk over de
rand van het dak en verschanst zich aan het einde achter een opbouw. Hij
bespiedt door de kijker van zijn geweer een groepje mensen achter een raam aan
de overkant van de straat. Bond beluistert hun gesprek met een richtmicrofoon
en lost vervolgens een salvo op hen waarna een explosie achter het raam volgt. We
zitten nog steeds in de eerste take! Het oude gebouw aan de overzijde van de
straat kan de ontploffing niet meer hebben en zakt langzaam in elkaar, een deel
van het gebouw meenemend waar Bond zich op bevindt. Hij weet behendig heen en
weer springend het neerstortende puin te
ontwijken en glijdt soepel van een onder 45 graden vallende muur naar beneden en
ploft dan op een bank die er ‘toevallig’ staat. Links en rechts dendert het
puin om hem neer. Bond staat op, doet zijn stropdas recht, veegt het stof van
zijn jasje en loopt stoïcijns weg. De toon is gezet. Van mij kan de film niet
meer stuk. Ik moet me inhouden om niet te applaudisseren. Een SUBLIEME opening!
Misschien wel de mooiste die ik ooit heb gezien!

Maar… de opening blijkt ‘by far’ het hoogtepunt van de film.
Helaas. Zo gedetailleerd als hierboven zal ik er verder niet op in gaan, maar
Spectre is vooral NIET spannend. Het plot lijkt wel geschreven door een kind en
er zit werkelijk geen enkel moment in dat je je afvraagt hoe dat nu allemaal
moet aflopen met onze 007. De regels van ‘suspense’ worden met voeten getreden
en de kijker komt werkelijk nergens in een spanningsboog terecht, althans, verhaaltechnisch. Daniel Craig
vind ik als Bond echt helemaal niks (J. ook) en dat helpt natuurlijk niet. Het
vrouwelijk deel van de Bond liefhebbers schijnt hem het meest sexy van alle
Bond acteurs te vinden. Schiet mij maar lek. De ‘Bond girl’ deze reis is de
Francaise Léa Seydoux. Aardig meisje hoor en vast een geweldige actrice, maar
allemachtig, wat een nietszeggende rol. Dat men de humor en de onderkoelde
‘over acting’ van bijvoorbeeld Roger Moore en Pierce Brosnan heeft losgelaten
ten faveure van wat meer spanning is een keuze. Blijkbaar om dichter bij het oorspronkelijke Bond-karakter te komen van Ian
Fleming’s boeken. Ik vind dat ontzettend jammer,
maar ja, ik ga er niet over. Ik vind wel, als je die kant op wilt, dat dan ook het verhaal geloofwaardig en echt spannend moet worden. Kies niet voor een ‘Bond Girl’ maar voor een ‘Bond Bitch’. Ik weet
wel iemand: Lilli Simmons uit de HBO-serie ‘Banshee’. Gratis tip aan Sam
Mendes, de regisseur, voor de volgende 007-versie.

Vonden we de film dus verder niets? Nee, dat is ook weer
niet het geval. Spectre is schitterend geproduceerd en geschoten op prachtige
locaties als Marokko, Rome, Oostenrijk, Londen en natuurlijk Mexico City. De Nederlander
Hoyte van Hoytema was verantwoordelijk voor het camerawerk en heeft zijn werk
meer dan uitstekend gedaan; de fotografie en belichting is werkelijk excellent. Over de casting heb ik het al een beetje gehad, maar niet over de 1500 figuranten die allemaal speciaal werden gegrimeerd en ‘dodenkostuums’ kregen aangemeten voor de openingsscène. Indrukwekkend. Het tempo van Spectre is voor het grootste gedeelte goed, hoewel ik in een paar
scènes nog wel het mes zou willen zetten. De muziekkeuze door Sam Mendes
(American Beauty) is prima. De ‘theme song’ van Sam Smith, ‘Writing’s on the
Wall’, vind ik daarentegen een gedrocht. Maar dat is een kwestie van voorkeur, misschien vindt u het wel prachtig. Het is behalve na de openingsscène verder niet meer te horen in de film, dacht ik.

Behalve de opening vonden wij een ander hoogtepunt de schitterende
en sfeervolle scène in Rome met Craig en Monica Belluci. Geschoten op locatie
bij het Museo della Civiltà Romana en Villa di Fiorano, alleen de namen staan
al garant voor mooie fotografie. De 50-jarige Belluci (tijdens de opname) trekt
natuurlijk volledig de aandacht naar het scherm, daar hoeft ze niets voor te
doen.
De muziek tijdens deze scène is zonder twijfel de mooiste uit de film: Vivaldi’s
Nisi Dominus: ‘Cum dederit delectis suis somnum’ door contratenor Andreas
Scholl. Wonderschoon! Scholl lijkt hier wel op Cecilia Bartoli, maar dat komt
door zijn ‘alto castrato’ stem. Een geweldige en gedurfde muzikale keuze voor
een Bond film.

Spectre bevat opmerkelijk veel rustige passages voor een
actiefilm. Maar gelukkig was, zoals gezegd, het publiek in onze zaal muisstil. Behalve
op de stoel direct aan mijn linker zijde… Daar zat een ventje van een jaar of
10 met een bak popcorn zo groot als een kantoorprullenbak. Welke mongool
verkoopt dat nou in een bioscoop? Hij was met zijn vader en zij zaten al toen
wij arriveerden. Vanaf het moment dat ik ging zitten hoorde ik in mijn linker
oor onafgebroken ‘crunch, crunch, crunch, crunch, crunch, crunch, crunch,
crunch, crunch, crunch’. Het was het constante gekraak van de popcorn tussen de
malende kiezen van het baasje naast mij. Hij was ook nog verkouden en onderbrak
zijn geknaag om de minuut door zijn neus zeer luidruchtig te schrapen en op te
halen. Dan was het een paar tellen stil en dan begon het weer. ‘Crunch, crunch,
crunch, crunch, crunch, crunch, crunch, crunch, crunch, crunch’. Schrapen,
slikken en weer ‘crunch, crunch, crunch, crunch, crunch, crunch, crunch,
crunch, crunch, crunch’. Na twintig minuten, de film moest nog beginnen, vroeg ik
J. of zij haar wurgkoordje bij zich had. Ze was het deze keer vergeten en bood
mij daarom lief aan van plaats te wisselen. De lieverd. Ze is niet zo
hypersensitief als ik en ze spaarde door de wisseling het ventje zijn leven en
mij enkele decennia brommen achter de tralies. J. vroeg het mannetje na een
tijdje wel of hij iets zachter zijn neus op kon halen. Haha. Daarna niets meer
gehoord. De ‘prullenbak’ was na tweeënhalf uur onafgebroken ‘gecrunch’ nog niet
voor een derde leeg.

O ja, de auto’s. Een Aston Martin DB10 voor Bond. Prachtige auto hoor, maar
een zilvergrijze? Hoog tijd voor een knalrode lijkt mij, of een gele, of een gifgroene, enzovoort. Wat denkt u van de Jaguar CX-75 concept car die 007 in Rome achtervolgt?

Aan het
einde van de film rijdt Bond weg met een gerestaureerde Aston Martin DB5 uit
1964. Je ziet alleen maar de achterkant en dat vind ik als liefhebber dan
weer erg jammer. Gemiste kans en dat maak ik nu maar even goed. Hieronder Sean Connery (dat is pas een ‘Bond’) met zijn originele DB5 uit Goldfinger.

Tenslotte nog even over de ‘Día de los Muertos’. Ik had er
echt nog nooit van gehoord. Het is een Mexicaanse feestdag die men viert tussen
31 oktober en 2 november. Men viert dan dat de zielen van overleden kinderen en
volwassenen naar de aarde terugkeren. De oorsprong is terug te herleiden naar
een Azteken festival gewijd aan de godin Mictecacihuatl. Fascinerend gegeven
toch? Spectre laat een vrij monochrome versie zien van het feest door het wat
gelige filter dat men heeft gekozen tijdens de Mexicaanse scènes. In
werkelijkheid, als je naar plaatjes op Google kijkt, is het een zeer kleurrijke
aangelegenheid. Het ziet er allemaal
spectaculair maar ook wat morbide uit. Mochten we rond die tijd ooit eens daar zijn , dan gaan we zeker kijken. Dat kennen we in Europa toch niet. Meer
informatie vindt u hier: http://tinyurl.com/ox5ue8k

Al met al ben ik (zijn we) echt niet negatief over de film. Houdt u
van mooie plaatjes kijken en regelmatig wat spektakel, dan bent u met Spectre
goed bediend. Wilt u een spannende film zien met inventieve plotwendingen en
een goed verhaal? Vergeet het dan maar. Wij hebben een prima avond gehad, maar
geen onvergetelijke, behalve de opening dan. Fantastisch!



1 JANUARI 2016

WEBLOG Posted on Sat, January 02, 2016 12:21:39

Het is vrijdag 1 januari 2016 enkele minuten na middernacht.
We hebben de omhelzingen en felicitaties binnen ons kleine familie net achter de rug en gaan naar buiten om naar het vuurwerk te kijken. Ik heb er nog nooit een cent aan uitgegeven,
behalve voor Stijn toen hij wat kleiner was. Maar als iemand wat leuke vuurpijlen heeft om af te steken dan vinden we dat
best een aardig schouwspel. Bovendien is het dan altijd gezellig op
straat. Glaasje Champagne er bij, helemaal goed. We staan net een paar tellen buiten als een witte rokende cilinder van een centimeter of tien voor
onze oprit rolt. Ik hoor van de overkant nog iemand roepen ‘sorry’, waarna
een verblindend wit licht volgt en een oorverdovende dreun ons bijna tegen de vlakte slaat. Ik hoor een harde fluittoon en ben daarna enkele seconden volkomen doof. We vluchten naar
binnen, totaal verbouwereerd. We durven die avond niet meer naar buiten. De
volgende ochtend blijkt er door het vuurwerk-projectiel een gat in het achterspatbord van J.’s auto te zijn geslagen. Hij is fijn. Ik lig het grootste deel van de eerste dag van het jaar op bed, ziek van de hoofdpijn en met piepende oren. Lekker begin van het nieuwe jaar. Uiteraard was het illegaal
vuurwerk. Het kwam van de overburen en we hebben het al met hen besproken. Details
laat ik hier verder achterwege. Het piepen is gelukkig een stuk minder, maar ik hoor mij
zelf nog wel een beetje nagalmen als ik praat. Ik hoop wel dat dat snel verdwijnt.

Gisteren heb ik een online petitie getekend om
particulier vuurwerk te verbieden. Citaat van de website van de NOS: ‘Tijdens
de jaarwisseling is voor zo’n 13 miljoen euro schade aangericht aan bezittingen
van particulieren. Dat is 4 miljoen meer dan vorig jaar, blijkt uit schattingen
van het Verbond van Verzekeraars.’ Leest u het goed? Het gaat om schade aan particulier bezit. Wat er aan publiek eigendom is vernield moet daar nog bij! Daarnaast zijn er enkele doden (allemaal tieners…) en vele zwaar gewonden te betreuren.

Mijn hele leven, zolang ik mij kan
herinneren, heb ik al een pesthekel aan dat infantiele klote ‘feest’. Gek word ik van dat dagenlange stupide neurotische geknal. Dan zijn er ook nog van die ongelofelijke hufters die illegaal spul in huis halen. Misdadig. Hoe kan het zijn dat dit allemaal juist gebeurt in een land waar de grootste vuurwerkramp aller tijden plaats vond? Er waren 23 doden, bijna 1000 zwaar gewonden en een weggevaagde woonwijk te betreuren. In een kettingreactie kwam er uiteindelijk 177.000 kilo vuurwerk tot ontploffing! Na zo’n gebeurtenis neem je toch maatregelen en verbied je particulier vuurwerk toch met onmiddellijke ingang? Nee hoor, het is allemaal weggepolderd. Beleidsmakers in Nederland? Waardeloze zakken zijn het allemaal! Maken jullie je maar lekker druk of we 120 of 130 mogen rijden en bouw nog maar een mooie kolencentrale. Laat me niet lachen.
We (onze familie) zijn echt niet tegen mooi siervuurwerk, maar willen dat graag overlaten aan ‘instanties’ en specialisten. Als er dan nog steeds zielepoten zijn die een vermogen uit willen geven om ‘Syrië & Irakje’ te spelen, reserveer dan een braakliggend terreintje voor ze met een hoge schutting er omheen. Kunnen ze daar lekker hun testosteronfrustratie botvieren en elkaar bekogelen met illegale shit en lawinepijlen, dan hebben wij er geen last van.

Hierboven de foto’s van de afgelopen drie jaarwisselingen. 2013/2014 vierden wij op een boot op de Nieuwe Maas en precies om 0.00 uur lagen we voor de Erasmusbrug. Geweldig was dat. Zo kan het dus ook. Vorig jaar, het middelste plaatje, waren we naar de Efteling en daaronder een foto van 1 januari 2016.

Zo. ik heb mijn azijn weer even gepist. Excuses voor de ferme taal, maar het lucht wel lekker op, dat kan ik u verzekeren.

Ik wens iedereen een gezond en
voorspoedig 2016
toe. Dat dan weer wel!



MICHAL PORTAL

MUZIEK Posted on Fri, December 25, 2015 14:35:22

Op 1 juli 2013 kreeg ik een mail van vriend H. met wat hyperlinks naar nummers van de CD ‘Any Way’ van de
Franse componist en muzikant Michel Portal. Hij was wel gecharmeerd van het album. Ik had nog nooit van de beste man gehoord. Erg enthousiast was ik niet nadat ik de
muziek had beluisterd en mijn reply aan H. was een beetje zuur. Toch heb ik,
blijkbaar, de CD aangeschaft maar daarna nooit meer geluisterd. Althans, ik kan
mij dat niet meer herinneren. Gisteravond wilde ik eigenlijk een muziekje van Erik Truffaz opzetten (ook een Fransman), maar vergiste mij en
deed per abuis ‘Any Way’ in mijn schijflezertje. Na een paar minuten keek ik
verbaasd naar de B&W speakers… ‘Wat is dit in hemelsnaam voor fantastische muziek?’ Ik heb ademloos zitten luisteren en verbijsterd dat
ik destijds, ik wist het nog, deze muziek van de hand had gewezen. Het bewijst
maar weer hoe ongelofelijk belangrijk het ‘moment’ is. Hoe voel je je? Wat is
je stemming? Hoe open staat de parachute eigenlijk? Op 1 juli 2013 zaten de ‘Doors Of Perception’ bij mij blijkbaar potdicht, dat is wel duidelijk. Maar, het is nooit te laat en nu weet ik dat ik er weer een toppertje bij heb! Bovendien is de audiofiele kwaliteit uitstekend en dat is een mooie extra bonus.

Een mens mist wel eens iets. Ik doel op een feit, een
gebeurtenis, een goed boek of een film, enzovoort. U herkent dat misschien: iets wat iedereen schijnt
te weten of kent en waar jij nog nooit van je leven van hebt gehoord. Dat gevoel kreeg
ik de afgelopen dagen. Ik heb wat zitten zoeken op Google
en het blijkt dat Michel Portal één van de invloedrijkste figuren
uit de Europese moderne muziek is geweest. Tenminste, als je mag geloven wat men over hem schrijft. Ik heb zijn mooie curriculum vitae in ieder geval nooit meegekregen. Misschien heeft het te maken dat we in Nederland nauwelijks bezig zijn met wat er zich in de wereld muzikaal eigenlijk afspeelt, behalve binnen de landsgrenzen, Engeland en de Verenigde
Staten.

Een korte biografie van Michal Portal is uit respect dus wel op zijn
plaats. Hij is op 25 november 80 jaar (!) geworden, is van Franse geboorte en
studeerde klassiek klarinet aan het Conservatoire de Paris. De man is werkelijk
van alle markten thuis. Hij begon zijn muzikale carrière in de klassieke en
hedendaagse Europese concertmuziek en speelde zelfs op een CD met muziek van Stockhausen. In
de jaren zeventig werd hij de motor van de Franse én Europese moderne jazz en werkte samen met vogels van uiteenlopende pluimage zoals Joachim Kühn, Anthony Braxton, Jack DeJohnette, John Surman,
Dave Liebman, Vernon Reid en een hele rits Fransen die ik niet ken. Daarnaast
schreef hij filmmuziek en is, naast de klarinet en de saxofoon, de laatste jaren
actief op de bandoneon. Zijn gepubliceerd werk reikt van Mozart tot Free Jazz
en alles wat er tussen zit. Een zeer veelzijdige en creatieve (oude) baas dus.

Na mijn ‘ontdekking’ deze week smaakte het naar meer en
ik stuitte na wat luisteren en zoeken op het album ‘Dipping In Minneapolis’.
Minneapolis is natuurlijk de stad van Prince maar verder niet echt een muzikaal Mekka voor zover mijn kennis reikt. Om, voor mij dus, onduidelijke redenen verbleef
Portal in 2002 een tijdje in die stad en nam er twee CD’s op. De eerste heet ‘Minneapolis’
en de tweede ‘Minneapolis We Insist!’, een live album. Na een tijdje bracht
hij een nog derde album uit ‘Dipping In Minneapolis’ hetgeen drie CD’s bevat met
restant materiaal uit de studio en van de live sessies. Om kort te gaan:
fantastisch! De andere twee albums zijn ook prima, maar de enorme variatie en
veelzijdigheid van ‘Dipping’ spreekt mij nog meer aan. Er staan nota bene
twee live versies van de klassieker ‘Good Bye Pork Pie Hat’. Twee keer! Misschien overkill, maar dat vereist een beetje lef en dat waarderen we zoals onlangs vastgesteld (Snarky Puppy).

Even een leuk weetje tussendoor. Een Pork Pie Hat is een vilten hoedje van Britse oorsprong. Het hoedje heeft enige gelijkenis met de Engelse ‘Pork Pie’ die je in Albion overal in de pub kan eten. Het is een pasteitje van bladerdeeg met varkensvlees er in. Het hoedje kwam in de jaren veertig (weer) in de mode, vooral in Amerika. ‘Goodbye Pork Pie Hat’ is een jazz standard van Charles Mingus uit 1959 van zijn album ‘Mingus Ah Um’. Liefhebbers weten dat wel. Het nummer is opgedragen aan saxofonist Lester Young, die twee maanden voorafgaand aan de geplande opnamen overleed. Young droeg altijd een Pork Pie Hat. Vandaar. Het nummer is geen ‘Summertime’, maar wél een klassieker van de bovenste plank. Een andere beroemde muzikant met een Pork Pie Hat is natuurlijk Marcus Miller. Op zijn website kun je zelfs ‘signature’ versies van het hoedje bestellen. Behalve Miller, heeft de hoofdpersoon Walter White uit de TV-serie ‘Breaking Bad’ het hoedje ook weer ‘fashionable’ gemaakt.

De onderstaande ‘still’ komt uit de legendarische film ‘The French Connection’ uit 1971 met Gene Hackman als rechercheur ‘Popeye’ Doyle. Hij draagt een Pork Pie Hat en maakt een ‘Goodbye’ gebaar. Ik vraag mij af of regisseur William Friedkin dat met opzet heeft gedaan. Grappig. Het viel mij op toen ik naar een plaatje van een Pork Pie Hat zocht.

Terug naar het triple album van Portal. Er komen allerlei jazzstijlen
langs van cool, free tot funk en rap. Het is wel een bijzondere mix en vraagt wel een zekere tolerantie van de luisteraar, want het is beslist geen homogene flow. Portal en kornuiten laten je alle hoeken van de muzikale jazzkamer zien als ik het zo mag formuleren. Mooie bezetting met mannen die hun sporen hebben
verdiend bij, bijvoorbeeld, Miles Davis, Prince, George Benson, Maceo Parker en
Aretha Franklin. O ja, Portal is een geweldige rietblazer met een aangename en vaak gepolijste sound.

Michal Portal is een zeer interessante figuur waarvan het de moeite waard is om eens wat tijd in zijn portfolio te steken. Ga ik zeker doen. Voor de liefhebbers wellicht een leuke tip. Begin maar eens met ‘Any Way’.

En… beter laat dan nooit: bedankt voor de tip H.!



WEATHER REPORT – THE LEGENDARY LIVE TAPES 1978-1981

MUZIEK Posted on Sun, December 20, 2015 22:30:40

Om de audiofielen onder u maar gelijk te confronteren met de keiharde waarheid: de meeste opnamen van ‘Weather Report – The Legendary Live
Tapes 1978-1981’ (hierna WRTLLT), zijn opgenomen op audiocassettes. Zo, dan weet u dat maar alvast. Het album is grotendeels
samengesteld uit diverse opnamen in genoemde periode rechtstreeks van de
‘soundboard’ op een Sony of Nakamichi cassetterecorder. Eén opname is zelfs door
iemand in het publiek gemaakt. Een paar songs zijn wel met ‘professional live
recording equipment’ gemaakt en dat is goed te horen. De cassette-opnames zijn
destijds gemaakt door Peter Erskine, de drummer, of Brian Risner, de mixing engineer van Weather Report. Ze namen met willekeurige
frequentie, van tijd tot tijd opnamen van de soundboard en deze blijken na vele
jaren een uniek document. Peter Erskine verklaart in zijn ‘liner notes’ dat het
luisteren naar zijn cassettebandjes een ‘guilty pleasure’ was die hij met
weinigen heeft gedeeld. Uiteindelijk besloot Peter de bandjes te laten
remasteren en digitaliseren. Brian Risner nam de honneurs waar als
lead-engineer. Gisteren had ik een hele zaterdagmiddag voor mijn eerste luistersessie en vandaag deed ik het nog dunnetjes over op mijn study-stereo.
Op de foto hieronder Risner en, rechts, de hier bijna androgyne legende Jaco Pastorius.

Voor degenen die niet helemaal zijn ingevoerd met Weather
Report nog even een korte samenvatting. Deze jazz-fusion band werd in 1970 opgericht
door de Oostenrijker Joe Zawinul (keyboards) en Wayne Shorter (saxofoon),
beiden Miles alumni. Weather Report ontwikkelde zich tot misschien wel de
meest legendarisch jazz-fusion band in de historie. De muziek was complexer en nog
uitdagender dan de bands van hun ‘counterparts’ van die tijd zoals Miles Davis,
Herbie Hancock, Mahavishnu en dergelijke. Het is beslist één van mijn favoriete
bands allertijden en alles wat er ooit
officieel is verschenen heb ik op LP en/of CD. Wij hebben Weather Report ‘The
Quartet’ live mogen zien spelen in het Concertgebouw in Amsterdam in 1978. De unieke foto’s
hieronder zijn destijds gemaakt door vriend R. en het copyright rust bij hem.
Hieronder het hele kwartet met in zijn blote bast Peter Erskine, duidelijk uitgeput van zijn drumwerk. Links Wayne Shorter en rechts van Erskine staan Jaco Pastorius en Joe Zawinul.

Officiële Weather Report Live opnamen zijn er niet veel en de tot nu toe uitgebrachte live-albums zijn volledig bewerkt in de studio. WRTLLT dus niet!
Het is een mix van diverse opnamen van het kwartet en het kwintet waarbij wél soms stukken zijn samengevoegd. De opbouw van het album is niet chronologisch. Bij
het kwintet speelde percussionist Robert Thomas Jr. De bassist van beide
bands was de unieke en tragische figuur Jaco
Pastorius (zie ook: http://blog.stoneageimages.com/#post24).
Ook interessant in dit verband (niet te krijgen in Nederland ben ik bang) is ‘Jaco’, een documentaire/film, gemaakt door Robert Trujillo, de bassist van Metallica.

Het zal duidelijk zijn dat WRTLLT geen high-end audio
ervaring verschaft. Het goede nieuws is dat het, relatief gezien, opmerkelijk
goed klinkt. Er zit warmte en dynamiek in de meeste opnamen. Bandruis is af en
toe goed te horen, maar door de bank genomen valt het allemaal reuze mee. Men werkte natuurlijk wel met ‘state of the art’ opnamedecks en die waren zo
beroerd nog niet.

Ja, ‘nu weten we het allemaal wel’ hoor ik u denken, maar ‘hoe vind je nou
WRTLLT?’ U heeft gelijk, ik zemel maar door. Ik vind WRTLLT grotendeels heel goed,
dat lijdt geen twijfel, maar ik heb een paar kritiekpuntjes. Het is interessant en van belang om te weten dat ALLES van Weather
Report wat officieel is uitgebracht, werd gemixt, ge-edit, gedubd en hoe je het verder wilt noemen. Het was een combinatie van subliem musiceren, productie én vakmanschap in de
studio. De opnamen van WRTLLT zijn, behoudens een paar kleine samenvoegingen,
volledig en ‘insanely live’ zoals Erskine schrijft. Een elementair verschil dus met de reguliere Weather Report discotheek. De nummers zoals ik ze ken klinken
niet zelden volledig anders en staan stijf van de improvisaties, zoals een
goede jazzband betaamt. Ik ga mij niet verliezen in een toelichting per schijf
of nummer. Wat dat betreft zijn de ‘liner notes’ van Peter Erskine geweldig en
de beste in zijn soort. Hij neemt de lezer mee door de hele periode 1978-1981
met een uitgebreide toelichting per nummer. Als je alle ins- en outs leest,
krijg je nog meer respect voor deze band. Verder vertelt Erskine over de achtergronden hoe het album tot stand kwam, over de muziek, de bandleden, enzovoort. Het boekje is
zelfs zonder de muziek voor de liefhebbers een must.

Ik heb andere reviews gelezen op internet en iedereen vindt de derde CD (1980 + 1981) het beste en dat ben ik wel met ze eens geloof ik. Ook vanuit audiotechnisch oogpunt. Ik heb tot
nu toe maar twee luistersessies achter de rug en nog niet alle vier de schijven zitten volledig tussen mijn oren. Maar ik denk dat ik inmiddels wel een mening kan vormen. Ik ben altijd wat minder
enthousiast over drumsolo’s en dat geldt ook nu. Maar het zijn solo’s van Peter Erskine zelf, de producent van WRTLLT, en dat is hem
vergeven. Shorter’s solo’s op de altsax duren soms erg lang en worden af en toe zelfs irritant. Het is ook wel iets persoonlijks, een tenorsax vind ik gewoon wat vriendelijker voor de trommelvliezen. Ik heb het ook met violen die in hoge registers worden gespeeld. Jaco Pastorius laat hier alleen maar meesterlijk werk horen. Zijn bas-solo’s zijn regelrechte muzikale juwelen. Voor de rest staat het album vol schitterende muziek en het barst van de hoogtepunten. ‘Scarlet Woman’ van de vierde CD vind ik, bijvoorbeeld, een monument van de eerste orde. Echt prachtig. De audio kwaliteit is niet constant en dat is toch wel een belangrijk minpunt. Daar legt WRTLLT het toch duidelijk af tegen veel andere vergelijkbare releases. Een rapportcijfer voor het hele album? Een 8 voor de CD’s en een 10 voor de liner notes.

Sommige recensenten menen dat WRTLLT een prima album is voor
de Weather Report debutant omdat het een doorsnee van hun werk biedt. Dat zie ik heel anders. De
Weather Report ‘back catalogue’ staat volledig op zich zelf en vertegenwoordigt
een kunstuiting op zich. De WRTLL-tapes zijn live interpretaties van hun studiowerk
tot dan toe en moeten op die merites worden beschouwd. Maar dat is maar mijn
mening. Maar, WRTLLT is zeer beslist de moeite waard. Het krijgt van mij een
prominente plek in de discotheek naast de reguliere Weather Report discotheek. Niet er tussen, ‘if you catch my drift’.



THE PINK FLOYD PROJECT – KWINTSHEUL – 19 DECEMBER 2015

MUZIEK Posted on Sat, December 19, 2015 22:31:30

Het was een dag vol verrassingen en wel in positieve zin en
dat werd onderhand wel eens tijd. Geweldig goed nieuws in de familie wat
betreft de gezondheidssituatie. Details laat ik verder achterwege, maar wat een opluchting! Stijn doet het uitstekend op zijn muziekopleiding en hoorde
dat hij volgend jaar verder mag (het afvalpercentage is 50%!). Zo waren er nog meer dingen deze dag die allemaal een positieve wending namen. Die avond zouden wij,
bij wijze van (verlaat) verjaardagscadeau, mijn schoonzus K. en een vriend een
lift geven naar Kwintsheul, onder de rook van Den Haag en Delft. Doel van hun
avond was een concert van ‘The Pink Floyd Project’, een Nederlandse Pink Floyd
Project tribute band. Ik had even getwijfeld of ik er ook heen zou gaan, maar
liet het maar lopen. Leuk, vast wel, maar je moet keuzes maken. Terwijl K. en
haar vriend bij het concert waren zouden J. en ik samen de tijd doden in Delft
en hen een paar uur later weer ophalen. Zo gezegd, zo gedaan. Het centrum van
Delft heeft misschien wel de mooiste binnenstad van Nederland en het zag er
allemaal geweldig gezellig uit. Alles in Kerstsfeer en terrasjes vol, want het
was de warmste decemberdag uit de historie. Bakkie gedaan bij ‘Kek’ aan de
Voldergsracht (een 10 in de AD koffietest), rond gelopen, fotootjes gemaakt,
even in het stadhuis gekeken (J. probeerde de voordeur even en we liepen zo
naar binnen, haha), tijdje in een mooie platenzaak gekeken en zo vermaakten we
ons prima.

Het concert begon om negen uur en we hadden gepland om elf
uur weer voor de deur te staan. Dan zou het wel ongeveer zijn afgelopen, zo dachten
wij. Even wachten vonden we ook niet erg.

Het aantal Pink Floyd ‘tribute-bands’ in de wereld is
ontelbaar. In Nederland hebben we er drie voor zover ik kan nagaan. Eén er van
is ‘Pink Project’, waar Peter Chatellin in speelt, bij de lezers van mijn
weblogs geen onbekende. De andere heet ‘Infloyd’ en die ken ik verder niet. Mijn
schoonzus wilde naar The Pink Floyd Project omdat daar Durga McBroom in meedoet,
volgens de ‘rumours’ degene die ‘The Great Gig In The Sky’ zingt op ‘Dark Side
Of The Moon’. U weet wel:

Volgens mij één van de beroemdste stukken zang in de
muziekhistorie waarbij de stem uitsluitend als instrument wordt gebruikt. Toen ik dat voor het eerst hoorde… wauw! Bovenstaande uitvoering komt van de Australische Pink Floyd versie. De zangeres is Bianca Antoinette. Mooie prestatie. De
naam Durga McBroom zei mij niets en ik meende toch dat er een andere naam aan het origineel was verbonden. Nou ja, dat ging ik nog wel even opzoeken.

Iets voor elf uur waren we weer in het pittoreske (not) Kwintsheul en parkeerden de auto. J. had zere voeten van het lopen op haar hakjes en bleef even zitten. Ik liep naar de sporthal en ik kon van ver horen dat het ‘Project’ nog volop gaande was. Er stond in het donker aan de zijkant van de hal een deur open.
Grote truck er naast, generatoren stonden buiten te draaien en binnen zag ik de
lichtjes en meters van een P.A. of zoiets. Er kwam net een man naar buiten
lopen die een sigaretje op stak terwijl tegelijkertijd Durga haar ‘Gig’ zong.
En dat klonk verdomd goed. Ik wenkte de man. Jonge goser met een opvallend knappe
kop. Ik vroeg hem hoe lang het nog zou duren. Hij haalde een stuk papier uit
zijn binnenzak, keek er even op en zei: “Anderhalf uur”. Oefff. Dat had ik niet
verwacht. Ik maakte een praatje met hem. “Ben je roadie?” Hij moest lachen. “Nee, haha, ik ben de zanger”. Oh… “We hebben twee zangers die David Gilmour ‘doen’,
ik ben degene die de ‘smooth’ liedjes doet”. Achteraf bleek dat ik met Chris
Mustamu had gesproken, een autodidact die al sinds de oprichting bij de band zingt en gitaar speelt (de andere ‘Gilmour’ is Bert Heerink, heb ik later opgezocht).

Terug naar de auto en J. verteld dat het nog lang niet
gedaan was en dat we nog een tijd moesten wachten. Met zulke verhalen hoef je
bij J. niet aan te komen: vijf minuten later stonden we vooraan in de
zaal terwijl ‘Money’ over ons heen denderde.

J. zocht haar zus op in de menigte en dat was een makkie. Ze stond vooraan bij het podium, zoals te verwachten. Toen ze elkaar
vonden kwamen de waterlanders bij K, precies tijdens ‘Comfortly Numb’, haar
favoriete nummer. Tranen van positieve emotie welteverstaan.

De schitterende foto hierboven heeft J. gemaakt met mijn Samsung. Ik stond er enkele meters achter. Ik was verrast door de kwaliteit van deze band. Zeer
vakkundig en enthousiast en voor een groot deel van de tijd niet van het
origineel te onderscheiden. Toch was er ook ruimte voor improvisaties door de
fantastische gitarist Henk Bennen en saxofonist Hans Wijnbergen. Het kinderkoor
van ‘The Wall’ hebben we helaas gemist. Al met al hebben we bijna anderhalf uur kunnen
meegenieten (voor nop). Als je van Pink Floyd houdt, zeker een aanrader.

O ja, Durga McBroom heeft wel een behoorlijk ‘Pink’ CV. Ze trad op als achtergrondzangeres bij nagenoeg alle live
concerten van de echte Pink Floyd tussen 1987 en 1994 en trad op met vele Pink Floyd
tribute bands over de hele wereld. Ze participeerde ook nog eens op een aantal officiële Pink Floyd albums. Maar ze was dus niet de zangeres in 1973 van het originele ‘The Great Gig
In The Sky’. Dat dacht ik dus al.

Clare Torry was degene die ooit de ‘Gig’ zong op Dark
Side Of The Moon. Wikipedia: ‘De zangeres kreeg voor haar inbreng slechts
30 pond, een normaal bedrag voor iemand die je inhuurt voor een middagje
studiowerk. In 2005 spande Torry een rechtszaak aan tegen de band en
de platenmaatschappij, omdat zij erkend wilde worden als medeauteur van het
nummer. Het Hof volgde de redenering en er kwam een gerechtelijke schikking,
waarvan de details niet openbaar zijn gemaakt.’

Het bleef niet lang onrustig in Kwintsheul. Dat heb je met
een zaal vol ‘oudere jongeren’, haha. De toch al lekkere dag had onverwacht een geweldig einde.



MUZIEKLIJSTJES

MUZIEK Posted on Wed, December 16, 2015 23:50:34

Van enige interesse in voetbal zal men mij niet kunnen betichten, maar de verhalen rondom voetbal zijn soms zeer vermakelijk. Ook ik heb ‘Gijp’ gelezen. Natuurlijk, want René was ooit onze buurman, daar heb ik al eens over verhaald. Het is een sport vol markante figuren, althans, de oudere generatie, voor zover ik dat kan beoordelen. Onze ‘Chagrijn des Vaderlands’, Louis van Gaal, is ook zo’n vertegenwoordiger van die groep. Zijn beroemde vraag aan een journalist ‘Ben ik nou degene die zo slim is, of ben jij nou zo dom?’ dringt zich nog wel eens aan mij op. Ik ga dat zinnetje ook gebruiken. Straks. (Foto: Youtube)

Het einde van het jaar is voorbij en websites, tijdschriften en andere media maken zich weer op voor allerlei overzichten van het afgelopen jaar. Zeker in de muziek is dat een traditie. Meestal geloof ik dat allemaal wel, maar dit jaar heb ik mij er een beetje in verdiept. Mijn interesse beslaat best een breed muzikaal spectrum, maar een kenner van alle genres ben ik zeker niet. Een beetje van dit en een beetje van dat. Maar, in de ‘wee small hours’ is het wel leuk om eens te lezen wat er zoal gepasseerd is in de muziek het afgelopen jaar. Een mens moet ook een beetje bijblijven vind ik.

Van Klassieke muziek weet ik niet zo veel, dus die lijstjes spreken mij minder aan. Bovendien zie ik, als ik de ‘toppertjes’ bekijk, de namen van Beethoven, Bach, Bruckner, Bach, Stravinsky, Bach, Puccini, Bach, Mozart, Bach, Haydn, Bach, Schubert, Bach, Elgar, Bach, Wagner en Bach. O ja, en natuurlijk Bach. Allemachtig, de zeshonderddrieënzevenenzestigste interpretatie van de Goldberg Variations? Kom op zeg… Je kunt zelfs nu een box kopen met 142 (honderdtweeënveertig!) CD’s met al het werk van Bach. Wie is er hier nu monomaan?

Het lijstje van Moderne Klassieken is wat dat betreft een stuk uitdagender. Eén van mijn favoriete ‘moderne’ componisten, dat zijn er niet zoveel hoor, is John Adams. Hij bracht dit jaar ‘Absolute Jest & Grand Pianola Music’ uit. Muziek waar je nog wat voor moet doen. ‘Jest’ betekent ‘grap’. Adams citeert Beethoven in het werk, mixt het met moderniteiten en ik denk zelfs stukjes ‘Shaker Loops’ te herkennen. ‘Grand Pianola’ gaat er mij beter in, maar ik noem het maar als voorbeeld. In ieder geval een album waar je je tanden in kunt zetten en het is weer eens wat anders dan Bach. Staat op Spotify.
Pop, Rock, Dance, Indie, Country, Electronic, R&B, Soul, enzovoort. Ja, dat is een nogal breed gebied en daar vind ik eigenlijk niet zo heel van omdat ik er te weinig naar luister. Dat Adele, Justin Bieber en Coldplay de verkoopcijfers aanvoeren is geen nieuws. Ik heb wel gekeken in de jaarlijst van Oor en geluisterd naar de muziek uit die lijst. Eigenlijk om te checken of ik toch niet iets heel moois gemist heb. ‘Sufjan Stevens’ op numero Uno. Zijn voornaam zegt genoeg over de muziek, allemachtig… ‘Kendrick Lamar’ op plaats twee. Hip Hop en Rap zoals het al decennia is te horen. Zeker niet verkeerd hoor, maarre, ach, u begrijpt mij wel. ‘Tame Impala’ op de derde plaats. Beatles-and-the-seventies-revisited. Goeie popmuziek met iets vertrouwds en toch een beetje anders. Voor de liefhebbers, helemaal niks mis mee!

Sinds Ravi Shankar, Bob Marley, Fela Kuti, Mory Kante, Salif Keita en nog een handjevol Afrikanen enkele decennia geleden doordrongen in de westerse muziekscene is het nadien erg stil op dat front geworden. Er wordt wereldwijd muziek gemaakt, maar op de een of andere manier komt er weinig door in ons werelddeel (en de USA). Steeds minder lijkt het wel. Misschien heeft het te maken met onze veranderende internationale verhoudingen waar nogal het een ander gaande is. Er zijn wel een paar artiesten die in Europa goed aan de weg timmeren zoals de onvolprezen Dhafer Youssef en de geweldige Toumani Diabaté. Die kennen we allebei al een tijdje en verder zie ik weinig nieuwe namen langs komen, maar misschien heb ik niet goed opgelet.

Het is duidelijk dat er in de jazz, na jaren, de meeste reuring is. De term Jazz is eigenlijk achterhaald. Onder deze noemer gaat eigenlijk een heel nieuwe stroming van muziek schuil van traditionele ‘Bop’ tot het meest experimentele wat je je maar kunt voorstellen. Ga maar naar iTunes of Spotify en luister naar de nieuwe releases en wordt verrast. Er is eindelijk een nieuwe generatie jonge muzikanten die de oude garde langzaam maar zeker naar de achtergrond duwt. De kampioen van dit jaar is uiteraard ‘Snarky Puppy’, daar bestaat geen discussie over. Althans, als we het hebben over commercieel succes, vakmanschap en weergaloze live performances. Op het gebied van uitgebrachte albums staat ‘The Epic’ van ‘Kamasi Washington’ overal aanbevolen als het beste jazzalbum van dit jaar. Sterker, een van de beste albums ooit!

Ik schreef een paar blogs eerder (kort) over dit album en ik begreep niets van de wereldwijde positieve ophef over ‘The Epic’. Maar ik zei ook dat ik er op terug zou komen want het is een album bestaande uit drie CD’s en dat verdiende toch wat meer aandacht. Ik heb de afgelopen weken via Spotify ‘The Epic’ goed beluisterd en ik vind het nog steeds helemaal niets. Daar komt-ie dan: ‘Ben ik nou degene die zo slim is, of ben jij nou zo dom?’. ‘Jij’ moet dan worden gelezen als de internationale muziekpers.

Een korte introductie van Kamasi Washington. Hij is 34 jaar, komt uit L.A. speelt tenorsaxofoon en heeft al met een flink aantal zeer gerenommeerde (jazz-) artiesten gespeeld. ‘The Epic’ is zijn eerste album. Zoals gezegd telt het album drie schijven en tikt het de 173 minuten aan. De meeste nummers duren langer dan 10 minuten. Er participeert een enorm scala aan muzikanten, een 20-koppig koor en er zijn zelfs strijkers te horen.

Het was beslist niet met voorbedachte rade ‘The Epic’ af te kraken na mijn eerste korte luistersessie van een paar weken geleden. Ik heb echt serieus de tijd genomen om te luisteren en de muziek in mij op te nemen. Bovendien waardeer ik enorm dat zo’n jonge vent een dergelijk ambitieus project heeft aangedurfd én gerealiseerd. Maar ik vind dat Kamasi veel te veel muziek op het album heeft gepropt. Alle jazzhistorie komt langs in te lange nummers die, vind ik, bijna allemaal ontsporen in bombast en overproductie. Elke song kent verschillende tempi, thema’s, instrumenten, spanningsbogen en ontberen focus. De strijkers, trompettisten, blazers, koren, pianisten, bassisten en drummers struikelen in elk nummer over elkaar heen om vooraan te staan. Tussen alle hectiek komt Kamasi er met enige regelmaat fanatiek tussendoor als Coltrane Live in Seattle en dat helpt niet. Het is allemaal ongelofelijk onrustig en ik word er doodnerveus van. En ik ben wel wat gewend durf ik te stellen. De zoete koren en violen op sommige nummers zijn werkelijk de druppel. Ik denk dat maximaal één schijf ruim voldoende was geweest en dat had je een leuk album, want er staan genoeg uitstekende stukken muziek op tussen al het tumult. Het laatste nummer ‘The Message’ vind ik het enige echt goede en consistente nummer. De vergelijking tussen ‘The Epic’ met ‘Bitches Brew’ wordt in verschillende recensies gemaakt. Dat hadden ze nou niet moeten zeggen, want als er één ding ontbreekt op ‘The Epic’ is het ‘groove’, dé rode draad op Bitches Brew en eigenlijk al Miles’ werk. Miles was een ‘Groove Master’. Sommige reviewers hebben het wel over groovy stukken, maar die hebben het niet helemaal goed begrepen. De twee drummers denken blijkbaar dat heel veel trommelen ook groovy is. Dat is het dus niet. Luister maar eens naar de grote initiator van de moderne groove uit 1966. Let op het voetenwerk!

In vorige blogs schreef ik al over mijn favorieten van de afgelopen favorieten. Eén dingetje zit mij nog wat dwars en dat is het laatste album van Matthew Halsall, ‘Into Forever ‘.

Veel korte nummers en ‘liedjes’ met gezang. Eigenlijk allemaal erg mooie songs, maar soms vind ik het wat nep-Alice Coltrane en mis ik de mooie ‘flow’ van de lange nummers van voorgaand werk. Mmm… ben ik nog niet helemaal uit. Kom ik misschien nog op terug.

In ieder geval van harte aanbevolen de lijstjes eens door te spitten en te zoeken naar leuke, mooie en spannende muziek, want het aanbod is verrassend groot.



GUILTY PLEASURES

MUZIEK Posted on Sat, December 12, 2015 17:04:46

Een ‘Guilty pleasure’ is het genieten van een film,
tv-programma of stuk muziek dat over het algemeen niet hoog in aanzien staat en
wat je dan toch ‘stiekem’ mooi vindt. De Wereld Draait Door (DWDD) introduceerde
het als een terugkerend onderwerp. Matthijs van Nieuwkerk vroeg aan zijn muzikant-gasten
om een vertolking te doen van hun guilty pleasures en zette zo het begrip in
Nederland op de kaart. Erg leuk vond ik dat en zeer herkenbaar. Ook ik heb zo
mijn muzikale guilty pleasures, zoals mijn oudste vriend bekende trouw ‘The
Bold & The Beautiful’ te volgen, haha.

Het is natuurlijk een relatief begrip want ‘hoog in aanzien’
wil niet altijd zeggen dat iets deugt en andersom! André Hazes is een mooi
voorbeeld. Ooit laag in aanzien vanwege de aard van zijn muziek en volkse
publiek. Maar op enig moment werd hij ‘bon ton’ en zelfs omarmd door de
serieuze muziekpers. Maar ‘Dré’ was altijd al een fantastische zanger en
artiest, ook toen hij nog niet echt serieus werd genomen.

Ik heb ook mijn ‘guilty pleasures’ (hierna laat ik de
aanhalingstekens weg). Ik kom er op omdat ik onlangs werd getroffen door een mooie
song van Supertramp die ik hoorde op de radio tijdens een lange autorit. Ik was
het nummer vergeten en ik hoorde eigenlijk nu pas, ouder & wijzer (ten minste…), hoe goed en strak dat nummer in elkaar zat. Het gaf mij het idee om een paar van mijn ‘schuldige muzikale
pleziertjes’ te inventariseren. Ik deel wat van die pleziertjes hier met u.
Eigenlijk zijn mijn voorbeelden nauwelijks of zelfs helemaal niet guilty.
Het was enerzijds mijn omgeving die bepaalde dat muziek guilty was en
anderzijds vond ik de muziek die ik stiekem wel goed vond zelf ook niet
deugen. In de seventies, eighties en nineties waren we nogal ‘progressief’ in onze muzikale
ontwikkeling. Geen ruimte voor platvloers gedoe en brood en spelen. Een
onvolwassen misvatting. Ach, wijsheid komt met de jaren. Mijn guilty pleasures
hebben vooral met de ‘zwarte’ muziek uit genoemde tijd te maken. In de kern
eigenlijk allemaal derivate muziek van James Brown en Miles. Niet zo gek dat
dat juist mijn guilty pleasures zijn. Mijn voorbeelden zijn niet bedoeld om iemand
over de streep te trekken of iets ter discussie te stellen. Het blijft een
kwestie van smaak. Maar, misschien bereik ik er mee dat iemand een ‘Déjà vu’
krijgt en ook weer eens aan zijn of haar schuldige muziekjes denkt. Ik begin
met Supertramp, ik noemde ze al, maar verder is het vooral Disco, Soul, Rap & Hip
Hop en een zelfs een beetje Jazz. Het is een volstrekt willekeurig overzicht,
maar, vind ik, ontzettend leuk.

Supertramp – Cannonball (1985)
Ik haalde kunstschilder ‘P.’ al eens een paar keer aan. Ik
leerde hem kennen toen ik een jaar of 16 was. Hij was een paar jaar ouder dan
ik en was helemaal los op muziek van Miles Davis, Soft Machine, King Crimson,
Traffic, Brian Eno, Terry Riley, Philip Glass, Sibelius, Erik Satie en nog heel
veel meer. Hij was een enorme muzikale inspirator voor mij. Eén vreemde eend
zwom er in zijn muzikale bijt: Supertramp. Ik kende ze ook wel en vond ze stiekem
geweldig. Dat P. ze ook goed vond legitimeerde ook mijn enthousiasme voor deze
band, vond ik. De alternatieve ‘serieuze’ muziek scene liep destijds met een
boogje om Supertramp heen. Onterecht natuurlijk, want wat een vakkundige band
was dat! Hun composities liepen allemaal als een trein, ze speelden en zongen
de sterren van de hemel, de LP’s deugden van A tot Z en de liedjes kon je lekker
meezingen. Ik luister eigenlijk nooit meer naar ze, maar in de auto hoorde ik
een wat minder bekend nummer en zo kwam ik op het guilty pleasures idee. Echt
guilty zijn ze natuurlijk niet maar in mijn omgeving voelde dat wel zo.
Supertramp is weer helemaal hot en de heren touren weer voor hun wild-enthousiaste
fans van weleer.

K.C. & The Sunshine Band – I’m Your Boogie Man (1976)
Doe een CD van K.C. in de speler en geen mens kan meer stil
zitten. Ook nu nog zijn de songs ongelofelijk ‘catchy’. De vele hits zijn goed
geschreven, gearrangeerd en, gespeeld. In mijn tijd werd het afgeschreven als
goedkope flutmuziek. Als ik die songs nu beluister is het nog meer ‘sophisticated’
en gelikter dan ik mij kon herinneren. Disco deugt – een ode aan het leven en
wat muziek met je gemoed kan doen. Ik zag een interview vorig jaar of zo met
K.C. (Harry Wayne Casey). Ik geloof dat
onze pop goeroe, Leo Blokhuis, hem bezocht in zijn huis in Florida voor een
documentaire over Disco. Wat een leuke en energieke vent is die Harry Wayne.
Zulke mensen heb je in de muziek af en toe nodig. Ook K.C. staat weer op de
podia met zijn revival band. Muziek houdt een mens jong blijkbaar. Moet je wel
van de drugs en de drank weg blijven… Het filmpje is van TopPop. Geweldig
gewoon; let ook op de instrumentatie mét ‘horn section’.

Kool & The Gang – Get Down On It (1981)
De zwartere variant van K.C. met meer blazers, meer funk,
meer jazz, meer pop en misschien nog wel meer fun. Het was echt ‘not done’ om
Kool & The Gang te draaien in de seventies tijdens een groezelig avondje
met veel bier en joints. Op schoolfeestjes natuurlijk wel, maar dan keken de
‘liefhebbers’ vanaf de kant wat zuur toe terwijl de disco types met de leuke
meisjes stonden te swingen, haha. Geen discussie mogelijk wat mij betreft, een top
band! Deze uitvoering is live uit 2000 en maakt wel duidelijk wat een feest
deze mannen konden bouwen. Nog steeds trouwens. Voor 2016 staan er 30 concerten
gepland en de laatste twee in het Koninkrijk der Nederlanden. Moet je wel naar
Aruba, haha.

Rick James – Glow
(1985)
Bekend van ‘Super Freak’ en een behoorlijk verkeerde goser
die zich ongelofelijk veel problemen op de hals haalde (rare uitdrukking eigenlijk).
Deserteur, womanizer, drugs, zuipen, gevangenissen, gedoe met contracten,
andere muzikanten, you name it. Hij sprokkelde toch een behoorlijk muzikaal curriculum
bij elkaar en speelde ooit zelfs in een band met Neil Young! Met 56 was het
gebeurd met Rick toen een hartaanval hem velde. Super Freak is natuurlijk een
lekkere disco song en een wereldhit, maar Glow is nog veel verkeerder én veel
beter. Ik vind het een fantastisch nummer.

McHammer – U Can’t Touch This (1990)
Gaaf nummer. De sample is van ‘Super Freak’ van onze vriend
Rick. Best verkochte rap-song ooit. Stanley Kirk Burrell, dat is zijn echte
naam, is tegenwoordig baptist en helemaal actief in technologie en
ondernemersinitiatieven: http://tinyurl.com/h478tx4

Boz Scaggs – Lowdown (1976)
Geen zwarte artiest, maar wat een gave hit. Een gelikte
uitvoering bij Jools Holland. Boz begon ooit bij Steve Miller en speelt
tegenwoordig o.a. met Steely Dan in de band ‘Dukes Of September’. Check maar
eens. Boz is nog volop actief in de muziek. In 2015 bracht hij zijn laatse CD
uit. Niet mijn ding. Nee, geef dan Lowdown maar!

Tom Browne – Jamaica Funk T (1980)
Ja, die moet er natuurlijk ook bij. Fantastische song. Even
gezocht wat er van die man is gekomen. Nou, alive and kicking kan ik u verzekeren!
Ik heb een zeer interessant interview met Tom uit 2014, voor de (jazz-) liefhebbers,
bijgevoegd. Onverwacht perspectief.

Guru / Jazzamatazz / N’Dea
Davenport – When you’re near
(1993)
Guru was een Amerikaanse rapper. Hij was de projectleider
van ‘Jazzmatazz’ uit 1993, een mix van Jazz, Rap, Soul en Hip Hop. Twee CD’s
die (gedeeltelijk) briljante muziek bevatten, waarvan sommige een tikkie verkeerd.
Live backing door o.a. Lonnie Liston Smith, Branford Marsalis, Ronny Jordan,
Donald Byrd en Roy Ayers. Er staan
nummers op die de kern van de groove zo ongelofelijk goed raken, geweldig
gewoon. Het onderstaande nummer heeft één van de moosite grooves die ik ken. Hier is eigenlijk niets guilty’s aan, maar ik wilde het nummer er
gewoon bij hebben. Guru stierf aan de gevolgen van de Ziekte van Kahler, een
vorm van kanker, in 2010.

Lady Gaga (& Tony Bennett) – But Beautiful (1947)
Erg serieus werd Stefani Joanne Angelina Germanotta, oftewel Lady Gaga, aanvankelijk niet genomen. Onterecht, zoals ik al jaren geleden schreef. Ik vond ze gelijk al een
fantastische performer, pianiste en zangeres. Maar ja, haar extreme kleding,
exhibitionistisch gedrag en niet altijd even geslaagde techno-pop, beïnvloedden
haar imago als serieuze artiest ‘big
time’. Maar
het legde haar allemaal geen windeieren. Haar
samenwerking met de legendarische ‘crooner’ Tony Bennett laat wel zien waar
deze blondine (?) toe in staat is. Ze heeft zelfs vorige week opgetreden op het
Sinatra 100 All-Star Grammy Concert, daar kom je niet zomaar te staan! De
samenwerking van Gaga en Tony Bennett is magisch. In elke live performance is
duidelijk dat ze een echt team zijn en heel close. Bennett is tijdens de opname
88 en Lady Gaga 28 jaar. Het is heel knap dat zij 60 jaar ervaring weten te
overbruggen en dat Gaga zich staande weet te houden als jazz-vocaliste. Ik heb
een filmpje gekozen met een song uit 1947 wat door elke zich zelf serieus nemende Amerikaanse artiest wel een keer is vertolkt. Een monument op zich. (Let op de
microfoons: de M147 Tube van Neumann ± 3000 euri per stuk). Leuk weetje: Lady gaga’s stagenaam is afgeleid van het nummer van ‘Radio
Gaga’ van Queen. Een producer zei na een opname: “God that’s so Queen!
You’re so Radio GaGa. Very theatrical”. Ze besloot dat de samenvoeging van
Gaga met ‘Lady’ wel leuke connotaties had.

Lady Gaga – I Wish (Stevie Wonder) 1976
Deze heb ik gewoon bijgevoegd om maar eens te laten zien wat
een geweldige performer Lady Gaga is. Top moment: het sexy koortje dat perfect getimed bij 3:58 ‘You
Nasty Boy’ zingt, haha. Lady Gaga? I Love
her! Hier tijdens het Stevie Wonder Tribute op 10 februari dit jaar in L.A.

https://youtube.com/watch?v=SePCHBI6wKo

Frank Sinatra – I’ve Got You Under My Skin (1966)
Het meest guilty en het minst guilty. Het meest guilty omdat
niemand van mijn vrienden, volgens mij, weet dat ik een groot Sinatra
liefhebber ben. Ik heb het wel een paar keer aangehaald maar dat ging links en rechts
langs hen heen. Het minst guilty omdat de hele wereld wel weet dat Frank Sinatra één van de
allergrootste zangers uit de muziekgeschiedenis is. Terwijl ik dit schrijf is het zijn
geboortedag. Hij zou vandaag 100 worden. Puur toeval, maar daar geloof ik niet meer zo in. Ik denk niet dat er nog heel veel mensen van mijn generatie
zijn die Sinatra de aandacht geven die hij verdient. Heel erg onterecht. Het
nummer van Cole Porter komt van ‘Sinatra At The Sands’ met het Count Basie
Orchestra. Opgenomen in hotel ‘The
Sands’ in Las Vegas, april 1966. Wat mij betreft een absoluut meesterwerk en sowieso één
van de beste albums die ik heb. Helaas geen LP, maar die ga ik toch nog eens
proberen aan te schaffen want de CD klinkt helaas maar matig. Het is muziek dat een een tijdsbeeld vertegenwoordigt
en mij zelfs emotioneert. Frank is een belangrijke vertolker van het ‘Great
American Songbook’ en verplichte kost voor iedereen die serieus met muziek
bezig is. Wat doet hij eigenlijk in godsnaam in deze lijst? ‘Run for cover. Run and hide

Carolyn Leonhart – Nature Boy (1998)
Ik sluit af met een song van Nat King Cole. Helemaal geen
guilty pleasure, maar ik had al een draai gemaakt met Sinatra. Nature Boy is
een fantastische song en het is mijn weblog en ik ben de baas, haha. Natureboy is een sleutelwerk in het ‘American Songbook’.
Zoek het maar eens op in Google. Miles Davis, Gaga & Bennett, Celine Dion,
Marvin Gaye, Peggy Lee en zelfs David Bowie (voor de film ‘Moulin Rouge’)
vertolkten het. De uitvoering van Jon Hassell haalde ik ook al eens aan:
magisch! Carolyn heeft haar sporen verdient o.a. als vocaliste bij Steely Dan,
zo ‘ontdekte’ ik haar; ze sprong er echt uit. Een geweldige zangeres en een fantastische uitvoering
van Nature Boy samen met haar broer, Michael. Ze treedt tegenwoordig incidenteel op en haar full time job is ‘Assistant Professor’ op de Berklee College of Music in Boston. Dat u het maar weet.

Zo, langzamerhand begin ik weer serieus te worden en hoog
tijd om te kappen. Het was een beetje een reisje door ‘Memory lane’. Ik vond
het leuk om eens te grasduinen in die ouwe muziek. Misschien een aansporing om
dat ook eens te doen.



HET LEVEN IS EEN PIJPKANEEL

WEBLOG Posted on Tue, December 08, 2015 21:16:14

‘Het leven
is een pijpkaneel, elk zuigt eraan en krijgt zijn deel’. Voor mij is het een bekende spreuk want mijn moeder
hanteerde hem van tijd tot tijd. Voor anderen zal het wel archaïsch taal gebruik zijn. De etymologie en herkomst er van zijn niet
helemaal helder. Het schijnt een variant te zijn op een tekst van Joost van
den Vondel. Het is een vreemde uitdrukking overigens. Kaneel wordt gemaakt door
de rolletjes bast, het pijpkaneel, te malen tot poeder. Wie zuigt daar nu aan?
Misschien wordt de kaneelstok van de kermis er mee bedoeld. Maakt niet uit, de
betekenis is wel duidelijk: iedereen krijgt in het leven het zijne en soms zit
het mee en soms zit het tegen. Het is van toepassing op ons allen in dit
ondermaanse. Ook al hebben we vaak het idee dat bij sommigen ‘de duivel altijd
op dezelfde hoop schijt’ of juist andersom. Eigen schuld, dikke bult of heeft het
toch met de stand van de sterren te maken? Beetje van allebei
misschien, wie zal het zeggen?

Bovenstaande
introductie heeft te maken met ons ‘deel’ van het pijpkaneel. Het had dit jaar
te vaak een bittere smaak. Het leek en lijkt (..) wel niet op te houden. U kent
dat ook wel. De ene ellende volgde in en rondom ons gezinnetje de andere op. Nou klinkt dat wel erg zwaar,
want we hebben ook genoeg leuke dingen meegemaakt en onze succesjes geboekt. Maar
ja, de dood van één van mijn beste vrienden, verlies van een baan, de druk
van het solliciteren en starten bij nieuwe werkgevers (J. en ik), de spanning van
een nieuwe studie mét gebroken sleutelbeen (Stijn), de emotie van het
overlijden van mijn moeder en de begrafenis, het werk en gedoe van de
ontruiming, een ernstige ziekte in de familie én allerlei onaangename financiële
‘verrassingen’ in een tijdsbestek van minder dan tien maanden was en is
allemaal wel erg veel. Het trekt een zware wissel op energie, wilskracht,
motivatie en gemoed.

Al een paar
jaar ligt ‘Tonio’ van A.F.Th. van der Heijden bij ons op boekenplank onder de
salontafel. Ik heb het nooit durven lezen. Tonio, de enige zoon van het gezin
van der Heijden komt bij een verkeersongeval in 2010 om het leven. Tonio is dan
21. Het verhaal komt te dichtbij en ik heb mij nooit durven verplaatsen in de
emoties van een dergelijke rampspoed. In onze familie hebben we een
vergelijkbare portie al gehad… Sommigen vroegen zich af in 2012 waarom Van
der Heijden het boek publiceerde, alsof hij er een commercieel slaatje uit had
willen slaan. Belachelijke veronderstelling natuurlijk. Het is de drang om een
dergelijk verdriet een plaats te geven, het hanteerbaar te maken. Volledig
verwerken gaat nooit lukken, het verdriet gaat mee het graf in. Maar je kunt
het wel ‘materialiseren’ zodat het zijn eigen plek krijgt. De weg voor een
schrijver is dan uiteraard een boek.

Mijn schoonvader deed hetzelfde, voor de meesten van u hoef ik daar verder niet over uit te wijden. U kunt zijn boek volgens mij nog steeds bestellen als u interesse heeft: http://tinyurl.com/gkrdelm

Een boek heb
ik nooit geschreven, althans, nooit gepubliceerd. Echter, de cumulatieve tekst
van acht jaar website/weblog is op dit moment meer dan 800 pagina’s A4. De
strekkende meter reisdagboeken vertegenwoordigt ook nog een hele berg tekst. Ik
durf mij dus inmiddels wel tot het schrijvende gilde te rekenen. Mijn lezers
zijn maar een beperkte groep van intimi en af en toe een ‘voorbijganger’. Aan
de ‘grote klok’ hangen van zaken doe ik dus niet, daar is mijn ‘circle of trust’
te klein voor. Maar de drang om zaken vast te leggen en te delen heb ik al van
kleins af aan. Sinds de komst van internet kan ik mijn roerselen ook nog makkelijk
elektronisch verspreiden en dat vind ik prettig. Het is misschien wel dwangmatig; het anoniem overgaan van vast naar stof speelt daar ook wel een
rol in. Dat een mens geboren wordt, leeft en dood gaat als ‘A ship that passed
in the night’, vind ik een lastig concept. Die vergetelheid wil ik niet en ik
denk dat ik daardoor, onbewust, een leven lang van fotograferen en schrijven
achter mij heb. Die nalatenschap staat tenminste. Van mijn moeder heb ik het
vastleggen van het dagelijks leven wel een beetje geërfd. In haar leven schreef
zij lange brieven naar een vriendin die een mooi beeld geven van gezin en tijd in de
jaren vijftig en zestig. Medio jaren zeventig begon zij met het maken van
plakboeken en hield dat bijna vol tot aan het einde. Ik kom er straks nog op
terug. We hebben eindelijk een bruggetje naar het onderwerp van dit epistel :
sterfelijkheid. Ik wil u in dat verband meenemen in de nasleep van een
overlijden. Gewoon, omdat het allemaal bij het ‘pijpkaneel’ hoort en ik het een
plek wil geven op mijn manier, zoals het mij betaamt.

Het
overlijden van mijn moeder kwam toch nog onverwacht en snel. Daar was zelfs een
rit op de Autobahn zonder snelheidsbegrenzing niet tegen opgewassen, zoals u
eerder hebt kunnen lezen. Het was ‘een mooie dood’ zegt men dan en zo zie ik
dat eerlijk gezegd toch ook wel. Ik ga hier verder niet al te veel in op de
emotionele kant van de zaak, maar wel op de praktische, want daar hadden we ons
toch aardig in vergist. Mijn moeder woonde in een aanleunwoning sinds haar
65e. Het was op dat moment een nagelnieuwe flat met woonkamer,
slaapkamer, logeerkamertje en badkamer. Lekker overzichtelijk. Als je moeder negentig
is dan weet je dat het einde nabij is en we (ik, mijn zus en J.) zagen geen grote
problemen mocht het eenmaal zo ver zijn. Mijn moeder had geld gespaard voor de
begrafenis en haar wensen voor de uitvaart netjes vastgelegd. Ze zou worden
bijgeplaatst bij onze vader in het familiegraf, dus dat leek verder ook geen
punt. Haar woning was gelijkvloers, compact en strak zonder rare hoeken en
gaten, rommelzolder en zelfs geen berging. Dus de ontruiming zou ook wel los
lopen. Foto’s en dia’s verzamelen, even door de administratie, ‘kunst en
kitsch’ van elkaar scheiden, ontruimingsclub er doorheen en klaar was Kees.
Nou, dat pakte allemaal toch even anders uit.

In de nacht
van het overlijden moesten wij al direct een afspraak maken met de uitvaartverzorging,
Monuta in ons geval, om de eerste praktische zaken te bespreken. We zouden de
vertegenwoordiger van Monuta de volgende dag ontmoeten in het appartement van
mijn moeder. Zo gezegd zo gedaan. Ik dacht dat we met een uurtje er wel
doorheen zouden zijn. We startten om elf uur ‘ochtends en om half vier ’s middags
waren we pas klaar. Dat hadden we niet verwacht. Allemachtig, wat moest er veel
geregeld worden, maar gelukkig nam de uitvaartverzorging ontzettend veel uit
handen. Er bleef echter genoeg voor ons over zoals de datum van de begrafenis
vaststellen, adressen verzamelen voor de rouwkaarten, rouwkaart uitzoeken, rouwkaarttekst
opstellen, begrafeniskleding voor mijn moeder kiezen, uitvaart bespreken (hoe, wie,
wat, waar, wanneer, transport enzovoort), kist uitzoeken, lint uitzoeken, boeket
uitzoeken, tekst opstellen van toespraken, keuzes maken over koffie, drankjes
en hapjes, vrienden en andere naasten informeren voordat de rouwkaarten op de
bus gaan, zaken op het werk regelen, enzovoort, enzovoort. Ook zoiets banaals
als het overleg van de kosten hoorde er bij. Dat ging de hele week zo door tot aan
de uitvaart. De dag van de uitvaart liep alles op rolletjes en we kunnen daar
tevreden over zijn en als een goede herinnering koesteren. Het was een gepaste
afronding van een lang leven.

Parallel aan
het voorbereiden van de uitvaart en de periode er na moest er nog een oceaan
aan administratieve en operationele ‘regel-dingen’ worden gedaan. Zaken die
hadden te maken met telefonie, water, gas, elektra, kranten, post,
verzekeringen, lidmaatschappen, belastingdienst, geldzaken en noem het maar op. Mijn zus en ik hebben voortvarend de taken op ons genomen en uitgevoerd met,
uiteraard, ondersteuning van J. van tijd tot tijd. In grote lijnen deed mijn
zus vooral het papierwerk en ik de wat meer stoffelijke zaken. Een perfecte
samenwerking overigens waarbij wij gedurende bijna twee maanden 100% op één lijn
zaten. Dat hoor je wel eens anders. Het aantal en soort acties werd de eerste
dagen zo onoverzichtelijk dat we er een Excel-bestand voor hebben opgesteld,
niet te geloven toch? Hieronder een screenshot van een deel van de lijst.

Nog iets
waar we wat te makkelijk over hadden gedacht: het graf. Mijn vader was al in
1974 overleden en mijn moeder had het grafrecht steeds verlengd om t.z.t. te
worden bijgeplaatst. Een familiegraf dus. Het klinkt wat zakelijk, maar wij
dachten dat het open maken van het graf, bijplaatsen, een paar lettertjes op de
grafsteen erbij en wat opknapwerk voldoende zou zijn. Dat pakte natuurlijk óók
weer anders uit. In 1974 gebruikte men geen geprefabriceerd beton als grafzerk (het liggende deel).
Beton werd toen ter plekke gemaakt en de zerk werd gewoon in een kleine
bekisting boven het graf gemaakt. Na 41 jaar bleek het beton zo goed als
verrot. Nieuwe betonnen zerk dus. Prefab dit keer. De lettertjes waren van
koper en identieke moesten speciaal worden besteld. U wilt niet weten wat dat
kost… Het transport en afvoeren van het oude beton, herstel van het graf, transport
en plaatsen van een nieuwe betonnen plaat met afwerking én de nieuwe lettertjes
resulteerden in een kostenpost waar we van achter over sloegen. Mijn moeder had
heel braaf gespaard voor de begrafenis, maar de kosten van deze post waren niet voorzien en
dat was even slikken.

Toen was de
woning aan de beurt. Ik zal u een oeverloze lange verhandeling besparen maar
het was werkelijk ongelofelijk wat er, toch, allemaal tevoorschijn kwam aan
papierwerk, correspondentie, administratie, foto’s, knipsels, kunst, kitsch en
werkelijk honderden ‘artefacten’ (prullaria eigenlijk). Het moest allemaal door
onze handen en over alles moest een beslissing worden genomen. Ik had via een
vriend een tip gekregen van een ontruimingsbedrijf die professioneel woningen
ontruimen. Echt een fantastische club die ik iedereen kan aanbevelen (CVS in
Leiden). Na een bezoek door CVS aan de woning en een aantal weken bijna
dagelijkse communicatie via telefoon en mail (en het mailen van héél veel
foto’s) waren we zover dat we de boedel hadden gescheiden in: 1. Bewaren en
meenemen naar huis. 2. Af laten voeren door CVS naar grofvuil of
kringloopwinkel. 3. Afvoeren door CVS naar Marktplaats Helper (‘Google’ maar). 4. Transport
door CVS naar een Veilinghuis in Leiden. Alleen het bepalen van ‘kunst of
kitsch’ was al een klus op zich. Een verhaal apart en daar wijd ik hier verder
niet over uit.
Op 18 november jl. vond de ontruiming plaats en op 1 december 2015 was
de dag van eindinspectie door de verhuurder. Na vele middagen, zondagen en
avonden waren we na een week of vijf eindelijk klaar. Dachten we… Het hele
appartement was gestript en terug gebracht tot de vier segmenten die ik
hiervoor noemde. Tot dat we tijdens een laatste inspectieronde onder de
gootsteen (!) een compleet Chinees servies ontdekten. Jeezzzz… Het bleek een
potpourri van nep, kitsch en echt antiek. Maar voordat we dat allemaal weer
hadden uitgevogeld, waren we weer een paar dagen verder. Misschien krijgen we
nog wat centjes voor de antieke spullen, maar spectaculair zal het niet worden.
Dit gaan we zeker niet mee maken:

https://youtube.com/watch?v=6EJm3AhO2Jw

We
realiseerden ons overigens heel goed dat ‘onze’ ontruiming klein bier was.
Vrienden van ons zijn een jaar bezig geweest met het huis van hun moeder nadat zij
was overleden: vrijstaand, twee woonlagen, zolder, schuur, grote tuin en bijna
een eeuw aan spullen. Om gek van te worden. Maar zij hadden gelukkig wel de tijd.
Het huis was eigendom van hun moeder en afbetaald. Wij hadden met een huurwoning
te maken en de kosten van huur en energie liepen gewoon door en wij moesten natuurlijk klaar
zijn vóór de overeengekomen opleverdatum.

Ons werk als voorbereiding op de ontruiming was een exercitie die je kunt beschouwen als een eerbetoon en een
duik in het verleden maar ook een confrontatie met de vergankelijkheid. Op
dinsdag 1 december 2015 deed ik de deur van de kale en lege woning achter mij
dicht en een historie met mijn moeder van meer dan 58 jaar. Van oude mensen, de dingen
die voorbij gaan. Ik vond het wel heftig. Ik sloot een deur die nooit meer open
zou gaan, ook in figuurlijke zin.

Ik zou nog
even op de plakboeken terugkomen. Het was een erfenis waar we allemaal een
beetje tegen aan zaten te hikken, mocht mijn moeder ooit komen te overlijden.
In 1976 was ze trouw begonnen met het vastleggen van haar dagelijks leven in de
vorm van het plakken van allerlei ditjes en datjes die voor haar een waarde
hadden. Een bloemlezing: ansichtkaarten, treinkaartjes, rekeningen, bonnetjes, krantenartikelen,
krantenknipsels, overlijdensberichten, foto’s, brieven, trouwkaarten, uitnodigingen,
lidmaatschappen, notulen, reisbrochures, vouchers, theaterbrochures, enzovoort.
Het was haar levenswerk en het geeft een heel leuk overzicht van haar dagelijks
leven van, bijna, de laatste 40 jaar. Het is een monument, maar we zaten er wel
een beetje mee in onze maag. Wat moet je er mee? Het is natuurlijk ontzettend
leuk om daar op je gemak eens door te bladeren. Daar ben je dan wel een flink
paar avondjes mee zoet, maar dan? Het is net als fotoboeken, je kijkt er een
keer in en dan verdwijnen ze in de kast of op zolder en raken ze in
vergetelheid. Met de, ongeveer, 35 plakboeken zou het niet anders gaan. In een
boekenkast zet je ze niet want daar is de verzameling te lijvig voor. Dan blijft
een schuur of zolder over voor de huisvesting. Mijn moeder was geen heilige
maar dat vonden we aan blasfemie grenzen. Maar toen had ik toch een lumineus
idee al zeg ik het zelf. Ik besloot de boeken te fotograferen. De voorkant van
elk plakboek en vervolgens van elke interessante pagina een shot. Een briljante
oplossing die ik besloot uit te voeren voor de ontruiming, dat bespaarde veel gesleep.
Ik zette elk plakboek rechtop tegen een oude naaimachine op mijn moeder’s
salontafel en monteerde mijn Nikon op een statief er tegenover. Eerst dus de
voorkant en dan elke open geslagen set van twee pagina’s waar minimaal één
interessant ding op was geplakt. Veel pagina’s bevatten treinkaartjes,
restaurantrekeningen of oninteressante knipsels waar ik geen bijzondere waarde
in zag. Die sloeg ik over. Ik ben enkele middagen aan het fotograferen geweest wat
resulteerde in bijna 400 foto’s met, dus, bijna 800 pagina’s historie. De
laatste plakboeken maken duidelijk waarom mijn moeder steeds vaker refereerde
aan het verlies van referentiekaders: bijna uitsluitend overlijdensberichten.
‘As we speak’ ben ik nog bezig met het bewerken van de foto’s: croppen en de
belichting corrigeren. Ik ben bijna op de helft, maar als ik klaar ben hebben
we een mooi document wat makkelijk toegankelijk is (het gaat ook ‘the cloud’
in) en we altijd kunnen bekijken en koesteren als een prachtige erfenis aan en van
onze moeder. In feite konden na mijn actie de plakboeken de kliko in maar mijn
zus kreeg het niet over haar hart. Ze had gelijk, ik vond het ook té cru. Twee
dagen voor de ontruiming reed zij weg met 35 plakboeken in de bagageruimte van
haar Renault Captur…

Zijn we nu
klaar? Bijna. Het is nog afwachten of de antieke spulletjes wat op gaan brengen
en dan hebben we nog een erfenis van onze vader: een postzegelverzameling, een muntenverzameling
en een collectie Märklin treinen en bijbehorend spul in de originele dozen van meer dan een halve
eeuw oud. Een beetje rondbellen leerde mij dat we minimaal een decennium te
laat zijn. Het heeft tegenwoordig allemaal weinig waarde meer. Het is toch echt
nog crisis en bovendien sterven de verzamelaars uit en komen er geen nieuwe
meer bij. Jammer natuurlijk dat het weinig meer opbrengt, maar het is treuriger
dat dit soort erfgoed straks op de vuilnisbelt terecht komt. Nou ja, wij zorgen
in ieder geval dat onze erfenis een goede plek krijgt, linksom of rechtsom.

Dit verhaal is een
hele verhandeling geworden. Ik kon niet anders. Vele, vele jaren bevreesde ik
het moment dat ik afscheid zouden moeten nemen van mijn lieve moeder. Ik kon
mij er niets bij voorstellen en ik was bang dat haar dood als een stoomwals
over mij heen zou komen. Hoe zou ik verder moeten? Ze was mijn grote steun,
mijn adviseur, mijn motivator, mijn relativerende alter ego bijna. Tot dat ze
stokoud was bleef ze helder van geest en zaken in het juiste en relativerende
licht zien. Bovendien altijd met veel
gevoel voor humor én zelfspot. Een verademing als je het vergeleek met haar
leeftijdgenoten die niet zelden ouwe zeurende zeikerds worden. Onze moeder
klaagde nooit! Het laatste jaar begon het allemaal wel een beetje te kantelen.
Ze greep vaak terug naar het verleden en verloor toch wel wat van haar
scherpte. Ze benoemde ook vaak het einde: het is goed als het komt. Wij (mijn
zus en ik) waren nog haar enige referentiekaders. De rest van haar wereld lag
onder de zoden. Eigenlijk ben ik wel blij dat het is gelopen zoals het is
gelopen. Ik heb geen stoomwals gezien gelukkig. Maar het gemis is er niet
minder om. De confrontatie met sterfelijkheid en de vergankelijkheid der dingen
tijdens het opruimen was overigens niet mis. Je moet oppassen dat die schier
eindeloze hoeveelheden foto’s en prullaria je niet fatalistisch maken. Je krijgt
de neiging om je af te vragen wat het leven in vredesnaam voor zin heeft. Niet
doen. Carpe Diem. Het doel van ons leven vinden wij in het nu, elke dag.



IT’S ALL COMING BACK TO ME NOW

MUZIEK Posted on Sat, November 28, 2015 12:44:29

Zo, we zitten weer volop in de maanden met de ‘R’ en dat is
goed voor de geest. Terwijl wind en regen de buitenboel teisteren, lezen we weer eens een boek, kijken een mooie serie en luisteren we uiteraard weer naar een muziekje. De laatste weken werd ik muzikaal alle kanten
opgeslingerd. Ja, lijdend voorwerp, want allerlei onbekende muziek viel min of
meer als vanzelf in mijn schoot. Oude bekenden ook, dus saai was het niet. Ik
neem u mee met mijn ervaringen van de laatste weken en hoop dat het inspireert.

Snarky Puppy – Live At The Ritz
Om te voorkomen dat ik maar blijf hangen in het
zelfde, rond ik het nu af met Snarky Puppy. Ik heb Live At The Ritz in Manchester aangeschaft en,
inderdaad, het is behoorlijk anders dan ‘Tivoli’. Aanmerkelijk introverter en
rustiger dan Tivoli. De band is muzikaal iets meer gericht op zichzelf en minder naar het publiek. Maar beide hebben bestaansrecht en vullen elkaar zeker aan. Tivoli klinkt
wel iets beter vind ik, wat warmer. De andere 27 albums laat ik maar voor wat
ze zijn.

Billy Cobham – Spectrum 40 (Live)
Beetje een tegenvaller. Ik dacht dat een live ode door
Cobham’s band aan zijn eigen muziek niet mis kon gaan. Dat viel mij behoorlijk
tegen. Ik vind deze dubbelaar te vaak een zouteloze en voorspelbare jazz-rock exercitie
en geen waardig eerbetoon aan één van de meest sublieme jazz fusiealbums uit de
historie. Behalve van ‘Spectrum’speelt de band ook andere nummers uit Billy’s
zeer omvangrijke oeuvre. Veel zwalkende improvisaties (waar ken ik dat van…) en
geen van de uitvoeringen kan in de schaduw staan van de oorspronkelijke songs. Audiofiel
ook niet helemaal zoals je mag verwachten. Ik wil niet zeggen dat het hele
concert niet deugt, maar, ik weet het niet… Het viel mij gewoon wat tegen.

John McLaughlin – Black Light
Na het geweldige live album met zijn 4th Dimension flikt
John het op zijn 72e nog een keer. Vriend en vijand zijn het er over
eens: dit is één van McLaughlin’s beste albums ooit. Deze groep muzikanten vormt
de ‘pinnacle’ van jazz vakmanschap. Verwacht niets nieuws, het blijft natuurlijk
zenuwachtige tyfusmuziek, hahaha. Maar als je er voor in de stemming bent en er
van houdt: veel beter wordt het niet. Misschien ligt het aan de luchtvochtigheid
van de laatste dagen of zo, maar deze CD klinkt ook een beetje schel. Ik heb op
sommige dagen dat de audio gewoon niet lekker klinkt. Vreemd. Beetje rommelen aan mijn toonregeling dan maar.

Floortje
Dat programma van Floortje Dessing – Floortje Naar Het
Einde Van De Wereld – vind ik echt heel erg leuk en ontspannend. Elke keer als ik het
programma zit te kijken hoor ik wel een paar prachtige muziekjes. Op haar
website zijn de titels terug te vinden, maar ik gebruik Shazam om de juiste
nummers terug te vinden. De door Floortje gebruikte songs staan meestal eenzaam
te schitteren op albums die ik verder meestal middle of the road vind (niet altijd!). Hieronder
twee voorbeelden van songs die ik erg mooi vond en prachtig pasten bij mooie shoots gemaakt aan het einde van de wereld. Andere koek dan waar ik normaal gesproken naar
luister. Oordeel zelf:

https://youtube.com/watch?v=WQzZk69P69E

Hidden Orchestra – Archipelago
Kwam ik hier tegen: http://www.writteninmusic.com/electronic/hidden-orchestra-archipelago/
Leuke website trouwens. Deze elektronische muziek is wel anders. Nieuw? Ik durf het niet te beweren maar ook niet te ontkennen. Vernieuwend? Het ligt
er een beetje aan binnen welke context je het plaatst. Maar dat maakte niet uit had ik onlangs besloten. Ik heb het aangeschaft, geheel tegen mijn principes in, vanwege de juichende recensies in allerlei media. Nooit doen. Maar goed, het is best wel aardige muziek van dit Schotse ‘orkest’. De muziek is filmisch, ritmisch, bombastisch, soms meeslepend, maar gaat af en toe over de afgrond van kitsch. Ik betrap mij er op dat ik het wel heel prettige muziek vind om wat bij te doen. Ik diskwalificeer Archipelago niet hoor, maar dat opgewonden gedoe van de recensenten deel ik niet.

Ryley Walker – Primrose Green
Vriend J. en ik zitten op voor 90% op een totaal andere
lijn wat muzikale voorkeur betreft. Dat geeft niet, passie voor muziek hebben
we allebei en dat is goed. Maar af en toe vinden we een overlap, een
deelverzameling zoals dat zo mooi heet. J. reageerde op een van mijn stukjes en
sloot af met een luistersuggestie: Ryley Walker – Primrose Green. Wat schetst mijn ervaring? We zitten toch vaak op een andere ‘lijn’ tenslotte: ik vind het
werkelijk prachtige muziek! Nieuw? Hahaha. Ik dacht het niet. Haight-Ashbury, The Summer Of
Love, Flower Power en Zeepbellen all over the place. Bij wijze van spreken dan.
Ryley is de vlees geworden Anachronist. Het woord bestaat niet eens in onze
taal, kun je nagaan. Ryley is 26 jaar, komt uit Illinois en was in de tijd van Woodstock nog zelfs in de verste verte niet in de maak. Een oude geest zeggen ze wel eens. Luister maar naar zijn prachtige heldere gitaarspel en
zang die beide uit een ander tijdgewricht lijken te komen. Het is waarom ik David Crosby’s muziek altijd zo mooi heb gevonden. Ik word vredig en oprecht melanchoniek van Ryley Walker’s muziek. Betoverend mooi.

Elephant9
Deze Noorse band is de uitsmijter van deze blog.
WAANZINNIGE muziek! Nieuw? Hahaha. Absolutely Not. Gooi Soft Machine, King Crimson, Mahavishnu, Emerson
Lake & Palmer, Electric Miles, Tony Williams en Joe Zawinul in een blender, et voila! Deze gasten zijn een muzikale
happening van de eerste orde! De Vikingen spelen op hun oude versleten gitaren en Hammonds de ‘Out-Bloody-Rageous’ (pun intended) sterren van de hemel. Ik word echt ontzettend blij van deze zeer avontuurlijke muziek. Een sonische reis van begin tot het einde en vreemd dat ik het nu pas ontdek. Eerlijk gezegd denk ik dat Elephant9 de meeste muzikanten die ik hierboven aanhaal in het stof laat bijten. De valkuil van improviserende jazzmuzikanten is focus. Het doel van het geheel blijft bij deze mannen echter steeds in beeld. Uiteraard spreek ik op deze weblog altijd voor mijzelf, maar dit is werkelijk de ontdekking van de eeuw voor mij! Geen muziek voor mietjes, dat zal duidelijk zijn. Een ‘stellar’ reïncarnatie van alles wat mij muzikaal ooit heilig was in ‘exotische’ Scandinavische verpakking. ONGELOFELIJK!

https://youtube.com/watch?v=Xm8QAxa3Zyk

Hun voorlaatste album, Atlantis, heb ik aangeschaft. Ik vind het een sensatie van de bovenste orde. Luister naar het volkomen geflipte laatste nummer ‘freedom’s children’. Werkelijk insane. Allabout Jazz’s John Kellman: “A retro-futuristic jam fest, Atlantis is a breath of fresh air—even if that air seems tinged with the unmistakable hint of THC.”. Dat is wel duidelijk…


PS: Weather Report The Legendary Tapes is uit. Ik heb de box met 4 CD’s nog niet
besteld. Ga ik snel doen…



SNARKY PUPPY – TIVOLI – REPRISE

MUZIEK Posted on Sun, November 22, 2015 23:14:26

Jaren geleden was ik met mijn zus bij een optreden van Jules
Deelder in Rotterdam, waar anders? Ik heb zelden van mijn leven zo gelachen.
Letterlijk tranen met tuiten tot ik naar lucht moest happen. Deelder’s
show werd een jaar later door de VARA op de televisie uitgezonden en ik
verheugde mij op een ‘encore’. Ik begreep totaal niet
dat ik een jaar eerder daar in die zaal bijna het leven had gelaten. Het was te lang geleden en de sfeer van het jaar daarvoor kon ik niet
meer terughalen.

Het is het effect van de ‘live’ ervaring dat niet te vangen
en weer te geven is via opgenomen beeld en geluid. De chemie van een publiek én
interactie met de artiest hangt in de lucht en kun je gewoon niet vastleggen.
Ik had mij voorgenomen in het stukje over Snarky Puppy in Tivoli dat nog te benadrukken. Vergeten. Want die ervaring van de bewuste avond moet ik
natuurlijk ontberen. Gelukkig zijn er kritische lezers en vriend H. wees mij op
de fantastische sfeer tijdens het concert en de ‘reis’ in muziek waarbij zij
het publiek meenamen. Tivoli zit bij mijn vrienden nog vers in het hoofd natuurlijk en
na een paar weken al zo’n schitterende CD voorgeschoteld te krijgen is
natuurlijk uniek en dan kan je die sfeer in je hoofd makkelijk weer oproepen. Als je er niet geweest bent en op de bank zit te luisteren mis je een stuk van die chemie. Mijn ‘review’ is dan natuurlijk anders dan voor degenen die er bij waren. Geen nieuws natuurlijk, maar wel belangrijk om nog even te noemen.

Er was een tweede opmerking van H. die ik belangrijker vind en de reden dat ik dit stukje als aanvulling plaats. De gehele gepubliceerde SP Live-reeks 2015 is volledig onbewerkt. Elk concert is een 100% weergave van de bewuste avond.
Geen ‘cuts’, geen ‘edits’, helemaal niets. Ik weet dat Grateful Dead decennia lang al haar concerten liet opnemen én het meeste daarvan ‘unedited’ liet publiceren (o.a. door fans maar ook van soundboard). Daar moet je als muzikant en band inderdaad ballen voor hebben. Het resulteert in een ongefilterde muzikale ervaring van het hele concert, ook op de bank. De Snarky audiokwaliteit is natuurlijk wel even wat anders dan van ‘The Dead’, maar het gaat even om het idee. Het neemt allemaal niet weg dat Snarky Puppy een live-ervaring is die je pas ten volle kan appreciëren in de concertzaal. Dat heb ik zelf natuurlijk al tweemaal mogen ervaren.

Ik heb nog even gezocht naar een ‘Sylva’ versie in de live-reeks.
Die is er niet. Ik vind geen enkel Sylva-nummer terug. Dat is artistiek gezien ook
misschien beter, gezien het ‘suite’ karakter van Sylva. Het commentaar van Michael League op de SP website bij elk gepubliceerd concert geeft heel aardig
aan hoe zij, per avond, het publiek, de chemie, de akoestiek en hun eigen
prestaties hebben ervaren. Het is duidelijk dat, bijvoorbeeld, Schotten een totaal ander effect
hebben op de band en de muziek dan Zwitsers. Interessant.

Ik denk ‘The Ritz’ aan te schaffen. Opgenomen op 2 oktober jl. in Manchester en een favoriete avond van League. Dit concert heeft een grotendeels andere samenstelling van songs dan Tivoli. Ik ben benieuwd.



SNARKY PUPPY – TIVIOLI UTRECHT – 16 OKTOBER 2015

MUZIEK Posted on Sat, November 21, 2015 16:21:27

Vanwege ‘de’ begrafenis konden we niet bij het concert zijn van Snarky Puppy in het nieuwe Tivoli in Utrecht. Ik was al een tijdje
terug van plan, bij wijze van verrassing, stiekem kaartjes te kopen. Ook voor
J., want die wilde ook wel eens deel uitmaken van zo’n Snarky-happening. Maar ‘iets’
hield mij tegen en dat was niet per se mijn portemonnee… Mijn
muziekmaten waren er wél en het was weer net zo geweldig als in Rotterdam,
de superlatieven vlogen mij om d’oren. Wel een beetje balen natuurlijk, maar
ja, zo gaat dat soms in het leven.

Wat schetst mijn verbazing op 12 november jl.? Er stonden
24 live albums van SP op iTunes. De hele reeks Snarky concerten van dit jaar!
Inmiddels zijn het er 29. Dat zijn 58 CD’s! Wauw, euforie!

Uiteraard gelijk ‘Tivoli’ gedownload, CD’s gebrand, hoesje gemaakt en
klaar was deze Kees. Kon ik er toch nog een beetje bij zijn, in Utrecht.

Druk met allerlei ander gedoe weerhield mij er de eerste dagen van om op
mijn gemak te gaan luisteren, je bent toch wel meer dan anderhalf uur kwijt.
Maar uiteindelijk had ik ’s avonds een keer de tijd. Om met de deur in huis te
vallen, ik durf het bijna niet te zeggen, het viel hier en daar wat tegen. De
hoon zal zich tegen mij keren, ik weet het.

Dat Snarky Puppy de ‘Hottest Band in Town’ is hoeft geen
betoog. ‘Town’ is de hele wereld overigens. Van Vancouver tot Jakarta, ze staan
op elk jazz- en muziekpodium over de globe en met een frequentie die niet te
geloven is. Ze spelen samen met alle grote namen uit de pop, jazz en rock
muziek en geven tussen de bedrijven door ook nog ‘clinics’. Wat een energie
hebben die mensen, niet te begrijpen. Recensies van concerten en CD’s krijgen vier
of vijf sterren. We kunnen er niet omheen:
Snarky is HOT!

Mijn ervaringen in Rotterdam en Tilburg plus de
enthousiaste berichten uit Utrecht zorgde dat mijn verwachtingen torenhoog
waren toen ik ‘Tivoli’ in de Pioneer stopte. Altijd mee oppassen, met
hooggespannen verwachtingen. Om te beginnen: de audiokwaliteit is geweldig*). Hier
en daar is er wat verschil in volume tussen de instrumenten, maar verder,
uitstekend. Knap gedaan. De ‘live’ sfeer komt geweldig over, althans voor zover
ik dat kan beoordelen. Michael League, de bandleider, trapt af met een introductie
en informeert het publiek dat Utrecht een bijzondere plek is waar ‘We Like It
Here’ is opgenomen bij Kytopia en dat ze het hele album zullen spelen vanavond.
Gejuich. Het album bestaat uit twee CD’s en duurt ruim honderd minuten. Snarky
Puppy is een geweldige band en ze spelen een goed tot briljant concert. Mijn bezwaar richt zich op de lange
improvisaties en ‘interludes’, de passages dat men overgaat van het ene naar
het andere (improvisatie-) thema. Ik verlies te vaak de aandacht. De laatste
twee stukken zijn volledig geïmproviseerd en Michael noemt de laatste 25
minuten zelf een ‘funky en messy party’. Dat klopt wel. Het begint als ‘Herbie
Hancock’s Headhunters meet Prince’, maar daarna verzandt het, vind ik, in eindeloos repeterende gitaarriffs en heel veel getrommel. De eerste CD is gewoon
goed, strak en sfeervol met briljante solo’s en hier en daar even een zoekend
moment. De laatste twee tracks van de tweede CD vind ik te veel gerommel en
doet toch wat afbraak aan het geheel. Maar al met al natuurlijk een prima
registratie en de eerste schijf zal zijn weg vaak vinden naar mijn CD-lade. Een
Snarky Puppy album met een vlekje, zoals ik dat ervaar, schittert nog steeds
briljanter aan het muzikale firmament dan menige andere act van dit moment, van welke stijl dan ook.

Ik zal tussen de andere live opnames ook eens zoeken naar
een ‘Sylva’ concert. Dat album spreekt mij in essentie nog meer aan dan ‘We
Like It Here’. Ik ben reuze benieuwd.

*) Ik ben weer terug bij iTunes. Na het lezen van een
artikel over ‘Mastered by iTunes’ is duidelijk dat er geen hoorbaar kwaliteitsverschil
(meer) is tussen AAC en een CD. In tegendeel zelfs. iTunes vraagt producers om Master Files in de hoogst mogelijke resolutie aan te leveren. Meestal 24 bit/96 kHz. Daarna
begint er een gecompliceerd re-mastering proces waarbij men tracht de kwaliteit
van de High Res masters te benaderen. Het gewone CD eindproduct in de winkel (of
stream) kan door de muzikant/studio echter anders dan door iTunes worden remastered om met name aan de ‘loudness’ vraag te voldoen of specifiek in te spelen op de te verwachten
weergevers die de klant zal gaan gebruiken. Denk daarbij aan ‘oortjes, Dr. Dre,
meerkanaals, enzovoort. Zo kan het uiteindelijk zijn dat een Mastered by iTunes
AAC anders of zelfs beter kan klinken dan het origineel uit de winkel.

Dus ik geloof het wel weer met die andere diensten. iTunes is audiofiel genoeg voor mij en 25 tot 75% goedkoper én ‘on demand’ wat ik echt wel prettig vind. Productie van hoesje en doosje is een deel van de hobby. Bovendien, gewoon een CD kopen uit de (web-) winkel kan natuurlijk ook nog. Niets mis mee 🙂



OUD EN NIEUW

MUZIEK Posted on Wed, November 11, 2015 23:25:42

Geen muziekverhaaltjes meer hier (zie mijn bericht van 2 november 2014) maar wel af en toe een concertverslagje,
een recensietje, een overweginkje of iets anders wat ik wil delen. Dit keer een beetje van alles.

Oud en Nieuw
Ik wacht natuurlijk al jaren op iets wat helemaal nieuw is, maar daar heb ik het al vaak genoeg over gehad. Anders dan in de ‘sixties en seventies’
zijn er geen revoluties meer gaande. Nieuwe generaties van muzikanten
doen beslist hele mooie dingen. Evoluties is dan een beter woord. Natuurlijk let
ik meer op jazz en aanverwante gebiedsdelen want dat heeft mijn voorkeur. Of muziek nieuw is of
niet is ook wel heel moeilijk te definiëren. Het is ook eigenlijk nauwelijks interessant en ik laat het onderwerp ‘nieuw’ in de zin van revolutie voortaan voor wat het is. Laat ik het voortschrijdend inzicht noemen. Wat maakt het uit? Goed is
goed. ‘Nieuw’ is voortaan voor mij muziek die ik niet eerder heb gehoord.

Televisie – Nieuw
Ik heb Matthijs en zijn DWDD best hoog zitten, maar die 1-minuut-optredens van bandjes met hun zouteloze popmuziek
ben ik wel een beetje zat. Hoeveel gitaarbandjes met een zanger of zangeres zijn er in godsnaam in dit land? Er komt natuurlijk best wel eens wat aardigs langs, maar 1 minuut? Die ene minuut is bovendien ook nog bepalend voor het succes wat het bandje gaat krijgen. Wat een armoe wat dat betreft op de TV. Ik zou wel
eens een platform willen zien waar nieuw talent zich in de volle breedte kan
presenteren. Pop, jazz, dance, world, elektronica, techno en
alles wat daar tussen en omheen zit, het maakt niet uit. Maar ja, dat zal wel lastig worden. VPRO
Vrije Geluiden is wél een fantastisch platform voor ‘andere’ muziek buiten de mainstream, maar het is wel vaak marginaal en
elitair. Kan iemand niet eens een leuk format verzinnen voor een geïnteresseerd publiek? Met ‘nieuw’ bedoel ik dan muziek van artiesten die de grenzen van hun metier een beetje opzoeken en nieuwe, onbekende talenten.

En verder…
Het is weer bijna winter (nou ja…) en in ieder geval donker
en weer tijd voor muziek. Ik ben weer volop aan het luisteren en de afgelopen
maanden vielen mij weer wat muziekjes op waarvan ik er een aantal wil delen. Oud en
nieuw! Gaat-ie:

Jacob Collier – nieuw
Dé jazz ontdekking van nu is Jacob Collier. Ik had niet eerder van hem gehoord. Stijn ontdekte
hem op Youtube. Jacob wordt op handen gedragen door mensen als Herbie Hancock,
Pat Metheny en Quincy Jones en hij is pas 19 jaar oud! Jacob is een MONSTER
jazzmuzikant.Hij speelde o.a. met de WDR Big Band en Snarky Puppy. Luister naar
zijn bizar goede vertolking van Eleanor Rigby. Uitluisteren! Let op het akoestische middenstuk en de briljante interactie met de uitstekende drummer en bassist. Werelds! Jacob werkt nu aan
zijn eerste album. Ik ben wel benieuwd of hij kan componeren want het is wel
een mannetje van de arrangementen. Maar dat kan hij als geen ander en over zijn
creatieve en briljante spel maar te zwijgen…

Brian Auger’s Oblivian Express – Live Los Angeles – Oud
Ik heb zeggen en schrijven één ‘elpees’ van Brian. De
slechtste die hij ooit maakte, haha. Auger is al sinds begin jaren zestig de Britse
meester van de Hammond B3. Vorige maand uitgebracht: ‘Live in Los Angeles’.
Niks nieuws, in tegendeel. Jazz, rock en blues in de meest traditionele fusion zin
denkbaar, maar zo lekker dat ik de CD al een week draai. Ik krijg er bovendien
hele goede ‘vibes’ van. Brian is 76 en het is toch geweldig als je dan nog zo
muziek kan maken? Featuring Alex Ligertwood. Alex wie? Ik wist het ook niet, maar hij was jarenlang één van de leadzangers van Carlos Santana. Shame on me. Alex is overigens 68…

Miles From India – Oud en nieuw
Over dit album schreef ik al eerder en toen kon ik het er niet niet helemaal mee vinden. Herstel: het is een geweldig
album door Miles alumni en Indiase muzikanten. Er zijn een paar nummers waarbij de samenwerking wat stroef klinkt, maar verder echt zeer de moeite waard. Wel even de bovenkamer resetten en met een
open mind en zonder verwachtingen gaan luisteren. Zeer bijzonder.

Miles Davis – Live in Tokyo 1975 – Oud
Het Miles Davis septet op zijn extreemst. Deze radio opnamen dateren van tien dagen voor de legendarische Agharta / Pangaea concerten in Osaka op
1 februari. Unieker gaat het
nooit meer worden. Dit is een ‘mind bender’ die zijn gelijke niet kent.
Vriend H. vermoedt dat wij (ondergetekende, H. en R.) de enigen zijn in onze
stad die dit kunnen waarderen. Waarschijnlijk. Maar wat een groove, minimalisme
en harmonie!

Marcus Miller – Afrodeezia – Nieuw
Marcus is ‘my main man’. Met gemak mijn favoriete
jazzartiest van de laatste 10 tot 15 jaar. Afrodeezia wordt de hemel in
geprezen door alles en iedereen, behalve door mij… Ik herinner mij Carlos
Santana’s album ‘Supernatural’ waarbij hij, zoals ik dat zie, hoogverraad
pleegt op zijn eigen artisticiteit. Bij Carlos is het nooit meer goed gekomen
en ik hoop dat Marcus het bij dit commerciële zijspoor laat. Er staan wel één of twee aardige nummers op, maar verder… Niet aanbevolen.

BRZZVLL – Engines – nieuw
Brazzaville is de hoofdstad van de Republiek Congo. Deze Belgische band gebruikte de naam van de stad zonder klinkers om er hun naam aan
te geven. Origineel. Van hun website: “BRZZVLL is founded by Vincent Brijs. The
band plays improvised dance music with a jazz-fusion, funk and rare groove
sound like those of the 70’s: bass and drums very tight and funky, horns, guitar
and keyboards very imaginative and sexy. Each song floats in a very playful
mood to groove.”

Een fantastische en frisse band en een zeer verslavend
album! Draai ik zeer frequent.

John McLaughlin and the 4th Dimension – The Boston record – Oud en nieuw
John gaat op zijn nieuwste album weer als een motherfucker te keer op zijn gitaar.
Die 4th Dimension is een onwaarschijnlijk goed spelende band die zelfs deze Mat Hatter in zijn zesde verzet kan bijhouden. Een muzikale terugblik
op John’s oeuvre, live opgenomen in het Berklee College of Music in Boston
vorig jaar. Vijf sterren. Een meer dan GEWELDIG album en ‘outrageously virtuosic’. Onvergelijkbaar
vaardige en waanzinnige muziek, maar niet voor iedereen… Ook mijn parachute is niet altijd open, maar als dat wel zo is, dan is dit echt wel mijn favoriete album van de laatste tijd!

John Luther Adams: Become Ocean – Seattle
Symphony Orchestra – Nieuw
Heel erg andere en vooral heel erg rustige koek. Wat het is? Orchestraal, ambient, minimal en vooral
verzengend. Een ‘sonic journey’. Sommigen vinden het behang of kitsch, maar ik vind het, als tegenwicht voor ons drukke bestaan, een zalvende ervaring. Ik citeer de New York Times – David Allen:

New York Times, Classical Best of 2014: Inwardly
mechanical and outwardly entrancing, “Become Ocean,” the 2014
Pulitzer Prize-winning work, was intended to drown you in sound, and it
succeeds. This absorbing, glittering release is testament to what a single
piece can do for a composer, an orchestra and a conductor -David Allen, New
York Times 2014

Weather Report – The Legendary Live Tapes 1978 – 1981 – Oud
The Legendary Live Tapes: 1978-1981 bevat vier CD’s waarop
nog niet eerder uitgebracht live materiaal van één van mijn favoriete bands
ooit. Wayne Shorter, Joe Zawinul , Peter Erskine, Robert Thomas
Jr. en natuurlijk de legendarische Jaco Pastorius.

Wat ik er van vind? Hij komt pas 20 november uit… Ik kan niet wachten… wordt
vervolgd!

Verder – Nieuw

Terence Blanchard – ‘Breathless’ – Vriend H. en de hele wereld zijn helemaal enthousiast. Ik vind er niets aan. Ik wil niet zeggen dat het album niet deugt, maar Terence trekt niet mijn kaart. Helemaal niet.

Ibrahim Malouf – diverse albums. Idem dito. Ik moet er waarschijnlijk wat meer aandacht aan gaan schenken. Goede muziek, dat hoor ik ook wel, maar het komt bij mij niet binnen op de een of andere manier. Maar hier werk ik nog aan.

Kamasi Washington – The Epic – Een dappere poging om de hele jazzhistorie in drie uur te vangen én te vernieuwen. Ik vind het allemaal een beetje erg veel en het lijkt of veel songs na een paar minuten ontsporen. Maar… laat ik nog geen definitief oordeel vellen – ik ga hier nog op terug komen.

Jazz – Daar gebeurt van alles. Ik check regelmatig nieuwe releases op iTunes. Ook aan de hand van reviews op allerlei websites. Een eindeloze bron van goede voornamelijk instrumentale muziek. Te veel om bij te houden eigenlijk, maar heel positief dus.

Pop/Rock/Techno/Dance/enz. – Het gaat allemaal volkomen langs mij heen. Vroeger was ik nog wel redelijk bij, maar tegenwoordig… Ik word ook totaal niet getriggered door wat ik opvang van radio en TV. Deze week zaten er wat jonge muzikanten aan tafel bij DWDD en hen werd gevraagd wat ze het mooiste nummer van het afgelopen jaar vonden. Tsja, daar werd Sinterklaas niet blij van. Wat een ‘middle of the road’ shit allemaal. Misschien moet ik mijn muzikale licht elders op steken met betrekking tot pop en rock en dergelijke. Maar goeie muziek, of het nou mijn stijl is of niet, sijpelt uiteindelijk wel door zou je denken. Ja, Adele, daar kunnen we, terecht, niet om heen. Maar verder… Ach, misschien zijn mijn voelsprieten versleten. Hoe dan ook, als iemand iets weet wat echt heel erg goed is én een beetje ‘out of the box’, dan hoor ik het graag. Ik wil wel een béétje mee kunnen praten.



WIE HEEFT DE GROOTSTE?

AUTO'S Posted on Mon, November 09, 2015 00:08:59

Blogjes over auto’s stuur ik alleen rond naar een paar
liefhebbers die wat met auto’s hebben en die kan ik, in mijn vriendenkring, met
één hand tellen. Ik schrijf ze eigenlijk voor mijzelf denk ik, haha. De jeugd is al tijden afgehaakt en steeds meer heb ik het
gevoel alleen te staan met mijn interesse voor auto’s (‘passie’ is iets te sterk).
Maar sinds enige tijd kijk ik regelmatig naar RTL Autovisie en dat vind ik een erg leuk programma. Top Gear had voor mij al lang afgedaan. Dat was geen autoprogramma
meer maar een allegorische potpourri van idiote thema’s. Best wel komisch, maar
het had weinig meer met oprechte interesse voor auto’s te maken. Rob Kamphues
en Werner Budding, de presentatoren van
RTL Autovisie, hebben verstand van zaken en maken een heel aardig programma waarin de auto centraal staat. Bovendien zitten er vaak gasten aan tafel die
liefhebber zijn waarvan je het niet zo gauw zou verwachten. ‘Spike’ van Direct
bijvoorbeeld, een groot fan van oude Amerikanen en, onlangs, de prachtige Victoria
Koblenko. Victoria is beslist niet van de straat met haar universitaire titel
Politicologie én ze rijdt een nieuwe Jaguar F-Type! Waar ze dat
van betaalt is mij een raadsel, maar dat is een ander chapiter. Vaste
medewerker van het RTL programma is Bijzonder Hoogleraar Maarten van Rossem,
ook een auto-adept en kenner van het fenomeen automobiel. Ik bevind mij dus gelukkig
in goed gezelschap én van alle leeftijden en dat geeft mij toch wel een
‘lekker’ gevoel. Ik ben dus niet helemaal een outcast.

Liefhebbers van auto’s, meestal toch wel mannen, wordt
vaak toegedicht dat de auto een verlengstuk van het mannelijk
voortplantingsorgaan is. Ik geef toe dat als je in een echte supercar rond rijdt, ik heb het een paar keer mee mogen maken, er wel iets ‘machtigs’ over je
komt. Wellicht komt er meer testosteron vrij, wie zal het zeggen? Maar na een
halve eeuw periodiekjes lezen over de automobiel, bezoeken van autobeurzen,
automusea en, boven alles, lekker rijden in je eigen autootje, heb ik nou niet
het idee dat ik heel erg ‘mannelijk’ bezig ben geweest. Ik vind eigenlijk alles
wat met auto’s te maken heeft leuk en erg interessant en denk echt niet bewust ‘kijk
mij eens mannelijk zijn’. Eerder het tegendeel: ‘Kijk mij weer eens autistisch
zijn’, want dat is het ook wel een beetje. Of monomaan, dat kan ook.

Maar, eerlijk is eerlijk, dat mannendingetje met auto’s
steekt natuurlijk wel een beetje de kop op als we gaan vergelijken. ‘Wie heeft
de grootste?’. Hahaha. Ik maak mij er zelf natuurlijk behoorlijk schuldig aan
door te koop te lopen met al die auto’s die ik rijd en gereden heb. Het is betrekkelijk
onschuldig, maar toch. In de voorgaande blog heb ik het nogmaals over aantallen
en dat ontlokte vriend R. om ook eens een lijstje te maken. Korter dan de mijne
(de mijne is de langste, haha…). Maar R. voegde er nog een opsomming aan toe: de
meest bijzondere auto’s waar hij zelf in gereden had, maar geen eigendom. Dat
vond ik ook een leuk en origineel lijstje en daar had ik niet eerder aan gedacht. Een
dergelijk rijtje kan ik ook maken en daar ga ik eens goed over nadenken. Volgt
beslist nog een keer.

Als ik er over nadenk, om alvast een aftrap te doen, dan
herinner ik mij als eerste de Ferrari Testarossa. Het was 1994 en ik werkte in
Leidschendam. ‘Morgenochtend kom ik met een Testarossa op kantoor’ zei collega
HvG. ‘Wie een stukkie wil rijden moet het nu zeggen’. Yeah right, we keken hem
aan of hij gek was geworden en namen hem 100% niet serieus. Voor de zekerheid
besloot ik ’s avonds toch maar mijn Nikon mee te nemen. De volgende ochtend,
het was november en nog donker, hoorden we een woest gebrul buiten. ‘Verdomd’, zegt
een andere collega, ‘hij heeft echt een Testarossa bij zich’. De auto was van
weer een andere collega in Brabant die ‘eigen geld’ had en een beetje handelde
in auto’s. De Testarossa had hij in Italië gekocht. HvG had de auto die dag
geleend voor de trouwerij van zijn dochter. Samen met HvG gingen we een stukje rijden en ik mocht
ook een rondje, de andere collega’s geloofden het wel. Wat een ramp van een auto…
Geen bekrachtigd stuur en bijna niet om een hoek te krijgen gewoon. Veel te
breed, totaal onoverzichtelijk en een hortende en stotende 12 cilinder die pas op
de snelweg lekker ging lopen. Helaas geen foto van mij achter het stuur, maar
wel een paar plaatjes.
Een kentekencheck leert dat de auto in
Nederland niet meer rondrijdt of dat iemand er mee in een boom is geklommen,
wat niet ondenkbeeldig is. Voor de volledigheid: De naam Testarossa, oftewel ‘roodhoofd’,
verwijst naar de rood geverfde kleppendeksels van de twaalf cilinder boxermotor. De auto werd legendarisch vanwege ‘Miami Vice’. Don Johnson (‘Sonny’
Crockett) reed een witte!

Leuk, dat lijstje met ‘specials’, daar ga ik zeker nog op terug komen!

Nog een dingetje ter afsluiting wat met het bovenstaande
weinig te maken heeft, maar ik wel kwijt wil. Ik kijk met afschuw naar de
ontwikkelingen met betrekking tot de autonome auto. Zijn we allemaal gek
geworden? Ga dan god^%%& gewoon in het openbaar vervoer zitten en ontneem
niet mijn vrijheid van handelen! Dussss.



FORD FOCUS 1.6 TDCi ECONETIC LEASE TITANIUM HB – REVIEW

AUTO'S Posted on Sat, November 07, 2015 23:17:50

Ergens op mijn blog schrijf ik hoe benieuwd ik ben naar een
ritje Alpen met de Ford Focus die ik nu rijd. Hoe geweldig goed ik mijn vorige
Clio ook vond, Clio’s zijn gewoon geen Autobahn-auto’s. De Focus, dat wist ik
al, dus wel. Ook de diesel rijdt echt heel fijn, ook op hoge snelheid. Rustig,
stil, in alle comfort dus. Mijn rit naar Sisikon met K. (zie weblog) was dus
appeltje-eitje en ronduit een genoegen. Ik schrijf over mijn auto-ervaringen op
Autoweek altijd een review. De laatste staat hier: http://tinyurl.com/o3l5c8g

Eindelijk heb ik eens een volledige en betrouwbare analyse
van ons autobezit gedaan. Ik heb een sheet gemaakt waarin inzichtelijk is of
het ‘mijn’ auto is, J.’s auto, een combinatie, eigendom of lease. Totaal komen
we op 55 auto’s vanaf 1981. Bij mij staat de teller op 46. Dat is dan eigendom
(van mij of van ons beiden) en lease bij elkaar geteld. Gekkenwerk, maar wel
leuk.
Hieronder nummer 1 uit uit 1981 met R. in Zwitserland in het Valsertal – een Opel
Kadett 1.3. S HB mét getint glas met ‘rookband’, sportstuur én lichtmetalen
velgen. Dat zag je allemaal nog niet zo vaak in die jaren. Dat was een mooi karretje. Daaronder
nummer 55 (of 46), de huidige Ford Focus op de Klausenpas, ook in Zwitserland, bijna op de dag nauwkeurig 34 jaar later…
Hoezo, de cirkel is rond…?



1969 / 2015 – ZWITSERLAND – DE CIRKEL IS ROND

REIZEN Posted on Mon, November 02, 2015 23:26:49

Hoe vaak ik in Zwitserland
ben geweest zou ik kunnen achterhalen via mijn dia- en fotodatabases, maar dat
is me te veel gepuzzel. Zo door de jaren heen is dat in ieder geval enkele tientallen malen geweest. De eerste keer was in 1969 toen ik twaalf jaar oud
was. Na vier vakanties in Denemarken met onze en een bevriende familie, hadden
mijn ouders besloten naar Zwitserland te gaan. Eindelijk zou ik echte bergen
zien. Ik had op het Deense eiland Møn weliswaar mijn eerste ‘bergen’ gezien, de
zogenaamde ‘Møns Klint’. Best wel serieuze krijtrotsen aan de Oostzee en zelfs
nog iets hoger dan de ‘white cliffs’ van Dover, maar natuurlijk niet het echte
werk.

Vanaf kleins af aan tuurde ik in atlassen en
keek ik gefascineerd naar foto’s van berglandschappen in de boeken van mijn
ouders. Wat zou het geweldig zijn als ik zulke bergen ooit eens in het echt kon
zien! In juli 1969 was het zover. Met de Opel Kadett van mijn vader en het
andere bevriende gezin in hun witte Peugeot 204, togen we naar Sisikon aan het
Vierwoudstedenmeer in Zwitserland. De eerste ontmoeting overtrof mijn stoutste verwachtingen. Ademloos
stond ik aan de oever van het meer te staren naar de bergen die loodrecht uit
het donkere water omhoog rezen en vooral naar de Uri Rotstock. Een berg waarvan
de witte top boven alle andere uittorende. ‘Eeuwige sneeuw’ noemde mijn vader
de witte bedekking op de top. Wat een sensatie en ik kon mijn blik er niet
vanaf houden. Het werd een vakantie met louter superlatieven, althans, vanuit
mijn perspectief. Mijn zuster ervoer dat op sommige momenten wat anders. Een
woeste bergwandeling met de papa’s en alle kinderen op sleeptouw is zij nooit
meer vergeten. Mijn onervaren vader had de leiding en wist wel een mooie
wandeling. Maar helaas, we verdwaalden. Geen probleem voor
mijn vader, hij wist precies in welke richting we verder moesten. We namen een
’short cut’ via steile beboste hellingen en dicht struikgewas. Na vele uren kwamen
we bij de ongeruste moeders weer heelhuids aan. Nou ja, heelhuids… We zaten onder
de schrammen, bagger en zweet. Mijn zus, ze was toen vijftien jaar, vond het
een onverantwoorde actie, te meer de andere kinderen nog echt kleintjes waren. Ze
kan er nog boos om worden, haha. Maar mijn ‘dingetje’ was het helemaal, daar
was ik gelijk achter. Ik vond het allemaal geweldig. Ik herinner mij het
achterland van Sisikon, de Aareslucht, de besneeuwde Sustenpas, het Haslital, de
enorme bergwand bij Innertkirchen, enzovoort. Vanaf 1969 beschouwde ik een jaar
zonder bergvakantie als een verloren
vakantiejaar. Het is sindsdien, geloof ik, maar één keer voorgekomen dat ik een
jaar heb verzaakt. De vakanties
met mijn ouders en bevriende families daarna brachten we door in Karinthië, in
Oostenrijk. Ook die waren geweldig en niet alleen vanwege de bergen. Het was in menig opzichten altijd drie
weken feest. Met meer dan tien man van 8 tot 48 jaar was het doorgaans ‘turbulent’ mogen
we wel zeggen.

Zo herinner ik mij de barbecue. Mijnheer H. had het fenomeen in
Zuid-Afrika gezien en was gelijk een fanatiek BBQ-er geworden. Thuis had hij er zelf een gemetseld want een barbecue was nog een nagenoeg onbekend fenomeen en waren nog niet te koop. Kom maar eens om een Hibachi in Oostenrijk begin jaren
zeventig. Dus de creativiteit werd ingezet. Met man en macht sleepte de oudere
mannen een verlaten halve betonnen buis weg bij de spoorbaan achter onze woning (zie de foto). Rekje uit de oven er op, vuurtje stoken, worsten en karbonaadjes er
op en dat zou helemaal goed komen. Toen klonk er een knal alsof er een
mortiergranaat insloeg. De buis klapte uit elkaar en de scherven floten als
kogels langs ons heen. Na van de schrik te zijn bekomen moesten we constateren
dat onze mooie worsten tot in de dakgoot lagen, hahaha. Niemand raakte overigens gewond. Na onze avonturen in Oostenrijk zou het even
duren voor ik weer naar Zwitserland zou reizen.

Begin jaren zeventig kwam
buurman F. en zijn knappe jonge vrouw G. in onze straat wonen. F. had ADHD op
zijn voorhoofd staan. Een ongeleid projectiel waar je ongelofelijk om en mee
kon lachen. Hij reed snelle BMW’s én was een bergenman. F. introduceerde mij in
de ijswereld van Wallis en de Mont Blanc. Eerst tijdens een vakantie met zijn
gezin, later samen en nog weer later met vrienden. ‘Even’ naar Zwitserland was
ook geen punt. In zijn dikke zescilinder BMW 2800 met 200 kilometer per uur richting Basel was in
die jaren een peuleschil. Ik vond dat natuurlijk eindeloos gaaf, want ik was óók
gek van auto’s. Wat hebben we gelopen, geklauterd, afgezien, gefotografeerd en
gelachen. Legendarisch was de vakantie van twee weken in genoemde regio met
vriend R. er bij. Deze leek blijkbaar op een lid van de toen zeer beruchte
terreurgroep ‘Roter Armee Fraktion’ en dat gaf bij de grensovergang steeds weer
problemen. F. en ondergetekende lagen steeds blauw van de lach, maar R. was
iets minder enthousiast als hij weer in een douanehokje werd gesommeerd. Het
gebied van de hoogste vierduizenders in de Alpen ligt in Zwitserland, Italië én
Frankrijk. Het betekende dat we om de haverklap wel een keer een grens moesten
passeren en van ‘Schengen’ had men nog nooit gehoord.

We kampeerden bij
Argentiëre in de nabijheid van Chamonix en de Mont Blanc. Veel variatie met
koken was er niet bij en we aten bijna dagelijks een zelf gemaakt diner op de
butaan gasbrander van eieren, uien en tomaten op brood. ’s Nachts stonden de
tentjes bol van het flatulentiegas en een vonk had ons waarschijnlijk het leven
gekost. Maar het is allemaal goed afgelopen.

De vakanties met F.
duurden voort tot 1988. Dankzij hem zag ik zo’n beetje al het spectaculaire
werk tussen de Mont Blanc en Aletschgletsjer. Tussendoor pakte ik ook nog wel
eens een keer de auto voor een vakantietje in de Alpen met één van mijn andere
vrienden en later natuurlijk volop met J. die ook een groot fan werd van bergvakanties.
Ik ben wel wat schuldig aan J. Ik heb haar éénmaal meegenomen naar
Wallis maar het enige wat we zagen was regen en mist. Ik beloof haar al jaren
dat we de Matterhorn, want die wil ze dolgraag zien, beslist een keer gaan
bekijken, maar het is er nog niet van gekomen. Shame on me, maar dat komt zeker een keer goed…

In 1983 startte vriend K.
en ondergetekende de (bijna) jaarlijkse traditie om een weekje in de bergen te
gaan wandelen. Ik heb dat wel vaker aangehaald. Zwitserland stond ook
regelmatig op het menu. De laatste keer was in 2009 en het werd hoog tijd weer eens
naar het walhalla van het bergwandelen te gaan. We kozen ditmaal voor centraal
Zwitserland, de kantons Uri en het oostelijk deel van Berner Oberland.
Gebruikelijkerwijs had ik de wandeltochten thuis uitgevogeld en K. de hotels geboekt.
Ons hotel in Zwitserland had K. in Sisikon gevonden, waarmee na 46 jaar
bergwandelen de cirkel voor mij rond was. We waren wel wat bang dat het een
prijzige aangelegenheid zou worden. Het was van oudsher al een duur land, maar
op 15 januari jl. verraste de Zwitserse centrale bank vriend en vijand met het
loslaten van de koppeling tussen de euro en de Zwitserse Frank. De gevolgen
voor de Zwitserse economie bleken of leken rampzalig, maar het schijnt toch
weer wat beter te gaan. Maar wat zouden de prijzen ‘doen’ van restaurants,
kabelbanen, een bakkie koffie of een biertje? We gingen het meemaken…

Na een overnachting aan de
rand van het Zwarte Woud reden we onder een bewolkte hemel, met af en toe een
spat regen op de voorruit, richting Zwitserland. Het weerbericht was zeer
onzeker maar precies bij het Vierwoudstedenmeer brak de lucht open en zag ik na
zoveel jaren ‘mijn’ Uri Rotstock weer wit glinsteren in de zon. Wat een geluk
en het bleef die hele middag prachtig weer. Na ingecheckt te hebben in ons eerste hotel aan de drukke Axenstrasse en een heerlijke wandeling op de bergalmen
boven het Vierwoudstedenmeer was het tijd voor de innerlijke mens. De eerste
menukaart die we bestudeerden aan de gevel van een restaurant in het naburige Altdorf
bezorgde mij bijna een hartverzakking. Niet normaal! Het angstzweet brak mij
uit want dat komt dit jaar met een net studerend kind wel even heel erg rot uit. Ik suggereerde dat we het deze week maar met dubbele Whoppers moesten gaan
doen. Ik zag ons gezinnetje al onder een brug met kinderwagen vol vuilniszakken
tijdens de kerst. De Burger King ging K., een echte culinaire smulpaap, te ver.
Maar dankzij K. bleven mijn kosten deze vakantie toch nog binnen de perken… Het werd echt een topweek met alle
soorten weer, schitterende herfstkleuren, spectaculaire landschappen en
fantastische wandelingen. We zijn ook nog in Luzern geweest. Het weer was daar lousy,
maar wat een plaatje van een stad en, verrassend voor Zwitserland, reuze gezellig! De apotheose was op vrijdag. We vertrokken
onder een bedekte hemel om die dag naar Limburg am Lahn te rijden voor een
overnachting in Duitsland. We hebben tegenwoordig geen zin meer in 1000 km per
dag en doen het dus lekker rustig aan. Bij de Brienzer see begon het plotseling
op te klaren. We keken een dal in naar links en zagen de witte top van de Schreckhorn
in de zon schitteren. Er was maar één optie: afslaan richting Grindelwald. Zo
gezegd, zo gedaan. In Grindelwald namen we de ‘Männlichen’ kabelbaan omhoog en
een uur later stonden we oog in oog met misschien wel het beroemdste bergpanorama
ter wereld: Eiger, Mönch, Jungfrau. Het was ongelofelijk mooi weer en we besloten
richting Kleine Scheidegg te lopen, onderaan de Eiger noordwand. Daarna weer
terug gelopen en nog wat gegeten op het prachtige terras bij de kabelbaan
in de stralende zon. We konden ons geluk niet op, maar het was hoog tijd om
naar beneden te gaan en richting Duitsland te rijden. Toen ging mijn telefoon…

Het was J. Mijn moeder was
plotseling in het ziekenhuis opgenomen met complicaties. We vertrouwden haar
conditie al niet de laatste weken, maar ze sloeg zich altijd weer door alle praktische
en lichamelijke ongeregeldheden van het leven heen. Deze keer niet. J. gaf aan
dat het een aflopende zaak was. Dat was toch wel een onverwachte schok. We
besloten uiteraard in een keer naar huis te rijden en de overnachting over te
slaan. Het was een vreemde en bijna surrealistische rit. Ik wist dat het einde
zou komen en oneindig veel gedachten en herinneringen schoten door mijn hoofd
terwijl de steeds stiller wordende Autobahn onder ons doorschoot. Om kwart
over twee ‘s nachts belde J. ons in de auto dat mijn moeder was overleden.
Gelukkig was ze niet alleen. Kort daarvoor was ze nog even bij kennis geweest
waarbij ze familie en artsen vertelde dat ze geen reanimatie meer wenste en
rustig wilde inslapen. Die informatie deed mij echt heel goed. Ik was nog net
op tijd om haar, weliswaar na haar overlijden, nog even te zien en ‘afscheid’
te kunnen nemen.

Een merkwaardig einde van een prachtige bergvakantie. Het leven kent ups en downs die
zich soms in een oogwenk aan kunnen dienen. We zullen mijn moeder vreselijk
missen, maar hebben veel vrede met de wijze waarop ze is gegaan. Ze had,
uiteraard ook met pieken en dalen, een mooi leven als je het op de keper
beschouwd en dat is een grote troost. Zwitserland 2015 was een waanzinnige mooie
vakantie en bleek een cirkel te sluiten in meerdere opzichten.

De foto’s, zijn
hoofdzakelijk, surprise, van bergen en berglandschappen. De liefhebbers zullen het
prachtig vinden (ze zijn best mooi) en anderen… tsja, gaap, gaap, haha.

Hoe
dan ook, ze staan hier: http://pictures.stoneageimages.com/#!album-61-1



MAMA – IN MEMORIAM

WEBLOG Posted on Tue, October 20, 2015 22:40:51

In de nacht van vrijdag 9 oktober op zaterdag 10 oktober jl. overleed onze
lieve moeder, oma en schoonmoeder op 90-jarige leeftijd. Wat een fantastisch lieve en authentieke vrouw was
dat toch. Altijd goed geïnformeerd, realistisch,
scherp én vol humor. Iemand die het begrip naastenliefde als geen ander
betekenis gaf. Ze had een ongekende positieve instelling en bij haar was het glas nooit leeg! Haar lichaam begon de laatste weken langzaam tekenen te vertonen dat het op was. Gelukkig is haar een ziekbed bespaard gebleven. Zij had er, geheel in haar stijl, vrede mee en zij is rustig heen gegaan. Wat zullen we haar missen! Ze zit in ieder geval lekker op haar ‘stoeltje vooraan’, dat is zeker! KMA lieve mama.

Deze foto heeft Stijn van zijn oma gemaakt op 6 oktober, een
paar dagen voor haar overlijden!



HORIZONTAAL!

FOTOGRAFIE Posted on Wed, August 26, 2015 21:40:07

Een kleine ergernis die zich bijna dagelijks aan mij opdringt
is de trend van verticale fotografie. Om maar met de deur in huis te vallen: niet doen!
Het komt allemaal door de jeugd met hun smartphones. Ze hebben dat ding de godganse
dag verticaal voor hun snufferd. Als er dan iets te fotograferen (of filmen)
valt dan is het makkelijk om dat met één hand te doen en wel verticaal. Pure gemakzucht en een beetje jammer. Ook
mijn zoon maakt zich er schuldig aan en, ondanks mijn dringende advies, ik
krijg het er niet uit. Het probleem is dat bijna 70% van de foto niet wordt
gemaakt. Klinkt wat cryptisch, maar dat zal ik zo uit de doeken doen.

Ons blikveld is horizontaal georiënteerd. Horizontale
composities worden daarom als natuurlijk ervaren. Denk maar aan
compositieregels als de Gulden Snede en Regel van Derden (zoek maar op). Het
zijn de richtlijnen die schilders al eeuwen en fotografen al meer dan 100 jaar hanteren. Maar soms leent een onderwerp zich meer voor een verticale
compositie. Met name mode- trouw- en portretfotografie zijn daar goede
voorbeelden van. ‘An sich’ is er natuurlijk niets op tegen om een verticale
foto te maken, maar eigenlijk zijn ze tegenwoordig alleen geschikt om af te drukken. Het
heeft alles te maken met de komst van de computer. Onze geprinte foto van
vroeger konden we horizontaal of verticaal in een fotoboek plakken. Dat maakte
niet uit, de foto werd er niet kleiner van. Dat is nu heel anders. We bekijken onze foto’s tegenwoordig bijna uitsluitend op het beeldscherm. Dat
beeldscherm is horizontaal. Als u een verticale foto maakt en deze op een
beeldscherm bekijkt dan ‘verkleint’ u het fotopotentieel op een niet geringe
wijze. Tenzij u uw computer bij elke verticale foto op zijn kant zet. Dergelijke draaibare beeldschermen bestaan overigens wel en een tablet kun je natuurlijk ook makkelijk draaien maar dat kijkt wel érg onrustig.

De foto’s hieronder illustreren mijn standpunt
overduidelijk. De eerste foto is onlangs gemaakt op de dag dat De Pier
in Scheveningen weer open werd gesteld voor het publiek. Ik gebruikte een Samsung Galaxy S4. De
verhouding is 1:1,778 (2322 x 4128 pixels).

De tweede foto heb ik verticaal
uitgesneden van de eerste foto en gecropt naar genoemde verhouding. Het is alsof ik vanuit
hetzelfde standpunt de foto verticaal had gemaakt. Ik denk dat de boodschap wel
duidelijk is. Afgezien van het feit dat de nieuwe foto qua compositie sowieso
horizontaal moet zijn, heeft de verticale foto een ‘oppervlakte’ op het scherm
dat slechts 31% van de horizontale foto is.

Omdat ik ook ouderen steeds meer deze fout zie maken, wil
ik u voor deze dwaling behoeden. Maak gewoon altijd horizontale foto’s, tenzij
u uw foto’s gaat of wilt afdrukken of publiceren. Het is 9
van de 10 keer de juiste fotografische gewoonte en u verspeelt geen ‘oppervlakte’
meer. De Eiffeltoren, bijvoorbeeld, er op zetten? Gewoon genoeg afstand nemen en ook dit verticaalste der verticale onderwerpen krijgt substantie omdat de omgeving er op ook op staat. Wat zie je alleen aan die ‘mast’ zonder relatie met de rest van de stad?

Dat mijn verhaal misschien nog wel meer van toepassing is op het maken van videofilms lijkt mij evident. Overigens kunt u ook vierkant croppen. Ik vind het vierkante kader niet zo mooi, denk aan de Gulden Snede. Maar dat is natuurlijk persoonlijk. Hasselblad, bijvoorbeeld, is een zeer kostbare professionele camera waarmee standaard vierkante foto’s op middenformaat (6 x 6) worden gemaakt. Zeer geschikt voor studio- en portretfotografie. Er zijn nog meer merken die dit formaat bieden, deze raken echter in onbruik vanwege de fenomenale kwaliteit van de hedendaagse kleinbeeldcamera’s.

Ik denk dat ik mijn culturele steentje weer heb bijgedragen en hoop dat de lezer mijn advies ter harte neemt.



SAIL AMSTERDAM 2015

WEBLOG Posted on Tue, August 25, 2015 12:34:38

Mijnheer T. heeft wel wat op zijn geweten wat mij betreft.
Hij was badmeester in de provincieplaats waar ik opgroeide en had een ‘reputatie’
als ik het zo mag noemen. Het was 1964 of 1965 en ik diende mij de vaardigheid van het zwemmen
eigen te maken. In de vierde klas van de ‘Lagere School’, meen ik mij te herinneren, zou ik schoolzwemmen
krijgen zoals dat toen heette. Maar
blijkbaar wilde mijn ouders, terecht, dat ik en mijn zus het diploma al eerder
zouden halen. Mijn vader nam mij in de ochtend bij tij en ontij mee naar het oude
zwembad voor mijn eerste schreden in het ijzige water. Hij vond het heerlijk in
het zwembad. Ik niet en dan druk ik mij erg correct uit. De dampige kleedkamers
stonken naar ranzig zweet en vieze sokken en het water
van het zwembad, met name het ‘diepe’, was altijd steenkoud. Pas vanaf de
tweede helft van de jaren zestig werden zwembaden geleidelijk aan voorzien van
faciliteiten om het water te verwarmen. Tot die tijd had het water een temperatuur
tussen de 15 en 18 graden, afhankelijk van het seizoen. Dat is behoorlijk fris,
zeker als je een jaar of zeven bent en geen gram vet op je lichaampje hebt. Tegenwoordig
ligt de temperatuur van een binnenbad zo tussen de 23 en 25 graden! Om in het
diepe te leren zwemmen werd ik na enige tijd overgeleverd aan mijnheer T. Er was maar één manier, zo ging dat toen, om te leren
zwemmen. Je pakt zo’n mager trillend knaapje
bij kop en kont en flikkert hem in het ijskoude water. Vervolgens pik je hem met een metalen haak aan een stok weer
op aan zijn oksel. Zodoende verzuipt het huilende, proestende en naar adem
happende knaapje net niet. Je leert wél
heel snel hoe je boven water moet blijven. ‘Zachte heelmeesters maken stinkende wonden’ dacht
men destijds en zeker mijnheer T. had geen medelijden met die magere bevende kindertjes.

Het duurde ondanks deze didactisch prachtmethode wel even
voor ik diploma A had behaald. Het eindresultaat was, behalve het zwemdiploma,
een trauma voor het leven. Ik HAAT zwembaden én HAAT koud open water. Activiteiten
in en op het water zijn, als afgeleide daarvan, ook niet echt mijn dingetje. Dat begrijpt u. Dus
‘Sail’ zou wel het allerlaatste evenement zijn waar ik naar toe zou gaan hoor
ik u denken. Maar daar zit u dan toch een beetje naast…

Zeilen is inderdaad helemaal niets voor mij, want, nou
ja, dat heb ik net uit de doeken gedaan. In (sub-) tropisch water gaat het
allemaal nog wel, maar in Nederland… Een ervaring, vele jaren geleden, herinner
ik mij nog goed. Wij gingen met vrienden een weekend zeilen met een mooi jacht.
Een ‘state of the art’ schip dat al kon navigeren met behulp van de satelliet.
We voeren door de Zeeuwse wateren en de volgende dag via de Noordzee weer terug
naar Stellendam, ons vertrekpunt. Het was reuze gezellig, veel bier, veel gelachen,
Jan, Piet, Joris en Corneel, u weet wel. Maar toen op de Oosterschelde
plotseling windkracht zeven op stak, was ik even niet blij. De boot sloeg,
althans, dat was mijn perceptie, bijna om en we klommen allemaal op de hoge
kant van het schip.

Vrienden RH (waarmee ik als kind af en toe een beetje zeilde) en RB en de anderen vonden het allemaal prachtig. Ik zag alleen het donkere dreigende koude water van de Oosterschelde onder mij doorschieten. Ik weet het, ik ben een watje, maar het is allemaal de schuld van badmeester T.

Maar toch… ik ben altijd wél gefascineerd geweest door
dat stoere zeilgedoe. Ook als kind al. Ik tekende vroeger auto’s, maar ook
‘Clippers’, de zogenaamde ‘Tall Ships’.
Sterker, ik had prachtige reproducties hangen op mijn jongenskamertje van
schitterende Clippers, zoals de ‘Cutty Sark’ en de ‘Yankee Clipper’,
geschilderd door beroemde schilders uit de vorige eeuw. Een deel van de tekst
van Velvet’s Underground ‘Heroin’ zit sinds de jaren zeventig in mijn hoofd:

I wish that I was born a thousand years ago
I wish that I’d sailed the darkened seas
On a great big clipper ship
Going from this land here to that
I put on a sailor’s suit and cap

De romantiek en het avontuur sprak mij toen en nu nog
aan. Het toverde van die mooie plaatjes op mijn netvlies. Ik las ook over de V.O.C. en verhalen van wereldzeilers
als Francis Chichester, Chay Blyth en
anderen. En wat te denken van de trilogie ‘Muiterij op de Bounty´? Ik heb nog steeds het boek van mijn vader uit
de jaren veertig.

Tegenwoordig volg ik ook de Volvo Ocean Race via mooie filmpjes
op Youtube. Prachtig gewoon en de Nautische wereld heeft dus wel degelijk mijn oppervlakkige
interesse, maar ik ben uiteraard geen kenner en wil er beslist geen
participerend onderdeel van vormen. Dat is voor mannen met baarden.

Terug naar Sail Amsterdam 2015. Eerdere Sail evenementen hadden
we gemist en toen J. tegen een aanbieding van de NS aanliep voor deze nautische
super happening was ik gelijk enthousiast. Het arrangement bevatte een retour
treinreis én een rondvaart over het IJ.
Afgelopen vrijdag was het zover. Het was de derde dag van Sail en er
kwamen die dag ruim 500.000 bezoekers. Zaterdag waren er meer dan 600.000! Om
een idee te geven: Times Square in New York is de drukst bezochte toeristische
attractie ter wereld met gemiddeld bijna 100.000 bezoekers per dag. We zijn er
zelf geweest en het is er inderdaad reuze druk, maar ik kan melden dat Times
Square vergeleken met Sail een stille dorpsbrink is. On-ge-lo-fe-lijk, wat
waren er ontzettend veel mensen in Amsterdam! Waanzinnig gewoon. Het was wel
duidelijk, onze hoofdstad was gedurende Sail Amsterdam 2015 de navel van de
wereld. De teller stond aan het eind van de laatste dag op 2,3 miljoen
bezoekers!

Nog even wat feitjes want ik wil wel een beetje volledig
zijn. Sail Amsterdam is een 5-jaarlijks, meerdaags maritiem evenement in Amsterdam.
De eerste Sail werd gehouden tijdens ‘Amsterdam 700’ in 1975 en men besloot er
een vijf-jarige traditie van te maken vanwege het grote succes. Sail wordt elke
editie groter en dit jaar was het zelfs het grootste maritieme evenement uit de
historie! Sail is in feite een parade van monumentale zeilschepen uit de hele
wereld die bewonderd kunnen worden tijdens de vaart door het Noordzeekanaal en
langs de kades van het IJ in Amsterdam. Sail is gratis voor alle bezoekers (langs de kades) en
dat wil men zo houden.

Onze treinreisje verliep soepel en we stapten vlak voor
Amsterdam Centraal, na een half uurtje wachten, in een traditionele
rondvaartboot. Het weer was wat bewolkt, maar in de loop van de middag brak de
zon door. We voeren via het
Oosterdok een ronde over het IJ langs de
Sumatrakade met de ‘Tall Ships’ en weer retour. Uiteindelijk zijn we bijna twee
uur onderweg geweest. Het heeft weinig zin om te vertellen wat we zagen. U hebt
het allemaal op TV kunnen zien en Youtube staat vol met schitterende
verslaggeving. Maar het was een GEWELDIGE ervaring. Het aantal mensen, bootjes
en schepen was adembenemend en de sfeer was werkelijk niet normaal goed. We
hebben toch weer bewezen dat ‘we’ in Nederland een fantastisch evenement kunnen
neerzetten van wereldniveau. Ik hoop dat we er de volgende editie weer bij
kunnen zijn. Gelukkig waren er (bijna) geen incidenten op Sail, maar op het Centraal Station was er
wel even paniek toen we naar huis wilden
terugreizen. Uit het niets barstte het plotseling van de politie en het publiek
werd gesommeerd aan de kant te gaan voor… Ja, dat was eigenlijk onduidelijk. Tot dat het
sein ‘all clear’ werd gegeven. J. vroeg een agent wat er aan de hand was
geweest. Er bleek iemand met een wapen in de trein (onze bloody trein!) te
lopen en die hadden ze er even uitgeplukt. Mogen die agenten nu eindelijk eens
een behoorlijk salaris verdienen minister Van der Steur?

Uiteraard zijn wij ons weer te buiten gegaan met de
fotografie. Het was heel lastig om me in te houden. Met name toen de zon
doorbrak werd het erg fotogeniek. Een paar honderd foto’s met een digitale
camera of smartphone maak je bij Sail met een poep en een zucht. Ik schat het
aantal foto’s dat gemaakt is door alle bezoekers tussen de kwart en half
miljard! Wat moet je er mee eigenlijk hè? Nou ja, op een website (of Facebook e.d.)
zetten en delen, anders heb je er helemaal niets aan, niet waar? Ik realiseer
mij dat het bijna onmogelijk is om onderscheidende foto’s te maken maar ik heb
toch een selectie gemaakt.

Een impressie: http://pictures.stoneageimages.com/#!album-60-77

Tot een volgende keer maar weer. Ahoi!



2015 – DUITSLAND – ALLGAÜER ALPEN

REIZEN Posted on Sun, August 16, 2015 23:43:12

Het zijn voor mij twee mooie zomermaanden dit jaar, juli
en augustus. Ik ben helemaal vrij en dat is een regelrechte zegening. Ik had en heb eindelijk de tijd! Wat een luxe is dat. Maar het einde begint al in zicht te komen en per september begin ik aan een nieuwe uitdaging zoals dat tegenwoordig heet. We hadden een tijd geleden in juni vrij
gepland voor vakantie, maar door ‘ontwikkelingen’ ging dat feest niet door. Naar Italië in augustus was een mooi alternatief, maar helaas, het huis van familie daar bleek bezet.
We besloten dat het misschien verstandiger was dan maar thuis te blijven, want we staan voor de nodige kosten voor studie, huis, enzovoort. Maar ja… het knaagde toch wel en op een avond besloot ik te zoeken of er toch niet iets leuks te vinden was voor
een paar dagen.

Ik kom al een leven lang in de bergen en een vakantie
zonder serieuze hoogteverschillen is wat mij betreft eigenlijk geen optie. We vinden eigenlijk beiden alle soorten bestemmingen leuk, maar berglandschappen trekken toch altijd. Dus
zocht ik naar het dichtstbijzijnde gebied, om reistijd te sparen, waar de
bergen minimaal 2000 meter hoog zijn. Dat is toch wel een goede richtlijn in mijn ogen. Ik vond
de Allgaüer Alpen in Zuid-Duitsland bij Oberstdorf. Nooit geweest. Het bleek iets meer
dan 800 kilometer rijden en dat is toch goed te doen. Voor een
habbekrats boekten we een appartement en aldus verbleven we vorige week zes dagen in Kornau. Het is een piepklein dorpje bij Oberstdorf in Beieren op slechts 1,5 kilometer afstand van de Oostenrijkse grens.

Ik schreef al eerder over dit soort vakanties: eigenlijk is er niet veel
boeiends over te vertellen wat voor een buitenstaander zeer de moeite waard is. Het
was mooi, warm, nat (drie avonden en nachten noodweer) en zeer betaalbaar. We
hebben ons zeer goed vermaakt maar, op
de keper beschouwd, is dit verhaaltje eigenlijk de kapstok naar de foto-hyperlink
voor de geïnteresseerden.

Dus geen hilarische anekdotes? Nee, eigenlijk niet, dan moet je naar
Italië of verder weg. In deze streek is alles te goed geregeld om eens iets
bijzonders mee te maken. De volksaard hier is niet echt ‘out of the box’ en voor lolbroekerij hoef je ook niet naar Beieren, maar
dat is geen nieuws. Bovendien gingen we eigenlijk voornamelijk om te wandelen
en voor ‘sightseeing’.

Twee dingen vonden we wel grappig die er een beetje uitsprongen. We aten tweemaal in ‘Primavera’, een uitstekend Italiaans
restaurant in Oberstdorf. De ober is zonder enige twijfel één van de meest
vermakelijke van West-Europa. Een mager mannetje
van ongeveer 40 jaar met een dikke paardenstaart en een scala van uitdrukkingen
op zijn gezicht. Hij ziet alles wat er gebeurt, scant constant de tafels af en
spreekt bijna uitsluitend Italiaans. Hij schiet van tafel naar tafel met de bestellingen en loopt
onafgebroken in zichzelf Italiaans te mopperen met een donker onweergezicht. Tot dat
hij bij een klant komt en op slag met een lach verandert: ‘Ah, Signora, Signore, Bon Giorne,
Mangare?’. ‘Naturalmente’. ‘Grazie, Per Favore’, ‘Per Due’. Drink? Vino?
Rosso? Blanco? Birra? Acqua’. Hij lult zo minuten lang door. Heftig
gesticulerend en in de tussentijd schichtig het restaurant rondkijkend. Bij
alle klanten adviseert hij als voorgerecht ‘Bruschetta’ (gegrild brood met tomaten, knoflook en
olijfolie) maar wacht niet af of ze het wel willen. In no time staat het op
tafel voor de verbouwereerde gasten. Een klant achter ons nam slechts een bordje pasta met een glas water en vroeg al snel om de
rekening. ‘Zahlen?’ vraagt hij. ‘Naturalmente Signore, Kein Problem, Al suo servizio’. Hij
draait zich lachend om, trekt direct zijn onweer grimas op en loopt weg met zijn ogen
naar boven draaiend met een blik die zegt ‘vuile zuinige zeikerd, een bordje pasta, is dat
alles?’, haha. ‘Ristorante Primavera’ in Oberstdorf is te vinden bij het treinstation. Mocht u in de buurt zijn: van harte
aanbevolen. Niet alleen voor de ‘One Man show’, maar beslist ook voor het eten!

Ook grappig: J.
loopt het sportcentrum van Oberstdorf binnen. Het blijkt een ijsbaan te zijn.
Ik ben niet van de sport en blijf buiten in de zon zitten. Na vijf minuten komt ze mij halen want het is toch wel bijzonder en ‘dat moet ik echt zien’. Het centrum kent drie ijsbanen en we lopen
naar de grootste en gaan op de nagenoeg lege tribune zitten. Meisjes van een
jaar of 16 zijn daar heel knap aan het schaatsen, dat zie ik zelfs. Een jongen
van een jaar of veertien vindt J.
helemaal schattig. ‘Kijk toch eens hoe goed zo’n ventje schaatst’. Dan klinkt
er Nederlands achter ons. Het blijkt een echtpaar met hun dochtertje van 12 die
er ook traint. Het is niet zo gek dat J. onder de indruk is: we zitten te
kijken naar de absolute top van Europa. Dat ventje is de beste 14 jarige schaatser
van ons werelddeel, haha. We zijn het Europese mekka van het kunstschaatsen
binnen gelopen! In de andere hallen traint de herentop en de paren. De Nederlandse
papa houdt niet op met praten. Hij is duidelijk zeer bevlogen. Zijn dochtertje
is in Nederland een topper, maar hier een outsider. Tsja, zo gaat dat. Hij attendeert
ons op een rondlopende trainster: ‘Kijk, dat is (naam vergeten), zij was tot
voor kort Olympisch en wereldkampioen’. Ik heb er allemaal geen verstand van,
maar vond het wel grappig. We kunnen er weer een beetje over meepraten nietwaar?

De Allgaüer Alpen vormen het grensgebergte tussen
Duitsland en Oostenrijk en, zoals al aangegeven, liggen ze gunstig voor
Nederlanders die graag eens een weekje willen ‘spazieren’ in de bergen. Het
wandelgebied strekt zich uit over de ‘Bundesgrenze’ en je wandelt afwisselend
in Duitsland en Oostenrijk. De hoogste berg is 2657 meter hoog en de variatie
van ‘soorten’ bergmassief is groot.

Het gebied is goed ontsloten en biedt een
enorme scala aan alle vormen van bergsport. Nadeel is dat de regio zeer
neerslagrijk is. Wintersporters zitten goed. Er valt hier zeer veel sneeuw en
in bijna alle jaargetijden. O ja, u bent niet de enige: Duitsers weten de Allgaüer Alpen goed te vinden. Maar hoe
druk het ook is, als je een kwartiertje wegwandelt bij parkeerplaats of
berglift ben je de meeste mensen wel kwijt. De vroege zomer of het najaar zijn
natuurlijk de betere keus voor bergliefhebbers dan hoogzomer en winter. O ja, Oberstdorf is een
alleraardigst dorp met veel mooie winkels en het was er opvallend relaxed en gezellig. Voor Beierse begrippen…

De laatste dag bezochten we Lindau aan de Bodensee. Een
aanrader. Het is een mooi plaatsje met een lekker zacht klimaat en een bijna mediterrane
sfeer. De rit vanuit Oberstdorf via de Riedbergpas loopt door Oostenrijk naar Bregenz aan de Bodensee. Bregenz is dus een Oostenrijkse havenplaats! Lindau ligt iets verder, net over de grens aan het de Duitse kant van het meer. De rit was een droom.
Het landschap is romantisch en vredig en het lijkt alsof je door een plaatjesboek
van Dr. L. van Egeraat uit de jaren vijftig rijdt. Maar dat zal de meesten van
u weinig zeggen.

We hebben een beetje rondgekeken in Lindau en aan de zeer gezellige boulevard wat gegeten. In de loop van de middag vertrokken we richting Nederland. Beslist een streek die de moeite waard is om een paar dagen te ontspannen.

Het gebied is dus goed aan te rijden vanuit Nederland.
Alhoewel ik mijn huidige auto (Renault Clio 1.5 dCi Estate) zeer hoog heb
zitten (ik tikte zelfs even 195 km/uur aan) is het met zo’n B-klasse auto toch
wel een stevige rit. Geluid (vooral windgeruis) en het wat onrustiger rijden
met een lichtere auto worden op termijn toch wel vermoeiend. Vooral als je
probeert mee te boenderen op de linker baan met het Germaanse geweld uit
Stuttgart, Ingolstadt of München. Het gemak waarmee ik vroeger dit soort ritten maakte zat er deze keer niet in. Ik was aan het einde van zowel de heen- als de terugreis redelijk gesloopt. Tsja, we worden ook een dagje ouder…

Vanaf
september rijd ik een Ford Focus TDCi. Ik ken die auto als een comfortabele en stille auto waarmee het goed reizen is. Ons bergweekje met vriend K. vindt dit jaar in
Zwitserland plaats en ik ben benieuwd of ik frisser uit de Focus stap na een
dagje rijden dan uit de Clio. Ik verwacht en hoop van wel. Mocht u binnenkort nog die kant op willen: vermijd de route naar het zuiden via Keulen,
Karlsruhe en Stuttgart. Het is één lange grote ‘Baustelle’ met eindeloos veel
wegversmallingen en snelheidsbeperkingen.

Al met al was het een leuk tripje. We hebben flink veel gewandeld, best veel gezien, lekker gegeten en heel veel geluk gehad met het weer. Het duurde maar een krappe week, maar we zijn er even helemaal uit geweest en de Allgaüer Alpen smaken beslist naar meer!

De foto’s: http://pictures.stoneageimages.com/#!album-59-1



INTERBELLUM

WEBLOG Posted on Sat, July 25, 2015 16:55:53

Om nu te zeggen dat ik met deze blog een grote schare
volgers heb gaat te ver, maar al met al heb ik toch wel best een clubje lezers.
Ik publiceer wat ik graag kwijt wil. Het zijn verhaaltjes, meningen, anekdotes,
foto’s en noem maar op. Enfin, u weet dat, want u leest dit. Ik probeer een beetje er een ritme in te houden en dat lukt meestal wel. Sommigen van u
valt echter op dat ik al wat langer uit de lucht ben dan normaal. Dat heeft te maken met fotografie. Ik kom er zo op terug.

Op dit moment geniet ik een betaalde
vakantie van twee maanden voordat er een nieuwe uitdaging begint. Ik geef er de voorkeur aan om nu niet nader in details te treden, dat komt later nog wel een keer. In ieder geval heb ik dus heerlijk de
tijd voor van alles en nog wat. We gaan lekker dagjes uit en binnenkort gaan
we ook nog op een klein weekje op vakantie naar de Duitse Alpen. Super allemaal. Verder doe ik wat klusjes en dingetjes in en
rond het huis die maar bleven liggen. Ook een mooie periode om mijn
weblog en fotopagina’s weer eens bij te werken. Maar dat bleek toch wat anders
uit te pakken…

Zoals al vaker aangehaald, heb ik tussen 1978 en
2006 heel veel dia’s gemaakt. Het bewijs staat op zolder: 26.000 stuks. Ik weet het, het is bijna autistisch. Over autisme gesproken: ik ben al jaren bezig met mijn dia’s te scannen.
Zo af en toe eens een batch. Ik scan uiteraard niet alles, maar de leukste en de mooiste plaatjes. Niet in chronologische volgorde,
maar gewoon een vakantie, reis of onderwerp per keer. Het is een tijdrovend
maar leuk werk en mijn geschiedenis komt een tweede keer tot leven. Onwijs ‘vet’
vind ik dat. Voor de technische aspecten van het scannen verwijs ik naar
mijn fotopagina.

In 1982 en 1983 reisde ik door Australië en Azië en de
erfenis daarvan is een collectie van 14 dozen met dia’s. Met uitzondering van
enkele individuele exemplaren had ik deze dia’s al vele, vele jaren niet meer
bekeken. Het werd dus de hoogste tijd om de dia’s van deze reis, bij wijze van project, te gaan scannen.
Maar, horror, het bleek dat een groot aantal van de dia’s uit deze specifieke periode
aan het vergaan is! De kleuren verdwijnen langzaam en ze worden rood en paars. Maar het lijkt er op dat ik gelukkig nog net op tijd ben. Ongeveer 80 tot 90% is nog wel te redden, maar haast is geboden. Met software kan ik de ergste schade weer
wegwerken zodat er een nette scan overblijft voor de toekomst.

De dia’s zijn dus de reden voor mijn vertraging. Ik
geef even geen prioriteit aan mijn ‘gewone’ fotografie of weblog. Ik moet (wil)
alle dia’s uit genoemde periode z.s.m. stuk voor stuk scannen en bewerken voordat het te laat is. Het
lijkt wel of ze onder mijn handen slechter worden! Met sommige ben ik wel een
kwartier bezig en ik voel mij af en toe net een monnik. Maar ik ben vooral heel
blij dat ik nog net op tijd ben. Men zegt wel eens ‘zijn dat uw
problemen’? Ja, ik weet het, het is een heel mooi probleem en ik ben er
helemaal happy mee om het op te lossen. Maar, ‘first things first’, even dus geen blogs en foto’s.

Bij wijze van voorbeeld een onbehandelde diascan en daaronder de
opgeknapte versie. Dan weet u waar ik het over heb. De dia is gemaakt in november 1982 in de Khumbu regio in Nepal, op weg naar de Mount Everest.

U ziet dat het zeer de moeite waard is om er tijd en energie in te steken. Zo blijft mijn werk in ieder geval geconserveerd voor de toekomst.

Boven aan dit stukje staat ‘Interbellum’. Het betekent de periode tussen twee oorlogen (eigenlijk tussen WO 1 en 2). Niet dat ik werk als oorlog beschouw (alhoewel…), maar deze twee maanden betekenen wel een periode van vrede en rust. Interbellum vond ik wel een mooie metafoor én titel. Vandaar.

Tot later allemaal en een fijne zomervakantie gewenst!



BILL LAURANCE PROJECT – PARADOX, TILBURG

MUZIEK Posted on Thu, May 14, 2015 12:56:38

Lichte paniek! We krijgen een mail van D. dat Bill Laurance komende
week optreedt in Nederland. Het is de pianist van Snarky Puppy met zijn ‘Project’. Het Project bestaat uit Bill Laurance op
toetsen, Michael League op bas, (frontman van Snarky), Robert ‘Sput Searight, (virtuoze drummer van Snarky)
en een kleine afvaardiging van het Metropole orkest. We zijn net bij Snarky geweest. Is
dat niet een beetje dubbelop? Bovendien wordt het wel lastig met de
weekplanning in verband met van alles en nog wat. Even op internet gekeken. Mmm…
toch wel weer wat anders dan Snarky. Ik noem het voorzichtig bij Stijn. Dan is er
geen houden meer aan… We zullen en moeten daar naar toe. Welke keuzes zijn er?
Paradiso? Ik ben geen sardientje. Tivoli? Stijn moet die avond zelf piano
spelen. Dan blijft alleen ‘Paradox’ in Tilburg over. Nooit van gehoord en ook
nooit echt in Tilburg geweest. Maakt niet uit. Voor 36 euri quality time tussen
vader en zoon mét mooie muziek wil ik wel wat kilometers maken! De andere
vrienden haken af vanwege de lastige planning. Gisteravond dus samen in de auto
richting het zuiden.

Dat klinkt heel relaxed, maar het autorijden vandaag (woon-werk-woon-Tilburg-woon) ging niet helemaal soepeltjes. Wegwerkzaamheden,
afsluitingen, files en al met al zes uur in de auto gezeten! Maar het was de
moeite waard! Bent u wel eens in Tilburg geweest? Vreemd oord. Geen kop of
staart aan. Buitenwijken met woonkazernes, merkwaardige stadsvernieuwing, een torenflat
met 600 verdiepingen (bij wijze van spreken), historische en lelijke nieuwbouw én
100.000 kroegen. We zijn in Brabant tenslotte. De ‘Paradox’ in het centrum is
een soort jeugdsociëteit zoals je ze vroeger hier veel zag. De ‘jeugd’ is
inmiddels vet in de zestig en ze roken er
zelfs nog zware shag, haha. Maar, eerlijk is eerlijk, de Paradox is wel een
podium voor moderne en eigentijdse muziek. Het donkere zaaltje lijkt op ‘So
What’ in Gouda (bekend bij velen) maar misschien zelfs iets kleiner en heel wat
anders dan de Schouwburg in Rotterdam. Er zaten al wat mensen op stoeltjes. Er
waren nog twee barkrukken vrij aan een hoge tafel die wij gelijk innamen. Het
bleek de beste plaats van de avond. Lekker zitten en vlak bij het podium met uitzicht
over het publiek, beter kon het niet. De zaal liep uiteindelijk vol met
hetzelfde gevarieerde publiek als bij Snarky. Jong en oud, dames en heren, maar
wel allemaal van kaukasische afkomst, maar dat zal wel door Tilburg komen. Iets
na negenen verschenen de musici uit de catacomben. De artiesten namen hun
plaats in. Het ‘strijkje’ bestond uit twee violistes, een celliste en een
hoornspeelster. Dames dus allemaal. Spannend.

Bill Laurance opent de set met een stukje piano. Het doet
pijn aan mijn oren (en van Stijn). ‘Shit, de akoestiek is hel’. Maar al na
enkele minuten klinkt het uitstekend. Er zit een hele goede sound engineer
achter ons. Knap! De solo gaat over in een Snarky-achtige stijl. Wauw! We kijken
elkaar veel betekenend aan, we zitten wéér bij een top-optreden!

De angst dat het strijkje misschien te veel zoetigheid aan
de muziek zou toevoegen was niet terecht. Eigenlijk was het hele optreden een
mooie mix van Snarky-achtige groove en rustige, soms swingende, kamer-jazz. De drie mannen deden hun virtuoze ding en de
dames begeleidden gepast en soms zeer funky. Heel goed gedaan! Michael League
vervulde met zijn vrolijke gekke bekken een dirigentenrol: knikje hier,
grimasje daar en zo ontstond een hechte live samenwerking. Tussen de nummers
door vertelde Bill, uit Londen, wat over de songs en waar en hoe ze tot stand
kwamen. Meestal op luchthavens want hun tour met Snarky Puppy duurt nu al twee
jaar! Nummers die mij opvielen waren o.a. ‘December in New York’, ‘Denmark Hill’
en ‘Gold Coast’. Dat laatste nummer
staat ook op Bill’s laatste CD ‘Flint’. We hadden weer een topavond. Lekker
zitten, biertje voor ons neus en genieten maar weer.

Op de terugweg naar huis was het rustig en we hebben nog
eenmaal ‘Sylva’ op topvolume gedraaid. Bizarre ervaring. Die waanzinnige muziek
terwijl er buiten een dynamisch lichtspel voorbij trekt. Wel eens met 100 dB+
muziek midden in de nacht over de Brienenoordbrug gereden?

De laatste tonen
stierven weg toen we voor de deur stonden. Mooie timing. Overigens komt Snarky
16 oktober weer naar Nederland. Dat hondje kost ons wel geld…



MINIMAL MUSIC

MUZIEK Posted on Sun, May 10, 2015 09:33:52

Met enige regelmaat luisteren wij, vrienden onder elkaar,
naar ‘kassies’. Kassies is onze beeldspraak voor de rechthoekige metalen dozen in
zilver of zwart die zorgen dat muziek zo mooi mogelijk uit je luidsprekers komt. De
platenspeler is in dat verband natuurlijk ook een kassie, maar de beeldspraak
is, uiteraard, herleid van versterkers, CD-spelers en dergelijke. Die vrienden
kunnen er wat van en zijn constant bezig met verbetering van hun
kassiesverzameling. Dat is natuurlijk een mooie hobby en ik geniet mee, want
het is leuk om mee te luisteren en er over te lullen. Ik doe overigens niet aan kassies-verbetering want ik ben tevreden met mijn,
relatief gezien, rudimentaire stereootje. Bovendien ben ik niet in de economische
positie voor nieuwe en doorgaans prijzige kassies.

We gaan op onregelmatige tijden ook naar luistersessies
van vreselijk duren spullen bij High End Audio zaken. Ik schreef daar wel
eerder over. Onbetaalbaar voor eenvoudige broodstompers en zeker voor mij. Onlangs
werden we door een kennis van één van onze vrienden uitgenodigd om bij hem te
komen luisteren. Ik zal vanwege privacy en veiligheid niet in details treden,
maar wat deze man op zolder heeft staan tart elke beschrijving. Zijn stereootje
zet nagenoeg alles wat wij ooit hoorden financieel en audiofiel in de
schaduw. Zijn grote zolder is (bijna) volledig
akoestisch gecorrigeerd op basis van advies door audiospecialisten. De puntjes
moeten nog op de i worden gezet, maar dan zal het audiofiele nirwana bereikt
zijn. Het was een geweldige gezellige avond. Nog nooit zoiets gehoord. Wat onze
gastheer onderscheidt van veel van die High End Audio freaks is kennis en
liefde voor muziek. Daar gaat het tenslotte allemaal om!

Recent hadden we weer
zo’n avondje maar dan bij vriend H. Hij had nieuwe luidsprekers én een nieuw
kassie, een meubel in dit geval. Eigenlijk waren we er snel uit: geweldig mooie speakers. U
moet weten dat naar mate onze avondjes vorderen en de obligate Malt Whisky fles
leger raakt, de muziek het overneemt van de kassies! Dat is goed en zo hoort
het ook. We zijn allemaal heren op leeftijd en hebben bijna een halve eeuw
serieuze luisterervaring achter de kiezen. We hebben een flexibiliteit in
luisteren ontwikkeld die weinigen ons nadoen. Binnen een klein tijdsbestek
luisteren we met even veel liefde en passie naar John Coltrane, Maurice Ravel,
Prince, Marcus Miller, Arvo Pärt, Led Zeppelin of Snarky Puppy (om maar eens
bij de tijd te doen). Net zo makkelijk. We hebben individueel wel onze
voorkeuren natuurlijk. Onze zolder-gastheer, J., was ook aanwezig en hij is een
groot liefhebber van klassieke muziek en jazz. J. vergastte ons op wat mooi werk en
speciale uitvoeringen die hij had meegenomen en voorzag ons van nadere
achtergrondinformatie.

H., gastheer van de avond, is ook zeer behoorlijk onderlegd op het terrein van klassieke muziek, zeker het contemporaine werk uit de Baltische staten bijvoorbeeld. Vriend R. en ondergetekende zijn beslist minder los op de materie. Ik ben zeer arbitrair in mijn
klassieke muzieksmaak. Ik hink op allerlei benen en er zit niet echt een lijn
in mijn voorkeur. Ik kan echt genieten van mooie aria’s, maar mijn
eerste opera moet ik nog uitzitten. Het heftige werk zoals Shostakovich vind ik
geweldig, maar van Bach (sorry iedereen) word ik niet zelden heel erg nerveus. Ik heb wel een grote
liefde voor ‘Minimal Music’. Of je dat nou ‘klassiek’ moet noemen is natuurlijk
maar de vraag. Het maakt mij niet uit. We kwamen er tijdens onze laatste avond
over te spreken en zochten eigenlijk naar de definitie want er was verschil in
perceptie. Er gingen wat namen van componisten en artiesten over tafel en bij
sommige daarvan had ik echt niet het idee dat we het over Minimal music hadden.
Ik probeer altijd te vermijden dat mijn blogs een ‘Wiki’ worden, maar een
beetje achtergrond is niet te vermijden. Ik zal mij trachten te beperken. Mijn
doel is eigenlijk om uit te leggen hoe ik deze soort muziek ervaar en misschien
de lezer kan prikkelen eens een luisterpoging te doen.

De Nederlandse Wikipedia beschrijft drie kenmerken van Minimal
music: 1. Herhaling 2. Consonant 3. Vast tempo. Consonant betekent in dit geval
harmonie, tonen die aangenaam samenklinken. Ik vind het een prima opsomming die
past bij hoe ik het zie. Op internet is uiteraard heel veel te vinden over Minimal
music en sommige artikelen zijn daarbij best moeilijk. Muziektheorie,
harmonieleer en dergelijke zijn geen poezenplas en daar moet je wel wat van weten
om de technische context goed te doorgronden. Een kenmerk van Minimal music is bijvoorbeeld contrapunt. Contrapunt is de theorievorming rond de schrijfwijze van meerstemmige muziek of polyfonie, dat wil zeggen
muziek die bestaat uit meerdere tegelijk klinkende muzikale of melodische lijnen. Bijvoorbeeld. Je kunt nog (heel) erg veel meer vinden over de materie, maar dat gaat al snel boven mijn pet. Nu ben ik slechts een argeloze luisteraar, dus ik beperk mij maar tot het Peppie & Kokkie niveau en laat de theorie en techniek maar voor wat deze is.

Ik spreek natuurlijk altijd voor mijzelf, maar ik denk dat de
primaire kracht van Minimal music schuilt in het krachtige effect die het heeft
op de geest. Het bijna monotone (maar consonante) en repetitieve van deze
muziek heeft iets betoverends. De vaste cadans brengt mij in een staat van lichte
verdoving en dat vind ik een heerlijke afwisseling met de onrust van alledag. De
spanning van Minimal music wordt versterkt door hele kleine (Minimale!)
variaties in klank, melodie en faseverschuivingen. Vooral niet te veel, want
dat verstoord de betovering. Daarnaast, voor mij belangrijk, is de tijdsduur. Deze
muziek heeft zijn tijd nodig en de luisteraar moet langzaam maar zeker in de
gepaste staat en rust komen om er ten volle te van genieten. Het gaat er in
essentie eigenlijk om dat tijd en ruimte tijdelijk buiten spel worden gezet, als u
mij begrijpt. Een beetje Minimal stuk muziek duurt al gauw een uur en dat helpt.

Welke componisten hebben we het eigenlijk over? De
stroming is ontstaan in Amerika ergens in de jaren zestig. Bekende namen zijn Terry Riley, La Monte Young,
Steve Reich, Philip Glass en, wat later, John Adams, Brian Eno, Harold Budd,
Stuart Dempster en nog een hele ris anderen. Ook in Europa ontwikkelde
zich een stroming. Componisten zijn o.a. Michael Nyman, Louis Andriessen, Arvo
Pärt, Wim Mertens en Simeon Ten Holt. Bekende werken (voor de kenners) zijn bijvoorbeeld
‘In C’ (Riley), Music in Twelve Parts (Glass), Music For 18 Musicians (Reich), Shaker Loops (George Adams) en New York Counterpoint (Reich) om maar een paar van de bekendste te noemen.

De meeste genoemde componisten zijn
niet uitsluitend met Minimal music actief geweest maar waren wel richting
bepalend. Ik denk eigenlijk dat Terry Riley één van de componisten en vertolkers is die het meest trouw is aan de leer. Een goed voorbeeld
van zijn werk is ‘Poppy No Good And The Phantom Band’. Wat een titel he? Haha.
Ik heb zelfs de originele LP en ik vermoed dat het een colletor’s item is! Een ander voorbeeld van Riley’s hand is ‘Persian Surgery
Dervishes’. Strak in de Minimale context qua tempo, maar vrij in de improvisatie.
Solo op een gemodificeerd Yamaha orgel. Velen zullen stapelgek worden van het wat lullige orgeltje, maar anderen worden misschien volledig betoverd. Oordeel zelf:

https://youtube.com/watch?v=hccSK4ng6v0%3Ffeature%3Dplayer_detailpage

Tsja, wat moet je er van vinden he? Commentaar op deze muziek: “Omg This Is My Fav Music In The Whole World! Thank you Terry Riley U Changed My Life !!” Een ander die het spoor van bewustzijn ergens tijdens het luisteren is kwijt geraakt: “I know the feeling, my own thermodynamic prism has become opaque, and I may never travel on ribbons of light again”. Hahaha. Voor de duidelijkheid: het hele werk is verspreid over twee LP schijven en duurt ruim anderhalf uur.

Ik beschouw Steve Reich als de belangrijkste componist van het genre. Hij wil er zelf eigenlijk niet meer aan en wil gezien worden als componist, niet gebonden aan een genre. Maar ja, dat gaat hem niet meer lukken. Een artikel (of blog of wat dan ook) over Minimal music
kan niet bestaan zonder het noemen van ‘Music For 18 Musicians’ van Reich. Ik noemde het al even. Ik denk dat het een van de beste voorbeelden is
van Minimal music. Het is een fantastische compositie, een Minimal meesterwerk.
Of je er van houdt of niet, dit werk hoort gewoon bij de ‘canon’ van grote muzikale werken. De eerste vijf minuten vormen de anticlimax, waarna het stuk eigenlijk echt begint.
De spanningsopbouw is briljant en naar mate het stuk vordert neemt de dynamiek
toe en kruipt de cadans onder je huid. Op internet schrijft iemand: “Repetition
is a form of change”. Volgens mij een kreet van Brian Eno, maar het is een
gedachte die heel goed past bij Reich’s minimal werk.

Omdat het zeer fascinerend is om muzikanten met ’18 Musicians’
aan de gang te zien heb ik eens op Youtube gezocht. Ik had eigenlijk direct een
uitstekende live uitvoering te pakken door ‘eight blackbird’ in het Museum of Contemporary Art Chicago in 2011. Super! Let eens op de pure virtuositeit vanaf ongeveer 28 minuten.

https://youtube.com/watch?v=ZXJWO2FQ16c%3Ffeature%3Dplayer_detailpage

Een ander werk wat ik moet noemen is ‘Music in Twelve
Parts’ van Philip Glass. Oorspronkelijk was het één stuk wat minimalistisch mag worden
genoemd. Later werd het door Glass uitgebreid met de andere elf delen tot een orchestraal werk van drieënhalf uur. Naar mate de muziek zich uitrolt
verlaat het de minimale signatuur regelmatig en wordt het bij tijd en wijle zeer onrustig. Net als Glass’ muziek bij de film ‘Koyaanisqatsi’. Sommigen van u kennen
de film uit 1982 misschien nog wel. Het was ‘bon ton’ om er naar toe te gaan en wat
een relatief groot publiek destijds ook deed. Gek werd ik van de zenuwachtige beelden en die neuromuziek. Dat neurotische komt in ‘Twelve Parts’ iets te vaak terug naar mijn zin en voor mij werkt het niet. Nou ja, ik heb mijn plicht
gedaan, want ‘Twelve Parts’ wordt wel beschouwd als een belangrijk werk in de minimale muziek. Waarvan acte.

Een ander essentieel stuk is voor mij ‘Canto Ostinato’
van de Nederlander Simeon Ten Holt. Een ostinato is een steeds herhaald
muzikaal motief. Misschien is Canto Ostinato wel het Magnum Opus van de Minimal
music. Het voldoet 100% aan mijn ‘eisen’ en ik ben niet de enige. Het is voor
de liefhebbers een min of meer essentieel stuk. Velen haken af vanwege de
lengte, maar iedereen is het eens dat de basismelodie prachtig is, hemels
bijna, betoverend. Er zijn vele uitvoeringen en ook hier is het tempo weer
essentieel. Deze vond ik echt zeer bijzonder want men speelt het werk met vier vleugels
gedurende tweeënhalf uur. Hebt u even?

https://youtube.com/watch?v=K-4bh8J84Go%3Ffeature%3Dplayer_detailpage

Lees meer over componist en Canto Ostinato op mijn blog
van 27 en 29 november 2012: http://www.stoneageimages.com/muziek.html
(ctrl-F en even de datum intikken). Verplichte kost!

U kent uiteraard ‘Boléro’ van Maurice Ravel. Door de film
‘Ten’ met Dudley Moore en zijn erotische avonturen met Bo Derek, werd het stuk
jarenlang een populaire klassieke kraker bij het grote publiek. Het werd bijna
een platitude om het werk te beluisteren. Ik kende het al langer en vond het geweldig
vanaf het eerste moment dat ik het hoorde. Het werd voor het eerst in 1928 in
Parijs uitgevoerd. De Boléro zou je bijna Minimal music avant la lettre kunnen
noemen. Bijna. Ravel beschrijft (ik citeer uit het engels): ‘A one movement
dance of moderate tempo and constant uniformity and rythm. The variation is
found in the orchestral crescendo’. Herkenbaar niet waar? Ik kocht in 1976 de
uitvoering van het ‘Orchestre de Paris’ met Jean Martinon uit 1974 op EMI. Ik
beschouwde deze uitvoering als de beste ooit, tot en met de dag van vandaag.
Alle uitvoeringen die ik hoorde schoten er gewoon naast omdat het tempo niet
deugde in mijn beleving. ‘Alle uitvoeringen’ zijn er heel wat kan ik u vertellen
en natuurlijk heb ik maar een fractie ervan gehoord. De hele ‘crux’ is het
tempo. Als dit niet deugt dan verzandt het stuk volledig en boet het aan kracht
in, precies als bij Minimal music. Het is misschien een kwestie van voorkeur,
maar ik denk eerlijk gezegd dat het om aanvoelen gaat. Pikant is dat toen ik
even op internet zocht naar de beste uitvoering van de Boléro de eerste ‘hit’ deze
website was:

http://tinyurl.com/kogtv4z

De bovenste van de selectie van beste uitvoeringen is
‘mijn versie’. Ongelofelijk toch? Ik ben toch niet helemaal van de straat,
haha. Ik noem de Boléro om nadrukkelijk te illustreren hoe essentieel tempo is voor dit soort repetitieve muziek en vooral voor de Minimal stroming.

Wat de waarde is van Minimal music? Eerlijk gezegd zou ik
dat niet zo goed weten. Ongetwijfeld zullen musicologen er het nodige over
kunnen zeggen. Een beetje struinen op internet resulteert tot opmerkelijke
visies. Veel negatief ook. Heel zuur en bijna agressief van toon. Maar, hoe dan ook, ik denk dat de stijl wel
reflecteert in diverse muzikale stromingen. Zeker in jazz (ostinato’s), film
‘scores’, maar ook pop & rock. James Blake wel eens live gehoord? Ook Radiohead schuwt minimale uitstapjes niet en Steve Reich heeft zich zelfs door hen laten inspireren. Er bestaat ook minimale Gaming-muziek zoals SimCity 3000. Van de computerspelletjes? Zeker, luister maar eens naar ‘Concrete
Jungle’, een prachtig schoolvoorbeeld van Minimal music in optima forma:

https://youtube.com/watch?v=uyEP7M0qMHU%3Ffeature%3Dplayer_detailpage

Ik kan dit essay niet afsluiten zonder een andere Steve te
noemen. Steve Roach (1955) is een Amerikaanse componist en uitvoerder van
ambient, elektronische en tribal muziek. Roach is een toonaangevende vernieuwer
van de hedendaagse elektronische muziek. Niet te verwarren met het New Age
behang dat enige jaren geleden diverse winkelcentra teisterde. De muziek van
Roach is de volgende stap in Minimale muziekbeleving. Geen ritme, geen
herkenbare instrumenten, alleen harmonie in golven van geluid. Het klinkt
allemaal bijzonder zweverig en dat is het ook. Ik wil niet in herhaling vallen
(lees mijn blog maar van 18 maart 2009), maar Roach benadert een essentie die
luisteren overstijgt. Een voorbeeld:

https://youtube.com/watch?v=FkoF1FLjDfk%3Ffeature%3Dplayer_detailpage

Ik hoop dat ik sommige lezers toch een beetje inspiratie
heb gegeven om, voor zover ze met het metier niet bekend zijn, eens gaan
luisteren naar de voorbeelden die ik noem en andere. Misschien valt er een kwartje.
Misschien weet u nu, en die kans is erg groot, dat deze muziek niet uw kop thee
is. Nou ja, dan kunt u er weer over meepraten niet waar? Maar misschien heb ik ook wel bijgedragen
aan een nieuwe impuls in muziekbeleving.

Ik besluit met een bekend citaat van Frank Zappa: “A mind is like a parachute. It doesn’t work if it is not open.”



SNARKY PUPPY – ROTTERDAMSE SCHOUWBURG – 1 MEI 2015

MUZIEK Posted on Sun, May 03, 2015 08:54:24

Met enige regelmaat rijden wij naar Kleef net over de grens achter Nijmegen. We hebben meestal een paar ‘dingen’ aan te schaffen die we hier niet hebben en Kleef is de dichtstbijzijnde plaats van enige omvang in Duitsland. Een uurtje kuieren over de A12 tot de grens en dan vol gas naar de afrit Kleve/Emmerich. Even een paar minuten 180 aantikken en dan snel in de ijzers, haha. Mannen blijven kinderen, ik weet het. Vandaag waren we dus ook even naar Germania. Het was een prachtige dag, ondanks de matige weersvoorspellingen scheen de zon volop. We besloten er een ‘dagje’ van te maken. We deden onze boodschapjes en de rest van de dag bestond uit wandelen in de parken en heuvels rondom Kleef, fotograferen en terrasbezoek, uiteraard.

Het was een echte vakantie-speed-date. Op de terugweg bij Utrecht ging de speed er echter flink uit. Een taaie file die ook echt helemaal stil stond. Met het zonnetje op de auto werd ik wat slaperig. ‘Muziekje?’ vroeg ik J. Zij is zeker niet idolaat van mijn soort muziek, maar ze heeft een perfect (absoluut?) gehoor en herkent kwaliteit als geen ander. Welke muzieksoort dan ook. Ik had de dag ervoor ‘Snarky Puppy’s’ nieuwe album ‘Sylva’ op een USB stick gezet en startte de muziek. Na een paar minuten had ze het door: dit is echt geweldig! De audio in mijn auto is prima en we hebben het album van begin tot het einde tegen de pijngrens beluisterd. Het was de tweede keer binnen een etmaal dat ik uit mijn plaat ging…

De eerste keer was de avond er voor. Met zoon Stijn, vriend H. en zijn zoon D. , heb ik Snarky Puppy en het Metropole Orkest aan den lijve mogen beleven in de Rotterdamse Schouwburg. Ik kan u vertellen dat het optreden bovenaan de top tien lijst komt te staan. Het was een verpletterende ervaring waar ik nog niet helemaal overheen ben als ik dit schrijf. Het was bijna twee uur extase met musici én publiek in een harmonie die ik zelden zo heb meegemaakt en ik spreek niet alleen voor mijzelf!

Het is een wat omstandige introductie van een concertverslag, maar we moeten de spanning er een beetje inhouden niet waar? Eerst even over de band. Snarky Puppy is een groep jonge jazzmuzikanten uit Brooklyn, New York. De samenstelling wisselt nog wel want de leden spelen ook bij de bands van, bijvoorbeeld, Erykah Badu, Marcus Miller, Justin Timberlake, Roy Hargrove en Snoop Dogg. Als ze compleet zijn dan telt Snarky Puppy bijna veertig leden. De bandleider is Michael League, een briljante 31-jarige bassist en componist. Ze bestaan toch al bijna tien jaar, maar met het winnen van een Grammy in 2013 volgde instant succes. Vorig jaar nemen ze in de studio van Kyteman in Utrecht hun album ‘We Like It Here’ op en doet hun ster nog verder rijzen. Het was mij eerlijk gezegd allemaal een beetje ontgaan.

Bovenaan de top tien? Eigenlijk ex-aequo, want die plek moeten ze delen met Dhafer Youssef, zie elders. Zowel Dhafer als Snarky werden ontdekt op Youtube door Stijn en vorig jaar had hij het er al steeds over. Ik bekeek een paar fragmentjes en het kwartje viel gewoon niet. Maar toen ze in Nederland zouden optreden besloot ik toch kaartjes te kopen, eigenlijk als presentje voor Stijn. Bij vriend H. en zoon D. was het niet anders. Ook D. had Snarky al lang geleden in the picture en H. had de boot ook gemist. U weet natuurlijk dat Stijn pianist is, maar niet dat D. een briljant gitarist is. Een bijzonder leuke synchroniciteit, toch?

Snarky Puppy is gek van Nederland, getuige de titel van hun voorlaatste album. Bandleider League ontmoette vorig jaar dirigent en arrangeur Jules Buckley van het Metropole Orkest en ze besloten samen aan de slag te gaan. Het Metropole Orkest heeft een zeer indrukwekkend Curriculum van samenwerkingen en je kunt ze om een boodschap sturen. Het resultaat was een serie van vier concerten in het Energiehuis in Dordrecht die het materiaal opleverden voor hun nieuwste album (en DVD) ’Sylva’. De twee concerten op 30 april en 1 mei vormden de wereld concert-premiere van Sylva en ik besloot alvast het album aan te schaffen om een beetje te weten wat mij te wachten stond. Tegenwoordig koop ik bij Qobuz een lossless download en maak dan, als vanouds, er een mooie CD van. Vorige week zaterdag, iedereen was de deur uit, was het tijd om de Pioneers en Davis speakers de sporen te geven met Sylva. Ik werd volledig uit mijn stoel geblazen. Een onverwachte schot uit de heup die ik niet had zien aankomen. Wat een waanzinnige muziek en wat een muur van geluid! Vrijdag zou een bijzondere happening gaan worden. Ik wist het!

We moesten even wachten voordat we de zaal in konden en er stond, gloeiende, gloeiende, al een hele rij mensen voor ons op de trappen te wachten om naar binnen te gaan. Snarky is ‘hot’, dat is wel duidelijk! Nadat de deuren opengingen bestormde het zeer gemêleerde publiek (alle soorten, maten& leeftijden) de tribunes en de rest moest staan. We hadden de laatste zitplaatsen onderaan de tribune, maar de mensen die voor onze neus stonden benamen ons 100% het zicht. Het zou nog een uur duren voordat het concert zou beginnen en we bleven dat uurtje lekker zitten. ‘Conveniently’ zaten we direct achter de tap en konden zittend een biertje bestellen. Dat dan weer wel smiley

Het is negen uur ‘sharp’ en er wandelen 64 man van het Metropole Orkest en een stuk of 15 man van Snarky Puppy het podium op. Het licht gaat uit, het publiek verstomd en zachtjes opent men met ‘Sintra’ het eerste nummer van het album. We zien dus inderdaad geen bal en besluiten aan de zijkant te gaan staan waar je prima zicht hebt en lekker tegen de muur kan leunen. Prima alternatief.

De opening van Sylva is zacht, bijna klassiek en het duurt even voordat er ritme en tempo in de muziek komt. Maar dat duurt niet lang en na tien minuten is er een woeste maar beheerste muziekmachine ‘full force’ op stoom gekomen. Stijn loopt na een kwartiertje langs mij heen naar voren. Ik besluit dat ook te doen en, verdomd, ik kan helemaal doorlopen tot ‘op’ het podium. Een paar centimeter weliswaar, maar dichterbij gaat niet.

Muziek en decibellen denderen door mijn broekspijpen en dat is vast niet goed voor de trommelvliezen, maar wat een ervaring! De ongelofelijke virtuoze Snarky band en het weergaloze Metropole orkest pakt de zaal volledig in. De chemie is 100%! Bij elke groove beweegt de hele zaal als één man mee. In het vierde nummer, ‘The Curtain’, valt na een decibelstorm van tien minuten de muziek plotseling stil en begint de pianist een adembenemende en lange solo. Het publiek houdt haar adem in, je kunt een speld horen vallen en er is geen kuchje te horen; volgens mij een unicum bij dit soort muziek. Ik realiseer mij dat dit een magisch moment is.

Band en orkest spelen het hele album, wat bijna een symfonie is én een eerbetoon aan fusiemuziek: pop, rock, jazz, hip hop, world, klassiek, alles komt langs. Het is muziek die leeft als een organisme waarin bijna 80 muzikanten tot een symbiose komen die zijn gelijke niet kent. Na ruim een uur spreekt de zeer energieke Michael League de zaal toe. Hij is trots om in Rotterdam deze premiere te doen, maar iets meer dan 60 minuten is natuurlijk te kort. Daarna volgt nog drie kwartier van meer geweldige muziek en solo’s die door het dak gaan (de solo van de orgelman, waanzin!). De zaal krijgt een deuntje mee om samen met band en orkest te zingen en het publiek wordt een onderdeel van de symbiose. Wat een sfeer. Dan, om kwart voor elf, na de toegift, is het afgelopen en Michael en de artiesten buigen en bedanken het publiek nogmaals. Maar ‘we’ beginnen het deuntje weer te zingen en, haha, de band en het orkest haken in! Heb je dat al eens meegemaakt?

Totaal plat gespeeld hobbelen we de foyer in om wat na te praten. Muzikaal en letterlijk verdoofd door een uniek optreden. We hebben het alle vier zo ervaren. Twee muziekvrienden (papa’s) met twee jonge muzikanten (zoons) én een concert wat ons een leven lang zal heugen. In de parkeergarage galmt het deuntje nog na van mensen die het niet uit hun hoofd krijgen. We praten ook nog wat na bij H. thuis met een biertje. Wauw, wat een avond.

Snarky betekent ‘ill tempered’, kort aangebonden. Ik zie het plaatje voor mij: een chique winkelende dame op hoge hakken. Haar kleine kefhondje loopt rustig naast haar met een geruit dekje over zijn rasrugje. Maar om de haverklap springt hij opzij en trekt hij het lijntje snaarstrak als hij probeert tegen mensen aan te springen die in zijn buurt komen. Maar de dame houdt hem kort en ‘well tempered’ zoals het Klavier van Bach. Het is een metafoor voor Snarky Puppy, rustig, energiek, explosief maar toch strak en beheerst. Is dit de beste fusieband ter wereld? Ik denk het wel.



RENAULT CLIO DCI 90 – REVIEW

AUTO'S Posted on Sun, April 19, 2015 22:24:43

Mijn auto ervaringen plaats ik al een geruim aantal jaren op de website van Autoweek. Dat schrijven van een review vind ik leuk en de reacties zijn altijd positief, dus dat streelt het ego. Ik had van mijn eerste Clio al een lang verhaal geschreven, maar dat was geen diesel. Mijn huidige Clio is dat wel en bovendien een stationwagon, een Estate zoals ze dat bij Renault noemen.

Het zijn twee auto’s met heel verschillende karakters. Mijn review is hier terug te vinden:

http://tinyurl.com/poswgxh



TOTAL ECLIPSE – 90° NB

WEBLOG Posted on Sat, March 28, 2015 22:15:13

In mijn eerdere blog schreef ik dat de ‘totaliteit’ van de eclipse van 20 maart jl. zich over het noordelijk deel van de oceaan voltrok. Zo tussen Schotland en IJsland naar de Noordpool. Alleen op de Faeröer eilanden en Spitsbergen kon men op land de volledige duisternis waar nemen. Ik zat nog wat verder te lezen. De eclipse startte dus boven de oceaan en trok een baan die precies (!) stopte boven de geografische Noordpool op 20 maart. Het was ook nog de dag van ‘solstice’, de zonnewende. De poolnacht had zes maanden geduurd en exact op het moment dat de zon te voorschijn kwam vond de volledige verduistering plaats. Dit is een ongelooflijk zeldzaam en indrukwekkend toeval! Ongeveer om de 200 jaar vindt er een totale zonsverduistering plaats op enige punt van onze planeet. Soms vaker, maar er kan ook 400 of 500 jaar tussen deze verduisteringen zitten. Het heeft allemaal te maken met de verschillen in omtrek- en rotatiesnelheid en helling van de as van aarde en maan. De frequentie van de eclipse zoals deze plaats vond op de Noordpool, juist op het moment van solstice, is echter 400.000 tot 500 000 jaar!
Hieronder een interessant animatiefilmpje hoe de eclipse zich voltrekt. Daaronder een Frans filmpje van de eclipse van 20 maart, gefilmd vanuit een gehuurde Dassault. Duidelijk is te zien hoe donker de totaliteit is.

Ik vond het nog wel een interessante aanvulling. Het is allemaal verwondering over de wonderlijke schoonheid van aarde en universum. Maar of dat wel bij iedereen binnenkomt betwijfel ik wel eens.



THE SYNDICATE – LANTARENVENSTER – ROTTERDAM

MUZIEK Posted on Sun, March 22, 2015 15:02:19

Afgelopen zaterdag zaten we bij een optreden van ‘The Syndicate’, de, voormalige band van Joe Zawinul. De mannen zijn na Joe’s overlijden in 2007 doorgegaan om de ‘legacy’ van Joe levend te houden. Terecht, Joe Zawinul was één van de hele groten uit de jazzhistorie. Er schoot tijdens het luisteren naar de energieke ‘World Jazz’ toch nog een muziekverhaaltje door mij heen. Ik dacht dat ze een beetje op waren, maar af en toe komt er weer wat boven drijven.

Het is november 1974 en ik zit in mijn eentje in de passagiersstoel van een witte Volkswagen-bus met Duits kenteken. Het is grijs en miezerig weer. Op de radio klinkt Weather Report’s ‘Boogie Woogie Waltz’. Het is de eerste keer dat ik deze band hoor en ik ga helemaal uit mijn pan. De Volkswagen is een bedrijfsauto van Prakla-Seimos, een gerenommeerd Duits bedrijf dat in de jaren zeventig in opdracht van de NAM seismografisch onderzoek doet in het westen van Nederland. Prakla-Seismos was een soort Fugro eigenlijk. Het bedrijf is in 1991 in handen gegaan van Schlumberger. De staat, de NAM dus, wilde weten wat er aan olie- en gasvoorraden waren. Die waren er ook, denk maar aan de z.g. ‘Jaknikkers’ die er vroeger stonden rondom Rotterdam, Delft, Zoetermeer, Leiden, enzovoort. Ze pompten olie op en hebben uiteindelijk miljoenen vaten omhoog gehaald. De laatste zijn in 2013 in Rotterdam uit bedrijf genomen.

Terug naar 1974. Mijn vader was in september van dat jaar overleden en ik was even de motivatie kwijt om verder met school te gaan. Het schooljaar 1974-1975 markeerde dus het begin van mijn ‘loopbaan’, rekent u even mee? Via DigiD kun je je werkhistorie terugvinden. Het tussenjaar (74/75), mijn stages én de militaire dienstplicht telden allemaal mee en dat tikt lekker aan dus. Ik denk dat er niet zoveel mensen van mijn leeftijd deze ‘score’ verbeteren en, Deo Volente, als ik de pensioengerechtigde leeftijd mag halen heb ik er een halve eeuw werken opzitten. Een stukje printscreen van mijn DigiD waar je je arbeidsverleden kunt terugvinden:

De eerste job was dus bij genoemde club via een uitzendbureau. Ik geloof dat het ASB was waar ik later zelf ging werken. Het werk dat Prakla Seismos deed had drie stadia: 1. Een denkbeeldige rechte lijn door het land uitzetten met theodoliet en baak (landmeetkundige gereedschappen) door landmeters én het aanbrengen van piket paaltjes om de lijn te markeren. 2. Springstof aanbrengen in de bodem op regelmatige afstand op de denkbeeldige lijn door de springploeg. 3. Springstof tot ontploffing brengen en het seismisch effect meten door de specialisten. Ik was samen met ‘Heinz’, zo heette hij echt, verantwoordelijk voor stap 1. Ik sprak redelijk Duits én ik wist wat van landmeten vanwege mijn MTS waar ik toen op zat. Het was altijd nat, grijs en koud, maar ik vond het heerlijk om altijd buiten te zijn. Heinz had een stafkaart waar de uit te zetten lijnen op stonden en voerde de regie. Hij las de theodoliet af en ik hield de baak vast en sloeg de paaltjes. De lijnen liepen overal dwars doorheen: door het drassige polderland, over sloten, door buurtschapjes en over boerenerven.

Af en toe moest Heinz zich melden bij een lokale ambtsdrager om ons werk af te stemmen en dan zat ik alleen in de bus te wachten tot hij klaar was. Op zo’n moment had ik dus de eerste kennismaking met Joe Zawinul’s Weather Report. Excuses voor de omslachtige inleiding, maar ik vertel de zaken graag in context. Het nummer ‘Boogie Woogie Waltz’ van Weather Report’s vierde album ‘Sweetnighter’ is een bijna minimalistische jazz-funk groove van ruim twaalf minuten. Nog steeds een weergaloos gaaf nummer en volkomen tijdloos. Het was één van de vele muzikale openbaringen uit die jaren en Weather Report bleef mijn hele leven één van mijn favoriete bands. Over Weather Report, waar ik het bovenstaande verhaaltje ook even kort aanhaal, schreef ik een stukje in 2009: (http://www.stoneageimages.com/muziek.html – crt F – 10 augustus 2009).

Joe Zawinul (7 juli 1932 – 11 september 2007) was een Oostenrijkse jazz toetsenist en componist die eerst o.a. speelde bij Cannonball Adderley en later furore maakte in de jazz fusion band van Miles Davis.

In diezelfde jaren richtte hij samen met Wayne Shorter de later wereldberoemde en legendarische band Weather Report op. Weather Report was beslist één van de belangrijkste vertegenwoordigers van de nieuwe jazz in de jaren zeventig en tachtig. Jaco Pastorius, de bassist, wordt tot op de dag van vandaag als één van de beste bassisten allertijden beschouwd. Wij zagen ooit Weather Report mét Jaco in het Concertgebouw op zondag 1 oktober 1978. Een bijzondere setting was dat en een onwaarschijnlijk goed concert. Jaco leeft helaas niet meer. Hij had ‘issues’ met drank en drugs en ontwikkelde manisch gedrag. Hij verloor de aandacht voor muziek, leefde soms weken op straat en raakte links en rechts in de problemen. Hij werd in 1987 door een uitsmijter van een bar in de buurt van Fort Lauderdale in elkaar gerost na een incident. Het letsel was zo ernstig dat hij in coma raakte. Tien dagen later stierf Jaco Pastorius op 35-jarige leeftijd. Eén van de vele trieste verhalen, helaas, uit de historie van getalenteerde rock- en jazzmuzikanten. Marcus Miller schreef als ode het nummer ‘Mr. Pastorius’ wat op Miles’ album ‘Amandla’ verscheen. Luister naar Miles, Marcus en de fenomenale Kenny Garrett. Wow…

https://youtube.com/watch?v=SjBUNyFKkJI%3Ffeature%3Dplayer_detailpageIn 1994 richtte Joe het ‘Zawinul Syndicate’ op waarin naast jazz ook veel ‘world’ muziek de ruimte kreeg en artiesten uit alle windstreken speelden. Ik vond het een zeer inspirerende band en het werd Joe’s belangrijkste muzikale activiteit naar mate de jaren vorderden. Hoogtepunt is, wat mij betreft, het album ‘World Tour’ uit 2006. Joe Zawinul overleed een jaar later. De erfenis van Zawinul werd en wordt opgevolgd door een aantal van zijn toemalige bandleden. Ik zag hun CD op iTunes en kocht hem direct. De annonce van de band dat ze in Rotterdam zouden optreden zag ik een paar dagen later. Dat leek mij en ons wel wat. Dat bleek terecht.

De CD, ‘File Under Zawinul’ is een juweel. Een mooie mix van Syndicate en Weather Report. Retestrak gespeeld en schitterend opgenomen. Hoe zou dat live verlopen? We zaten vlabij de PA in zaal 1 en dus op een perfecte plek. Het eerste nummer klonk wat stroef en de audio was nog niet op orde. ‘Gibraltar’ ging al veel beter en daarna ging het crescendo met het samenspel. Zeer hechte en strakke band en een briljant stel techneuten, zoals je mag verwachten met hun erfenis. Kortom een perfect concert. Bijna perfect moet ik zeggen, want er ontbrak iets. Joe Zawinul. Dat klinkt wat flauw, maar de band mist ‘een’ Zawinul, iemand met een inspirerende uitstraling die interactief is met het publiek. Als deze groep een dergelijke frontman er bij weet te vinden dan kunnen ze een act van formaat worden. Nu vrees ik het ergste…

Andrii Prozorov – sax
Pietro Angelo De Girolamo – keyboards
Amitava Chatterjee – gitaar
Josef Lackner – bas
Walter Sitz – drums
Jorge Bezzera Junior – percussie

Na het concert het bekende pilsje gedronken samen met H. en R. in de altijd gezellige lounge (heet dat zo?) van Lantarenvenster. We kwamen twee vrienden van R. tegen en dat was gezellig. Vijf van die ouwe bokken met een glas bier en lullen over muziek en dergelijke. Kan niet stuk zo’n avond. Eén van de vrienden heeft blijkbaar een zeer indrukwekkend HiFi setje en daar gaan we donderdag naar luisteren. Ik ben weer benieuwd!



PONO – DEEL TWEE

WEBLOG Posted on Sun, March 22, 2015 11:05:43

Sommigen van u, die niet helemaal los zijn op de materie, begrijpen mijn Pono-verhaal niet helemaal. Sommigen begrijpen er überhaupt niets van, want het is ook materie die je een beetje moet interesseren anders is het allemaal abracadabra. Een beetje basiskennis en interesse is wel nodig. Hierna nog een korte toelichting maar eerst nog een verklarend plaatje die ik bij het eerste stukje had moeten plaatsen. Beter laat dan nooit 🙂 Ik hoop dat het nog een beetje leesbaar is.

Het plaatje komt van de Pono website en geeft aardig weer hoe verschillende audio kwaliteiten zich verhouden. Groen en roze zijn voor Neil Young en consorten onacceptabele ‘compressed’ formaten. Het zijn kwaliteiten die je kan streamen, downloaden of zelf op je PC kan maken. Blauw is CD kwaliteit en dat kan nog maar net volgens onze oude rocker. Maar… de echte goeie sound vindt u in het gele gebied en het is onbegrijpelijk dat u daar niet naar luistert. Het is het bronmateriaal van studio masters en nog niet verkleind naar het CD formaat. Hoe u daaraan komt? Gewoon kopen bij de download Pono online winkel. Voor de duidelijkheid: u schaft bij Pono een FLAC lossless bestand aan die u dan download en af kunt spelen met de Pono speler. De speler kunt u ook op uw audio-set aansluiten. U hoeft niet te twijfelen of de kwaliteit fenomenaal is, want dat zal zeker zo zijn. Of u verschil hoort met een CD is zeer onwaarschijnlijk en volgens specialisten fysiologisch onmogelijk. Zoals empirisch vastgesteld horen de meeste mensen zelfs geen verschil tussen hoge kwaliteit compressed files (AAC, MP 320) en een CD. Maar, ‘The proof of the of the pudding is in the eating”.

“Wat betekent toch dat woord Pono?” vroeg mijn vrouw. Ze dacht eerst dat er ‘Porno’ stond, haha. Pono is een Hawaiiaans woord. De hawaiiaanse taal is een context taal en één woord kan dus meerdere betekenissen hebben, afhankelijk van de omstandigheden. Maar de volgende vertalingen dekken de lading wel: goedheid, oprechtheid, juist, rechtvaardig, deugdzaam, eerlijk, correct. Zo zijn er nog een stuk of tachtig. Maar ik denk dat Neil de woorden die ik noem wel in gedachten had.

O ja, de Pono speelt alle formaten, ook de gecomprimeerde…



1999 – FRANKRIJK – TOTAL ECLIPSE

REIZEN Posted on Sat, March 21, 2015 12:43:54

Zonsverduistering 21 maart 2015. Laat me niet lachen zeg. Heel Nederland in rep en roer. Interviews met astronomen, journalisten bij sterrenwachten, gedoe met brilletjes en oogartsen op TV met goedbedoelde waarschuwingen. Ik zat er naar te kijken en wist allang dat het helemaal niks zou gaan worden. Ik volg de NASA en ESA een beetje en ook de KNMI had al twee dagen daarvoor op haar website gewaarschuwd. Het zou bewolkt worden en we zouden er in Nederland nagenoeg niets van meekrijgen. Zelfs met een heldere hemel zou de lichtafval nauwelijks merkbaar zijn geweest. De zonsverduistering van deze week was gewoon te ver weg. Ongeveer 1500 kilometer hemelsbreed. (Mijn vrouw had trouwens geluk. Zij zag door een gaatje in het wolkendek heel even de zon die al voor een deel bedekt was door de maan.)

Ter vergelijking, de verduistering van 1999 in centraal Europa was ruim 200 km bij ons vandaan. Daar was ik met vriend H. bij en dat was beslist een unieke ervaring zal ik u vertellen!

De zonsverduistering van 11 augustus 1999 trok een lange strakke baan over, onder andere, Noord Frankrijk. Voor Nederlanders (en Fransen en Belgen) was het de uitgelezen plek om dit unieke natuurfenomeen mee te maken. H. en ik besloten ook te gaan.

We kozen om richting Amiens in Normandië te rijden en ergens een verlaten plek in het boerenland te zoeken. Precies in het hart van de eclips, want buiten die smalle strook zie je geen zonsverduistering! Wij gingen het allemaal meemaken. Zo gezegd zo gedaan. Zonder navigatie trouwens, die was er nog niet maar wel met een uitdraai van internet met details. Internet hadden we blijkbaar al. De heenreis ging soepeltjes en rond een uur of elf zaten we in onze klapstoeltjes in een verlaten akkerland. Biertje en ‘solar’ brilletje er bij. Wij zaten eerste rij! Het weer kon nog roet in het eten gooien. Het was weliswaar heerlijk zomerweer maar het wolkendek bedekte ongeveer 50% van de hemel. Dat zou nog spannend gaan worden. Het begin van de verduistering begon iets na elf uur en zou duren tot kwart voor twee. De echte verduistering, de ‘totaliteit’, zou ongeveer twee minuten duren. We waren benieuwd.

Het is inmiddels bijna vijftien jaar geleden, maar ik herinner mij het nog heel goed. Aanvankelijk merkte je weinig maar naarmate de totaliteit naderde ging het geleidelijk aan meer schemeren. We hadden geluk want de wolken verdwenen. Het werd opvallend stil. De vogels verstomden, er stak een koel briesje op en aan de horizon begon het zowel in het noorden als in het zuiden te gloren. Toen, plotseling, ging het licht uit! Letterlijk. Gedurende die bijna twee minuten was het werkelijk even aardedonker en alleen aan de beide horizonten was nog wat oranje schijnsel te zien. Echt waanzinnig, wat een fenomeen! Twee minuten later deed Onze Lieve Heer het licht weer aan. ‘Flippen’ was dat, zoals we vroeger zeiden. Wat een ervaring. We praatten nog wat na op onze stoeltjes met een biertje er bij. Al snel scheen de zon weer volop en was de Franse hoogzomer weer helemaal terug. Na een uur of zo vonden we het welletjes en besloten naar huis te gaan. Het zal een uur of drie in de middag zijn geweest. H. moest geloof ik om zeven uur thuis zijn voor iets. Dat moest wel lukken. Om niet al te langdradig te worden: we waren om middernacht thuis… Half Nederland, Frankrijk en België was op pad gegaan om de verduistering mee te maken en dat hebben we geweten. Achteraf bleek dat we de beste plek in Europa hadden uitgekozen; het was bijna overal bewolkt geweest. Wat wel grappig was dat iedereen die ik kende in Nederland het ook geweldig hadden gevonden om mee te maken. Uh? Men dacht werkelijk dat ze ook een eclipse hadden gezien. Niet dus. Alleen de ‘totaliteit’ is een echte eclipse. Dan gaat het licht gewoon he-le-maal uit! We hadden gelukkig niet voor niets zeven uur in de file gestaan. Hieronder enkele foto’s die ik heb gemaakt destijds. Foto nummer zes, dat is dus een zonsverduistering 🙂

Een eclips is een astronomische gebeurtenis waarbij een hemellichaam geheel of gedeeltelijk een ander hemellichaam bedekt of verduistert. Er zijn diverse smaken, ik ga er hier niet verder op in, Google is gewillig. Een totale zonsverduistering is wel de meest zeldzame variant. Het is het moment dat de maan tussen de aarde en de zon schuift en de zon precies afdekt. Toevallig of toch ‘intelligent design’? Dat is weer een heel ander chapiter. De verduistering is in een smalle baan op aarde waarneembaar. De locaties wisselen vanwege het verschil in regelmaat van bewegingen van de hemellichamen. 1999 was uniek omdat het plaats vond in een dicht bevolkt gebied van de wereld. De volgende volledige (!) verduistering die we kunnen meemaken, zonder Europa te verlaten, is op 26 augustus 2026 in Noord Spanje. Niet bang om er wat euro’s tegenaan te smijten? Dan is 9 maart 2016 de eerste gelegenheid en dat vereist een reis naar Sumatra, Borneo of Celebes: http://tinyurl.com/my74ezk

W., jij zit ‘in de buurt’. Goeie tip wellicht?



NUMMER 53 EN 54

AUTO'S Posted on Wed, March 18, 2015 22:29:05

Het begint een beetje absurd te worden. Ik weet het. Het lijkt ook allemaal erg snoeverig, kijk ons eens met wéér een nieuwe auto. Sterker, deze keer gaat het om twee nieuwe auto’s. Maar we hebben gelukkig wel steekhoudende verhalen om deze ridiculiteit te legitimeren. We zijn niet gek geworden dus.

Zoals de lezer weet heb ik het toch weer geflikt om op mijn 57e van baan te wisselen. Zonder geluk vaart niemand wel tenslotte. Een voordeel van mijn soort werk is dat er altijd een leaseauto bij hoort om klanten te bezoeken. Ik rijd dolgraag, vind het heerlijk om naar ‘buiten’ te gaan en auto’s hebben mijn meer dan warme interesse. Zover geen nieuws. Bij het wisselen van baan krijg je dan meestal een leaseauto die een voorganger had achtergelaten. In mijn geval was dat een Polo. Ik schreef er elders over. Maar mijn hart ging toch echt uit naar een Clio. Ook dat is wel bekend bij mijn lezers.

Ik ben van huis uit geen liefhebber van een stationcar. Ik vind het vaak de besteluitvoering van de sedan en dat is meestal geen verbetering. Nou is dat ook wel een cultureel gegeven, want in Nederland vindt men dat precies andersom. Die opvatting is in de jaren gekomen omdat men aan een modellering gewend raakt. Vergelijk het met de seventies. We dachten echt dat we er kek bij liepen, toch? Als je de foto’s nu terug ziet leken we wel een stel ontsnapte mongolen!

Cultureel dingetje dus of collectief bewustzijn, sociologen zullen er wel een naam voor hebben. Ik denk dat ‘modisch’ de juiste term is, of ‘trending’ zoals men nu zegt. Op zuiver technisch-esthetische gronden is de stationcar dus zelden mooier dan het origineel waar het van afstamt. De sedan is door de designers als moedermodel ontworpen en dat zie je aan de verhoudingen, symmetrie, enzovoort. De stationcar is het model van de marketeers als u begrijpt wat ik bedoel. Niet zelden gewoon een extra bak van staal en glas en vaak uit verhouding. In de USA is de stationcar ‘uit’ en wordt nauwelijks nog verkocht. Een vette SUV, een loeier van een pick-up of een mooie elegante sedan zijn ‘trending’. Opmerkelijk, juist in het land waar de stationcar min of meer het symbool was van ‘The American Dream’.

Ik heb dus niet zo veel stationcars gereden. Een jaar of tien geleden reed ik twee Peugeot’s 307 SW heel kort na elkaar. De eerste had een ‘Marco Bakker’ cruise control. Levensgevaarlijk, dat ding ging er echt vanzelf vandoor! Mijn eerste station was een Ford Taunus, echt een geweldige bak. Een flinke lel en de Duitse versie van de Amerikaanse slee, compleet met automaat! Wat ik bedoel met een extra bak staal en glas is op onderstaande foto overduidelijk. Het was wel één van de leukste auto’s die ik heb gehad, dat dan weer wel…

Maar er zijn beslist hele elegante en smaakvolle stationcars gebouwd. Ik vind de Volvo V60 mooi, de nieuwe Seat Leon station en zo zijn er nog wel een paar. Hoe het niet moet? Google maar eens op de Mercedes CLA Shooting Brake; werkelijk een gedrocht! Maar u raadt wellicht al een beetje waar ik naar toe wil. Inderdaad, de Renault Clio Estate is nummer 53 geworden van ons wagenpark. Ik moet toegeven dat ik er even aan moest wennen, maar inmiddels ben ik om. Sterker, en profil vind ik het ‘by far’ de best gestileerde stationcar van het moment. De manier waarmee het donkere glas in een golf rondom loopt en de raamstijlen optisch wegvallen is briljant.

Het is gewoon een juweel van een auto en ik ben er helemaal heppie de peppie mee. Groot genoeg om als nette zakelijke auto te rijden, krachtig genoeg voor flinke afstanden en, natuurlijk, een bijtelling van 14%. Ik rijd goedkoper dan menigeen zijn of haar scooter!

Ik schrijf ooit nog wel een uitgebreide review op de website van Autoweek. Noblesse Oblige. Ik volsta hier met te zeggen dat het wel een hele andere auto is dan het zwarte heethoofdige Cliootje die ik eerder reed. Dat was een gooi- en smijt auto en echte berggeit. Deze diesel is stiller, comfortabeler, ruimer en vooral heel veel krachtiger op de snelweg. Dankzij zijn hogere koppel rijdt deze Clio relaxed en voelt het als een maat grotere auto. Het scheelt ook wel: de Estate is langer dan een Golf en komt aardig in de buurt van een Astra of V40. Wie had dat ooit kunnen denken van een ‘Cliootje’? Geen lullig autootje meer.

Nummer 54 is een verhaal apart. J.’s auto dus. J. rijdt altijd in een ‘koetsje’. Zo noemen we haar auto’s want het zijn tenslotte prinsesjes die zich in koetsjes verplaatsten niet waar? Walg, walg, haha. Maar dat is de halve waarheid. Na diverse Suzuki’s en Corsa’s én een versleten, respectievelijk vervangen heup kon er nog maar één type auto functioneel zijn met de vers geplaatste heup. De Opel Agila. Als je goed kijkt naar het eerste model Agila en je denkt er een span paardjes voor dan is de associatie met een koetsje snel gemaakt. Vandaar. J. heeft er drie gereden. Eigenlijk twee, want de middelste was een Suzuki Wagon R+, identiek aan de Agila. Eigenlijk andersom, maar dat voor de kenners.

De eerste Opel Agila was een mooie metallic blauwe (http://tinyurl.com/lagea5a) die we aanschaften op de inruil van een hele fraaie Corsa. Best wel jammer, maar de Corsa werd voor J. een probleem om in- en uit te stappen.

De bijnaam ‘Koetsje’ was snel geboren en J. raakte helemaal verknocht aan haar wagentje. Ruim, best vlot en natuurlijk super praktisch. Ik verloor na enige tijd mijn baan en we besloten de Agila in te ruilen voor een Fiat Punto die iets geschikter was als gezinsauto. Prachtige auto maar toen er snel toch weer een leaseauto voor de deur stond werd dat toch een beetje te prijzig allemaal. We konden de Punto binnen de familie verkopen. De afschrijving viel relatief mee maar was absoluut gezien toch wel aanzienlijk. De Punto hadden we veel te impulsief gekocht. Tsja, zo doen we allemaal wel eens iets wat niet zo slim is… We vonden voor Ju een Suzuki Wagon R+. Helaas vond die na een jaar zijn Waterloo tegen de achterkant van een Jaguar X-Type. Die geven niet mee en de Wagon was financieel total loss. Afgezien van de schade aan plaatwerk en radiator was de airbag uitgeklapt en het vervangen ervan overschreed de waarde van de auto…

We moesten weer gaan zoeken naar een ander koetsje. De bodem van de portemonnee was al lang in zicht. Maar… op internet vonden we een relatief spotgoedkope Agila in Zeeland. Knal oranje! J. was gelijk smoorverliefd op het karretje. We besloten hem te kopen want hij zag er ook nog eens uit als nieuw. J. heeft er met heel veel plezier twee jaar in gereden zonder enig probleem. Het had ook iets eigens zo’n wagentje en paste echt bij haar. Er reed er nog een in de stad en J. en de andere berijder zwaaiden naar elkaar als hun wegen zich kruisten.

Ja, anoniem ergens naar toe was er niet bij, haha. Maar afgelopen februari was het APK tijd. Het oranje koetsje, nog steeds om door een ringetje te halen, bleek serieuze motorschade te hebben en reparatie bleek niet realistisch. We moesten afscheid nemen van haar superautootje. De tranen stonden in J.’s ogen. Ach, het was zo’n leuke eigenwijs karretje en, bovendien, als er één kleur bij een koetsje in Nederland past, afgezien van goud, dan is het wel oranje. Maar, geluk bij een ongeluk, de dealer deed ons een ‘offer we couldn’t refuse’. Dus staat er sinds afgelopen zaterdag een nagelnieuwe Opel Agila 1.0 Berlin Blitz op onze oprit. Metallic zwart, lichtmetaal, privacy glas, airco, enzovoort. J, is weer helemaal blij en super trots! Een goeie foto van haar nieuwe auto zal ik hier later nog plaatsen.

De Agila wordt gemaakt in Hongarije en de laatste exemplaren lopen deze maand van de band. In de zomer gaat de Opel Karl het stokje overnemen en die zal in Zuid Korea worden geproduceerd, samen met een zustermodel van Chevrolet. Wat een rotnaam trouwens, ‘Karl’. Het is de naam van de eerste zoon van Adam Opel, de oprichter van het bedrijf. Het is niet te hopen dat Adam nog een zoon had die Adolf heette… De Karl is de nieuwe Opel mini maar met een 10 centimeter lagere instap dan de Agila en ik denk dat er heel veel mensen, vooral ouderen, dit zeer spijtig gaan vinden. Er is echt behoefte aan dit type auto. Kijk maar eens rond. De Agila’s en Wagon’s R+, sommige zijn echt stokoud, bevolken onze straten nog volop. De laatste Opel Agila zoals wij die nu hebben is echt een hele fijne auto. Zeer solide gebouwd, stil, mooi uitgerust, grote stoelen en achterin ruimer dan mijn Clio Estate! Ik denk dat we met dit prachtkarretje een uitstekende keuze hebben gemaakt.

In de periode waarin we moesten wachten op de levering van de Agila, ruim een maand, mocht J. gratis rijden in de nieuwe Opel Corsa 1.0 met een driecilinder benzinemotor. Ik heb er uiteraard ook mee gereden en, geloof mij, een waanzinnig goeie en erg mooie auto. Een mini Insignia. Ongeloofwaardig stil, snel en ook minstens zo goed en solide gebouwd als welk V.A.G. product dan ook. Een hele goede service van de dealer en hulde aan het Motorhuis in Gouda!

O ja, bij mijn zoektocht naar een eventuele andere auto voor 14% bijtelling heb ik ook nog de nieuwe Polo Bluemotion TDI getest. Echt stukken beter dan de oude. Dankzij een hoger koppel is deze Polo relaxter om te rijden en bovendien veel stiller. Het dashboard is van de Golf overgenomen en alles is verder zo degelijk als het maar zijn kan. Typisch VW. Onwijs goed en op de een of andere manier ook onwijs saai. De Polo kan qua flair en design niet in de schaduw staan van de Renault Clio.

Zo, ik denk dat er wat ons eigen wagenpark betreft weinig meer te melden is. Wij zijn weer helemaal happy en ik verwacht en hoop dat het voorlopig zo blijft. Best leuk al dat gewissel maar het genereert ook wel een hoop gedoe en gestress. Wij realiseren ons heel goed dat volksstammen graag dit gedoe en gestress met ons zouden willen ruilen hoor! Hoe dan ook, auto’s zijn, voor ons, het ultieme symbool en middel van persoonlijke vrijheid, maar het gaat allemaal wel over serieus geld en dat groeit nog immer niet aan een boom in onze tuin. Maar zo ideaal als nu was het nog niet eerder, met twee fonkelnieuwe auto’s voor de deur! Knock on wood…



DAVID, JIMMY, NEIL & PONO

WEBLOG Posted on Mon, March 16, 2015 22:33:30

Gisteren zat ik even naar de Tonight Show te kijken. Die Jimmy Fallon is een talentvolle en leuke vent, maar hij legt het toch echt af tegen David Letterman en zijn absurde ‘Late Show’. David was af en toe te zien op de Nederlandse TV maar echt aanslaan deed het programma nooit. Letterman scheidt er dit jaar trouwens mee uit. Ik keek regelmatig op andere zenders of op internet en ik lachte mij vaak blauw. David nam zichzelf, zijn gasten en zijn hele show nooit serieus. Niet iedereen had dat in de gaten geloof ik. Met zijn absurdistische humor was hij op zijn best als hij zijn gasten in totale verwarring bracht. Een absoluut hoogtepunt is de aflevering met Paris Hilton uit 2007 die hij volledig in de zeik neemt. Paris heeft net een paar dagen gevangenis achter de rug vanwege rijden onder invloed. Ze had met de regie afgesproken dat David het hier niet over zou hebben, maar over haar nieuwe parfummetje. Kijk zelf maar, hahaha.

https://youtube.com/watch?v=bAT_nY0n9P0%3Ffeature%3Dplayer_detailpageEven terug naar Jimmy. Die Tonight Show is meestal erg flauw, erg Amerikaans, maar bij gebrek aan beter staat het wel eens op. Gisteren, de originele aflevering was van een maand terug of zo, kondigt Jimmy Fallon Neil Young aan. Ik zat gelijk op het puntje van mijn stoel. Er volgt een prachtige versie van ‘Old Man’. Maar… verdomd, het is Jimmy Fallon die zingt! Hij is als Neil verkleed imiteert zijn zang. Heel knap! Halverwege komt de echte Neil, identiek gekleed, er ook bij en samen zingen ze het lied uit. Briljant.

https://youtube.com/watch?v=H6otmy3DAK8%3Ffeature%3Dplayer_detailpageHet optreden van Neil was een onderdeel van zijn goodwill en promotie actie voor zijn ‘Pono’ speler. De Pono is een nieuwe portable muziekspeler, Neil’s High End project om muziek nog mooier weer te geven dan een CD! Neil maakt zich nogal druk om de kwaliteitsval van digitale muziek en met name de ‘meer dan inferieure kwaliteit’ van downloads zoals iTunes die biedt. Haha, die Neil.

De Pono heeft de vorm van een Toblerone tablet en kan 24-bits /192 kilohertz (kHz) audio spelen. Dat is meer dan de 16-bits 44,1 kHz audio van een standaard CD. De muziek van genoemde kwaliteit mag je van de Pono website downloaden voor ongeveer 1,5 tot 2 keer de prijs van een iTunes download. Klinkt allemaal prachtig, ware het niet dat geen mens het verschil kan horen. In studio’s wordt blijkbaar op 24 bit audio opgenomen, ‘just to be sure’. Daarna wordt de CD gemaakt op 16 bits omdat het menselijk oor het verschil niet kan waarnemen. Sowieso hoort 95% (of meer) van de mensen al geen verschil tussen 320 Kbps MP3, AAC of CD, dus, ‘what the heck’. Maar wat mij het meest verbaasd is dat een man van 70 jaar zich zo druk maakt om deze materie terwijl hij misschien de helft nog hoort van iemand die half zo oud is. Ook opmerkelijk is dat veel journalisten kritisch zijn over de Pono, maar het wel eens zijn dat het tijd wordt om weer aandacht te vragen voor kwaliteitsaudio. Ze vinden dat het tegenwoordig huilen met de pet op is met waar ‘men’ tegenwoordig naar luistert. Ik zal die journalisten wat verklappen: ‘men’ luistert niet meer naar audio zoals wij (de 50 plussers zal ik maar zeggen) dat deden of die marginale groep liefhebbers. ‘Men’ is grotendeels de jeugd en die luistert uitsluitend via hun oortjes of headphones naar streaming media of MP3. Punt. De audiokwaliteit wordt dus bepaald door het bronmateriaal én de oortjes of headphones. Als dat allemaal in orde is, dan heb je een geweldige mooie sound zal ik u vertellen en daar heb je echt geen 24/192 voor nodig. Goede downloads en Spotify 320 kbps klinken echt uitstekend, laat u geen oren aannaaien.

O ja, op een iPhone of Android kan je ook FLACS en ALAC zetten. Je kunt gewoon via Apple of Google de players gratis downloaden. Beide zijn lossless formaten dus wat wil je nog meer?

De Pono zal ongetwijfeld prachtig klinken, maar ik geloof niet in het concept. De liefhebbers die het verschil wel (denken te) horen en gelijk een goeie DAC voor een HiFi setje willen hebben moeten hem zeker kopen. Slechter wordt je er niet van, wel armer. De speler kost 340 euro en dat is goed te doen, ware het niet dat je dan niets meer hebt dan een iPod of iets vergelijkbaars. Je moet tenslotte naar de Pono store voor de High End downloads en dat gaat je geld kosten. Ach, het is een mooi initiatief om aandacht te geven aan goede, serieuze muziek én, daar was het Neil om begonnen, goede audiokwaliteit. Daar is niets mis mee. Ik wens Neil vooral heel veel goede zaken.

Hieronder een grappig filmpje. Ik vraag mij af of Neil bereid zou zijn zo’n testje te doen…

https://youtube.com/watch?v=GcavoQQ40Io%3Ffeature%3Dplayer_detailpageNog wat interessante achtergrond informatie:

De Pono online
winkel: https://ponomusic.force.com/
Over de Pono: http://tinyurl.com/lagea5a
Double blind test MP3 vs CD: http://tinyurl.com/o55mz39

Als laatste nog een citaat wat ik op een blog las over lossless, lossy, iTunes, mastering en nog veel meer. Relativerend denk ik:

“Back in the 80’s or so I seem to recall reading that the Eurythmics mixed their albums and listened to them on an old cassette player to hear what they sounded like on the equipment their fans might be listening with and adjusted the master accordingly – seemed eminently sensible to me at the time. If the result sounds as the artist intended on the equipment to be used – Job done !!”



Next »